Dat “START”-salaris van prinses Amalia is feitelijk een uitkering

Nederland heeft het koningshuis en dat zullen we weten ook. Hieraan zitten behoorlijk wat kosten verbonden en die liegen er echt niet om. Die kosten worden gedragen door de belastingbetalers. En daar zit soms een behoorlijk knelpunt. Zo werd deze week, bij de presentatie van de miljardennota, er kan toch echt niet meer gesproken worden van een miljoenennota, bekend dat prinses Amalia vanaf haar 18e verjaardag een uitkering gaat ontvangen. Amalia wordt daarmee een uitkeringstrekker, net als haar vader en oma. De hoogte van die uitkering bedraagt jaarlijks bijna €1.500.000,00. En dat roept -verontwaardigde- reacties op.

Amalia behoort daarmee tot de grootste uitkeringstrekkers van ons land. Het koninklijk huis onttrekt jaarlijks vele miljoenen aan de staatskas en dat wordt ook jaarlijk meer en meer. Zelfs tijdens de crisisjaren zaten zij er warmpjes bij, terwijl heel veel Nederlanders op een houtje moesten, en nog steeds moeten, bijten. Nederland heeft een kostbaar koningshuis, maar nog lang niet zo kostbaar als bijvoorbeeld dat van Engeland. Andere staatsvormen, Republieken met presidenten, zijn ook duurder. Dus zouden we niet moeten klagen. En toch doen we dat wel, want voor Amalia wordt het warmpjes erbij zitten de komende jaren alleen maar meer warm. Sterker nog, prinses Amalia gaat het snikheet krijgen.

Zoals gezegd, gaat onze kroonprinses wanneer zij 18 jaar oud is (dat is ze in 2021) een uitkering krijgen die begint met een startsalaris van €1.495.000,00. Dat is dus 1 miljoen en 495 duizend euro. Oftewel: bijna anderhalf miljoen euro. Betaald door ons, de belastingbetaler. Dit bedrag bestaat uit twee zogenaamde kostenposten. De eerste post is Amalia haar inkomen. Dat zal officieel €263.000,00 zijn. Daar komt nog eens €1.232.000,00 bij voor “personele en materiële uitgaven.” Met andere woorden: zodat ze ervoor kan zorgen dat ze er goed uitziet (representatiekosten, niet haar dagelijkse outfit) en alles heeft wat haar hartje begeert; niet zo hoeft te reizen als wij en zich kan laten omringen door een voltallige hofhouding.

Nu zullen de republikeinen onder ons het sowieso al zwaar gestoord vinden om een koninklijke familie te hébben (laat staan om er ook nog eens vele miljoenen per jaar aan te besteden), maar zelfs een monarchist zal toch moeten toegeven dat dit bedrag (1,5 miljoen) voor een 18-jarig meisje, dat nog niets heeft gepresteerd en eigenlijk niets hoeft te doen, volstrekt belachelijk is. Amalia moet dan nog gaan studeren. Waar heeft ze in vredesnaam meer dan 2,5 ton voor zichzelf en nog eens meer dan een miljoen voor bijkomende kosten nodig?

Daar is weldegelijk een verklaring voor. Vanaf haar achttiende wordt Amalia geacht meer deel te gaan nemen aan koninklijke activiteiten en wordt zij lid van de Raad van Staten. Net als haar vader zal zij activiteiten gaan ondernemen in het land (vooral lintjes doorknippen). En de veiligheidsmaatregelen en representatiekosten zitten in dat tweede bedrag van ruim 1,2 miljoen euro.

De slordige twee-én-een-halve ton die overblijft, is feitelijk zak- en kleedgeld. Amalia mag dat naar eigen inzicht en behoefte besteden en, en nu komt het knelpunt, hoeft daar geen verantwoording voor af te leggen. En waarom is dit nu een knelpunt? Wanneer u of ik een (bijstands-)uitkering ontvangt, dan dienen wij over elke cent die daaruit wordt besteed verantwoording af te leggen. We moeten elk bonnetje bewaren en desgewenst daarvoor een verklaring kunnen afleggen. Wij krijgen een minimale uitkering om van rond kunnen komen, om van te leven, en velen redden dat niet eens. Vaak wel hun eigen schuld, maar oké het verandert niets aan de uiteindelijke financiële krapte. En Amalia krijgt vervolgens een uitkering waarvan op voorhand kan worden verondersteld dat de hoogte daarvan veel ruimer is dan dat haar economische positie in feite rechtvaardigt. Bovendien zou een normale gang van zaken logischer zijn en meer aansluiten op wat u en ik wettelijk verplicht zijn: Wij dienen onze kinderen zelf te onderhouden. En dus zou de koning dat ook bij zijn dochter dienen te doen (vanuit het inkomen dat hij standaard heeft, dus dan niet extra aangevuld vanwege zijn dochter van 18).


Dus, waarom onze kroonprinses een uitkering verschaffen daar waar haar ouders de zorg- en onderhoudsplicht jegens haar hebben? Die €263.000,00 per jaar kan prima worden besteed aan andere overheidsuitgaven en zijn echt niet nodig voor privéuitgaven van een gezinslid van de koning. Ook al betreft het zijn oudste dochter en onze toekomstige koningin.


Copyright©oncies 2016

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

We-Vibe Rave

In de Verenigde Staten, waar anders, is een vrouw uit Chicago een proces begonnen tegen de producent van een geavanceerde vibrator, de We-Vibe Rave. Zij klaagt de producent aan vanwege het schenden van haar privacy. En dat bij een apparaat waarbij de persoonlijke integriteit en intimiteit sterk aan de orde is.

  • Wat blijkt?

Het is bij deze vibrator mogelijk om hem aan te sluiten op een app, waardoor er onder meer contact en beïnvloeding van een andere partij mogelijk wordt.

Reuze leuk bedacht en ongetwijfeld fantastisch voor alle mensen die 50 shades of grey opwindend vinden, maar bij deze app blijkt dat er gegevens over het gebruik worden doorgestuurd naar de producent, zonder dat de gebruik(st)er hiervan op de hoogte is.


  • En dus….

….wordt de privacy van de gebruik(st)er geschonden. Het gaat de producent niets aan of de vibrator in een hogere, lagere, intensere of juist minder intense stand wordt gezet tijdens het gebruik. Het gaat de poducent ook niets aan of en hoeveel de (lichaams-)temperatuur om het apparaat heen stijgt en of dit in combinatie plaatsvindt met de eerder genoemde gebruiksgegevens.

Het gebruik van een vibrator is een uiterst persoonlijke aangelegenheid, ook al doen sommige vrouwen en mannen daar niet geheimzinnig over. Maar dan is het hun eigen keuze om hier informatie over te verstrekken. Ongevraagd, en dus zonder toestemming, persoonlijke informatie inwinnen, die ook nog eens te herleiden is naar de persoon, is geen gewone schending van de privacy, het is een grove schending.


  • En wat u betreft

Stel dat u in het bezit bent van dit merk en type vibrator, dan weet u nu dat uw intieme informatie over het gebruik feitelijk op straat ligt. Ook al beweert de producent dat het zorgvuldig met uw informatie omgaat. De vraag is of u dat wenselijk vindt?
Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Wanneer u het wel spannend vindt (in de lijn van die 50 tinten grijs), dan is er voor u waarschijnlijk niets aan de hand. Bent u echter gesteld op meer privacy aangaande uw intieme en persoonlijke levensstijl, dan weet u nu hoe de vork in de steel zit en weet u ook wat u beter niet kunt doen. Deze vibrator aansluiten op de app.


Copyright©oncies 2016

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De Raad van State heeft geadviseerd inzake het initiatiefwetsvoorstel herziening partneralimentatie

De verplichte Partneralimentie bij (echt-)scheiding staat al vele tientallen jaren ter discussie. Veel ex-partners, die alimentatieplichtig zijn en waarbij de partner geen afstand doet van het recht op alimentatie, voelen zich gebruikt of ervaren deze verplichting als onterecht. Bovendien ervaren zij de duur van deze verplichte betaling als buitenproportioeneel lang. Begin september werd de advies van de Raad van State gepubliceerd, dat het had gegeven over het initiatiefwetsvoorstel herziening partneralimentatie. In dit blog de samenvatting daarvan.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft in april van dit jaar advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van Oosten, Recourt en Berndsen-Jansen tot herziening van het stelsel van partneralimentatie. Dit advies is op 8 september 2016 openbaar gemaakt.

  • Wat houdt dit initiatiefwetsvoorstel in?

De initiatiefnemers van dit initiatiefwetsvoorstel willen de partneralimentatie eerlijker maken, simpeler laten berekenen en in duur verkorten, waarmee zij tegemoet wensen te komen aan de maatschappelijke en economische veranderingen die hebben plaatsgevonden ten opzichte van de tijd waarin de voorgaande wetgeving inzake partneralimentatie is ingevoerd. Daarnaast wordt de grondslag voor de betaling van partneralimentatie gewijzigd en wordt voorgesteld om de mogelijkheden tot wijziging van de partneralimentatie sterk te beperken.
Een modernisering van een bestaande wetgeving.


  • De Raad van State adviseert

1) Spanning met de maatschappelijke realiteit.

“De Afdeling advisering merkt op dat de initiatiefnemers uitgaan van een situatie die ver verwijderd is van de huidige maatschappelijke realiteit. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen op het moment van scheiding vaak een grote achterstand op de arbeidsmarkt hebben en dat ook na huwelijk de verdeling van zorgtaken in de meeste gevallen niet gelijk is.” Initiatiefnemers gaan er echter in het initiatiefwetsvoorstel van uit dat de alimentatiegerechtigde binnen korte tijd na de (echt-)scheiding weer volledig in het eigen levensonderhoud kan voorzien of zou moeten kunnen voorzien.

2) Berekeningssystematiek 

“De wijze van berekening voor partneralimentatie wordt in het initiatiefwetsvoorstel gebaseerd op het verschil tussen de ‘verdiencapaciteit’ van partners bij het sluiten van het huwelijk en op het moment van indienen van het echtscheidingsverzoek. Als de verdiencapaciteit bij echtscheiding lager is dan bij sluiting van het huwelijk, dan ontstaat een recht op partneralimentatie. De Afdeling advisering merkt op dat dit in een groot aantal gevallen ertoe zal leiden dat er geen recht op partneralimentatie bestaat. Dit kan leiden tot schrijnende situaties. De basis voor de voorgestelde berekening van partneralimentatie is de vaststelling van het inkomen. De Afdeling advisering is van mening dat het lang niet altijd simpel is om op grond van het initiatiefwetsvoorstel het inkomen vast te stellen. Dit komt door het grote aantal variabelen dat bij het inkomen een rol speelt.” Zo hebben de initiatiefnemers bijvoorbeeld niet of onvoldoende omschreven wat er bedoeld wordt met ‘inkomen’, roept het begrip ‘incidentele inkomsten’ vragen op, en is onduidelijk hoe het inkomen van een ondernemer moet worden berekend?

3) Beperking in duur

De initiatiefnemers stellen voor de partneralimentatie sterk in duur te beperken, tot maximaal 5 jaar. Op die maximumduur zijn slechts enkele uitzonderingen mogelijk. Bij het beperken van de duur van de partneralimentatie is het naar het oordeel van de Afdeling advisering van belang om rekening te houden met het feit dat nog steeds vooral vrouwen tijdens het huwelijk en na (echt-)scheiding de zorg voor de kinderen hebben. Door (veel) minder te gaan werken na het krijgen van kinderen kunnen vrouwen vaak de reeds verworven positie op de arbeidsmarkt niet behouden en is het voor hen minder eenvoudig om die positie opnieuw te krijgen. De voorgestelde algemene beperking van de alimentatieduur, houdt hier onvoldoende rekening mee. Ook mist de Afdeling advisering een voorziening voor langdurige huwelijken waarbij het nog langer dan 10 jaar duurt voor de alimentatiegerechtigde recht heeft op AOW.”

4) Heroverweging noodzakelijk

“De Afdeling advisering merkt op dat de toelichting onvoldoende duidelijk maakt in hoeverre het initiatiefwetsvoorstel bijdraagt aan de oplossing van de gesignaleerde problemen. De initiatiefnemers motiveren niet waarom dit initiatiefwetsvoorstel zal leiden tot minder procedures over partneralimentatie. Het is ook zeer de vraag of ex-echtgenoten op basis van de nieuwe berekeningssystematiek wel in staat zullen zijn zelf te berekenen wat zij aan partneralimentatie moeten betalen. De limitering van de duur van partneralimentatie in combinatie met de voorgestelde berekeningssystematiek zal bovendien naar verwachting tot schrijnende situaties leiden. Dit wordt nog versterkt door de beperkte wijzigingsmogelijkheden waardoor het voorgestelde systeem weinig ruimte laat voor maatwerk.”

5) Conclusie

“Om deze redenen adviseert de Afdeling advisering het initiatiefwetsvoorstel en in het bijzonder de voorgestelde berekeningssystematiek en de (wijze van) beperken in duur te heroverwegen. De Afdeling advisering maakt verder opmerkingen over de gevolgen van het initiatiefwetsvoorstel voor de besteding van publieke middelen en adviseert daarnaast het initiatiefwetsvoorstel op een groot aantal andere punten aan te passen.”
Met andere woorden: de kern van het initiatiefwetsvoorstel wordt naar de prullenmand verwezen. De initiatiefnemers hebben, in hun huidige versie van het voorstel, onvoldoende aannemelijk kunnen maken wat zij met het wetsvoortel wensen te wijzigen in de huidige wet- en regelgeving aangaande partneralimentatie en hoe deze zich verhouden ten opzichte van de  oorspronkelijk bedoelde wetgeving en de veranderingen die er sindsdien in de maatschappelijke en economische positie van de alimentatiegerechtigde.

Een van de belangrijkste missers in het wetvoorstel is de omschrijving van de verdiencapaciteit van de alimentatiegerechtigde. Integenstelling tot weleer, zijn vrouwen (want daar gaat het doorgaans over bij het bepalen van de alimentatiegerechtigde), in het huidige tijdsbeeld, veel meer (en beter) in staat om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Daarnaast heeft er een ontwikkeling plaatsgevonden in de zorg- en opvoedtaken van de kinderen. De verschuiving naar het invullen van deze taken naar co-ouderschap, of het voorzien in de financiële middelen (als onderdeel van de kinderalimentatie) ten behoeve van voor- en naschoolse opvang, heeft geleid tot het creëren van tijd en ruimte voor vrouwen om te kunnen voorzien in het eigen levensonderhoud.

Natuurlijk zijn en blijven er uitzonderingen en daarmee zouden de initiatiefnemers rekening dienen te houden. Maar de basis waarop dit initiatiefwetsvoorstel is gefundeerd, kan nog steeds leiden tot een aanpassing die recht doet aan het huidige tijdsbeeld, waarin alimentatiegerechtigden meer voor zichzelf kunnen en dienen te zorgen (dus in het eigen levensonderhoud te voorzien).

Uiteindelijk zal het wetsvoorstel er ook toe kunnen leiden dat de angel uit menige vechtscheiding kan worden getrokken. In mijn praktijk heb ik regelmatig gescheiden stellen die nog vechten over de hoogte en de duur van de partneralimentatie. Vooral inzake de eigen verdiencapaciteit (en vaak de veranderde omstandigheden) van de alimentatiegerechtigde speelt daarin een zeer bepalende rol.


Copyright©oncies 2016

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Zwangere vrouwen worden nog altijd gediscrimineerd

Je zal maar vrouw zijn, dan word je niet alleen nog altijd gediscrimineerd in de beloning van je werk. ‘Flik’ je het ook nog eens om je werkgever te vertellen dat je in blijde verwachting bent, dan ben je toch nog altijd echt het haasje. Het bizarre van dit blog is, is dat ik het ruim 2 jaar geleden al een keer heb gepubliceerd. In 2014 was onderstaand artikel aanleiding deze wantoestand aan de orde te stellen. Anno 2016 blijkt dat er niets is veranderd en dat kunt u lezen in het teletekstbericht dat ik er deze week aan toe heb gevoegd. Terwijl deze vorm van discriminatie verboden is.


Wat er in 2014 speelde, staat in het volgende artikel.

(Bron: Kennisnet.nl)

Arbeidsrecht

  • Discriminatie bij zwangerschap aangepakt

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) komt met maatregelen tegen zwangerschapsdiscriminatie. Dat heeft hij gezegd na een dringend beroep van het College voor de Rechten van de Mens.
De instantie deed onlangs vier uitspraken over discriminatie bij zwangerschap. Daarbij ging het om bedrijven die het contract van een zwangere werkneemster ten onrechte niet verlengden. In Nederland is het echter verboden om een contract niet te verlengen vanwege zwangerschap of moederschap.

Ondanks het verbod is zwangerschapsdiscriminatie een groot probleem in Nederland. Uit onderzoek blijkt namelijk dat 45% van de werkende vrouwen negatieve ervaringen heeft met zwangerschap in relatie tot het werk. Ook moet het mensenrechteninstituut hier steeds vaker over oordelen.


  • Voorbeelden zwangerschapsdiscriminatie

Het College voor de Rechten van de Mens geeft op zijn website enkele voorbeelden van zwangerschapsdiscriminatie:

  1. Het contract wordt niet verlengd, terwijl de baan wel beschikbaar is.
  2. De vrouw ontvangt geen salarisverhoging door de zwangerschap.
  3. De vrouw kan niet terugkeren in de eigen functie na de bevalling.
  4. De vrouw dient verlofdagen als vakantiedagen op te nemen of zijn verplicht om voor het bezoek aan een arts of verloskundige vakantiedagen op te nemen.
  5. Daarnaast zijn er werkgevers die gebruikmaken van een clausule die betrekking heeft op zwangerschap of moederschap. Daarin staat dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden als een werkneemster zwanger wordt of moeder blijkt te zijn. Een dergelijke clausule is echter verboden.


  • College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens behandelt sinds 2012 klachten over discriminatie. De oordelen die hieruit volgen, zijn juridisch niet bindend. Wel kan een werknemer een rechtszaak aanspannen tegen de werkgever als die het oordeel niet opvolgt. De rechter is dan verplicht om het oordeel mee te wegen in het vonnis.
Beter zou zijn wanneer de werkgever een arbeidsmediator inschakelt om met de zwangere vrouw tot een vergelijk te komen, waarin de belangen van beide partijen de uitgangspunten vormen om tot overeenstemming te komen, inclusief de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens. Het doel van de arbeidsmediation is niet alleen het vinden van een gezamenlijke oplossing, het herstellen van de (gebrouilleerde) arbeidsrelatie is van onschatbare waarde voor de toekomst.
Van overheidswege zou niet alleen het juridische oordeel ‘Onrechtmatig Ontslag’ dienen mee te wegen, maar ook de verplichting voor de werkgever om sociaal beleid te voeren.


  • De problemen aanpakken

Minister Asscher heeft in aanvulling hierop aangekondigd dat hij discriminatie op de werkvloer steviger zal aanpakken. Daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk dat de overheid contracten opzegt met bedrijven die discrimineren. Ook wil hij afspraken maken met werkgevers om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan.
Asscher zou zich op deze wijze vergelijkbaar manifesteren als de werkgever. Sanctioneren leidt tot een kloof tussen de werkgever en de werknemer. Het arbeidsconflict zal eerder escaleren en een oplossing, in het belang van de werkgever en de werknemer, zal minder snel worden gevonden.
Asscher zou de werkgever kunnen verplichten tot mediation. Toont de werkgever zich hierin constructief, dan zal Assher de kosten van de mediation vergoeden. Hierdoor wordt het bereiken van een oplossing positief bekrachtigd.

Bron: College voor de Rechten van de Mens / NOS
Cursief toegevoegde teksten behoren niet tot de tekst van de bron, maar zijn mijn noten.

En dan is het ruim twee jaar later, september 2016. Diverse media melden het volgende (Bron: NOSteletekst):


Opvallend is dat ook nu het College voor de Rechten van de Mens zich weer roert in de kwestie. En dat terwijl deze zelfde organisatie in 2014 al eens dezelfde proep heeft gedaan, met een toezegging van minister Asscher op zak. Maar daarna is er niets meer gebeurd. Blijkbaar is een adequate aanpak van dit probleem, net als de aanpak van de discriminatie van de beloning van arbeid, veel moeilijker dan gedacht of is het onder de aandact brengen van een breed publiek het enige wapenfeit dat van het College en de Minister kan worden verwacht. En dan zijn deze berichten loze berichten.


Wanneer het bovenstaande artikellen tegen het licht worden gehouden, dan blijkt er in ruim 2 jaar niets te zijn veranderd. Met de verkiezingen in het zicht zullen nieuwe voorstellen en beloften worden gedaan. Maar reken er maar niet op dat er daadwerkelijk iets zal veranderen aan deze vorm van discriminatie van de vrouw. Eigenlijk te triest voor woorden.


Copyright©oncies 2014/2016

Geplaatst in Alledaags, Anti-sociaal, arbeidsbemiddeling, arbeidsconflict, Arbeidsmarkt, Arbeidsmediation, Arbeidsovereenkomst, Arbeidsrisico's, Arbowet, Belangen, Bemiddeling, Compensatie, conflict, Familiezaken, Flexwerker, gezondheidszorg, Informatief, Intimidatie, Juridisch, Machtsmisbruik, Mediation, ministerie, Nationale Ombudsman, Onderhandelingen, Ondernemer, Ontslag, overheidsbeleid, pesten, politiek, privacy, publicaties, Rechtsstaat, Repressie, Schrikbewind, Seks, Sociaal Juridische Dienstverlening, Spraakmakend, Standpunten, Terreur, Uitzendkracht, UWV, Vakantie, Voortplanting, Wanbeleid, Werkeloos, Werkgever, Werknemer, WWZ, zorg, Zwangerschap, Zwangerschapsverlof | Een reactie plaatsen

E-bikes

Ze zijn niet meer uit het straatbeeld weg te denken en het zullen er alleen maar meer worden nu de aanschafprijs steeds lager en aantrekkelijker wordt, de e-bikes, oftewel de elektrische fietsen. Een fiets met een stukje techniek die het trappen ondersteunt en lichter maakt, en daardoor de snelheid aanmerkelijk verhoogt.

Misschien kent u het wel. U rijdt nog op een traditionele fiets, al dan niet voorzien van een versnellingsysteem, en u ploetert op een lange rechte ruilverkavelingsweg tegen de wind in om vooruit te komen. Het is nog net niet links én rechts, maar u wordt constant ingehaald door, nog net niet vrolijk fluitende, andere fietsers op zo’n stil snorrende e-bike. Alsof de straffe tegenwind niet bestaat, scheren zij rakelings langs u heen op weg naar het einde van dit kwellend lange rechte stuk weg in het Nederlandse landschap. U kunt nog net denken: “Waar is de tijd gebleven waarin fietsers het fietsen nog gebruikten om meer van het landschap te kunnen genieten dan de automobilisten”, of ze zijn alweer uit het zicht verdwenen.

Met de opkomst van de e-bike is het ook voor ouderen mogelijk geworden om intensiever van een fiets gebruik te maken. En dat is niet altijd een verstandig besluit. De e-bike zorgt er onder meer voor dat de gemiddelde snelheid fors toeneemt. Het vermogen van de oudere (bejaarde) fietser om snel en adequaat te reageren en te anticiperen op -veranderende- verkeerssituaties is echter omgekeerd evenredig, dus behoorlijk verlaagd. Hierdoor ontstaan er bij tijd en wijlen levensgevaarlijke (verkeers-)situaties.

Een goede bekende van mij, inmiddels ruim boven de 80 jaar oud, is afgelopen zomer meerdere keren gevallen met haar e-bike. Natuurlijk verwijt zij haar man dat hij haar onvoldoende ruimte zou hebben gegeven om op tijd tot stilstand te kunnen komen, maar in feite is haar reactievermogen behoorlijk laag en haar handelingsvaardigheden om de fiets goed en veilig te kunnen gebruiken zijn ver onder het noodzakelijk veronderstelde niveau. De gevolgen voor haar liegen er niet om. Naast de vele blauwe plekken, de kneuzingen en verstuikingen, heeft zij haar arm en haar been een keer gebroken gehad. Nu, aan het einde van de zomer, stapt zij weer op haar fiets, haar e-bike. Nog steeds zonder beschermende kledingstukken en accessoires. Ze neemt nu meer afstand van haar man en hoopt bij elke fietstochtje dat zij heelhuids terugkeert.

Maar ook onder jongere e-bike-gebruikers komen bizarre omstandigheden voor. Zo reed ik onlangs een straat uit, waaraan aan het einde van de weg zo’n dode-hoekspiegel staat. U kent ze vast wel. Van die spiegels die bij uitritten en slecht overzichtelijke bochten staan om u te helpen om de hoek te kijken. In deze spiegels zie je eigenlijk niet zo heel veel of althans maar bar weinig goed. Het kon dus gebeuren dat er een vrouw, op volle snelheid, met haar e-bike de hoek om kwam scheuren. Deze bocht zodanig afsneed, dat zij ruim over mijn weghelft reed en rakelijks voor mij langs sjeeste. Ik moet zeggen dat de schrik mij flink in de benen zat en dat ik blij was dat ik iets eerder was gestopt dan noodzakelijk is voor het linksafslaan bij deze splitsing. Had ik dit niet gedaan, dan had ik haar volop geschept en waren de gevolgen flink geweest.

Wat zouden de gevolgen voor deze vrouw kunnen zijn geweest. Naast de schade aan haar fiets, had de vrouw een flinke klap met haar hoofd tegen mijn voorruit kunnen maken. In het ergste geval had zij daar flink hersenletsel door kunnen oplopen. Maar ook haar ledematen hadden letsel kunnen oplopen. Misschien minder ernstig dan het hersenletsel, maar toch. De vrouw zou voor langere tijd uit de roulatie kunnen zijn geweest. Ook wanneer zij over mijn auto was gevlogen en letsel had opgelopen met de smak tegen het asfalt van de straat. Forse schaafwonden zouden zeker zijn opgelopen, naast de eerder geschetste traumata.

De door mij gegeven voorbeelden zijn er maar een paar uit een grotere reeks. Maar ze zijn wel representatief voor wat de gevolgen kunnen zijn van het toenemende gebruik van de snelle e-bikes en het gebrek aan competent gebruikmaken van deze fietsen.

Bij mij komt dan ook steeds vaker de vraag naar boven: “Wat moet er éérst gebeuren voordat er maatregelen worden getroffen om het gebruik van e-bikes veiliger te maken voor de gebruikers zelf én voor hen die met deze ‘bikers’ aan het verkeer deelnemen?”


Heeft u suggesties of vergelijkbare ervaringen? Reageer gerust. Misschien wordt het dan concreter wat de effecten en gevolgen -bij wie- zijn van het e-bike-gebruik in Nederland en wat eraan gedaan kan worden om de veiligheid hier omheen te vergroten.


Copyright©oncies 2016

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Nederlanders medeverantwoordelijk voor het Marokkanenprobleem

Door onder meer de overval op de juwelierszaak in Deurne van een paar jaar geleden, en veel incidenten daarna, staan de Marokkaanse jongeren nog altijd volop in de schijnwerpers. Hun maatschappelijke positie wordt ter discussie gesteld, net als hun mentaliteit en integriteit.
Soms gaat de discussie zover, dat deze vormen aanneemt van rassenhaat, discriminatie en segregatie. Anderen nemen het zo heftig voor hen op, dat polarisatie optreedt en het schisma tussen de Marokkaanse jongeren en de rest van de Nederlandse maatschappij als maar verder verbreedt.
En dat terwijl het maar op een zeer klein deel van de Marokkaanse bevolking in Nederland van toepassing is. Wel moet worden erkend dat deze groep nog altijd groeit. De polarisatie, door politieke uitlatingen (PVV), drijft steeds meer Marokkanen naar de rand van onze maatschappelijke en de -spreekwoordelijke- afgrond.

Een paar jaar geleden (2010) heb ik onderzoek gedaan naar echtscheidingsgedrag onder Marokkanen. Als side-effect kwam ik in aanraking met de problematiek onder Marokkaanse jongeren. In de gesprekken en het literatuuronderzoek stuitte ik op informatie over de maatschappelijke ontwikkelingen onder deze groep jongeren in Nederland.
Het verbaast mij dan ook niets dat de huidige discussie plaatsvindt. Het kan niet anders dan dat dit het resultaat is van een proces dat jaren heeft kunnen en nog altijd blijft gisten.


  • Gesprekken met Marokkanen

Tijdens het onderzoek vertelden Marokkanen over hun huiselijke situaties. Over hoe zij in hun huwelijken stonden en wat er met hun kinderen gebeurde. Niet alleen de gevolgen van hun echtscheidingen kwamen dan aan de orde. Er werd verteld over het hoge percentage uitval van scholen en opleidingen, de vorming van hanggroepjongeren in de steden en het gebrek aan betaald en gewaardeerd werk voor hen.
Om de problematiek te duiden, bespreek ik deze aspecten in het perspectief van de Marokkaanse jongere.


  • Huwelijken

Het komt nog veel voor dat Marokkanen in Nederland trouwen met iemand die kort daarvoor nog woonachtig was in Marokko. Het zijn vooral Marokkaanse mannen die voor zo’n huwelijk naar Nederland komen.
Onder veel van hen leeft de overtuiging dat, wanneer zij naar Nederland komen, hier de welvaart op straat voor het oprapen ligt. Marokkanen die nog in Marokko leven, worden getrakteerd op verhalen over hoe lux het leven in Nederland is en hoe gemakkelijk zij uit deze ruif kunnen mee-eten.

Eenmaal in Nederland blijkt de werkelijkheid anders. De welvaart is nog ver weg, omdat het opleidingsniveau van de gemiddelde Marokkaan die naar Nederland komt, veelal van het platteland, veel te laag is om überhaupt in aanmerking te komen om een fatsoenlijke maatschappelijke carrière te kunnen opbouwen. De achterstand op de hier opgegroeide en opgeleide Marokkanen is groot, frustraties vanwege dit verschil, de werkeloosheid of de baan die een laag aanzien heeft op de maatschappelijke ladder, zorgen ervoor dat deze mannen het verkeerde pad op gaan. De achterstand die de mannen, die voor een huwelijk naar Nederland komen, hebben op vrouwen die hier zijn opgegroeid en onderwijs hebben genoten, heeft een enorm effect op de status van deze mannen en is in hoge mate bepalend voor hun verdere maatschappelijke en economische ontwikkeling in Nederland.


  • Uitval uit het onderwijs, homogeniteit van de hanggroep en inkomen

Naast de groep Marokkanen die naar Nederland komt, zijn er de Nederlandse Marokkanen. Onder hen groeit het percentage drop-outs in het onderwijs snel. De belangrijkste oorzaak voor deze uitval is te zoeken in de werkgelegenheid. Marokkanen met gelijke geschiktheid voor een baan, krijgen die baan per definitie vaker niet dan wel. Ook als het gaat om een voorkeursbaan voor een man of een vrouw. Hierdoor zijn Marokkanen zich gaan afvragen waarom zij zich überhaupt nog zouden moeten inspannen om een opleiding te volgen en goed geschoold te gaan deelnemen aan het arbeidsproces op de arbeidsmarkt. De kans op arbeid wordt er, met gevolgd en afgerond onderwijs, niet groter door. Discriminatie met betrekking tot de afkomst, bepaald door de achternaam, is geen fabel maar harde werkelijkheid. Wanneer de achternaam enigszins Marokkaans klinkt of een Noord-Afrikaans tintje heeft, is voldoende om de sollicitatie in de prullenbak te meppen. Hierdoor ontvangen Marokkanen geen structureel inkomen en zijn zij ondertussen wel getuige van de welvaart en de luxe om hen heen.
Marokkaanse jongeren beïnvloeden elkaar en roepen elkaar op om te stoppen met hun scholing of opleiding. Het leven op straat is aantrekkelijker, vanwege de veiligheid, de loyaliteit en de eensgezindheid in de groep, hun/de subcultuur. Ouders van deze jongeren hebben geen grip meer op hun kinderen. Niet in de laatste plaats doordat de invloed van de teleurgestelde emigranten gedragsbepalend is in de groep. De saamhorigheid in de groep is groot en er heerst een sociale cultuur die voor bescherming en levensonderhoud zorgt. Erbij horen is een levenstaak geworden, omdat er geen alternatieven voor handen zijn en Marokkaanse jongeren tot de outcast en paria’s van de maatschappij worden gerekend.

De maatschappelijke verwijten en de politieke retoriek over Marokkaanse jongeren, dragen bij in deze overtuigingen. En deze groep Marokkanen dragen actief bij in debeeldvorming, terwijl zij niet representatief zijn voor alle Marokkanen in Nederland. De gemiddelde Marokkaan is niet crimineel, leidt een keurig leven en probeert als hardwerkende medelander zijn brood te verdienen.

Bovendien heeft criminaliteit voor de criminelen bewezen rendabel te zijn en dat de pakkans klein is. De groep beschermt hen die ervoor zorgen dat er geld beschikbaar komt.


  • Samenvattend:

Marokkanen behoren nog altijd tot de kansarmen in de Nederlandse samenleving. Velen van hen zijn naar Nederland gekomen met valse verwachtingen. In Nederland lopen hierdoor, mede door culturele verschillen en opvattingen, de frustraties op en belanden velen van hen in een isolement.
Nederlandse Marokkanen hebben de afgelopen jaren, in toenemende mate, ondervonden dat zij weinig kans maken op een baan. Ook in geval van gelijke geschiktheid of de expliciete voorkeur voor een geslacht.
Hierdoor is de motivatie om geschoold en voorbereid te worden op de Nederlandse arbeidsmarkt gedaald tot ver onder het vriespunt. Alternatieven om aan inkomen te komen hebben hun effect bewezen en zijn doorgaans heel positief, belonend en zeer crimineel. Naast diefstal en beroving, heeft exploitatie van Nederlandse vrouwen de voorkeur. Geweld wordt daarbij niet geschuwd.
De noodzaak om te gaan werken om aan geld te komen, om aan de Nederlandse levensstandaard te voldoen, is verdwenen. De culturele subcultuur voorziet niet alleen in de primaire behoeften, maar ook in luxe. En daarvoor gaan deze criminele jongeren steeds verder (gangvorming en dodelijke rivaliteit).


  • Conclusie:

Het valt Marokkanen niet eenzijdig te verwijten dat zij een belangrijk onderdeel zijn geworden van ons criminele circuit. Voor een belangrijk deel valt dit de Nederlanders te wijten, omdat zij aan dit proces actief hebben bijgedragen.
Hoe treurig is het, om te moeten vaststellen dat WIJ onze verantwoordelijkheid hierin niet nemen. In plaats daarvan ontwikkelen wij een hetze en laten wij ons verleiden tot het doen van politiek geladen uitspraken waarin wij de volledige schuld bij de Marokkanen leggen.
Nederland” zou er goed aan doen deze groep te helpen en Marokkanen, in de breedste betekenis van het woord, een toekomst te bieden die aansluit op hun gevoel en beleving, zonder door te schieten en hen meer te bieden dan wat realistisch is. Daarnaast zal “Nederland” zich dienen te realiseren dat niet elke Marokkaan een crimineel, een mislukkelijk, een verkrachter of een ongeschoold iemand is.


Een voorkeursbehandeling is niet nodig, een eerlijke wel.


Copyright©oncies 2016

.

Geplaatst in Alledaags, gemeentebeleid, Juridisch, ministerie, politiek, Relatiebemiddeling, Spraakmakend, Uncategorized, verenigingen, Werkeloos, zorg | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Soms blijkt scheiden echt onmogelijk (ECLI:NL:GHSHE:2014:1239)

Voor het Gerechtshof in ’s Hertogenbosch diende enige tijd geleden een hoger beroep aangaande een echtscheiding.
Aanleiding was de ‘handhaving van de huwelijkse verhoudingen nadat het huwelijk was ontbonden’, terwijl duurzame ontwrichting was aangevoerd om het huwelijk te ontbinden.
De kwestie kreeg een andere wending.
Hieronder, in samenvatting, het verslag van het verloop van het proces bij de rechtbank, en de beslissing.

Boek 1. Personen- en familierecht

Titel 9
. Ontbinding van het huwelijk

Afdeling 2
. Echtscheiding Artikel 151 Echtscheiding wordt op verzoek van één der echtgenoten uitgesproken, indien het huwelijk duurzaam ontwricht is.

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht

Uitspraak: 1 mei 2014

Zaaknummer
: HV 200.132.503/01

Zaaknummer eerste aanleg
: 253252 / FA RK 12-3998

INZAKE:
Artikel 1:151 BW: van de vrouw: duurzame ontwrichting; de vrouw heeft haar stelling dat er sprake is van duurzame ontwrichting onvoldoende aannemelijk gemaakt; partijen wonen nog steeds samen en de man neemt de volledige verzorging van de vrouw voor zijn rekening; de vrouw heeft verklaard dat zij deze situatie na de echtscheiding ongewijzigd wenst te handhaven.

1
Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Breda van 27 december 2012.

2
Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2013, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vrouw in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans die verzoeken aan haar als ongegrond en onbewezen te ontzeggen.

2.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord.

(…)

3
De beoordeling

3.1.
Partijen zijn op 18 oktober 1974 met elkaar gehuwd.

3.2.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.

Bij deze beschikking heeft de rechtbank voorts – uitvoerbaar bij voorraad – bepaald dat de man als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw moet voldoen een bedrag van € 500,- per maand met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, alsmede partijen bevolen over te gaan tot verdeling van hun gemeenschap ten overstaan van een notaris.

3.3.
Voormelde beschikking is op 6 juni 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij beschikking van 19 februari 2014, zoals hersteld bij beschikking van 5 maart 2014 van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, heeft de rechtbank Haarlem de doorhaling gelast van de latere vermelding van de ingeschreven echtscheidingsuitspraak, vanwege het feit dat de echtscheidingsbeschikking ten onrechte is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.4.
De man kan zich met de bestreden beschikking niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5.
De grief van de man richt zich tegen de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het uitspreken van de echtscheiding, het bepalen van een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, de draagkracht van de man en het bevel over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen.

Ontvankelijkheid

3.6.
Het hof overweegt dat ter zitting is gebleken dat de ontvankelijkheid van de man zijdens de vrouw niet ter discussie staat. Naar het oordeel van het hof is genoegzaam gebleken dat de man voor het eerst op 12 juni 2013 kennis heeft genomen van de echtscheidingsbeschikking, zodat de man tijdig in beroep is gekomen en derhalve ontvankelijk is in zijn beroep.

Echtscheiding

3.7.1
Ingevolge artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten uitgesproken indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. Blijkens de wetsgeschiedenis is een huwelijk duurzaam ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van de behoorlijke echtelijke verhoudingen.

3.7.2.
De man voert aan dat het huwelijk tussen partijen niet duurzaam is ontwricht. De samenwoning tussen partijen is nimmer verbroken. De man betwist dat hij in de echtelijke woning boven woont en de vrouw beneden. De vrouw lijdt aan een progressieve vorm van multiple sclerose en wordt 24 uur per dag door de man verzorgd. De man heeft met het oog hierop zijn baan opgegeven en ontvangt uit het persoonsgebonden budget van de vrouw een vergoeding voor de verzorging van zijn vrouw. Door haar ziekte kan de vrouw bijna niet de trap op komen en de woning is te klein om samen beneden te slapen. Dit is de reden dat de man boven slaapt en de vrouw beneden. Partijen eten wel samen. De man eet alleen veel sneller dan de vrouw en zodra de man klaar is met eten verlaat hij de tafel. Het is voor hem namelijk moeilijk om te zien hoe de vrouw, die geen gebruik wil maken van hulpmiddelen zeer moeizaam haar eten opeet. De vrouw realiseert zich onvoldoende dat de echtscheiding tot gevolg heeft dat de samenleving wordt verbroken en dat de huidige verzorgingsconstructie komt te vervallen.

3.7.3.
De vrouw voert aan dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Wanneer de vrouw haar ouders voor ogen heeft op het moment dat zij veertig jaar getrouwd waren, vormt dat voor de vrouw een dusdanig schrikbeeld, dat zij formeel niet veertig jaar getrouwd wil zijn. Het huwelijk kenmerkt zich door pieken en dalen. Partijen kunnen eigenlijk niet met en niet zonder elkaar. Partijen spreken nauwelijks met elkaar. Zij wonen weliswaar in hetzelfde huis, maar de man leeft op de bovenverdieping en de vrouw op de benedenverdieping. De vrouw heeft ter zitting duidelijk uitgesproken, dat het haar wens is, dat de situatie na de echtscheiding verder blijft zoals die nu ook is, inhoudende dat partijen blijven samenwonen en dat de verzorging die de vrouw thuis nodig heeft, volledig door de man wordt gegeven.

3.7.4.
Het hof is van oordeel dat de vrouw haar stelling dat sprake is van duurzame ontwrichting van het huwelijk onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Haar argument, dat zij niet – zoals haar ouders – formeel veertig jaar getrouwd wenst te zijn, maakt niet dat sprake is van duurzame ontwrichting in haar eigen huwelijk. De vrouw voert verder weliswaar aan dat het huwelijk zich kenmerkt door pieken en dalen, maar stelt tevens dat partijen niet met en niet zonder elkaar kunnen. Daar komt bij dat partijen nog steeds samenwonen, dat de man nog altijd de noodzakelijke verzorging van de vrouw in de thuissituatie volledig – zonder externe hulp – voor zijn rekening neemt en dat de vrouw naar voren heeft gebracht dat zij de huidige situatie, waarin partijen samenwonen en de man de verzorging van de vrouw op zich neemt, na de echtscheiding ongewijzigd wenst te handhaven, waarmee zij in feite de door haar gestelde argumenten ondergraaft.
De vrouw voert wel aan dat partijen in de woning feitelijk gescheiden leven en dat zij niet met elkaar commu
niceren, maar dit wordt gemotiveerd door de man betwist.

(…)

De beslissing


Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Breda van 27 december 2012;
wijst alsnog af het inleidend verzoek van de vrouw.

(Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 2 mei 2014)


  • Mijn kanttekeningen:

Uit bovenstaande uitspraak kan worden opgemaakt dat een ontbinding van het huwelijk nietig kan worden verklaard op genoemde gronden. Met name Artikel 1:151 BW is hierin van doorslaggevende aard.

Had de vrouw, bij mij, in een echtscheidingsmediation gezeten, dan was het nooit zover gekomen. Als de vrouw tijdens de mediation haar bedoelingen al kenbaar had gemaakt, zijnde haar wensen ‘ongewijzigde situatie na de echtscheiding’, dan was dit wetsartikel ter sprake gekomen.
Ik vraag mij dan ook oprecht af wie zich heeft gebogen over het echtscheidingsverzoek van de vrouw, waarbij het aannemelijk is dat deze persoon niet op de hoogte moet zijn geweest van de bedoelingen van de vrouw betreffende de ongewijzigde situatie na de echtscheiding.

Voor zowel advocaten als mediators is deze uitspraak een aandachtspunt inzake informed content (i.c. dwingend recht inzake het handhaven van de huwelijkse relatie wanneer er geen sprake is van duurzame ontwrichting).
Immers, blijkens de wetsgeschiedenis is een huwelijk duurzaam ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van de behoorlijke echtelijke verhoudingen.

In deze casus is hiervan geen sprake. De echtelijke verhoudingen duurden voort na de beslissing tot ontbinding.
Copyright©oncies 2014/2016

Geplaatst in Alledaags, Belangen, Bemiddeling, conflict, convenant, echtscheiding, gezondheidszorg, Juridisch, Mediation, Onderhandelingen, Principieel onderhandelen, Relatiebemiddeling, scheiding, Spraakmakend, Thuiszorg, Uncategorized, vechtscheiding, zorg | Tags: , , , | 1 reactie