Uw gelukkige relatie staat op het spel?

Als relatietherapeut heb ik bijna altijd te maken met partners die niet meer gelukkig zijn in de relatie waarin zij zitten. Soms gaat dat gevoel zelfs zover dat een van hen twijfels heeft over de voortbestaan van de relatie en wil onderzoeken of deze nog een toekomst heeft.
In alle situaties is de intimiteit aangetast of verdwenen. En dan heb ik het niet over de lichamelijke intimiteit, de seks, maar vooral over de geestelijke, mentale intimiteit, het delen van de meest persoonlijke gedachten, het ervaren van de specifieke verbondenheid met de enige andere in de wereld waarmee deze bijzondere band bestaat. Het ontbreken daarvan is fnuikend voor de relatie.

Hoe intiem is uw relatie?

Intimiteit bepaalt feitelijk hoe goed een relatie is. Zonder intimiteit geen relatie. En daarom is het van belang stil te staan bij een aantal beïnvloedende factoren. Dick Barelds noemt vijf factoren die een indicatie geven over de geluksfactoren binnen een ralatie.

  • Onafhankelijkheid

Van elkaar afhankelijk zijn is fataal voor een relatie. Bieden partners elkaar voldoende ruimte om apart van elkaar dingen te ondernemen, dan ontstaat er een gevoel van vrijheid binnen de verbondenheid. Wanneer de behoefte groot is om altijd bij en met elkaar te zijn, dan ontstaat er ook vaak de behoefte om de partner te veranderen. Unisex in kleding en andere goederen is daar het mooiste voorbeeld van. Een van de partners dient zich daarin aan te passen, niet zelden onder bezwaar. Dit aanpassen aan elkaar is een vorm van veranderen die niet leidt tot minder geluk.

Een ander voorbeeld van aantasting van de persoonlijke onafhankelijkheid komt naar voren bij stellen waarbij een van de partners continu kritiek heeft op wat de andere partner doet. Of het nu goed is of fout, de kritiek wordt toch wel gegeven. Continu is er wel iets om een opmerking over te verwachten, zelden in de positieve zin.

“Het maakt bij ons niet uit of ik iets zeg, ergens over vertel, vragen al dan niet beantwoord, ze wordt altijd boos op mij. En met altijd bedoel ik ook altijd. Dus ik hou mijn mond maar of geef het gewenste antwoord. Het maakt immers niet uit. Ze wordt toch wel boos op mij. Ik kijk wel uit voordat ik mijn gevoelens met haar deel”, vertelde de man mij en zijn vrouw. Waarop deze boos reageerde en hem van alles begon te verwijten. Hetgeen ik aangreep om beide partners naar elkaar te laten kijken.

  • Emotionele saamhorigheid

De emotionele saamhorigheid is wat ik bedoel met mentale of geestelijke intimiteit. Geef je aan hoeveel je van die ander houdt. Wat je met die ander verbindt waardoor je het gevoel hebt dat je, samen met die ander, ook daadwerkelijk een koppel bent. Deel je dat gevoel, en deel je ook je onzekerheden, angsten, vreugde en verdriet met die ander. Maakt dit delen jullie uniek als stel en bieden jullie elkaar de ruimte om dit met elkaar te delen. Dat speciale gevoel van jullie samen.

En in mijn werk geef ik dan aan dat deze vorm van intimiteit bepalend is voor de relatie. Seks is belangrijk, maar mentaal/geestelijk met elkaar verbonden zijn is crusiaal. Een relatie kan gemakkelijk zonder seks, een relatie is ten dode opgeschreven wanneer de emotionele verbondenheid ontbreekt. Verbondenheid is de exclusiviteit in de relatie.

  • Seksualiteit

Na de emotionele saamhorigheid waarin ik onderscheid heb gemaakt tussen fysieke en mentale/geestelijke intimiteit, is nu de fysieke intimiteit aan de orde. Bij seksualiteit gaat het dan ook om de lichamelijke saamhorigheid. En dan heb ik het dus niet over het samen naar de sportschool gaan, maar om de verbondenheid in de seksuele ervaringen die je samen beleeft. Is een ieder tevreden over hoe de seksualiteit tot uiting komt. Delen de partners de seksuele gevoelens én wensen met elkaar. Erkennen de partners elkaars grenzen en behoeften. En hoe zit het met jaloezie? Welke bedreigingen ervaren partners, angst voor vreemdgaan of verlies van de partner omdat deze meer ziet in een ander? Onderwerpen die erg gevoelig liggen. Zeker wanneer blijkt dat men er niet of nauwelijks over praat met elkaar.
Maar, hoe kun je anders van elkaar weten wat gewenst is, wat fijn wordt gevonden of waar de behoeftes liggen?

“Onze seksuele relatie is wel goed, denk ik. Wel dien ik er het juiste emotionele gevoel bij hebben. Het gevoel dat ik het met de juiste man doe en dat deze mij dat gevoel kan geven”, sprak de vrouw. Waarna de man haar aanvulde met: “Dat heb ik ook. Alleen gebeurt het nog vaak dat we een gezellige avond hebben en dat ik dan verwacht dat deze in bed leuk wordt afgesloten. En dan zegt ze opeens dat ze naar bed gaat om te slapen. Dat voelt zo als een afwijzing.” Zulke opmerkingen lenen zich bij uitstek om samen eens te praten over verwachtingen en het gevoel wanneer een van beide partijen niet in de stemming voor seks is.

  • De persoonlijke identiteit

Tijdens het kennismakingsgesprek dat ik voorafgaand aan de relatietherapie houd, vraag ik de partners mij te vertellen wie zij zijn. Ik vraag hen hun persoonlijke identiteit vrij te geven. Vaak krijg ik dan een opsomming van allerlei levensgebeurtenissen alsof ik naar het lijstje van Facebook heb gevraagd. Het is dan nodig om nogmaals de vraag te stellen en dan het accent te leggen op het zijn. Wie bén jij?
Pas dan komen de persoonlijke aspecten aan de orde, het zelfbeeld, de zelfwaardering, het gevoel iets te bieden hebben aan de ander.
De persoonlijke identiteit geeft vaak aan welke positie de ene partner inneemt ten aanzien van de andere en speelt een belangrijke rol in de kwaliteit van de onderlinge verhoudingen.

Niet zelden komen dan ook de verhalen op tafel waarin de ene partner de pleaser voor de andere partner is. “Ik heb hem nu eenmaal een belofte gedaan en daar wil ik mij aan houden”, vertelde de homoseksuele man mij toen hem duidelijk werd dat zijn relatie hem niet de liefde opleverde die hij in zijn partner meende te hebben gevonden. “Ik blijf bij hem en maak de jaren vol zodat hij hier een toekomst kan opbouwen.”

  • Conflicthantering

Ik word met enige regelmaat gevraagd om in de media op te treden als deskundige. En vaak wordt mij dan gevraagd wat ik van ruziemaken vind. En dan vertel ik dat ik een voorstander ben van ruzie, omdat je doorgaans alleen ruzie maakt met hen om wie je wat geeft. Er zijn maar weinig mensen die ruzie maken met de cassière of de slager. Men neemt de volgende keer gewoon een andere kassa of gaat naar een andere slager.
Nee, bij conflicthantering binnen een relatie gaat het om heel andere dimensies. Dan gaat het om de kwaliteit van het communiceren en de wijze waarop de ruzie, het conflict, uiteindelijk wordt uitgepraat.

Een onderwerp dat in elke relatietherapie aan de orde komt. Ik maak de communicatiepatronen eerst zichtbaar en daarna inzichtelijk, zodat men in de toekomst anders zal omgaan met conflicten. Het voorkomen van escalatie staat centraal, zonder dat er een verbod komt op escalatie. Want het mag soms nog best wel eens even flink knetteren.

Met elkaar praten over deze vijf geluksfactoren is medebepalend voor de kwaliteit van de relatie. Het zijn de vijf peilers voor een stabiele relatie. Het zijn ook de vijf meest voorkomende oorzaken van steeds weer terugkerende ruzies en de vijf meest voorkomende redenen om een relatie uiteindelijk te beëindigen.
Wanneer partners er samen niet meer uitkomen is relatietherapie vaak het laatste redmiddel. En dat terwijl ik relatietherapie juist zie als de eerste gezamenlijke stap naar een nieuwe gezamenlijke toekomst.

Copyright©oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel cliënten over de vloer ben geweest, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Affectieve relatie, Afscheid, Alledaags, Angst, Balans, Belangen, Bezorgdheid, Bindingsangst, Boosheid, Communicatie, Communicatiestoornis, conflict, coronacrisis, coronamaatregelen, Coronavaccin, Coronavaccinatie, coronavirus, COVID19, Expertise, Familie, Frustraties, Gebroken-hart syndroom, Geestelijk lijden, gelukkig, geluksmomenten, Geweld, Gezin, gezondheidszorg, GGD, Huwelijk, Integriteit, Intimiteit, Kinderen, Kwaliteit van leven, Kwaliteit van zorg, Levensovertuiging, Liefdesverdriet, Normen en waarden, onafhankelijkheid, Ontspanning, Relatieprobleem, Relatieproblemen, Relatietherapeut, Relatietherapie, Respect, Samengesteld gezin, samenlevingsovereenkomst, samenwonen, Seks, Sociale media, stress, Therapie, Toekomst, Trouwen, Uncategorized, vaccin, vaccinatie, vaccineren, Vakantie, Voortplanting, vreemdgaan, Vrijheid, Waarden en normen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Scheiding is veel moeilijker dan dat veel mensen denken.

Wat kan het toch nog moeilijk worden. Dan heb je eindelijk, met elkaar, besloten dat er een einde is gekomen aan de relatie, maar dan duurt het nog weken, soms zelfs maanden, voordat de eerste huiverige stapjes worden gezet richting daadwerkelijk scheiding.

Cliënten die ik in de pre-mediation spreek, vertellen over de noodzaak: “Het moet er toch een keer van komen. We blijven het maar uitstellen, terwijl de knoop allang is doorgehakt.”
Wat maakt het zo moeilijk?

Het klinkt zo eenvoudig. De ene partner zegt tegen de andere dat er geen toekomst meer in de relatie zit en dat hun wegen zich dienen te gaan scheiden.
De andere partner, soms overrompeld of verrast, stemt in en laat het daarbij.
Daarna ontstaat de meest logische situatie die er maar te bedenken valt.
De aanzeggende partij is opgelucht. Het hoge woord is er uit. Het punt is gescoord en de opgekropte spanning laat los.
De andere partij is niet de partij die zonodig wenst te scheiden. De opvattingen over de stand van zaken in de relatie worden dan evenwel gedeeld, maar dit wordt niet gedaan vanuit de behoefte om iets te veranderen aan de situatie, maar om de ander tevreden te stellen of vanuit de hoop dat daardoor de relatie wordt behouden . De aanzeggende partner neemt even pauze en laat de veel te strak gespannen teugels even vieren.
En voor je het in de gaten hebt, zijn er 1, 2, 3, 4 tot zelfs 5 maanden verstreken.
Zeggen dat je wilt scheiden geeft lucht, maar daarmee ben je nog niet gescheiden…..

Een van de twee partijen zal de volgende stap moeten zetten, of tenminste een vervolg moeten geven aan de ingeslagen weg. Beiden hebben uiteindelijk ingestemd met het besluit dat de wegen van elkaar zullen scheiden. En daar sta je dan. Op de splitsing. De een zal naar links moeten afslaan, de ander naar rechts. Het punt van elkaar moeten gaan loslaten is bereikt. Maar dan blijkt vaak dat niets minder moeilijk is. “Ik vroeg mij af of we wel de juiste beslissing hadden genomen. Ik was degene die het wilde, maar deed ik er goed aan? Je weet immers wat je hebt, maar niet wat ervoor in de plaats komt. Ik was verbaasd over hoe emotioneel ik wel niet was. Ik heb dagen lopen huilen. Maar ik hield niet meer van hem, ik was er helemaal klaar mee, en toch…..als het dan zover is, dan ga je toch nog twijfelen….”, vertelde een vrouw tijdens het kennismakingsgesprek. In haar verklaring kwamen zo’n beetje alle uitspraken van anderen bij elkaar.

Vaak kijken partijen, na het besluit te gaan scheiden, elkaar aan en verwachten zij wederzijds dat de ander de eerstvolgende stap zal zetten.
Maar dat gebeurt in eerste instantie niet. Daarvoor is een keerpunt nodig. Een moment waarop de noodzaak tot het zetten van de volgende stap niet meer is af te remmen en het elkaar loslaten heeft plaatsgevonden. “Zullen we eerst nog de geboekte vakantie met elkaar vieren?”….”Tja, de feestdagen staan voor de deur, wat nu?”….”Wel lullig om onze scheiding aan te kondigen op de bruiloft van mijn ouders, dat kunnen we beter na het feest doen, toch? Die houden het al wel vijftig jaar met elkaar vol. Dat zit er voor ons in ieder geval niet meer in.”….”Wat zullen de kinderen ervan vinden?”…., en zo zijn er tal van redenen om uit te stellen.
Soms duurt het uitstel zo lang, dat de relatie stabiliseert en de vraag geopperd wordt of scheiden nog wel nodig is: “Het gaat toch weer goed?”

Zo’n moment kan de herhaalde confrontatie met de aanzegging van de relatie worden en daarmee de aanzet zijn tot destabilisering en het hebben van vele ruzies. Of er komt een nieuwe partner in zicht bij een van de twee partners. Want, zij zijn en blijven, zolang de scheiding niet is uitgesproken, elkaars partner. En steeds weer geconfronteerd worden met het dreigende einde van de relatie die jij niet wenst te beëindigen, is nog steeds een confrontatie die zeer pijnlijk is, zeker dan.

Hoe pijnlijk het ook mag klinken, scheiden doe je niet in je eentje. Daarvoor heb je twee mensen nodig, een stel, een setje, een echtpaar.

En dus belt één van de twee met mij en vraagt om het kennismakingsgesprek.
Binnenkort heb ik weer zo’n gesprek.
Dan worden er knopen doorgehakt en besluiten beide partijen dat de tijd zover is.

Ik wens u alle wijsheid bij het nemen van dit besluit en het elkaar loslaten wat daarop zal moeten volgen.

Komt u er samen niet uit, wacht dan niet en vraag om mijn assistentie. Dat kan ook wanneer u alsnog besluit de relatie nog een kans te geven. U kunt mij daarvoor telefonisch en schriftelijk benaderen.
Bel 0621203655
Of mail naar
info@concies.nl
en laat mij weten waarbij u hulp nodig heeft.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Ik ben volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

INCEL, ik had er nog niet eerder over gehoord

Medio augustus las ik een persbericht over mannen die internetforums bezoeken die zich specifiek richten op mannen die onvrijwillig een celibatair leven leiden. En daarbij heb ik de neiging om leiden met een ‘lange-ij’ te schrijven. Want deze mannen lijden onder het leven dat zij leiden, waarin zij geen seks hebben met vrouwen. En dat heeft vergaande gevolgen.

Wat betekent INCEL? Incel staat voor Involuntary Celibate, oftewel onvrijwillig celibatair. Het celibataire leven kennen wij vanuit de oorspronkelijke, en onder ware Rooms-Katholieken nog steeds geldende, leefregel voor geestelijken uit de Rooms-Katholieke kerk. Zij dienen geen lichamelijk intieme relatie te onderhouden met vrouwen (voor nonnen: met mannen). En daarmee wordt bedoeld dat zij geen seks mogen hebben met vrouwen/mannen. Iemand die zich een incel noemt heeft, in tegenstelling tot de geestelijken, geen vrijwillig gekozen celibatair leven. En dat frustreert hem zodanig dat hij daar in chatgroepen uiting aan geeft.

Uit onderzoek blijkt dat deze incel-mannen op de internetforums niet alleen hun leed delen, maar ook gezamenlijk chatten over zeer vergaande fantasieën, namelijk (groeps-)aanranding, (groeps-)verkrachting en (massa-)moord. Kern van hun gedachtengoed is de haat en wrok die zij koesteren naar vrouwen. Daarbij verwijten zij de vrouwen dat zij hen hun seksleven ontnemen door geen seks met hen te hebben. Maar ook naar mannen ontwikkelen zij haatgevoelens. Het gaat er dan om mannen die wel seks (kunnen) hebben met vrouwen. Deze haat wordt onderling aangewakkerd en veel mannen hebben daarbij geen keuze dan daaraan mee te doen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de meer gematigde mannen anders uit het forum worden gezet en zelfs worden belaagd.

In hoeverre er daadwerkelijk een daad gevoegd wordt aan het woord is onduidelijk -of onbekend- voor zover het om aanranding en verkrachting gaat. Maar het is wel bekend dat er verschillende moorden zijn gepleegd vanuit deze groep mannen. De meest recente heeft deze zomer plaatsgevonden in Plymouth (UK). Een man, de 22-jarige Jake Davison, schoot daar 3 vrouwen, 2 mannen en zichzelf dood. Onder de vrouwen bevond zich zijn moeder en een 3-jarig meisje. Uit allerlei gegevens die daarna werden aangetroffen op onder meer zijn computer bleek dat de man zichzelf een incel vond. Daarbij bleek dat hij ook een diepgewortelde haat tegenover zichzelf koesterde. Zijn lompe en zwaarlijvige postuur nam hij zichzelf zeer kwalijk. Hij noemde zichzelf een ‘dikke en lelijke maagd’.

Als leidraad voor het gedachtengoed van deze groep mensen wordt het 140-pagina’s lange manifest van Elliot Roger gebruikt. Opvallende noot hierbij: Roger was 22 toen hij op een universiteitscampus in California in 2014 zes mensen vermoordde en er veertien zwaar verwondde. Roger wordt in de incel-beweging gezien als de grondlegger van de ideologie en gezien als de surpreme gentleman. En op de een of andere manier roept dat associaties op met een andere ‘leider’ die sprak over de übermensch. De afbeelding van Roger prijkt op menige profielfoto van leden van deze beweging. Zij kijken tegen hem op en zien in hem de uiting van de ultieme daad, wat velen van hen niet durven: het doden van vrouwen uit pure haat jegens hen.

Waarom aandacht aan dit fenomeen? Ik heb mij afgevraagd of ik over dit onderwerp een blog moest schrijven? En dat ik dat noodzakelijk vind blijkt nu wel. Ik ben over de streep getrokken door wat ik verder heb gelezen. In Canada (na de aanslag van Alek Minassian in Toronto, waarbij hij met een busje op een groep mensen inreed) is deze beweging formeel aangemerkt als een terroristische organisatie. In het Verenigd Koninkrijk wordt daarover nu het debat gevoerd. En in Nederland wordt deze beweging afgedaan als onbelangrijk en ongevaarlijk. En dat laatste heeft mij uiteindelijk getriggerd om dit blog te schrijven. Hoe kan de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) aan het onderhuidse gevaar van deze beweging voorbij gaan?

Er zou een signaal moeten uitgaan naar deze groep mannen. Een signaal waarin hen hulp wordt aangeboden om met hun (niet reëele) gedachtengoed aan de gang te gaan. Hulp die hen in staat stelt hun positie te relativeren en te ontdekken dat niet de vrouwen schuldig zijn aan hun celibataire leven. Dat hen inzichten worden geboden dat een afwijzing -op seksueel gebied- niet betekent dat zij geen of minder man zouden zijn. Dat het niet hebben van seks met vrouwen betekent dat zij daarom vrouwen zodanig dienen te haten dat zij grensoverschrijdend gedrag moeten gaan vertonen of op zijn minst dienen te verkondigen. En daarbij is het van belang dat deze mannen niet op een ellenlange wachtlijst worden geplaatst. Want dat zij een gevaar voor anderen en zichzelf zijn, hebben verschillenden van hen al bewezen.

Het klinkt behoorlijk moralistisch als ik zeg dat we deze mannen moeten omarmen. Dat we deze mannen een adequate behandeling dienen te geven en hen niet mogen afwijzen vanwege hun gedachtengoed. Zij vormen een onderdeel van onze samenleving en zijn niet in staat om zelfstandig tot het inzicht te komen dat hun incel-bestaan een door henzelf opgelegd bestaan is. Niemand hoeft onvrijwillig een celibatair bestaan te leiden. Voor ieder mens zijn daarvoor mogelijkheden. Het is een kwestie van zien en gezien worden en dat doe je, als het maar even kan, niet op het internet in forums en chatgroepen die jouw onvrijwillig gekozen bestaan alleen maar bevestigen en je uitdagen tot geweld jegens anderen.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Ik ben volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Wanneer je huwelijkse partner uit de kast komt….

“Ik heb ook gevoelens naar mannen. Mijn vrouw weet daar sinds kort van. We willen niet scheiden, maar ik merk dat ik vastloop met mijn bi-gevoelens”, sprak de man via de telefoon. “We zijn op zoek daar een weg in vinden, maar dat lukt ons niet. We zijn al bijna 40 jaar samen en willen elkaar niet kwijt.” Met deze boodschap op zak reisde ik naar het kleine stadje in de Biblebelt voor het kennismakingsgesprek.

In de kleine voorkamer van de woning zitten ze samen voor mij op de bank. De spanning is voor de vrouw te snijden. Ze weet niet waar ze moet kijken. Naast haar zit haar echtgenoot. Beduidend meer zeker van zichzelf. Hij vertelt mij wat er zich in de afgelopen weken heeft afgespeeld. Over hoe hij zich in allerlei bochten heeft moeten wringen om aan zijn behoefte aan seksueel contact met mannen te kunnen voldoen. Zijn verhaal heeft iets luchtigs, iets nonchalants, en dat terwijl zijn vrouw zich er alleen maar meer ongemakkelijk bij begint te voelen. Ze grimasseert wanneer hij vertelt over het aantal keren dat hij seks heeft gehad met een man. Haar man, haar echtgenoot. De man waarmee zij zo vaak seks had willen hebben, waarop zij uren in bed had liggen wachten en die dan maar niet kwam opdagen en net zolang beneden bleef dat de lol er van af was. Haar man valt op mannen.

“Ik heb het hem ook een paar gevraagd, Kees. Ik heb hem gevraagd of hij niet geïnteresseerd in seks met mij. En dat ontkende hij dan. Hij vertelde dan dat hij er te moe voor was. En ik snapte het niet. Welke man wil er nou geen seks? Alle mannen willen toch altijd seks? Ik heb wat voor hem klaargelegen. Maar hij kwam maar niet. En dat is niet van de laatste tijd, dat duurt al jaren zo.” Op mijn vraag hoelang deze situatie al voortduurt, antwoordt zij: “Eigenlijk al vanaf het begin van onze relatie. Maar ik hou van hem en ik wil hem niet kwijt. Nou ja, het moet niet nog een keer gebeuren, want dan is het wel over en uit.” De man bevestigt elke uitspraak van zijn vrouw. Hij houdt van haar en wil haar absoluut niet kwijt. “Maar ja, die gevoelens, hè. Daar kan ik niet omheen. Ze zijn er en ik onderdruk ze nu, want ik wil hier verder.” De vrouw is klip en klaar: “Nog één keer zo’n stiekeme misstap en hij kan zijn koffers pakken.” Ondertussen zakt het zelfvertrouwen bij de man en druipt de wanhoop van zijn gezicht.

Naarmate het gesprek vordert, wordt het steeds duidelijker. Hier zit een man uit-de-kast te komen. En dat benoem ik ook. Ik zet hun verhaal op rijtje en spreek mij uit over zijn bi-seksualiteit: “Als ik zo naar je luister, dan krijg ik het gevoel dat ik niet met een bi-seksuele man zit te praten, maar met een homoseksuele man.” Ik leg uit wat ik heb waargenomen. Meteen reageert de man en bevestigt zijn homoseksualiteit. Hij klinkt opgelucht. Zijn vrouw ook, hoewel ze er meteen aan toevoegt: “Ook dat heb ik hem wel eens gevraagd. Of hij soms niet een homo was? Maar dat ontkende hij steeds. Pas een paar weken geleden vertelde hij mij dat hij ook gevoelens voor mannen heeft en dat hij deze ook ontmoet. Met hun heeft hij wel seks gehad. Maar mij slaat hij over. Dat klopt dan toch niet? Er wellen tranen in haar ogen en geëmotioneerd vertelt ze over hoe zij jarenlang geprobeerd heeft haar man bij haar in bed te krijgen. Hoe wanhopig zij was geweest en hoe groot de shock was geweest toen hij haar had verteld over zijn liefde voor mannen. Hij had contact gehad met meerdere mannen. “Alleen seksueel, Kees. Je moet niet denken dat ik een relatie met een andere man heb gehad. Nee, ik heb een relatie met mijn vrouw.” Ik vraag of hij ‘het’ wel veilig heeft gedaan, vanwege de risico’s op seksueel overdraagbare aandoeningen, zoals AIDS? Hij antwoordt hierop bevestigend.

Ik geef het gesprek een andere wending, wat het echtpaar woont in een gemeente waarin het christendom een grote maatschappelijke rol speelt. Ze zijn lid van de Nederlands Protestante gemeente en hebben de situatie al besproken met hun dominee en de wijkouderling. Gelukkig is er tegenwoordig een minder conservatieve voorganger. Bij de vorige had hij het nooit bespreekbaar durven maken. Vanuit de kerk was er niet negatief gereageerd, maar er moet nog wel gekeken worden hoe dit verder moet. Hij is nog steeds welkom bij diensten. Het feit dat er niet negatief is gereageerd geeft hem hoop voor de toekomst.

In de vijf sessies die volgen op het kennismakingsgesprek staat het thema: ‘Hij heeft nu dan wel geen contacten meer met andere mannen, omdat jullie dat zo hebben afgesproken, maar er komt een aan zekerheid grenzend moment van waarschijnlijkheid dat hij deze behoefte en gevoelens niet langer kan én wil onderdrukken. En wat dan?’

Er wordt veel over gevoelens gepraat. De twijfels, de angsten. Maar ook de waarde van het huwelijk en de wederzijdse gevoelens van onvoorwaardelijke liefde. Over grenzen en verwachtingen. Over ‘wat als….’ En over hoe het respect voor elkaars gevoelens en integriteit bewaakt dient te worden. Over de rol van vrienden en bekenden, want steeds meer van hen worden over de situatie geïnformeerd. Over het gesprek met zijn zwager, weduwnaar van zijn zus. Hoe deze hem had verteld over de vreugde die zijn zus zou hebben gedeeld met hem dat hij eindelijk uit de kast was gekomen. Over zijn verbazing dat zoveel mensen allang hadden gezien dat hij homoseksueel was en dus niet schrokken van zijn ‘bekentenis’. Maar ja, nu de kerkgemeenschap nog.

Centraal in de gesprekken gaat het om intimiteit. De intimiteit die kenmerkend is in hun relatie, in hun huwelijk. Niet zozeer de fysieke intimiteit. De seks, het elkaar beminnen, elkaar aanraken, elkaar kussen en zoenen. Daarvoor ontbreekt bij hem elk gevoel voor haar, een vrouw. Maar de mentale intimiteit. Hetgeen verloren was gegaan, of er eigenlijk nooit is geweest, omdat de man een geheim met zich meedroeg dat hij niet met haar heeft kunnen delen. En nu kan dat wel. Er wordt veel gepraat, samen gehuild, samen de angsten en onzekerheden gedeeld. Zij weet het niet. Zij heeft geen enkel idee bij wat zij zich zou kunnen voorstellen bij het moment waarop hij haar vertelt dat hij contact heeft met een man en dat hij daarmee de liefde wenst te bedrijven. Hij idee alleen al stuit haar nu al tegen de borst, “maar het moment zal er zeker komen en we hebben daar, samen met jou, afspraken over gemaakt.” Ze vertelt dat ze niet kan overzien wat ze dan zal voelen, wanneer zij al in bed ligt en hij thuiskomt van die andere en bij haar tussen de lakens kruipt. “Ik weet niet of ik dat aan kan, maar ik wil ook niet dat hij niet thuis komt of ergens anders in huis gaat slapen. Dat kan toch niet?”

De gesprekken gaan ook over een ‘open relatie’, maar daar wil de vrouw niets van weten. De man beaamt dat dit de situatie ‘wel gemakkelijker’ zou maken. De vrouw kan het haar niet voorstellen. Bovendien vindt zij zich te oud om nog voldoende aantrekkelijk te zijn voor andere mannen. “Nee, dan had ik dit twintig, dertig jaar geleden moeten ontdekken. Dan was ik meteen van hem afgegaan en had ik een echte vent gezocht.” De man lacht bij het horen van ‘echte vent’ en geeft toe dat hij dat niet voor haar is geweest, kan zijn of ooit zal worden. “Maar je weet maar nooit, Kees. God is ondoorgrondelijk en onvoorspelbaar in dit soort dingen.” Ik stel hem teleur door te zeggen dat homoseksualiteit geen ziekte of vloek van God is die kan worden omgedraaid. Ook al zullen er leden uit zijn kerkgemeenschap daar anders over denken.

En geleidelijk aan krijgt de geaardheid van beide partners een plekje in hun huwelijk. Niet dat de man daarmee vrij-spel krijgt, maar wel dat hij zijn gevoelens niet meer voor zijn vrouw hoeft te verbergen. Ze kunnen met elkaar praten. Ook over haar gevoelens jegens hem en de zekerheid dat hun seksuele relatie niet zal veranderen. Haar verdriet…. Aan het einde van het traject komen ze samen tot één conclusie: “We zijn zo naar elkaar toe gegroeid sinds we de gesprekken met jou zijn gaan voeren. Dat hadden we nooit gedacht. Onze relatie is zoveel meer intenser geworden. We zijn zo gelukkig met elkaar. Eindelijk kunnen we alles met elkaar delen. We hebben de weg gevonden die ons in staat stelt om samen gelukkig te zijn.”

Met deze casus bedoel ik niets meer of minder te zeggen dan dat het niets uitmaakt op welke manier iemand in een relatie staat en dat het vooral om delen van de exclusiviteit van de intimiteit gaat. En dan is het heel goed mogelijk dat de seksuele intimiteit anders wordt ingevuld dan wat velen denken dat deze ‘hoort’ te zijn. Dit stel heeft ontdekt dat hun mentale intimiteit veel belangrijker is en dat zij die niet wensen op te geven vanwege het ontbreken van de fysieke intimiteit. In veel andere casussen speelt het probleem van het ontbreken van de intimiteit een grote rol in de relatieproblemen. In veel gevallen ontbreekt de mentale intimiteit en gaat dit ten koste van de fysieke intimiteit. En dan wordt dit meer ervaren als zouden zij ‘het leven als broer en zus’. En ook dan is er een weg naar de toekomst.

In een mediation stond eerder eens het uit-de-kast-komen van een vrouw centraal. Dit leidde niet alleen tot een echtscheiding, maar ook tot jarenlang getouwtrek om hun kind. Voor het hele gezin is toen systeemtherapie en een gedegen ouderschapsplan met succes ingezet.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Ik ben volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Aannames, Affectieve relatie, Alledaags, Angst, Belangen, Bemiddeling, Bevrijding morele lasten, Boosheid, Christendom, Communicatie, conflict, Dating, Datingsites, Depressief, Discriminatie, echtscheiding, Ergernissen, Familie, Familieleed, Familiezaken, Frustraties, Gebroken-hart syndroom, Gedragsproblemen, Geestelijk lijden, Geloofsovertuiging, genderidentiteit, Godsdienst, Homofoob, Homoseksualiteit, Homoseksueel, Huwelijk, informatie, Informatief, Integriteit, Intimiteit, Irritaties, Kwaliteit van leven, Kwaliteit van zorg, Levensopvatting, Levensovertuiging, Lichamelijk lijden, Liefdesverdriet, maatwerk, Nederlands Gereformeerde kerk, Normen en waarden, Onverwerkt verdriet, Passief geweld, Pijn, Relatiebemiddeling, Relatieherstel, Relatieprobleem, Relatieproblemen, Relatietherapeut, Relatietherapie, Religie, Respect, Scheiden, Seks, Sociaal lijden, Sociale media, Spanningen, Spraakmakend, Standpunten, stress, Teleurstelling, Therapie, Thuis, Toekomst, Uncategorized, Veiligheid, Verlatingsangst, visie, Volwassenheid, vreemdgaan, Waarden en normen, Zorgplicht, zorgzaam | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vandaag begint mijn zomerreces….

….en dat betekent dat ik het de komende weken rustig aan doe en niet wekelijks een nieuw blog publiceer. Ter afsluiting van het afgelopen jaar neem ik u mee in mijn (bijna) dagelijkse wandeling in de vroege ochtend. Een wandeling waarover ik in mijn blog ‘Beweeg!!!’ al eerder publiceerde. Dus even iets anders.

Sinds een aantal maanden loop ik bijna elke ochtend ruim 10 of 11 kilometer. En het is allemaal begonnen toen de sneeuwresten nog lagen weg te smelten en de ene na de andere (pittige) hagelbui mijn kale hoofd teisterden. En het duurt nog steeds voort. Ik loop dan door de groenstroken aan de rand van het dorp waar ik woon of door de bossen in de omgeving van Heerde (mijn uitvalsbasis voor als ik in het oosten van het land aan het werk ben). Doorgaans vertrek ik rond de klok van vijf uur/half zes en ben dan getuige van het geschenk dat de natuur de wereld en mij aanbiedt.

In de eerste weken pakte ik mij goed in. Naast een t-shirt en een vest, droeg ik nog mijn winterjas en een warme sjaal. Voor tijdens de -met name- hagelbuien nam ik uiteindelijk toch maar een muts mee. Deze zette ik dan op als er weer een lading van die harde knikkertjes naar beneden stortte. Aanvankelijk was het vooral ‘verstand op nul’ en doorlopen maar. Maar geleidelijk kwam er steeds meer ruimte in mijn hoofd om te genieten van wat ik allemaal zag én hoorde onderweg.

Ik voel mij dan ook zo bevoorrecht als ik het bos nader en de eerste vogels hun aubade brengen aan de nieuwe dag. En binnen de kortste keren sluiten de andere vogels zich hierbij aan. Ik word in het schemer van de dag getrakteerd op een kakofonie van tjilpende, zingende, fluitende, krassende, gakkende, krijsende, gillende en kwakende gevleugelde wereldbewoners. Bewoners die al sinds de pre-historie onderdeel uitmaken van wat er leeft op de aarde en al langer als organisme de aarde bevolken dan dat de mensheid dat doet.

Vlak over mij heen scheert een buizerd door de lucht. Het blijkt dat hij achterna wordt gezeten door vier heftig fladderende roeken en eksters. Majestueus zweeft hij onverschrokken aan mij voorbij. Een korte slag met zijn imposante vleugels stuwt hem met een enkele slag bij hen vandaan. Ik zie nog net dat hij een kuiken in zijn poten geklemd houdt. Hij (of zij, natuurlijk) is er vroeg bij vanmorgen. Doorgaans hoor ik zijn zo herkenbare gegil ver boven mij in de lucht en vaak is het dan ook al wat lichter. Zoals die keer dat er maar liefst 4 van hen om elkaar heen cirkelden. Een vrouwtje (?) dat haar keuze mocht maken voor haar partner? Een paringsdans in de lucht?

Ook ekster tonen mij hoe zij hun partner aan zich proberen te binden. Het mannetje laat horen hoe goed hij kan hamer en hoopt zo een vrouwtje naar zich toe te lokken. En dat valt niet mee. Al snel zitten er meerdere mannetjes in dezelfde boom en met z’n allen hameren zij er flink op los. Dat blijft niet onopgemerkt voor de vrouwtjes en zo verschijnt de eerste in de boom. De mannetjes gaan stug door met haar te imponeren, alleen nu doen ze dat allemaal vlakbij haar in de boom. Ik loop door en maak het einde van dit prachtige tafereel niet meer mee.

Ik geniet van het landschap dat tussen de bomen voor een groot deel aan mijn gezichtsveld wordt onttrokken door de dunne laag nevel die erboven hangt. De zon dringt voorzichtig door de nog ijle lucht. Hoewel, ijl? Op sommige plekken ruikt hij zwaar door de lucht van de rottende resten van het afgelopen najaar. De resten van het gebladerte liggen nog als een zwarte pap in het stilstaande water van de slootjes. Insecten hebben daar bezit van genomen en het is een kwestie van tijd tot zich daar de kraamkamer vormt van zwermen muggen die mij weer zullen gaan belagen en prikken.

Ik moet uitkijken waar ik mijn voeten neerzet. Het pad wordt niet alleen door mij gebruikt. Duizenden naaktslakken en honderden slakken met een huisje, in rijke kleurschakeringen, wagen de oversteek naar de andere kant van het pad. Zich niet bewust van de gevaren die hen daarbij te wachten staan. Voeten van andere wandelaars, poten van honden die worden uitgelaten. Eenden en andere vogels die hen een smakelijk hapje vinden. En zelfs exemplaren van hun eigen soort. Ik wist niet dat slakken kannibalistische trekjes hadden en elkaar opvreten.

Daar waar paarden de dag ervoor hun uitwerpselen hebben achtergelaten rijst bij mij de vraag welke voedingswaarde het hooi heeft gehad waarvan de vezels het hoofdbestanddeel vormt van deze hopen paardenpoep. Ik vraag mij af wat ruiters bezielt om over fiets- en voetpaden te ‘rijden’ waar ruiterpaden paralel aan lopen. Ik moet het niet in mijn hoofd halen mij op een ruiterpad te begeven! En dan de oneerlijkheid tegenover hondenbezitters. Waag het niet de drol van je hond achter te laten op een fiets- of voetpad, maar het staat paardenbezitters vrij om hun paardenpoep (en die hopen zijn aanmerkelijk groter) daar achter te laten. Het worden ook wel heel grote poepzakjes om mee terug te nemen naar de manege. Tegelijkertijd welt bij mij de flauwe gedachte op dat ik ‘technisch gezien’ vegetariër ben. Ik eet immers het resultaat van het spijsverteringsproces van onder andere runderen. Erg flauw, dat wel. Maar tijdens mijn loopje mag ik mijn gedachten de vrije loop geven.

Ik loop verder en mijn aandacht wordt getrokken door een stelletje nijlganzen dat zich graag manifesteert als de trotse bezitters van een zendmast. Zij laten mij luidkeels weten dat mijn aanwezigheid hen niet zint. Hoog in de toren van een zendmast overzien zij hun territorium en beschouwen mij als een indringen….ongewenst, dat wordt mij heel duidelijk gemaakt. Ze vliegen gakkend op, maken een rondje om mij heen en keren terug als ze zien dat ik verder loop.

Een goudvink vindt mij maar een lastig mens. Hij vliegt steeds weer op en gaat dan een stukje verderop weer op het pad zitten. Tja, en dan ben ik die lastpost die hem maar niet met rust laat. Na de vierde keer vliegt bij tussen de bomen en struiken weg. Ik twijfel even of het geen roodborstje was, maar die kruist mijn pad een paar honderd meter verderop. Ik vraag mij bij hem af of zijn ultradunne pootjes niet zullen afbreken als hij zich afzet om weg te vliegen.

Ik let even niet goed op. Mijn aandacht voor alle slakken en vogels hebben er voor gezorgd dat ik bedekt raak met een stuk of twintig rupsjes. Ik sla ze van mijn vest af en ontdek hoe ze daar terecht zijn gekomen. In dit deel van het bos hangen ze aan zijden draadjes aan de bomen. Ze laten zich afdalen naar de grond en ik loop uitgerekend tegen hun zorgvuldig gesponnen draden aan. Het zijn er niet een paar. Nee, het zijn er honderden en vanaf dat moment moet ik mij op de grond en op de lucht voor mij concentreren. Nog meer om te ontwijken.

Gelukkig begint de zon haar eerste stralen tussen de bomen door te prikken. De combinatie met de nevel maakt mijn uitzicht spectaculair. Ik heb de neiging om maar foto’s te blijven maken. Een enkele stap doet de lichtval al veranderen.

In het vroege voorjaar zijn de ochtenden nog fris. De dauw op het gras is nog bevroren en dat voegt een extra dimensie toe aan wat ik mag vastleggen. Hoe anders wordt dat als de weken verstrijken.

En dan al die bloemen en planten. Het wilde viooltje, de gele lis, de klaproos, de meizoentjes, de margrietjes, de boterbloem, het fluitenkruid, de verschillende soorten brandnetels, de lupines, het vingerhoedskruid, de rododendron, de paardenbloem en ga zo maar door. Het is maar een kleine greep uit al het schoons wat ik ’s morgens zie wanneer ik mijn kilometers maak. Alleen daarom al blijf ik dat doen. Ook de komende tijd wanneer ik geniet van de rust en het leven buiten en mij even niet bekommer om mijn activiteiten op de sociale media.

Ik wens u allen een fijne vakantie en hoop dat u net zo zal genieten van al het schoons als dat ik zal gaan doen. Na de zomer zal ik weer met nieuwe blogs komen.

Copyright©️oncies 2021

Copyright Foto’s©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Zitten jullie in de bijstand of ontvangen jullie toeslagen, dan is het verstandig bij een scheiding daar rekening mee te houden, want….

….de Belastingdienst pakt u flink aan via de jaarlijkse inkomstenbelasting-aangifte. Nu kan de Belastingdienst daar niets aan doen, want die voert netjes uit wat in de wet is vastgelegd. En dat betekent dat de Belastingdienst haar imago daarmee keurig in stand kan houden. Net als bij de lopende zaken, zoals bij de kinderopvang-kwestie, treedt de Belastingdienst meedogenloos op en is de menselijke maat ver te zoeken. En het zotte aan deze zaak is: Er verandert niets.

Gebleken is dat door een kronkel in de wet scheidingen voor mensen in de bijstand extra slecht uitpakken. Het kan daardoor voorkomen dat wanneer een stel met een bijstandsuitkering uit elkaar gaat, zij vaak onterecht tot honderden of zelfs duizenden euro’s aan uitkeringen of toeslagen moeten terugbetalen aan de Belastingdienst. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Het kan overigens ook misgaan bij gezinnen in de bijstand waarbij een volwassen kind uit huis gaat. Het ministerie van Financiën herkent de problemen en spreekt van een ‘knelpunt’. Maar tot nu toe is daar verder nog geen actie op ondernomen.

In een artikel van NOS.nl komt budgetcoach Ria de Vries aan het woord. Zij ziet het vaak fout gaan en vertelt: “Ik kom dit maandelijks tegen. Minstens een van de ex-partners blijft hierdoor achter met schulden bij de Belastingdienst.”

Onderling regelen

Een voorbeeld: Twee mensen die samenwonen krijgen samen een bijstandsuitkering. Als die twee alleen gaan wonen krijgen ze allebei een eigen uitkering en die is een stuk hoger dan de helft van hun gezamenlijke uitkering. Als ze halverwege het jaar uit elkaar gaan, gaat hun inkomen daardoor dus omhoog. Voor de Belastingdienst tellen de inkomens van de ex-partners in het jaar dat ze uit elkaar gaan nog wel voor elkaar mee. Het kan gebeuren dat mensen daardoor honderden of zelfs duizenden euro’s aan toeslagen moeten terugbetalen, omdat hun inkomen als te hoog wordt gezien. De Vries: “Wat ik ook vaak zie is dat de ene partner toeslagen terugkrijgt en de andere moet terugbetalen. De Belastingdienst zegt dan dat ze het maar onderling moeten regelen. Dat is zo’n kromme redenering. Die mensen zijn net gescheiden, soms spreken ze elkaar niet meer, hebben ze nog ruzie.”

Iemand vertelde mij: “Deze houding neemt de Belastingdienst al heel lang aan. Zo’n 20 jaar geleden had ik daar zelf mee te maken. Ik was net gescheiden en had, in overleg met mijn ex-partner nog de belastingaangifte van het jaar daarvoor verzorgd. De teruggave heb ik toen geheel aan haar gegeven, zodat zij de lasten kon blijven betalen van de woning en zich daarover geen zorgen hoefde te betalen. Ik ontving toen een nieuwe aanslag en diende bijna €10.000 terug te betalen. wat bleek? Mijn ex-partner had alsnog een eigen belastingaangifte gedaan, kreeg €8.000 terug en ik diende dit bedrag dus ruimschoots terug te betalen. Mijn ex-partner weigerde mij het door mij aan haar betaalde bedrag terug te betalen. Toen ik een en ander besprak met de Inspecteur der directe Belastingen, kreeg ik nul op het request. Ik moest het maar onderling regelen met mijn ex-partner. En die gaf niet thuis. Uiteindelijk ging ik voor bijna €20.000 het schip in.”

• Stellen zonder bijstand maken vaak fouten

Ook bij stellen zonder bijstand telt de ex-partner mee voor de belastingaangifte in het jaar van de scheiding. Toch kunnen zij niet in dezelfde problemen komen als bijstandsgezinnen. Maar door de ingewikkelde regels maken ze wel vaker zelf fouten met hun aangifte. Met alle financiële gevolgen van dien.

In 2019 onderzocht de Belastingdienst hoeveel vaker mensen fouten maakten met hun aangifte in het jaar dat ze scheiden. Het antwoord: 2,5 keer zoveel als getrouwde stellen. Het ging vooral vaak fout met de hypotheekrenteaftrek en de kinderopvangtoeslag.

“Veel mensen zijn niet op de hoogte van alle regels. Het is echt ingewikkeld”, zegt Alexander Leuftink, voorzitter van de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS). “Voor veel gescheiden stellen is de beste optie om dat eerste jaar fiscale partners te blijven.”

Om onterecht terugbetalen te voorkomen heeft de Belastingdienst sinds 2018 een speciale regel: ‘de 10%-regeling’. Op basis daarvan kan iemand vragen het inkomen van de ex-partner niet mee te tellen. Dat kan alleen als het jaarinkomen van de ex-partner met 10 procent omhoog gaat, wat het geval is voor mensen die scheiden en daarna allebei alleenstaanden-bijstand krijgen.

Maar de Belastingdienst wil wel bewijs van dat hogere inkomen. Daarvoor eist de dienst documenten waarop het bruto-inkomen staat van de ex-echtsgenoot. Het probleem is dat bijstandontvangers alleen documenten krijgen waarop hun netto-inkomen staat. De ex-partner kan dat bewijs dus niet leveren.

De rechtszaak speelde in Zwolle. De gemeente gaf zelfs na vragen van de gedupeerde inwoner geen brutobedrag. Volgens Zwolle kan dit simpelweg niet: “De wettelijke systematiek zo is ingericht dat we pas achteraf de balans kunnen opmaken van de verschuldigde loonbelasting en premies.” De bewijslast ligt bij de burger. Het gescheiden stel moest de toeslagen dus terugbetalen.

• Tilburg doet het wel

Toch zijn er gemeentes die wel een bruto bijstandsbedrag met hun burgers delen, zoals Tilburg. “Die zetten het bewust op hun website om problemen met toeslagen te voorkomen. Maar die gemeenten zijn echt uitzonderingen”, zegt De Vries. “Eigenlijk zouden alle gemeenten dat moeten doen.” De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) reageert dat deze oplossing alleen zou werken voor bijstandontvangers waarvan de uitkering niet gekort wordt.

De Vries ziet nog een oplossing: “De Belastingdienst zou de peildatum kunnen veranderen. Als ze voor de toeslagen gewoon naar de datum kijken waarop mensen scheiden in plaats van het hele jaar, zou het probleem ook opgelost zijn.”

Een woordvoerder van demissionair staatssecretaris Van Huffelen (Toeslagen) laat weten dat de problemen met de 10%-regeling en de bijstand onderzocht worden als onderdeel van een bredere inventarisatie van problemen met het toeslagenstelsel.

Geciteerd uit de BRON: NOS.nl

Waar weinigen bij stilstaan is dat de ellende nog groter wordt wanneer een ex-partner besluit om alsnog voor zichzelf een belastingaangifte te doen en (gedeeltelijk) onjuiste verstrekt aan de Belastingdienst, nadat eerder een gezamenlijke aangifte is gedaan. Op basis van het bovenstaande artikel zou je dan kunnen stellen dat er sprake is van belastingfraude dan wel valsheid in geschrifte). Er is immers al eerder een aangifte ingediend en in eerste aanleg ook al een teruggave voldaan. De andere partner ontvangt vervolgens een aanpassing op de eerder ingediende aangifte en moet dan altijd een fors bedrag terugbetalen. Nog daargelaten dat de andere partner daar ook al een deel (of alles) van heeft ontvangen. Dat moeten de ex-partners dan zelf uitzoeken, volgens de Belastingdienst.

Scheiden is niet eenvoudig. Emotioneel laat het zijn sporen na. En de Belastingdienst doet dan, materieel gezien, een flinke duit in het zakje. U doet er daarom goed aan om, bij een scheiding of bij het beëindigen van welke relatievorm dan ook, u goed te laten informeren dor een fiscalist. Het bellen van de belastingtelefoon biedt in deze weinig soelaas.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Belastingdienst, Belastingfraude, bijstand, bijstandsfraude, bijstandsuitkering, Bijtelling, Huurtoeslag, Kees van Lunsen, Toeslag kinderopvang, Toeslagen, Zorgtoeslag | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Münchhausen-by-proxysyndroom, een gedicht van een slachtoffer.

In het kader van de reeks blogs die ik de afgelopen periode over kinderen ‘die het moeilijk hebben’ heb gepubliceerd, vandaag dit blog. Enige tijd geleden ben ik het onderstaande gedicht van Nina Blom tegengekomen. Zij is slachtoffer geweest van een moeder met het syndroom van Münchhausen-by-proxy. Aanvullend heb ik informatie opgezocht en toegevoegd aan dit blog.

Geschreven vanuit het kleine kind in mij:

Beklemmend want elke dag…
ben ik bang.
Onder dwang…
moet ik ziek zijn.
Elke dag is mijn leven in gevaar!
Krijg ik pillen, zomaar…
Niet meer naar school….
omdat het niet mag.
En “Oh wee” als ik lach!
Nooit naar buiten.
Altijd binnen.
Geen andere kinderen.
Gordijnen dicht.
Er is geen licht.
Wit op mijn gezicht.
Weer naar een dokter.
Wéér een gruwelijk onderzoek.
Alleen in mijn onderbroek.
Stop alsjeblieft!
Er is niks mis met mij!
Het is mijn moeder…
Ik mag niet gezond zijn van haar.
Haar kille blik…haar donkere ogen!
Maar wie zou mij nu geloven?
Dus ik houd alles voor me.
Ik vlucht in een wereld in mijn hoofd.
Kon ik mijzelf maar beloven…
Dat het daar veilig zou zijn.
Een wereld zonder pijn.
Sluit ik mij af van alles wat mij raakt.
Een moeder die mij bang en ziek maakt…
Voel ik mij eenzaam.
Kijk ik door het raam…

“Jij bent daar maar ik zie jou niet.
Ik ben hier maar dat weet jij niet.
Jij bent lief maar je hoort me niet.
Ik wil blij zijn maar óók dat mag niet.
Ik wil bij jou zijn….
want dat vind is zo fijn.
Ik ben bang maar dat zie je niet.
Ergens voel ik een hoop dat iemand de signalen ziet…”

Nina Blom

Aanvullende informatie over het syndroom van Münchhausen-by-proxy

Kenmerkend voor het münchhausen-by-proxysyndroom is dat de plegers bij een kind fysieke of psychische signalen of symptomen voorwenden of een verwonding of ziekte veroorzaken of verergeren.

Plegers doen naar anderen voorkomen alsof het kind ziek, beperkt of gewond is. De pleger verzint of overdrijft verschijnselen of rapporteert specifieke gedragingen/situaties die zich alleen voordoen in aanwezigheid van de pleger. Plegers kunnen anderen misleiden door patiëntdossiers aan te passen, of medisch onderzoek te verstoren, bijvoorbeeld door bloed of suiker aan de urine van een kind toe te voegen. Ook kunnen ze een kind een te hoge dosis medicatie geven, gifstoffen toedienen, uithongeren of verstikken.

• Naamgeving

Bij het münchhausen-by-proxysyndroom is sprake van een combinatie van de mishandeling van het kind en de motivatie van de dader:

  • (Abuse by) Pediatric Condition Falsification (PCF): PCF is een ernstige vorm van kindermishandeling. Het kan hierbij gaan om het uitvergroten, veroorzaken, verergeren of verzinnen van psychische en fysieke klachten bij kinderen door de ouder(s).
  • Factitious Disorder Imposed by Another (FDIA): FDIA is een aandoening (en diagnose) waarbij de pleger een kind actief ziek maakt op welke wijze dan ook. Het vereist een actieve handeling van de pleger.

• Kenmerken van plegers

In bijna alle gevallen blijkt de pleger de moeder van het kind te zijn, maar in zeldzame gevallen kan het ook de vader, een babysitter of een verpleegkundige zijn. Plegers blijken vaak zelf ook met kindermishandeling te maken hebben gehad. Er zijn aanwijzingen dat mensen die als kind met münchhausen-by-proxy te maken hebben gehad, dit gedrag van hun ouders overnemen en een Nagebootste stoornis ontwikkelen. Plegers hebben vaak een somatoforme of nagebootste stoornis. Mensen met een somatoforme stoornis hebben lichamelijke klachten waarvoor geen medische oorzaak gevonden is. Mensen met een nagebootste stoornis verzinnen of veroorzaken klachten bij zichzelf.

• Motivatie

Plegers kunnen uiteenlopende motieven hebben om een ziekte bij een ander te verzinnen of veroorzaken. Mogelijk zijn plegers extreem bang hun kind te verliezen, waardoor ze symptomen en signalen overdrijven, in de hoop dat een arts verder zoekt naar een behandelbare ziekte. Plegers willen ervoor zorgen dat hun (valse) overtuigingen dat het kind ziek is, bevestigd worden. Plegers hopen hiermee soms ook dat ze zelf aandacht krijgen, bijvoorbeeld door medeleven vanuit hun omgeving voor hoe moeilijk het is om een ernstig ziek kind te hebben. Door de ziekte van het kind kunnen plegers een nauwe verzorgende rol in het leven van het kind houden. Soms kan het plegers ook financiële of materiële voordelen opleveren, doordat het kind ziek is.

• Gevolgen voor het kind

De gevolgen voor kinderen die slachtoffer zijn van het münchhausen-by-proxysyndroom kunnen ingrijpend zijn. Veel kinderen kampen met ernstige lichamelijke klachten omdat zij onnodige operaties of behandelingen ondergaan en last hebben van bijwerkingen en complicaties. Zij kunnen verminkt raken en zelfs overlijden.

Bovendien loopt hun psychosociale ontwikkeling vaak achter door het veelvuldige ziekenhuisbezoek, waardoor ook sprake is van veel schoolverzuim. Zij hebben bijvoorbeeld moeite om vriendschappen aan te gaan met leeftijdsgenoten en kunnen moeilijk loskomen van hun ouders. Veel kinderen zijn angstig, veel bezig met hun (vermeende) ziekte en hebben het gevoel dat zij tekortschieten. Het regelmatige schoolverzuim kan leiden tot leerachterstanden. Veel van deze kinderen ontwikkelen posttraumatische stressverschijnselen door de medische onderzoeken en behandelingen.

Het is dus noodzakelijk dat artsen signalen van het münchhausen-by-proxysyndroom tijdig onderkennen. Dit kan veel leed en schade bij kinderen voorkomen.

• Signalen onderkennen

Het münchhausen-by-proxysyndroom is moeilijk vast te stellen. De enige manier om tot de conclusie te komen dat er sprake is van münchhausen-by-proxysyndroom, is door andere ziektebeelden uit te sluiten. Dat vraagt grondig onderzoek.

Om verschillende redenen duurt het vaak lang voordat een vermoeden van münchhausen-by-proxysyndroom ontstaat. Een van de redenen is dat münchhausen-by-proxy zeldzaam is. De schattingen lopen uiteen van enkele tientallen tot maximaal enkele honderden per jaar. Het is niet uitzonderlijk dat ouders of verzorgers vasthoudend zijn als ze menen dat er iets met hun kind aan de hand is en de arts geen lichamelijke oorzaak voor de klachten weet te vinden. En als er niets te vinden blijkt, terwijl de ouders of verzorgers klachten rapporteren, zullen artsen geneigd zijn om het kind verder te zoeken, omdat ze niets over het hoofd willen zien.

Het kan zijn dat bevindingen uit onderzoek en diagnostiek geen verklaring geven voor de lichamelijke of psychische toestand van een kind. Als daarbij ook een of meer van onderstaande bevindingen zich voordoen, kan dat artsen en andere betrokken professionals alert maken op het münchhausen-by-proxysyndroom:

  • De gerapporteerde signalen en symptomen zijn alleen gezien door de ouder of verzorger.
  • Het kind reageert onverklaarbaar slecht op de voorgeschreven medicijnen of behandeling.
  • De ouder of verzorger rapporteert herhaaldelijk nieuwe symptomen.
  • De historie van gebeurtenissen is medisch gezien zeer onwaarschijnlijk.
  • Ondanks een definitieve medische conclusie zoekt de ouder of verzorger medisch advies bij allerlei deskundigen en blijft de getrokken conclusies aanvechten, waarbij het kind allerlei onderzoeken of behandelingen blijft ondergaan voor uiteenlopende klachten en symptomen.
  • Het kind heeft weinig normale dagactiviteiten (bijvoorbeeld veel schoolverzuim), meer dan verwacht op basis van de aanwezige klachten of vastgestelde ziekte.
  • Familie of andere professionals geven aan dat ze zich zorgen maken over de situatie,  zoals het vele doktersbezoek.

Als artsen een vermoeden van het münchhausen-by-proxysyndroom hebben, is het belangrijk dat ze samenwerking zoeken met andere medische disciplines. In de meeste situaties is het de hoofdbehandelaar die een vermoeden krijgt. Deze zoekt dan de samenwerking met een kinderarts, forensisch arts en vertrouwensarts van Veilig Thuis. Gezamenlijk moeten zij tot een volledig overzicht van het medisch dossier van een kind komen, zodat ziekteverloop en verwijspatronen zichtbaar worden.

Wanneer duidelijk wordt dat daadwerkelijk sprake is van het münchhausen-by-proxysyndroom is het noodzakelijk de politie, het openbaar ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming te betrekken om het kind te beschermen en een mogelijk strafrechtelijk traject tegen de pleger te starten. Het kind heeft een veilige plek nodig om te verblijven. Het kan zijn dat de ouder met het münchhausen-by-proxysyndroom uit huis gaat, maar het kan ook nodig zijn om het kind uit huis te plaatsten.

• Behandeling

Alle betrokkenen in het gezin hebben behandeling nodig wanneer het münchhausen-by-proxysyndroom is vastgesteld. In de eerste plaats het kind, dat moet begrijpen wat er gebeurd is en dat het niet een ziek, maar een gezond kind is. Dat geldt ook voor broers en zussen, die opeens een gezonde broer of zus hebben in plaats van een zieke. Daarnaast hebben zij ondersteuning nodig bij het plotselinge verlies van een ouder, waar zij voor langere tijd geen contact meer mee kunnen hebben.

Daarnaast heeft de pleger behandeling nodig. De pleger moet zich bewust worden van wat hij of zij gedaan heeft en wat dat bij het kind teweeg heeft gebracht. De prognose voor behandeling is slecht als een pleger geen gevoelens van schuld en schaamte ervaart en weinig zelfreflecterend vermogen heeft. Bij plegers die doorgaan met het misleidende gedrag, hun gedrag ontkennen en niet kunnen toegeven heeft behandeling weinig effect.

Tot slot heeft ook de niet-plegende ouder behandeling nodig. Deze ouder heeft behandeling nodig om te kunnen begrijpen wat er gebeurd is, wat zijn of haar rol daarin was en om opvoedingstaken weer op te kunnen pakken.

Bronnen

  • Nederlands Jeugdinstituut (NJi), auteur van bovenstaande informatie.
  • APSAC (2017). Munchausen by Proxy: Clinical and Case Management Guidance. Columbus (Ohio): APSAC.
  • Bass, C. en Glaser, D. (2014). Early recognition and management of fabricated or induced illness in children. The Lancet, 383, 1412-1421.
  • American Psychological Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fifth edition (DSM-5).
  • Putte, E.M. van de, A.H. Teeuw. en N.J. Schoonenberg (2013). Pediatric Condition Falsification (PCF), in: Putte, E.M van de, I.M.A. Lukkassen, I.M.B. Russel, en A.H. Teeuw, ‘Medisch handboek kindermishandeling’. Houten, Bohn Stafleu van Loghum.

Mensen hebben vaak geen idee wat er achter de voordeur bij anderen plaatsvindt. En dat is doorgaans maar goed ook. Iedereen heeft recht op privacy. Echter, soms gaat dat ten koste van mensen die daarachter verblijven. Dan is het goed dat er andere mensen zijn die een helpende hand uitsteken. En dat is niet alleen fijn als het om het münchhausen-by-proxysyndroom gaat.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Een uithuisplaatsing van kinderen gebeurt nog altijd met de natte vinger.

In mijn werk als mediator/relatietherapeut komt het regelmatig voor de kinderen klem komen te zitten tussen de ruziënde ouders. Noch de vader noch de moeder trekt zich hier ook maar iets van aan of ze ontkennen het hele gebeuren. En dat terwijl ik er soms zelf bij aanwezig ben. In de afgelopen weken heb ik heb ik verschillende blog gepubliceerd over huiselijk geweld, waaronder ook een blog waarin ik voorbeelden beschrijf van situaties waarin de kinderen klem komen te zitten door dit geweld. In mijn werk stel ik de ouders dan voor de keuze: Óf ze stoppen met het gedrag dat schadelijk is voor hun kinderen óf ik doe melding bij het meldpunt voor huiselijk geweld/kindermishandeling.

In de praktijk pakt het in 99% van de gevallen goed uit. Aanvankelijk krijg ik eerst te maken met boze ouders. Pas nadat ik hen (vaak voor de tweede of derde keer) heb uitgelegd om welke redenen ik melding maak, begrijpen de ouders wat er aan de hand is en beloven ze beterschap.

Doordat ik in dit soort situaties ook altijd een kindgesprek voer, bij scheidingszaken sowieso altijd, hoor ik van de kinderen of de ouders zich aan hun beloftes hebben gehouden. Want, waar het mij omgaat, is dat het welzijn, de gezondheid én de belangen van de kinderen voor beide ouders voorop staat. De kinderen hebben er immers niet voor gekozen dat zij uit de relatie tussen hun ouders zijn voortgekomen. Laat staan dat zij verantwoordelijk zijn voor de gebrouilleerde en verkilde relatie tussen hun ouders. Hoewel uitzonderingen deze regel wel eens bevestigen.

Tot slot, in dit uitgebreide voorwoord nog even dit. Ik laat ouders ook altijd in het ouderschapsplan opnemen wie de voogdij over hun nog minderjarige kinderen dient te krijgen in geval hen beiden iets overkomt. Ik laat dit ouderschapsplan ook altijd bij een notaris bevestigen, zodat het een akte wordt waarmee de kinderrechter rekening dient te houden in geval er een voogdij dient te worden geregeld. Daarmee voorkom ik waarover de rest van dit blog gaat, bij uithuisplaatsing, want het onder voogdij stellen van kinderen kan betekenen dat de kinderen apart worden ondergebracht bij verschillende voogden, die ook nog eens heel ver van elkaar wonen.

Onderstaande tekst, uit 2020, wil ik u niet onthouden. De volledige tekst is geciteerd.

[BEGIN CITAAT]

Juridisch adviseur Mariëlle Bahlmann van jeugdorganisatie Defence for Children pleit in een online rapport om de Nederlandse wet rondom de uithuisplaatsing van meerdere kinderen uit een gezin aan te passen. Er moet duidelijk komen te staan dat broers en zussen samen geplaatst moeten worden bij uithuisplaatsing, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit niet in het belang van (één van) de kinderen is. In het VN-Kinderrechtenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) staat dat een kind het recht heeft op bescherming van zijn gezinsleven. Het recht om samen op te groeien met je broers en zussen hoort hier volgens Defence for Children ook bij. We legden deze stelling voor aan Ineke Glissenaar, ontwikkelaar op het gebied van het voorkomen van uithuisplaatsingen bij OZJ.

TEKST: Ismay Gossen

Een kinderrechter kan in uitzonderlijke gevallen bepalen om een kind onder toezicht te stellen en deze uit huis te laten plaatsen. Volgens juridisch adviseur Bahlmann ‘bevat de wet wel een voorkeursbepaling over waar [een pleeggezin of gezinshuis], maar niet over met wie het kind uit huis wordt geplaatst’. Ze stelt dat in de richtlijnen rondom uithuisplaatsing en pleegzorg voor zorgprofessionals hier wél wat over geschreven is, maar dat deze richtlijnen niet ‘dwingend van aard’ en ook niet ‘eenduidig’ zijn. Dus enerzijds staat er in deze richtlijnen beschreven dat de keuzes die er gemaakt worden het beste voor het kind moeten zijn, lees: samen met broers en zussen geplaatst worden. Anderzijds is er ook in deze richtlijnen te vinden dat er van dit uitgangspunt afgeweken kan worden op het moment dat een pleeggezin hen niet samen kan opvangen. Dus, niet meer de beste optie voor het kind.

Ook rondom het recht om je broers en zussen te blijven zien na uithuisplaatsing zijn er wat Bahlmann betreft te veel onduidelijkheden. Zo is er niet omschreven hoe deze omgangsregeling in de praktijk ingevuld moet worden. Deze invulling wordt nu grotendeels door de jeugdzorgverlener bepaald. Als deze omgangsregeling te lang blijft liggen of er niets aan gedaan wordt, ‘bestaat het risico dat zij elkaar niet regelmatig zien en van elkaar vervreemden of dat zij de rechter moeten vragen om een omgangsregeling vast te stellen.’ Daarnaast heeft ieder kind het recht zijn mening te geven over de vraag of het samen geplaatst wil worden met zijn broers en zussen.

Wetswijziging
In het VN-verdrag over kinderrechten en in het EVRM is te lezen dat iedere verdragsstaat, dus ook Nederland, verplicht is om wettelijke maatregelen te nemen om kinderen te beschermen tegen onrechtmatige of willekeurige inbreuk op hun gezinsleven. Dit wordt nu nageleefd wat betreft kinderen en hun ouders, maar is nog onvolledig wat betreft het samenleven met broers en zussen. Dat leidt er volgens Bahlmann toe dat broers en zussen in de praktijk dus ook niet altijd samengeplaatst worden, ook in gevallen waarin dit wel in het belang van de broers en zussen was geweest. Wat haar betreft zou de nationale wetgeving aangepast moeten worden.

Ze stelt: ‘Om recht te doen aan hetgeen in internationale regelgeving en rechtspraak is bepaald, verdient het aanbeveling om in de nationale wet het uitgangspunt‘samenplaatsing, tenzij’ te verankeren. Wanneer broers en zussen niet samen worden geplaatst, dient in de praktijk ingezet te worden op regelmatige omgang tussen broers en zussen zodat zij niet van elkaar vervreemden, tenzij de omgang niet in het belang van (één van) de kinderen is.’ Bahlmann geeft aan zeker niet te denken dat het met een wettelijke bepaling alleen alles geregeld is. ‘Er zijn ook praktische belemmeringen waardoor broers en zussen van elkaar worden gescheiden, zoals het tekort aan pleeggezinnen en gezinshuizen waar broers en zussen samen terecht kunnen. Het rapport laat zien dat ook hier een belangrijke taak voor de overheid ligt.’

Mogelijkheden thuis
OZJ-ontwikkelaar Ineke Glissenaar heeft het tijdens haar loopbaan helaas vaker meegemaakt dat meerdere kinderen of alle kinderen van een gezin uit huis geplaatst moeten worden. ‘In zeer complexe gezinssituaties waarbij bijvoorbeeld de vader in de gevangenis zit en de moeder verslaafd is. Als het dan om veel kinderen gaat, kunnen die nog wel eens allemaal ergens anders terechtkomen.’ Glissenaar meent dat het verwateren van contact met broertjes en zusjes zeker schadelijk kan zijn voor kinderen die uit huis geplaatst worden. ‘Ieder kind is het gewend om samen met zijn familie op te groeien. Je ziet je ouders al niet meer, dan wil je niet ook nog anderen uit je vertrouwde omgeving kwijtraken. Je broers en zussen hebben dezelfde situatie meegemaakt, waardoor je zowel de leuke als de minder leuke dingen kan delen. En elkaar beter begrijpt.’

Bahlmann is dat er meerdere malen wordt aangegeven dat je pas kinderen uit huis moet plaatsen als het ‘echt echt echt niet anders kan. Het is een prikkel om te zeggen: kijk vooral naar wat er thuis nog wel mogelijk is. En zet dat ook in.’ Toen Glissenaar jaren terug bij een expertteam zat dat creatieve oplossingen moest bedenken voor complexe gezinssituaties, was dit ook haar streven. ‘We hadden ooit een gezin met acht kinderen, waarvan de vader was overleden en de moeder ernstig ziek was. Geen enkele instelling uit het team kon de kinderen allemaal opnemen. Toen hebben we gezinshuisouders gezocht die bij hen in huis konden wonen, zodat ze allemaal bij elkaar konden blijven.’

Financiële ondersteuning
Ook voor een gezin met elf kinderen werd een alternatief gevonden toen zij vanwege grote opvoedingsproblemen en ‘vluchtgevaar’ uit huis geplaatst dreigden te worden. ‘Zowel ouders als kinderen konden in één huis blijven wonen, maar zij kregen 24 uur per dag hulpverlening in huis. Het gaat om heel veel geld, maar minder dan dat je ze uit huis plaatst. Uiteindelijk blijkt zo’n oplossing enorm gunstig voor de kinderen. En de ouders, want deze hebben ook geleerd om met hun issues om te gaan.’ Dat is ook waar het volgens zowel Glissenaar als Bahlmann om gaat: dat er altijd naar de beste mogelijkheden voor de kinderen moet worden gezocht. Dat kan dus ook betekenen dat er eerst moet worden bekeken of kinderen niet bij opa en oma, vrienden of buren terecht kunnen. ‘Dat kan ook voor drie dagen zijn, of een paar weken. Naast fulltime is er ook parttime pleegzorg.’ Vaak ligt het niet aan de welwillendheid van een opa en oma, maar laat hun AOW het niet toe om één of meer kinderen in huis te nemen. ‘Gemeenten zouden ook moeten kijken naar het financieel ondersteunen van zulke grootouders, die zonder hulpverlening deze kinderen kunnen opvoeden.’

De vraag of deze aspiraties ook in de Nederlandse wet moet worden opgenomen vindt Glissenaar moeilijk te beantwoorden. ‘Mijn privémening is nu ‘nee’. Als je het in de wet vastlegt, moet je het ook waar kunnen maken. Ik zie liever dat we het bij hulpverleners in hun hoofd moeten krijgen dat er eerder naar hulp in huis wordt gekeken. En als dat echt niet kan, dat er wordt gezocht naar bekenden waar de kinderen kunnen wonen. Dat ze stilstaan bij de vraag: wat gun je je eigen kind? Ga daarvoor en ga tot het gaatje. En dat gemeenten financiële ondersteuning bieden, zodat de familie meer armslag krijgt. Als het dan echt niet lukt om zorgprofessionals hiernaar te laten handelen, kan je altijd nog met de wet ‘dreigen’.’

[EINDE CITAAT]

Een uithuisplaatsing is een ‘straf voor kinderen’. Het is van groot belang dat dit onder ogen wordt gezien. Het heeft, bij de kinderen, tijd nodig om ‘te landen’. En die tijd wordt ze niet vaak gegund. Met alle gevolgen van dien. Veel van deze kinderen komen in een ‘traditie’ van overplaatsingen terecht. Ik heb met een vrouw gesproken die in 4 jaar tijd in 9 verschillende gezinnen was ‘geplaatst’. En toen ze 18 werd, werd ze zonder pardon op straat gezet.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij -nog steeds- wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Wat doet het coronavaccin of een vaccin in het algemeen?

Onderstaande tekst kan door sommigen als aanstootgevend worden ervaren. Dat blijkt uit de reacties die ik ontvang van deze mensen. Met name zij die tegen het vaccineren zijn en geloven in niet-wetenschappelijk bewezen of onderbouwde (complot-)theorieën menen zich schofferend te moeten uiten naar mij.

Het lezen van dit blog staat u geheel vrij. Net als dat u gelooft in wat dan ook. Ik veroordeel u niet, dan is het wel zo netjes als u mij ook niet veroordeelt. We leven in een vrij land met normen en waarden wanneer het onder meer om fatsoensnormen gaat.

MIJN BLOG:

De vaccinatiecampagne tegen SARS CoV-2, ook wel covid-19 of corona genoemd, is eindelijk in een fase terecht gekomen, waarin het van enige betekenis kan zijn. Want vaccineren is zinvol en heeft een doel.

Vaccineren wordt niet gedaan om mensen te voorzien van een microchip of een ander iets waardoor ze kunnen worden gevolgd in hun doen en laten of om mensen te manipuleren. Vaccineren wordt gedaan om het lichaam in een soort staat van paraatheid te brengen tegen ziektekiemen. En het betreft dan eigenlijk altijd ziekteverwerkers behorende tot de virussen. Bacteriën en schimmels kunnen gemakkelijk, althans nog wel en behoorlijk relatief, worden bestreden met anti-biotica. Virussen zijn daar ongevoelig voor. Wanneer we dus ziek worden van een virus dan moeten we de ziekte maar uitzieken. En daarna, of daarvoor zoals tegenwoordig wordt gedaan door middel van de griepprik, vaccineren, zodat men bij een volgende besmetting minder of zelfs helemaal niet meer ziek wordt. En daarmee kom ik meteen tot de kern van het vaccineren tegen covid-19.

Vaccineren is eigenlijk gemeengoed. Zo worden baby’s al op heel jonge leeftijd (de eerste dag na hun geboorte voor het eerst en enkele weken later opnieuw) tegen verschillende ziektes gevaccineerd. Anderen worden gevaccineerd wanneer een bepaalde ziekte zich in hun omgeving (vaak familie) voorkomt. Weer anderen worden gevaccineerd, omdat dit voorkomt dat specifieke (dodelijke) ziektes in de toekomst minder snel optreden. En weer anderen worden gevaccineerd vanwege de eisen die aan hen worden gesteld als zij op reis willen. Met name de vaccinatie die verplicht zijn om op reis te kunnen naar bepaalde landen stuiten op weinig weerstand. En dat is best bijzonder als dit in het licht wordt gesteld van het huidige vaccineren vanwege corona. Weerstand….

Dat is dus ook het geval bij het virus dat wij inmiddels maar al te goed kennen: covid-19. Een virus dat niet iedereen ziek maakt en op zichzelf niet eens dodelijk is. En toch heeft het wereldwijd al meer dan drie miljoen levens gekost. Doden die vooral vallen doordat bij de slachtoffers al bestaande onderliggende gezondheidsproblemen aanwezig zijn. Mensen uit de zogenaamde risicogroepen.

Een vervelend bijkomend probleem bij covid-19 is, is dat het een zogenaamd retrovirus is. En dat houdt in dat het constant muteert. De structuur van het virus verandert daardoor continu en het bestrijden van het virus wordt er niet gemakkelijker door. Sterker nog, het virus zal nooit meer verdwijnen en net als het influenza-virus, dat de griep jaarlijks veroorzaakt, zal het steeds weer de kop opsteken en voor zieken én doden zorgen. Wetenschappers vrezen bijvoorbeeld nu al de griepgolf van komend najaar.

Gelukkig is de farmaceutische industrie hard aan het werk gegaan om een effectief en (relatief) veilig vaccin te ontwikkelen. Helaas zijn daarbij enkele vaccins die een verhoogd risico dragen met betrekking tot de bijwerking en complicaties. Bijwerkingen zijn relatief minder belastende gevolgen van de vaccinatie. Daarbij kunnen we denken aan een gevoelige plek op de plaats waar het vaccin is gezet, hoofdpijn, spierpijn, koorts of verhoging, enkele dagen van griepachtige verschijnselen tot enige tijd van vermoeidheid. Complicaties daarentegen zijn van een veel ernstige soort. En in dit geval gaat het om problemen in het mechanisme van de bloedstolling in de vorm van trombose en verlaging van de bloedplaatjes. Deze complicaties kunnen leiden tot de dood, en dat is nu net wat niet de bedoeling is van het vaccineren.

Wat is dan wél de bedoeling van het vaccineren tegen covid-19?

In de eerste plaats is dat ter bescherming van het eigen lichaam. In het lichaam wordt het afweermechanisme, dat 24/7 al actief is tegen heel veel andere ziekteverwekkers, op scherp gezet tegen dit specifieke virus. Er worden door het lichaam antigenen aangemaakt die, wanneer het virus het lichaam binnendringt (en ik heb al aangegeven dat dit 24/7 plaatsvindt), actief het lichaam aanzetten tot het maken van antistoffen. En het zijn deze antistoffen die de strijd aangaan met het virus. Het vaccin is daarbij dus een hulpmiddel. Het is een soort kathalisator.

Wanneer iemand gewoon de ziekte uitziekt vindt ditzelfde proces plaats. Dit wordt actieve immunisatie genoemd. Dienen we iemand een vaccin toe, zoals dat van BioNTech/Pfizer en Moderna, dan wordt dit kunstmatige actieve immunisatie genoemd. Wordt er AstraZeneca of Janssen toegediend, dan wordt dit passieve immunisatie genoemd. Hoe dan ook het lichaam wordt in beweging gezet om een eventuele besmetting met covid-19 te kunnen bestrijden. En met bestrijden wordt dan bedoeld dat het virus zich niet kan verspreiden (=vermenigvuldigen) in ons lichaam, waardoor we minder ziek worden. Ik zeg bewust minder ziek, want dit afweerproces kan bij de een wel wat gezondheidsklachten geven en bij de ander helemaal niet.

Wanneer het virus wordt afgeremd in zijn voortplanting, het zich delen, wordt ook het veranderen van de structuur tegengegaan. En daarmee worden nieuwe varianten minder snel mogelijk. En dus worden er minder mensen ziek en besmettelijk voor anderen. Want hoe je het ook wendt of keert, het virus kan je altijd blijven oplopen, maar de kans dat je er ziek door wordt neemt aanmerkelijk, tot wel 95%, af. Daarnaast voorkom je dus meteen dat het virus zich in jou kan muteren en daarmee minder gevoelig kan worden voor het werk van het afweersysteem. Met alle gevolgen van dien.

Nu was ik onlangs (voor het opheffen van de mondkapjesplicht) in het bekende vissersdorp: op Urk. Een dorp waarin de bewoners hun lot laten bepalen door wat god met hen voorheeft. En ik moet toegeven dat het wel even wennen was om daar mensen in winkels tegen te komen die geen mondkapje droegen. En dat terwijl ik geen voorstander ben van de mondkapjesplicht. Dat zegt wel wat. Hoe gelovig je ook bent of hoezeer je ook in allerlei andere theorieën of complotten gelooft, het opvolgen van gezondheidsbevorderende maatregelen, ook als die niet voor jezelf zijn, draagt wel bij aan de bestrijding van de pandemie. Uiteindelijk heeft god de mens een eigen wil en zelfbeschikkingsrecht gegeven. De man die de mantel aannam van de Samaritaan had deze ook kunnen weigeren en kunnen sterven, omdat god zo over hem beschikte. En de Samaritaan zou nooit barmhartig zijn gevonden als hij zijn mantel niet had aangeboden als god hem hierin zijn persoonlijke keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheden niet had gegeven.

ECHTER: Dat iemand weigert om zich te laten vaccineren is een vrijheid waar niemand iets aan kan of mag veranderen. Het respecteren van de lichamelijke integriteit is in onze samenleving een groot goed. Vooral zo houden. In mijn beleving is dit echter iets anders dan het weigeren van een vaccinatie omdat je gelooft dat god je wel zal redden of zal laten sterven omdat hij vindt dat het jouw tijd is. Datzelfde is min of meer van toepassing op het weigeren van de vaccinatie vanwege andere theorieën of het geloven in allerlei complottheorieën.

• Zijn er nadelen aan het vaccineren verbonden?

Natuurlijk zijn die er ook. Dat geldt voor bijna alles wat ‘we in ons lichaam stoppen’. Om te beginnen loop je altijd het risico van een kleine infectie waar je wordt geprikt. Daarnaast kunnen er bijwerkingen optreden in de vorm van spierpijn, een moe gevoel, lichte verhoging van de lichaamstemperatuur, hoofdpijn, misselijkheid en in uitzonderlijke gevallen kun je er een beetje ziek/grieperig van worden. En dat kan knap lastig voelen. Bijwerkingen zijn lastig, maar hebben doorgaans een tijdelijk karakter….ze gaan uiteindelijk weer over.

Een hele grote stap verder gaat het als er complicaties optreden. Waar het gaat om de bijwerkingen, gaat het nog om milde klachten. Gaat het echter om complicaties, dan gaat het om ernstiger reacties of gevolgen van de vaccinatie. De complicaties die tot nu toe (!) bekend zijn, zijn met name de complicaties die optreden in de circulatie (de bloedsomloop). Problemen met het hart, de antistolling (de vertraging die optreedt bij het laten stollen van bloed) en het verminderen van de bloedplaatjes zijn de meest bekende. Mede doordat deze complicaties, in hevige vorm, kunnen lijden tot de dood. En voor de goede orde, ook dit kan voorkomen bij alles wat ‘we in ons lichaam stoppen’.

Het probleem bij de negatieve gevolgen van een vaccinatie liggen niet zo zeer in deze problemen zelf. Het zijn complicaties die bij elk medisch ingrijpen kunnen voorkomen. Het slikken van een Paracetamolletje kan al tot bijwerkingen leiden. Het in één keer nemen van een groter aantal dan dat volgens de bijsluiter mag worden genomen, kan ook leiden tot de dood. En toch gaat een groot deel van de mensheid nog steeds voor die enkele (of twee ervan) pil. Van grotere invloed op de publieke opinie zijn de nepverhalen (hoaxen) en onwaarheden die over vaccineren worden verspreid. Het ‘verhaal’ waarin wordt beweerd dat 5-25% van de mensen die worden gevaccineerd meteen na de injectie overlijden is daar wel het meest bizarre en onjuiste voorbeeld van. Echter, wat nog niet bekend is, is wat de effecten (complicaties) op langere termijn zouden kunnen zijn. Daarvoor is het vaccin nog ‘te jong’ en onvoldoende breed toegediend. De ervaring met het vaccin is nog heel beperkt en dus ongewis. En ik zal eerlijk zijn, ook ik heb het eerst aangezien van wat er gebeurde toen de overheid hals-over-kop startte met het vaccineren. En daar was ik maar wat blij mee. Ik heb het vaccin van AstraZeneca geweigerd. Dat heeft niet alleen te maken gehad met de complicaties, het had vooral te maken met de wijze waarop het vaccin was ontwikkeld (niet op basis van het mRNA van het virus) en het gesjoemel met de gegevens door de producent. Mijn voorkeur ging meteen al uit naar het vaccin van BioNTech/Pfizer en dat van Moderna. Ik kreeg uiteindelijk mijn twee prikken met BioNTech/Pfizer en heb nergens last van gehad. Geen enkele bijwerking en (nog) geen enkele complicatie.

De jongeren (12 tot en met 17 jaar) die nu worden uitgenodigd om zich te laten vaccineren krijgen het vaccin van BioNTech/Pfizer.

Van mij mag je overal in geloven, maar bedenk dan wel dat jij, als jij die weigeraar bent, er aan bijdraagt dat het virus zich kan blijven ontwikkelen. Zelfs net zo lang als dat het nodig heeft om het vaccin inactief te laten worden. Want jij bent als niet gevaccineerde wel de gastheer of gastvrouw (en er verantwoordelijk voor) dat het virus zich kan blijven muteren en daardoor steeds weer mensen kan blijven besmetten; die daardoor kunnen komen te overlijden. Vaccineren is dus niet alleen een medische noodzaak, maar in zekere zin ook een maatschappelijke en morele verplichting naar je medemens. Uiteindelijk verwacht ook jij dat anderen datgene doen dat ervoor zorgt dat jij niet onnodig in levensgevaar komt of daardoor komt te overlijden, ook al houd jij er andere levensbeschouwelijke of bijzondere opvattingen op na.

Misschien iets om over na te denken als je besluit om je niet te laten vaccineren?

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | 1 reactie

De buurman, wiens (wijn-)glas altijd letterlijk en figuurlijk half vol is.

Gisteren maar eens bij de benedenburen aangebeld. Ze wonen het grootste deel van het jaar in Frankrijk (Bourgogne) en zijn al een maand weer in Heiloo.
Ik kom er niet echt over de vloer, maar ik voelde de noodzaak om aan te bellen. Ik had mijn buurman nog niet gezien en normaal is hij een druk baasje. Veel klussen en veel vrijwilligerswerk. Maar nu had ik hem al die tijd gemist.
De deur werd geopend door zijn dochter, met op de achtergrond het altijd blaffende hondje van haar ouders. “Ik weet niet of ik te vrijpostig ben”, begon ik: “Maar ik heb Peter nog niet gezien sinds hij terug is uit Frankrijk. En ik kan wel van alles bedenken over wat er aan de hand is, maar ik kan het beter gewoon vragen.”

“Nou, kom maar binnen, dan kan je het hem zelf vragen”, antwoordde zijn dochter en ze maakte een uitnodigend gebaar richting de woonkamer. Ik keek om de hoek van de deur en zag Peter staan. Eigenlijk hoefde hij mij al niets meer te vertellen. Ik zag zijn uitgemergelde lichaam en zijn vermoeide houding vertelde de rest. ik stapte naar binnen en liep de woonkamer binnen. Aan de tafel zat Ria, zijn vrouw. Ik verontschuldigde mij voor mijn eventuele brutaliteit om aan te bellen, en die wimpelde zij meteen weg. Ze vond het juist aardig en heel attent dat ik had aangebeld. Ik nam plaats naast Peter op de bank.

Naast mij zat een verslagen man in een korte broek, een shirtje en een veel te wijd vallend spijkerjack. “Ja, ik dacht: Ik bel maar even aan. Ik had je nog niet gezien en vroeg me af of er wat aan de hand was.” “Nou, Kees, het gaat niet zo best met mij. Ik heb uitgezaaide kanker en er kan niets meer aan worden gedaan.” Peter, een uitermate zachtaardige man. Een man die nog zo volop genoot van het leven. Peter, ergens rond de zeventig jaar oud. Peter, altijd positief en op zoek naar positivisme bij anderen. Deze Peter zat nu als een geslagen hond naast mij op de bank. Geen fonkelende pretogen, maar een doffe blik in de onvoorspelbare toekomst. “Ze weten het niet. Ze konden me niet zeggen hoelang ik nog heb. Ik weet niet of ik nog een paar dagen heb, wat weken of misschien maanden. Ze weten het niet m, Kees.” Hij is even stil en kijkt mij aan. “Nou ja, het is wat het is, hè.”

Ik laat hem, zijn vrouw en zijn dochter hun verhalen doen. Het bleek dat Peter, waarschijnlijk al onderweg vanuit Frankrijk naar Nederland, een herseninfarct had gehad. Deze had zich echter pas een paar uur na aankomst fysiek gemanifesteerd en hij was daardoor in het ziekenhuis beland. Alle zorg in het ziekenhuis was daarop gericht geweest. Maar de onderzoeken hadden ook gezorgd voor de ontdekking dat hij kanker had. “Elke keer kwam er weer een vlekhe bij. Dan weer hier, dan weer daar”, vertelde zijn dochter. “En dan had hij ook nog eens een dokter die eerst niks vertelde. Hij werd overgeplaatst van de hersenafdeling naar de interne afdeling en daarna naar oncologie. Hij heeft het hele ziekenhuis gezien, maar er gebeurde verder niets. Dus heb ik hem naar huis gehaald”, vulde zijn vrouw aan. “Dat wilden ze natuurlijk niet. Ze wilden hem nog verder onderzoeken, maar ze konden niets meer voor hem doen. Dus ik heb hem naar hier gehaald. Ik zou hem al vroeg op de ochtend ophalen, maar dat werd uiteindelijk om elf uur. Dat was fijner voor Peter.”

“Ja, en nu zit ik hier, Kees. Daar ben ik wel heel blij mee.” Ik geef Peter een schouderklopje. Meteen slaat zijn hondje aan. “Nee, je mag niet aan hem komen. Dat mag ik ook niet”, reageert zijn vrouw. “Hij blijft ook de hele tijd bij hem zitten.” Peter herhaalt nog een keer wat hij al eerder heeft verteld. Tussendoor geeft hij mij nog even uitleg over de parasol buiten, die wordt ingedraaid door zijn dochter. “Ja, hij staat al heel lang buiten en wordt niet zo vaak gebruikt. Tja, en dan gaat het nu wat stroef, hè. Maar ja, het is niet anders. Ze kunnen niets meer voor me doen.” “Je bent dan waarschijnlijk ook voor de laatste keer in Frankrijk geweest”, merk ik op. “Ja, dat gaat ‘m niet meer worden. Het is duizend kilometer. Nou ja, negenhonderd, heen en dan weer negenhonderd terug. Ik ben blij dat ik hier ben. Maar ja, het is wat het is, hè. We moeten het er maar mee doen….” Hij heeft geen energie meer. Een klein stukje in huis lopen is zo ongeveer alles. “Ik ben kapot als ik maar iets heb gedaan”, vertelt hij.

We kletsen nog een tijdje. Ik zeg een paar keer dat ik weer ga, maar blijf steeds zitten om naar het gezin te luisteren. De gelatenheid van Peter, de verontwaardiging van zijn vrouw, en de opluchting van hun dochter. Blij dat ze er kan zijn voor haar ouders. Op de bank naast mij zit een man die leeft in het moment. Eigenlijk niet anders dan anders. In mijn hoofd echoën de woorden die hij zo vaak heeft uitgesproken: “We kunnen ons overal wel druk om maken, maar voor hetzelfde geld is het morgen afgelopen met ons. En dan heb je je voor niets druk gemaakt….om niets.” En zo denkt hij nog steeds, met slechts één maar…..hoelang laat morgen op zich wachten? In amper drie weken is hij de man geworden die hij nu is. Uitgeput en opgebrand. Moe van nietsdoen. Maarrrr….nog met de wil om te genieten van wat hij nog wel heeft. Zijn vrouw, zijn kinderen en zijn kleinkinderen. Dat is en blijft zijn grote goed.

Ik nam afscheid en ging verder met mijn voorbereidingen. Ik zette de fietsen op de fietsendrager achterop de auto, pakte de tassen en andere spullen die mee moesten en reed met mijn vrouw naar de rest van mijn leven. Te beginnen met dit weekendje op de camping.

Maar toch is er iets veranderd. De komende tijd zal ik vaker aanbellen en even een praatje gaan maken met Peter. Wat ben ik blij dat ik de brutaliteit had om aan te bellen. Hoevaak heb ik zijn uitnodiging niet afgeslagen om even binnen te komen om een glas wijn met hem te drinken? Niet dat ik iets heb goed te maken, wel omdat hij mijn aandacht verdient. Een stukje medemenselijkheid. Iets wat in onze samenleving erg op de achtergrond is geraakt.

Peter is 4 dagen na het publiceren van dit blog vredig ingeslapen. Helaas ben ik niet meer in de gelegenheid geweest om hem nog een keer te bezoeken. Zijn familie viert zijn leven en nemen in besloten kring afscheid van hem.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Carcinoom, Kanker | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Kindermishandeling is soms moeilijk te herkennen, maar er zijn signalen waar u op kunt letten.

Nu het einde nadert van de lockdown en de ophokplicht ten einde lijkt te komen, zullen we de gevolgen onder ogen moeten zien. Want menig kind zal het thuis niet gemakkelijk hebben gehad met de thuiswerkende ouders.
In dit blog wil ik daar informatie over geven, want ook de ouders/verzorgers van kinderen geven signalen af die wijzen op mishandeling/misbruik van de kinderen die onder hun hoede verkeren.
Uiteindelijk kunt u, op basis van de combinatie van signalen, een redelijk eenduidig beeld krijgen van wat er aan de hand is. Want bij kindermishandeling/kindermisbruik is 1+1 absoluut en altijd 3!

Net als bij de kinderen geef ik eerst algemene informatie. Ook nu ga ik niet in op de zichtbare kenmerken van kindermishandeling, maar vooral op de onzichtbare, de signalen die worden afgegeven door de ouders/verzorgers van deze kinderen.

De risicofactoren (zeker in deze coronatijd):
Huisvesting
– (ongeplande) gezinsuitbreiding
– veelvuldig verhuizen
– moeizame verhuizing en/of verbouwing
– ontevreden over de woning en/of leefomgeving
Financiën
• geen financieel overzicht
• inkomensderving
• betalingsachterstand(en)
• niet aanvragen van vergoedingen
Sociaal functioneren
~ moeizame jeugd
~ ontwikkelingsachterstand bij het kind
Psychisch functioneren
• overmatige stress
• psychische en/of verslavingsproblematiek
Zingeving
– traditionele praktijken (rituelen, besnijdenis)
– omwrikbare religieuze overtuigingen (opvattingen, die niet met het gezin bespreekbaar zijn, zoals het nut van inenten/vaccineren)
Lichamelijk functioneren
• extra zorgafhankelijk kind
Praktisch functioneren
~ overbelasting
Dagbesteding
• onderwaardering huisvrouw/huisman
• moeizame planning en taakverdeling

Signalen bij de plegers (ouders/verzorgers)

0 – 4 jaar
– geeft vage verklaringen voor verwondingen/verwaarlozing (confabuleert)
– gedraagt zich onverschillig tegenover het kind
– heeft verwachtingen van het kind die niet aansluiten op de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind
– uit veel klachten over het gedrag van het kind
– geeft aan het kind niet aan te kunnen en/of maakt overmatig gebruik van ‘zoethoudertjes’
– scheldt het kind uit en/of troost het kind niet
– stelt zich overbeschermend op
– houdt het kind vaak thuis
– er is sprake van sociaal isolement/een gesloten gezin
– heeft relatieproblemen
– mijdt contact met leiding van peuterspeelzaal/kinderopvang
– is onzorgvuldig in het nakomen van afspraken, verzint smoezen vanwege het ‘vergeten’ van de afspraak
– meldt zichzelf of gezinsleden vaak ziek
– er is hulpverlening binnen het gezin

MELDPUNT SEKSUEEL MISBRUIK: 0900-9999001

4 – 12 jaar
• geeft vage verklaringen voor verwondingen/verwaarlozing (confabuleert)
• gedraagt zich onverschillig tegenover het kind
• heeft verwachtingen van het kind die niet aansluiten op de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind
• uit veel klachten over het gedrag van het kind
• geeft aan het kind niet aan te kunnen en/of maakt overmatig gebruik van ‘zoethoudertjes’
• scheldt het kind uit en/of troost het kind niet
• stelt zich overbeschermend op
• houdt het kind vaak thuis
• er is sprake van sociaal isolement/een gesloten gezin
• heeft relatieproblemen
• mijdt contact met de leerkrachten op school
• is onzorgvuldig in het nakomen van afspraken
• meldt zichzelf of gezinsleden vaak ziek
• er is hulpverlening binnen het gezin

Neem contact op met VEILIG THUIS: 0800-2000

12 – 18 jaar
~ gedraagt zich onverschillig tegenover de jongere
~ is onzorgvuldig in het nakomen van afspraken
~ heeft verwachtingen van het kind die niet aansluiten op de leeftijd en ontwikkelingsfase van de jongere
~ geeft de jongere onvoldoende bewegingsvrijheid om zich te ontwikkelen
– scheldt de jongere uit en/of kleineert de jongere (al dan niet in het bijzijn van anderen/buitenstaanders)
~ heeft relatieproblemen
~ geeft aan de jongere niet aan te kunnen
~ mijdt contact met de leerkrachten
– meldt zichzelf of gezinsleden vaak ziek

Één en één is drie
1) U herkent de signalen van kindermishandeling in de huiselijke omgeving
2) U herkent de signalen van het mishandelen van kinderen in de huiselijk omgeving
3) U beschikt over de telefoonnummers, zodat u hetgeen wat u heeft gesignaleerd, desgewenst anoniem, kunt melden.

Bedenk wel, dat in sommige culturen het slaan van kinderen, met name meisjes, en het mishandelen van vrouwen, de gewoonste zaak van de wereld is. Deze kinderen en vrouwen zullen uw bevindingen nooit toegeven, omdat zij daarna nog ernstiger kunnen (en volgens deze culturen mogen) worden mishandeld. Extra zorgvuldigheid is in deze situaties gewenst, maar niets doen is geen optie!

U BENT MEDEPLICHTIG WANNEER U KINDERMISHANDELING AAN U VOORBIJ LAAT GAAN!!!

20140728-090647-32807971.jpg

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Alledaags, Anti-sociaal, Belangen, Bindingsangst, BJZ, Co-ouderschap, Compensatie, conflict, echtscheiding, Eenoudergezin, Familieconflict, Familiezaken, Gedragsproblemen, Geweld, gezondheidszorg, Huiselijk geweld, Huwelijk, Informatief, Intimidatie, Intimiteit, Jeugdbescherming, Jeugdzorg, Juridisch, kinderbelangen, Kindermisbruik, lijfstraffen, Machtsmisbruik, Mediation, ministerie, onderwijs, Ontslag, Ouders, overheidsbeleid, Pedofilie, pesten, politiek, privacy, Puberteit, publicaties, Rechtsstaat, Relatiebemiddeling, Relatieproblemen, Repressie, scheiding, Schrikbewind, Seksueel misbruik, Spraakmakend, Standpunten, Terreur, Thuis, Uncategorized, Vakantie, vechtscheiding, Verslaving, Werkeloos, zorg | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Kindermishandeling is soms moeilijk te herkennen, maar er zijn signalen die op kindermishandeling kunnen duiden.

Het heeft er alle schijn van dat onze samenleving langzaam maar zeker weer naar het oude normaal gaat. Wat echter nooit normaal mag worden is dat er kinderen zijn die het slachtoffer worden van mishandeling en misbruik. De afgelopen jaren heb ik, bij herhaling, in mijn blogs aandacht besteed aan deze onderwerpen. Deze gingen dan vaak over mishandeling en misbruik waarbij de signalen overduidelijk aanwezig waren.
Maar, in verreweg de meeste gevallen vindt kindermishandeling buiten het zicht van buitenstaanders of zelfs familieleden en kennissen plaats.
Toch kunt u iets voor kinderen, betekenen, door te letten op de ‘verborgen’ signalen.

Psychosomatische klachten
Spanningsklachten: als hoofd- en buikpijn, depressiviteit, neerslachtigheid (niet te verwarren met vergelijkbare klachten tijdens de puberteit), slaapproblemen, vermoeidheid.
Angstklachten: trillen, zweten, hyperventileren, hartkloppingen, duizeligheid, pijn in de hartstreek/drukkend gevoel op de borst.

Gedrag/uitingen van
– Negatief zelfbeeld
– Schaamte-/schuldgevoelens
– Schrikreacties
– Vermijden van lichamelijk onderzoek
– Vage verklaringen voor zichtbare gevolgen van luchamelijk geweld
• Kleedgedrag: bedekkende kleding
• Middelengebruik van onder meer drugs en alcohol
• Uitstel van afspraken
• Normafwijkend gedrag
• Gedragsverschil in aanwezigheid van partner

Vrijheidsbeperking
~ Weinig contacten buitenshuis
~ Verbreken van vriendschappen zonder opgave van redenen
~ Geen zelfbeschikken (bijv. dagindeling)
~ Geen beschikking over eigen geld
~ Geen beschikking over een ID-document

• Eerdere meldingen van geweld.

Het valt echter niet mee om de vinger op de zere plek te leggen, want de kinderen zijn zeer bedreven in het verbloemen van de werkelijkheid. Een goed luisteraar zal echter het verschil opmerken tussen wat het kind zegt en wat het daarmee tracht te verbergen.

Naast deze algemene signalen van huiselijk geweld zijn er leeftijdsgebonden signalen

0 – 4 jaar
– verwondingen en/of oude littekens
– is verwaarloosd (luiers niet verschoond, te kleine schoenen, slecht verzorgd gebit)
– vertoont angst voor onderzoek en/of verschonen (knijpt billen samen bij optillen of verschonen)
– is vaak ziek
– heeft een vertraagde lichamelijke- en psychologische ontwikkeling (spraak, motoriek)
– heeft verstoorde eet- en slaapgewoontes
– huilt of schreeuwt buitensporig en veel
– vertoont extreme schrikreacties
– is in zichzelf gekeerd of juist hyperactief
– is dwingend en/of vraagt veel aandacht
– is bang om alleen te zijn
– maakt weinig/vreemd contact
– vertoont plotselinge gedragsveranderingen in contact met ouders/verzorgers
– heeft angst voor lichamelijk contact of is juist overdreven gericht op lichamelijk contact
– is agressief naar kinderen en/of dieren
– speelt geweldsituaties na

4 – 12 jaar
– heeft verwondingen en/of oude littekens
– is verwaarloosd (vaak ziek, slecht gebit, vieze kleding, ongezonde eetgewoontes)
– heeft een groeiachterstand
– vertoont angst voor lichamelijk onderzoek
– gedraagt zich passief en apatisch of juist heel druk
– heeft een negatief zelfbeeld en van de omgeving
– is agressief richting zichzelf, anderen en de omgeving
– gedraagt zich overdreven aangepast en afhankelijk
– presteert op school onder het eigen kunnen
– neemt geen vriendjes mee naar huis
– heeft taal- en spraakstoornissen
– blijft rondhangen na schooltijd
– gebruikt alcohol en/of drugs
– speelt (agessieve) videospelletjes
– kan zich slecht concentreren
– heeft angst voor lichamelijk contact of is juist overdreven gericht op lichamelijk contact
– misdraagt zich (diefstal, brandstichting, vandalisme)

12 – 18 jaar
– heeft verwondingen en/of oude littekens
– geeft vage verklaringen voor verwondingen/verwaarlozing
– is verwaarloosd (vaak ziek, slecht gebit, gebrek aan ouderlijk toezicht, meisjes ongewenst zwanger)
– heeft een groeiachterstand
– heeft eet- en/of slaapproblemen
– is in zichzelf gekeerd/leeft in een fantasiewereld
– heeft een negatief beeld van zichzelf en de wereld
– is agressief richting zichzelf, anderen en omgeving
– gedraagt zich afhankelijk en/of aangepast of rebelleert
– heeft angst voor lichamelijk contact of is juist overdreven gericht op lichamelijk contact (extremen)
– is gefixeerd op masturbatie
– heeft oppervlakkige contacten
– heeft moeite met autoriteit
– presteert onder het eigen kunnen (school, werk)
– blijft rondhangen na schooltijd
– heeft justitiële contacten
– gebruikt alcohol en/of drugs
– richt zich op videospelletjes (vaak gewelddadig)
– heeft schulden
– kan zich slecht concentreren

(Bron: Kadera Signalenkaarten)

Het is niet noodzakelijk dat het kind een significant deel van deze signalen tegelijk of überhaupt vertoont, en laten deze signalen voor u een teken zijn om het kind wat extra in de gaten te houden.
U kunt natuurlijk altijd melding doen of ruggespraak houden bij het meldpunt: 0900-1231230

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in BJZ, Eenoudergezin, Intimidatie, Intimiteit, Uncategorized, vechtscheiding | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Is het mogelijk om de leugen in stand te houden?

Voordat ik enkele voorbeelden geef, wil ik eerst aandacht besteden aan één van de vragen die ik altijd stel tijdens het kennismakingsgesprek. En dan maakt het niet uit of dit gesprek plaatsvindt in het kader van een scheidingsmediation of van relatietherapie. Ik vraag altijd, als de partners daar nog niets over hebben gezegd, of er nog iemand anders in het spel is? Een andere man of vrouw? Als hierop ontkennend wordt gereageerd, herhaal ik de vraag en voeg ik er een opmerking aan toe. Want, of je het nu links- of rechtsom draait, de waarheid komt altijd wel boven water en dan zou de onderlinge verstandhouding daar weleens flink onder kunnen gaan lijden. En dan nog wordt er vaak geen openheid van zaken gegeven en wordt er bij hoog en bij laag vastgehouden aan de eerste uitspraak: “Nee”.

In dit blog een paar voorbeelden uit mijn praktijk.

De man die vond dat zijn vrouw ernstig tekort schoot in haar rol als partner en moeder van zijn kinderen.

Het is alweer een paar jaar geleden dat een man mij benaderde voor relatietherapie. Hij was van mening dat zijn vrouw niet goed communiceerde en ‘ook nog eens’ hem tekort deed in zijn behoefte aan intimiteit. Tijdens het kennismakingsgesprek bleek dat de man ontevreden was over de seksuele relatie met zijn vrouw. Hij vond het haar taak om altijd in te gaan op zijn behoeftes en dat kwam neer op minimaal drie keer per dag neuken. Er over praten maakte hem al kwaad en zorgde er voor dat hij zijn vrouw tot op de grond afbrandde. Bovendien deed zij haar werk in het huishouden slecht. Hij diende altijd ‘de troep achter haar kont’ op te ruimen. Bovendien gaf zij ‘de kinderen te veel vrijheid om te doen en te laten waar zij zin in hadden’, dus moest hij de bende die dat veroorzaakte ook nog eens altijd opruimen.

Op mijn vraag hoe hij altijd definieerde, zei hij dat altijd altijd is en dat er geen enkele uitzondering op van toepassing was. Uiteindelijk bleek zijn bewering geen stand te houden. Dat bleek toen ik hem liet noteren wanneer hij de troep diende op te ruimen. Onderweg naar het vierde gesprek belde hij mij op. Hij was verlaat van zijn werk en zijn vrouw was betrokken geraakt bij een ongeluk. We stelden het gesprek uit. De volgende dag belde zijn vrouw mij. Of ik wat was bijgekomen van het ongeluk en of mijn vrouw het goed maakte? Het bleek dat de man haar had verteld dat de afspraak door mij was afgezegd, omdat ik betrokken was geraakt bij een ernstig ongeluk en dat mijn vrouw dientengevolge in het ziekenhuis terecht was gekomen. Ook bleek dat de man de betreffende avond daarom maar bij een vriendin op bezoek was gegaan.

De vrouw confronteerde hem dezelfde avond nog met de situatie. Hij was daarop boos de deur uit gelopen en kwam pas dagen later weer thuis. Hij zou naar zijn ouders zijn gegaan. Ook het vierde gesprek werd afgezegd. Enkele dagen daarna berichtte de vrouw mij dat zij, met haar kinderen, want daarmee wilde de man niets meer te maken hebben, tijdelijk bij haar zus was ingetrokken. De man had haar buiten de deur gezet en met een andere vrouw zijn intrek in de woning genomen.

Het stel is daarna gescheiden.

De man die geen relatie had met de vrouw die hij bij zijn vader in huis steeds ontmoette.

Ook in deze casus was het de man die, op advies van een ex-cliënt, contact met mij opnam om de problemen in zijn relatie op te lossen. Zo vertelde hij dat zijn vrouw een paranoïde persoonlijkheidsstoornis had en nogal jaloers was aangelegd. De vrouw verklaarde inderdaad achterdochtig te zijn en gevoelens van jaloezie te hebben. Niet dat ziekelijk van aard was, maar voort was gekomen uit het gedrag dat de man was gaan vertonen sinds hij, als hij bij zijn vader op bezoek ging, een meer dan gemiddelde en intieme omgang had met de vrouw die als mantelzorger daar was voor zijn vader. De man ontkende in alle toonaarden en vond de reacties van zijn vrouw niet alleen belachelijk, ze toonden ook nog eens aan hoe weinig vertrouwen zij had in zijn eerlijkheid, oprechtheid en trouw aan haar.

De man werkte actief mee aan het herstelproces. Echter, na een paar maanden, de gesprekken waren inmiddels afgerond, belde de vrouw mij op met de mededeling dat de man was vertrokken en zijn intrek had genomen bij de betreffende mantelzorger. Het was uitgekomen dat de man op geen enkel moment zijn relatie met deze vrouw on hold had gezet en daar was zij achter gekomen. Zij was ondertussen gestart met een echtscheidingsprocedure.

• De vrouw die de intimiteit in haar relatie miste.

Het zijn niet alleen mannen die hun buitenrelationele relaties ontkennen naar hun partners. Ook vrouwen kunnen daar prima mee uit de voeten. Zo benaderde een man mij met de vraag of ik hem en zijn vrouw kon helpen bij het herstellen van hun intieme relatie, zodat hij en zijn vrouw weer seks met elkaar zouden hebben. Bij aanvang van de gesprekken gaf de vrouw aan dezelfde wens te hebben. Sterker nog, beide partners wilden weer seks met elkaar hebben zoals zij dat aan het begin van hun relatie hadden. Zo’n 25 jaar geleden. Tijdens de gesprekken kwam naar voren dat de vrouw de mentale verbondenheid met haar man miste. Ze spraken zelden tot nooit over hun gevoelens en deelden nauwelijks wat hen bezig hield in het leven. De man vertelde dat hij dit niet met haar kon en dit soort zaken ook moeilijk vond om te bespreken. De vrouw daarentegen had juist de behoefte om hierover te praten. Omdat dit niet met haar man kon, deed ze dit één avond in de week met haar beste vriendin.

De man kon zich daar heel boos over maken en dat gebeurde ook tijdens een van de sessies. Hij beet haar toe dat zij, bij wijze van spreken, nog net niet het bed met haar deelde. Waarop de vrouw, even geëmotioneerd, hem antwoordde dat zij dat al bijna vijf jaar deed. Vervolgens stond zij op en verliet zij de woning. In de weken die daarop volgden heb ik gesprekken met de man en de vrouw gevoerd. Daarbij was op een gegeven moment ook de vriendin aanwezig. Ook al werd de relatie beëindigd, het stel is tot op de dag van vandaag goed bevriend en kunnen weer door één deur.

• De vrouw die haar eerste liefde weer ontmoette op een straatfeest.

Een jong stel, met twee jonge kinderen, betrok een nieuwbouwwoning in een nieuwbouwwijk van een middengrote stad. De bestrating moesten nog worden aangelegd, maar de saamhorigheid van de buurt was er al vanaf dag 1. Hoe leuk was het dat een van de nieuwe buren, van vier huizen verderop, een oude jeugdliefde was van de vrouw. Ook hij was getrouwd, had inmiddels 4 kinderen, en vond het geweldig dat zij elkaar uitgerekend in dit project weer waren tegengekomen. Beide gezinnen trokken veel met elkaar op. Hun kinderen waren vaak daar en zijn kinderen liepen in en uit alsof ze er woonden. Ze gingen zelfs met elkaar op vakantie.

Dat veranderde na de eerste straatbarbecue. Iedereen was uitgelaten en er werd een heus feest van gemaakt met veel drank. Op een bepaald moment was de vrouw enige tijd weg geweest. Samen met de buurman was zij thuis even gaan kijken of het goed ging met de kinderen. Die sliepen voor de gelegenheid bij elkaar in hun huis. Hun terugkeer had wat langer geduurd, omdat ze in gesprek waren geraakt en herinneringen hadden opgehaald.

Het was de man opgevallen dat zijn vrouw steeds vaker naar de buren ging. Met name als de buurman zijn papadag had. Ze bleef dan vaak uren weg. Haar bezoekjes aan de buurman hadden puur betrekking op hun vriendschappelijke band en waren ten behoeve van de kinderen. De problemen werden pas zichtbaar toen de buurvrouw haar man met zijn vrouw, tijdens een vakantie in Italië, in een promiscue situatie betrapte. De vriendschap tussen beide echtparen was met een klap voorbij. Of toch niet?

De gesprekken die volgden waren gericht op herstel van hun relatie. Aanvankelijk was elke omgang tussen de vrouw en de buren verboden terrein en iedereen hield zich ook keurig aan de afspraak. Na verloop van tijd werd de onderlinge vriendschap weer hersteld. Dit vanwege de kinderen. Die vonden het maar raar dat hun papa’s en mama’s niet meer met elkaar omgingen en elkaar meden.

Beide echtparen gaan weer als vrienden met elkaar om. Ze gaan zelfs weer met elkaar op vakantie. Er is echter één ding dat niet meer is toegestaan: de ex-geliefden mogen elkaar niet meer in hun eentje ontmoeten. En daar heeft iedereen vrede mee.

Ook al lijkt het in deze voorbeelden dat vreemdgaan bijna altijd leidt tot een definitieve relatiebreuk, de praktijk is echt wel anders. Relatiebreuken zijn doorgaan het gevolg van oneerlijkheid, bedrog en leugenachtig gedrag. Vooral het in stand houden van de buitenrelationele relatie zorgt uiteindelijk voor een breuk. In meer dan 95% van de situaties leiden gesprekken tot herstel van de relatie en vooral tot herstel van de intimiteit. Vooral het herstel van de mentale intimiteit draagt bij tot het herstel van de fysieke intimiteit, de seksuele relatie. Maar daar is dan wel het hervinden van wederzijds en onvoorwaardelijk vertrouwen een voorwaarde voor nodig en daar werken de partners tijdens de gesprekken hard aan.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beweeg!!!

We horen het met enige regelmaat voorbij komen en Eric Schreder en Arie Boomsma zijn misschien wel de grootste ambassadeurs van deze opvatting: ‘Bewegen houdt ons niet alleen fysiek gezond, ook mentaal heeft bewegen bewezen een flinke vinger in de pap te hebben’. In coronatijd zijn we, zeker qua bewegingsvrijheid, fors beperkt en dat heeft een flinke deuk in het mentale welzijn geslagen bij hen die daar toch al gevoelig voor zijn. Om nog maar te zwijgen over de welbekende coronakilootjes (we hebben het niet eens over pondjes). Daarom een blog over de gunstige effecten van bewegen, een verslag van een onderzoek aan de universiteit van Toronto (Canada).

[BEGIN CITAAT]

Onderzoek aan de Universiteit van Toronto heeft (opnieuw) aangetoond het bewegen van het lichaam de psychische gezondheid kan verbeteren. Of je nu een intensieve training doet of de voorkeur geeft aan een lichte vorm van yoga. De onderzoekers zeggen dat elke vorm van lichaamsbeweging een positieve invloed kan hebben op de psychische gezondheid.

Catherine Sabiston, een professor aan de Faculteit Kinesiologie & Lichamelijke Opvoeding van de Universiteit van Toronto, beweert dat uit veel onderzoeken de positieve impact van lichaamsbeweging op de psychische gezondheid onomstreden bewezen is. Sabiston leidt een laboratorium dat de verbanden tussen lichamelijke activiteit en psychische gezondheid bestudeert en interventies ontwikkelt en evalueert om fysieke activiteit en mentaal welzijn te bevorderen bij mensen die het risico lopen op inactiviteit en psychische gezondheidsproblemen. Daarnaast is Sabiston onder meer co-auteur van een onderzoeksverslag in de Journal of Sport and Exercise Psychology over adolescenten die consequent aan teamsporten deelnamen tijdens de middelbare school lagere depressieniveaus rapporteerden in de vroege volwassenheid.

Het lab heeft ook een 6 weken durend programma genaamd MoveU-HappyU dat coaching en training op maat biedt dat gericht is op het verminderen van stress en angst bij studenten (in het lab) door middel van fysieke beweging.

Hoe nauw zijn fysieke activiteit en psychische gezondheid met elkaar verbonden?

Symptomen van psychische aandoeningen, zoals angst en depressie, kunnen lichamelijke activiteit belemmeren en vice versa. Als je symptomen ervaart, kunt je ook te maken krijgen met gevoelens van lage eigenwaarde en verminderde motivatie. Het is erg moeilijk om een soort fysieke activiteit te vinden die je kunt ondernemen als je in de meeste dingen geen interesse hebt. Veel van de symptomen die verband houden met een psychische aandoening, vormen ook een belemmering voor lichamelijke activiteit.

Aan de andere kant is er onomstreden bewijs dat fysieke activiteit bevorderlijk is voor de psychische gezondheid. Lichamelijke activiteit voorkomt sommige vormen van psychische aandoeningen. En voor personen bij wie de diagnose psychische aandoening is gediagnostiseerd, kan lichamelijke activiteit helpen symptomen te verminderen en hun kwaliteit van leven te verbeteren. In vergelijking met alle andere vormen van behandeling voor psychische aandoeningen, inclusief psychotherapie en zelfs medicatie, is lichamelijke beweging minstens even belangrijk. Lichamelijke activiteit is een goede aanvulling op elke andere vorm van preventieve of behandelingsgerichte therapie.

Hoe verbetert lichaamsbeweging precies onze stemming?

Er spelen een aantal mechanismen een rol, waaronder fysieke effecten die verband houden met onze hersenactiviteit en hersenchemie. Lichamelijke activiteit verhoogt onze lichaamstemperatuur. Als we het warmer hebben, krijgen we het gevoel dat we ons op ons gemak voelen en dat er voor ons gezorgd wordt. Vanuit historisch perspectief weten we ook dat mensen in het verleden van nature veel actiever waren dan nu. Dus fysieke activiteit brengt ons dichter bij dat kernniveau van beweging dat het menselijk lichaam moet zijn. Bovendien kan fysieke activiteit psychische symptomen zoals angst nabootsen. Als u traint, kunt u zweten of uw hart sneller voelen kloppen. Dat bootst het gevoel van paniek na, dus door aan lichaamsbeweging te doen, produceer je een soortgelijk fysiek effect waardoor je meer aan die symptomen gewend kunt raken.

Lichaamsbeweging bied je ook de mogelijkheid, of het nu voor twee minuten of voor 20 minuten is, om te ontsnappen aan de gebruikelijke routines of zorgen. Deze ontsnapping kan mensen helpen beter met hun symptomen om te gaan terwijl ze een gevoel van doelgerichtheid of prestatie ervaren. In feite zijn gevoelens van controle en prestatie ook specifieke manieren waarop fysieke activiteit de psychische gezondheid beïnvloedt. Kleine doelen en activiteiten, die inherent zijn aan fysieke activiteit, bieden volop kansen voor positieve feedback. Je succesvol voelen en bereiken, helpt bij het voorkomen van symptomen van psychische aandoeningen.

Ten slotte is fysieke activiteit iets dat je buitenshuis kunt ondernemen, wat een versterkend effect heeft op de psychische gezondheid. Hierdoor kun je andere mensen zien, zelfs als je geen interactie met hen hebt, en een gevoel van verbondenheid voelen.

Op welke manieren kunnen mensen actief en gemotiveerd blijven tijdens de pandemie?

We willen de mythe wegnemen dat fysieke activiteit alleen maar hardlopen, fietsen en gewichtheffen is. Lichamelijke activiteit kan elke beweging zijn waarbij je hart zijn werkcapaciteit vergroot en je lichaam in beweging is. In “MoveU-HappyU” worden studenten gecoacht in dagelijkse strategieën en om een niveau van fysieke activiteit te behouden. Omdat het programma nu virtueel is, zijn er getrainde studenten over de hele wereld. Sommige studenten die nog nooit met hun familie hadden gesproken over hun psychische problemen, laten nu eigenlijk hun hele gezin meedoen aan de fysieke activiteiten.

De fysieke activiteit die je doet, moet iets zijn dat je leuk vindt. Als je er niet van geniet, ga je er niet mee door. We willen ook dat mensen aan lichaamsbeweging doen om het algehele functioneren te verbeteren in plaats van het uiterlijk. Het is belangrijk om de relatie tussen fysieke activiteit om redenen van gewicht en lichaamsgrootte los te koppelen en om meer plezier te hebben in de richting van fysieke activiteit. Als het leuk is, is de kans groter dat je het doet, en de kans dat je het doet, leidt tot meer voordelen.

Tips voor mensen die hun fysieke activiteit thuis willen stimuleren.

Er zijn veel manieren waarop je lichaamsbeweging kunt innoveren om het gevarieerder te maken, zelfs als je op dezelfde plek vastzit. Het beste deel van fysieke activiteit is nadenken over de eindeloze mogelijkheden van manieren waarop je lichaam kan bewegen. Als je er doelgericht in bent, kan fysieke activiteit worden geïntegreerd in je dagelijkse routines:

  • Maak tijd vrij zoals je zou doen als je naar de sportschool zou gaan of naar je werk zou gaan.
  • Markeer het in je agenda of stel een alarm in om je een echte herinnering te geven.
  • Gebruik je telefoon of een stappenteller om je stappen te meten. Als je iets hebt dat meet hoeveel stappen je neemt, krijg je een basislijn: als je weet dat je op dag één een bepaald aantal stappen hebt gelopen, kun je op dag twee vijf extra stappen toevoegen. Op die manier heb je een tastbaar doel om meer beweging te krijgen.
  • Koppel bewust items of plaatsen in uw huis aan korte bewegingen. Als je bijvoorbeeld elke ochtend de broodrooster gebruikt, maak er dan een gewoonte van om squats te doen terwijl je op je brood wacht. Of als je van de ene kamer naar de andere loopt, voeg dan wat extra afstand toe.
  • Als je buiten bent, gebruik dan aspecten van je omgeving om je fysieke activiteit te veranderen. Je kunt bijvoorbeeld elke keer als je een lantaarnpaal passeert of een blauwe auto ziet, de intensiteit van je lopen of fietsen wijzigen. Maak het leuk om de intensiteit, het type en de timing van je activiteiten te veranderen.
  • Creëer bewegingsuitdagingen voor jezelf en je vrienden, familie, collega’s of studenten. Stel doelen voor het nemen van een bepaald aantal stappen of het voltooien van een bepaald aantal oefeningen per dag. Fysieke activiteit meer als een spel laten lijken, is een bewezen strategie om meer beweging te krijgen – en er van te genieten.

Bron: neurosciencenews.com / University of Toronto

[EINDE CITAAT]

Sinds drie maanden beweeg ik zelf ook meer en bewust. Ik ben gaan wandelen en loop inmiddels gemiddeld meer dan 10 kilometer per dag. Ga ik niet op pad om te lopen, dan pak ik de fiets (wel een e-bike, maar dan in de stand tour) en rijd tussen de 25 en 40 kilometer. Dan trap ik stevig door.

Echter, als ik op een dag andere fysieke inspanningen moet leveren, dan sla ik een dagje over. Zeker als deze inspanningen veel tijd (meer dan vier uur) in beslag nemen en een beroep doen op veel spiergroepen, neem ik ook daarna een dagje vrij. Hierdoor houd ik mijn motivatie op peil en sla ik niet door (steeds meer fysieke inspanningen doen). Het vraagt wel om een bepaalde mate van discipline. Ik ben vaak vroeg wakker, kan dan op de bank ploffen maar ook op pad gaan. Weer of geen weer.

Ik had geen psychische problemen. Ik merkte wel dat mijn lichaam steeds luier werd. Na wat spierpijn en een paar blaren onder mijn voeten, zit het ritme er nu lekker in. En inderdaad, ik voel mij fitter en geniet volop van het bewegen.

Ik moet wel toegeven: Ik heb vroeger wel heel veel gesport en het gevoel van toen zit nog altijd in mijn spieren. Wat ik heb gemerkt is dat goed schoeisel erg belangrijk is.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel verschillende cliënten over de vloer kom, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik volledig gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Van liefdespartner naar tegenstander waarvan je het bloed wel kunt drinken

Het komt niet zo heel vaak voor en toch gebeurt het soms: partners die in hun relatie de pure liefde hebben gevonden en er niet in slagen om deze in stand te houden. Sterker nog: de liefde is omgeslagen in diepe haat. En dan druk ik mij nog genuanceerd uit.

Zo werkte ik jaren geleden met een echtpaar dat uit elkaar ging nadat de man een nieuwe liefde had gevonden. Hoewel: hij hield bij hoog en bij laag vol dat hij geen relatie had met de vrouw waarmee zijn vrouw hem had betrapt. En dat was meerdere keren gebeurd. De vrouw in kwestie deed er ook alles aan om de echtgenote te laten weten dat zij haar man zag. Zelfs ik was daar getuige van. Zo stond zij voor de deur geparkeerd (haar naam stond op haar auto als reclame-uiting voor haar bedrijf) als ik na een gespreksronde weer naar huis ging en de echtgenote de woning verliet om naar familie te gaan, waar zij op dat moment haar intrek had genomen.

Na vier gespreksronden, we hadden bijna het convenant af (ouderschapsplan was al rond), erkende de man dat hij zelfs niet meer thuis woonde, maar bij de dame in kwestie. De echtgenote reageerde woedend. De man verbaasde zich daarover. Alsof hij iets zou hebben gedaan waarover hij zich schuldig had moeten voelen. Het gevolg: we konden alles opnieuw gaan doen. De echtgenote ging met niets meer akkoord.

Dat was maar tijdelijk. Bij het tweede daarop volgende gesprek verklaarde de vrouw dat zij er helemaal klaar mee was en dat zij instemde met het oorspronkelijke convenant. Naar de man beperkte zij de verdere communicatie met woede-uitbarstingen en scheldpartijen, om daarna op te stappen en, met haar kinderen, de woning definitief te verlaten.

In een andere casus veranderde de liefde tussen beide partners in haat nadat de vrouw de scheiding had ingezet en er vanuit ging dat zij de koopwoning met zo ongeveer alles zou mogen behouden, omdat zij anders helemaal niets meer zou hebben. Het paar was niet getrouwd, had geen geregistreerd partnerschap en de woning, inclusief alle kosten, stond op naam van de man. De man was bereid een koopregeling met de vrouw te treffen, maar wilde dan wel dat zij hem een redelijk en billijk bedrag daarvoor zou betalen. Hieraan wenste de vrouw niet te voldoen. Hetzelfde gebeurde met de verdeling van de inboedel. De man en de vrouw kwamen een verdeling overeen. Toen de man, die ondertussen een woning elders was gaan huren, zijn spullen wilde ophalen, werd hem dit zeer kwalijk genomen. De vrouw vond dat de man het huis leeghaalde. Ondertussen lukte het de vrouw niet om de financiering voor de koop niet rond te krijgen en betaalde de man nog steeds alle kosten, inclusief die van het levensonderhoud van de vrouw.

De man was van mening dat er een andere regeling diende te worden getroffen. De vrouw voerde, en dat deed zij ook steeds tijdens de gesprekken over het ouderschapsplan en het convenant, aan dat de man hierbij zijn kinderen tekort deed en haar in de kou zette.

Gedurende de maanden dat de vrouw bezig was om de financiering van de woning rond te krijgen, hadden de man en de vrouw zoveel ruzies dat gesprekken bijna onmogelijk waren. Sterker nog, de vrouw keerde zich ook tegen mij als ik haar verzocht mee te werken aan een regeling die ertoe leidde dat de scheiding kon worden afgerond. Uiteindelijk was de relatie tussen beide partners zodanig gebrouilleerd dat de man de woning heeft verkocht en de vrouw bij haar familie intrek moest nemen. De onderlinge haat was daarmee tot een dieptepunt gekomen. Het duurde ruim een jaar voordat zij weer on speaking terms kwamen en als ouders voor hun kinderen konden gaan zorgen.

In de derde casus veranderde de goede onderlinge relatie tussen twee reeds gescheiden partners nadat de vrouw de man het contact met zijn kinderen ontnomen had. De vrouw had zodanig op haar kinderen ingepraat dat zij niet meer naar hem toe wilden. Dat gebeurde ruim 7 jaar na de echtscheiding. De kinderen hadden stelselmatig van de moeder te horen gekregen hoe slecht hun vader wel niet was. In die zeven jaar had de man de continuïteit van de omgangsregeling al 2 keer moeten afdwingen via de rechter. Echter: elke keer liep het bezoek van de kinderen af in een drama op straat. Schreeuwpartijen van de man naar de vrouw, die in haar auto bleef zitten en elk overleg over de kinderen uit de weg ging, maakten de situaties er niet beter op. Ze reed hem zelfs over de voeten van de man als ze wegreed, met haar kinderen op de achterbank. Toen de vrouw er voor de derde keer in slaagde de kinderen weg te houden bij hun vader, gaf de man het gevecht met de vrouw op en probeerde hij rechtstreeks in contact te komen met zijn kinderen. Zonder enig succes.

De man nam op een bepaald moment contact met mij op en dat deed, bij toeval, de advocate van de vrouw ook. Mogelijk zou mediation soelaas kunnen bieden. De advocate had echter nagelaten om de vrouw te informeren over haar zet en deze weigerde meteen haar medewerking. De man was ondertussen zijn ex tot in het diepst van zijn hart gaan haten.

En dat doet hij tot op de dag van vandaag. En dat is zo’n 8 jaar later. Zijn kinderen zijn inmiddels volwassen en nog altijd wijzen ze elke poging van de man om eens te kijken hoe zij het contact weer kunnen herstellen af.

In de loop der jaren heb ik, gelukkig, maar zelden meegemaakt dat ex-geliefden elkaar zo intens zijn gaan haten. Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik er eerder in slaag om dat juist te voorkomen of zelfs om te keren. Een liefdesrelatie is er niet voor niets geweest. En kinderen zijn niet geboren omdat je elkaars bloed wel kunt drinken. Ondanks dat de liefde over is en een gezamenlijk huishouden geen optie meer is, staat het niemand in de weg om als twee volwassen mensen afscheid van elkaar te nemen en dat op een eerlijke en faire manier te doen. Zeker als er kinderen in het spel zijn, want die behouden het recht op het ouderschap van hun vader en moeder. En dan hebben de ouders de morele verplichting om daar alles voor aan de kant te leggen, ook hun onderlinge veranderde verhouding.

Copyright©️oncies 2021

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation & relatietherapie.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen. Ik kom naar u toe, waar u ook woont in Nederland.

Ik laat mij wekelijks (PCR-)testen. Niet alleen omdat ik bij veel cliënten over de vloer ben geweest, maar ook om nieuwe cliënten te beschermen voor het geval dat ik onverhoeds toch ben besmet geraakt.

Inmiddels ben ik gevaccineerd.

Geplaatst in Kees van Lunsen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen