Integratie: Het samenstellen van het samen te stellen gezin

Ruim vijf jaar geleden kreeg ik het eerste verzoek om een gezin bij te staan in het oplossen van problemen die zich voor zouden gaan doen wanneer twee partners hun gezin zouden samenvoegen omdat zij gingen samenwonen. In de jaren daarna zouden nog drie gezinnen zich melden, alleen was er daarbij al sprake van een samengesteld gezin. In één kwestie speelde autisme een bepalende rol. De problemen die zich in alle kwesties voordeden hadden te maken met de integratie van twee aparte huishoudens tot één gezamenlijk huishouden.

  • Een samengesteld gezin

Het komt vaak voor dat gescheiden ouders, of ouders waarvan de levenspartner is overleden, een nieuwe liefde vinden. Op zich is dat niet zo bijzonder. Het zou meer bijzonder zijn, wanneer deze ouders besluiten een celibatair leven te gaan leiden en dit in dienst zouden laten zijn van hun kroost. Hoe liefde- en betekenisvol dit bestaan ook zou kunnen zijn. Maar, we hebben het hier wel over ouders. Dus over papa’s en mama’s die naast zichzelf ook te maken hebben met kinderen. En deze kinderen delen, bij het aangaan van een nieuwe liefdesrelatie van hun papa of mama, mee in de feestvreugde. En daar zit niet elk kind op te wachten. Zeker niet wanneer hun papa’s en mama’s besluiten om hun leven in gezamenlijkheid voort te zetten. De kinderen krijgen dan niet alleen de nieuwe partner erbij. Nee, ook de kinderen van deze nieuwe partner nemen hun intrek in het eenoudergezin van voorheen.

  • Integratie in het nieuwe gezinsleven

Integratie is het proces van samenvloeien van, in dit geval, twee gezinnen. Gezinnen die, vanuit hun eigenheid in waarden, normen, leefregels en andere opvattingen en overtuigingen, dienen te worden verenigd tot een nieuwe entiteit, een nieuw gezin. Ook weer met een eigenheid. En dat valt niet mee.

    Afhankelijk van de ouders, zullen de kinderen zich betrokken voelen in dit integratieproces. Maak ook de (psychologische) leeftijd van de kinderen zal een grote rol spelen in dit proces. Geheel afhankelijk van de omstandigheden, zullen de kinderen hun plek opeisen in het nieuw te vormen gezin. Heel jonge kinderen zullen zich snel aanpassen, zeker wanneer zij de nieuwe partner aardig en lief vinden (zie ook artikel onder de hyperlink onderaan dit blog: Trouw, 26 maart 2017). Maar naar mate het kind ouder is, zullen de verwachtingen en eisen naar de nieuwe partner hoger liggen. Daarbij zal ook rekening dienen te worden gehouden met de (indirecte) invloed van de andere ouder die geen onderdeel meer zal uitmaken van dit nieuwe gezin. Loyaliteit naar de andere ouder is vaak een reden, met name bij kinderen die (beginnen te) puberen, om belemmerende activiteiten te tonen ter verstoring van de integratie (chantage van het integratieproces), vaak in de vorm van deviant gedrag. Bij jongere kinderen is de kans op regressief gedrag groter. Integratie van twee nieuwe gezinssystemen vraagt daarom zorgvuldige aandacht van alle ouders van de betrokken kinderen (dus ook de exen).

    • Eenvoudige aandachtspunten

    Wanneer u een nieuwe liefde heeft, dan dient u in de eerste plaats zelf te genieten van deze liefde. Hoe vreemd het ook mag klinken, u blijft uiteindelijk samen over en dat dient u goed voor ogen te houden. Hoezeer u ook van uw kinderen houdt. Wat overigens niet meteen betekent dat u onder alle omstandigheden uw liefdesrelatie boven uw relatie met uw kinderen mag stellen, want u vrijwaardt uzelf niet van uw wettelijke verplichtingen met betrekking tot de zorg en opvoeding van uw kinderen.

    Samen genieten van de liefde staat voorop. Dat zal niet meevallen, want u zult geneigd zijn om u vooral te focussen op het geluk en het welzijn van de kinderen, met name uw eigen kinderen. Maar u kunt volstaan met hen de normale aandacht te geven. Uiteraard zal deze variëren en afhankelijk zijn van de leeftijd en het geslacht van de kinderen. Daarbij is het zaak dat u beiden, als ouders, afspraken met elkaar hebt gemaakt over de bejegening van de kinderen. Zeker als het gaat om de kinderen van de nieuwe partner. Overigens wordt uw nieuwe partner niet ook ouder van uw kinderen, ook geen stiefouder. Medeverantwoordelijkheden met betrekking tot de zorg en opvoeding van uw kinderen is pas wettelijk aan de orde wanneer u met uw nieuwe partner in het huwelijk treedt.

    Verstandig is om, bij het bepalen van de positie van de nieuwe partner ten opzichte van de kinderen, daar ook de exen bij te betrekken. Niet dat zij mogen bepalen hoe u en uw nieuwe partner met de kinderen omgaan, het is wel zo handig dat zij worden gekend en geïnformeerd.

    Het moeilijkste onderwerp van gesprek is het stellen van de grenzen. Wat kan en mag er wel of niet. Hoe kunnen en mogen de kinderen met elkaar omgaan. Welke waarden en normen zijn belangrijk en hoe verhouden die zich tot de waarden en normen van voorheen. Door aan te geven welke waarden en normen belangrijk zijn en te bepalen hoe deze worden bewaakt, ontstaat er een speelveld voor alle betrokkenen waarin iedereen kan experimenteren. De grenzen zullen worden opgezocht, de eigen normen en waarden zullen voorop worden gesteld en bijgesteld. Nieuwe zullen worden uitonderhandeld. Oude zullen worden verdedigd. Vaak zullen gesprekken plaatsvinden waarbij iedereen zijn of haar inbreng heeft. En geleidelijk aan zal de eenheid in het gezinsleven zijn vorm krijgen. Er is sprake van integratie.

    • En wat als het niet lijkt te lukken

    Eigenlijk kan zich zo’n situatie van mislukken niet voordoen wanneer de ouders, desnoods in samenspraak met de exen, de verantwoordelijkheden hiervoor delen met de kinderen. Wanneer iets niet goed lijkt te gaan, dan is het belangrijk dat daarover met elkaar, soms op individuele basis soms met z’n allen, wordt gepraat.

    Communicatie is de sleutel in het integratieproces van het samengestelde gezin. Maar ook erkenning van de individualiteit van elk gezinslid is van belang in het gezin. Aan de ‘ouders’ de taak om verstoringen te (h)erkennen en hier vervolgens expliciete aandacht aan te besteden. Niets anders draagt zoveel aan positiviteit bij.


    Integratie tijdens het samengaan van twee oude gezinssystemen/huishoudens naar een nieuw gezamenlijk systeem/huishouden is niet anders dan bij welke ander integratieproces. Integratie gebeurt dagelijks en overal. Van het personeel van twee filialen dat wordt samengevoegd tot die enkele nieuwe medewerker op een afdeling of de nieuwe kledingzaak in een drukbezochte winkelstraat. En elke keer weer is de succesvolle integratie ervan afhankelijk van alle betrokkenen en hun bereidheid om met elkaar te communiceren, elkaar te respecteren én te erkennen.


    Copyright©oncies 2017


    https://www.trouw.nl/samenleving/papa-is-verliefd-~a4add564/ 

      Geplaatst in Alledaags, Angst, Asperger, Autisme, Bedplassen, Bedreiging, Belangen, Belangenbehartiging, Bemiddeling, Bezorgdheid, Bindingsangst, Boosheid, Co-ouderschap, Communicatie, Competenties, Complexe echtscheiding, Complexe scheiding, conflict | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

      Hoezo “We kunnen wel stellen dat de integratie is mislukt”?

      Volgens veel politici zou de integratie in Nederland dood zijn. Het integratiebeleid zou hebben gefaald. De houding van Turkse Nederlanders, of zijn het nu Nederlandse Turken, en de keuzes die allochtonen zouden hebben gemaakt tijdens de verkiezingen, zouden deze conclusie ondersteunen. De vraag is, wat mij betreft, of er ooit sprake is geweest van enige integratie? Zijn er in het verleden tijden geweest waarin er nauwelijks of geen onderscheid is gemaakt tussen allochtone en autochtone Nederlanders? En dan kom ik al snel tot de conclusie dat er nog geen moment, geen nano-seconde sprake is geweest van falende integratie. Dus kan je ook niet spreken van enig falen in het beleid hiertoe. Is er überhaupt beleid nodig om tot integratie te komen?


      • Integratie is een farce?

      Dat het integratiebeleid nooit een kans van slagen heeft gehad, heeft natuurlijk te maken met het feit dat integratie altijd plaatsvindt. Dat de overheid hiermee worstelt, blijkt weer uit het feit dat de overheid vorig jaar plotseling heeft bepaald de termen allochtoon en autochtoon in de ban te doen. Een mislukte poging, maar dat doet er verder niet toe. De termen allochtoon en autochton hebben niets met integratie te maken. Wat er wel toe doet is dat beide termen de discriminatie in stand houden tussen beide groepen inwoners van Nederland. En daarbij is de definitie van wie tot de allochtone en wie tot de autochtone bevolkingsgroepen behoort nog het minst discriminerend, in de betekenis van onderscheidend. Het in Nederland geboren nageslacht van allochtonen wordt immers ook gerekend tot de allochtone bevolkingsgroep, terwijl ze toch echt tot de autochtone zou moeten worden gerekend. Alleen al deze insteek toont aan dat er geen enkele sociale basis bestaat voor het integreren van autochtone Nederladers met allochtone Nederlanders.


      • Complicerende factoren:

      Naast deze constatering zijn er nog een aantal andere beïnvloedende factoren die het onmogelijk maken om te integreren zoals de overheid dit voor ogen heeft. Althans als het gaat om de integratie van Marokkanen, Turken en eigenlijk ook Surinamers.

      1. Het gegeven dat, volgens de Marokkaanse wet, elk nageslacht dat wordt geboren uit iemand van Marokkaanse afkomst automatisch ook staatsburger is van Marokko. Waar die ook ter wereld is verwekt of geboren.
      2. Het feit dat de Turkse overheid elke Turk, ook al is die niet in Turkije geboren, tot het Turkse volk rekent. Veel Turken, ook die zijn geboren in Nederland, ervaren dit aan den lijve.
      3. Allochtonen ervaren de band met het oorspronkelijk vader- of moederland doorgaans als hechter dan met Nederland.

      Deze laatste beïnvloedende factor komt bijvoorbeeld naar voren onder de aanhang van sporters en de sporters zelf. In Nederland genaturaliseerde of geboren ‘Turken’ zitten met Turkse vlaggen op de tribune bij een voetbalwedstrijd. Nog schrijnender is het voorbeeld van de oorspronkelijk uit Suriname afkomstige voetballers in het Nederlands elftal. Zij lopen en zwaaien met de Surinaamse vlag na afloop van een gewonnen wedstrijd van het Nederlands Elftal.

      Blijkbaar voelen de mensen uit de voorbeelden zich niet of niet voldoende verbonden met de Nederlandse samenleving, laat staan de Nederlandse staat, waardoor zij zich bij voorkeur verpersoonlijken met de sociale omgeving van hun tweede vader- of moederland. Dat wordt ook in de hand gewerkt door de dubbele paspoorten-cultuur. Onder de drie bevolkingsgroepen in dit voorbeeld komt dat bijvoorbeeld ook tot uitdrukking wanneer sporters een keuze moeten gaan maken voor welke nationaliteit zij wensen uit te komen in internationale (landen-) toernooien. Of wanneer zij een keuze moeten maken betreffende hun mening over politieke aangelegenheden.


      • Maar kloppen de bovenstaande beweringen wel in het licht van integratie?

      Nee, integratie is niet een kwestie van afstand doen van je roots. Het is niet een kwestie van afstand nemen van je geboorteland of het geboorteland van je ouders of voorouders. Het is ook niet een kwestie van het aanvaarden van de sociale- en culturele waarden en normen van Nederland en het daarbij bewust afstand doen van de waarden en normen van je roots. Intergratie is een kwestie van blenden. Het mengen van sociale- en culturele waarden en normen, waarbij er respect is voor die van Nederland. Er hoeft niets te worden opgegeven, er dient iets te worden toegevoegd. Aanvaarding van het feit dat de waarden en normen van Nederland kunnen afwijken van die van het land of de overtuigingen waarin jouw roots liggen. En met het respecteren en aanvaarden van deze afwijkende normen en waarden is integratie een feit.


      • Waar gaat het dan fout?

      De fout wordt gemaakt in het denkpatroon met betrekking tot met name de religieuze overtuigingen. De fout wordt gemaakt in de veronderstelling dat religie kan integreren. Religie laat zich niet integreren. Dat heeft geen enkele religie ooit gedaan. Religie is voor hen die deze aanhangen levensbepalend. En het maakt niet uit of deze religie nu de islam, het christendom, het jodendom of dat van welke aard dan ook is. Zo is dat al het geval geweest tijdens de kruistochten in de Middeleeuwen en zo is het nog steeds in 2017 als het gaat om de fundamentalistische moslims en de conservatieve opvattingen binnen het christendom. Religie heeft zijn eigen waarden en normen. En het bizarre is dat deze in Nederland worden geaccepteerd en getolereerd als het gaat om de bewoners van de bible-belt, maar dat zij worden afgewezen en veroordeeld als het gaat om moslims en andere religies. Zelfs wanneer deze in hetzelfde gebied als de christenen van de bible-belt wonen.

      Religie wordt (bijna) automatisch gekoppeld aan geweld en oorlogsvoering. Van de kruistochten in de Middeleeuwen tot het oorlogsgeweld in Israël en het wereldwijde terrorisme van islamitische extremisten. Natuurlijk valt terrorisme niet goed te praten. Zeker niet doordat het terrorisme in de 21e eeuw rechtstreeks lijkt te zijn gelinkt aan de waarden en normen van de islam. En dan vooral doordat het huidige terrorisme uit die overwegingen, overtuigingen of wat al niet meer wordt gerechtvaardigd. Maar, wat te zeggen van het geweld in Israël? Daar wordt de houding van de onderdrukte Pakestijnen terrorisme genoemd en dat van de Israëli vergeldingsacties. Ach je, het is maar net vanuit welke hoek er naar het geweld wordt gekeken.


      • Integratie in Nederland.

      Maar, integratie staat daar los van. Integratie heeft te maken met het mengen van andere culturen en bevolkingsgroepen in de oorspronkelijke. En in dat proces is al eeuwen niets veranderd. Gegevens van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) wijzen uit dat Nederland altijd al emigranten, asielzoekers en vluchtelingen heeft opgenomen. Dat is nooit een probleem geweest en dat is het vandaag de dag nog steeds niet. Maar het zijn de polariserende effecten van het extremisme, tot uitdrukking komend in terrorisme, protectionisme, intolerantie, discriminatie, racisme en populisme, die het beeld scheppen én in stand houden dat er geen sprake zou zijn van integratie. Maar, wie kritisch kijkt en vergelijkt, zal zien dat er in de afgelopen halve eeuw heel veel is veranderd. Dat Turken zijn geïntegreerd, dat Marokkanen zijn veranderd en dat Surinamers niet meer kunnen worden omschreven als van de samenleving profiterende luilakken.

      En dus keuren ‘wij’ de invloed van religie op ‘onze samenleving’ en ‘onze waarden en normen’ af. ‘Wij’ Nederlanders hebben een uitgesproken mening en oordeel over religie. ‘Wij’ hebben het niet zo op religie. Nederland ontkerkt niet voor niets. En wie nog gelooft is eerder een buitenbeentje dan een volwaardig lid van onze maatschappij. En dan maakt het niet uit van welke religie je bent. En buitenbeentjes zijn mensen die er niet bij MOGEN horen. Niet van henzelf, maar van ‘ons’. Dus mogen ze niet van ‘ons’ integreren.

      • Kortom:

      Hoe kunnen ‘wij’ verwachten dat mensen integreren wanneer ‘wij’ hen de mogelijkheden hiertoe ontnemen, omdat ‘wij’ daarin ‘onze’ standaarden van waarden en normen blijven hanteren? 

      Integratie is het loslaten van wat je hebt om er vervolgens samen wat nieuws van te maken.

      Integratie versterkt de samenleving en draagt bij tot een samenleving waar we met z’n allen voor staan.


      Copyright©oncies 2017

      Geplaatst in A-sociaal, Afscheid, Afslachten, Agressie, Alledaags, Angst, Anti-sociaal, Asielzoekers, Balans, Bedreiging, Belangen, Belangenbehartiging, Bemiddeling, Bezorgdheid, Boosheid, Christendom, Compensatie, conflict, Criminaliteit, Discriminatie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

      Rouwverwerking bij kinderen

      Bron: AD.nl (Francine Wildenborg)

      In mijn werk als mediator, en nog meer als relatietherapeut, kom ik situaties tegen waarin een van beide partners, vaders of moeders, is overleden en het gezin zoekende is naar een nieuwe balans. Francine Wildenborg sprak hierover met Mariken Spuij en schreef een artikel voor AD.nl hierover onder de titel: ‘Zeg niet dat papa slaapt’.

      Jaarlijks verliezen ongeveer 6500 kinderen een vader of een moeder. Circa 2000 kinderen verliezen een broertje of een zusje. Een goede voorbereiding op de dood is essentieel om hier goed mee om te kunnen gaan, vertelt rouwdeskundige Mariken Spuij (in haar nieuwe boek). Dat rouwen bij het leven hoort, kunnen kinderen leren.

      • Hoe vertel je een peuter dat zijn vader dood is?
      • Mag een kind de overledene zien?
      • Waarom is verlies zo moeilijk in de puberteit?

      Het zijn vragen waarmee heel wat ouders worstelen temidden van hun eigen verdriet. Mariken Spuij (orthopedagoog) behandelt aan de Universiteit Utrecht al jaren kinderen die vastlopen na het verlies van een dierbare. De oorzaken van dit verlies zijn divers. De meest voorkomende zijn kanker, een ongeluk of een ramp, zoals die met de MH17. Mariken vindt dat praten over de dood een onderdeel dient te zijn van de opvoeding.

      In het AD zegt zij: “Rouw is een pijn die komt als een band wordt doorgesneden. Steeds weer word je geconfronteerd met het verlies en dat gaat gepaard met heftige emoties. Die overvallen je, natuurlijk. Maar dat de dood bij het leven hoort, dat kun je leren. In elke levensfase is dat anders: peuters snappen vaak niet wat het is, kleuters denken dat het omkeerbaar is. Voor pubers kan het moeilijk zijn om zich tegen de overgebleven ouder af te zetten.”

      • Waarom een handboek?

      “Er is veel te vinden over rouw bij kinderen, maar dat is erg versnipperd. Ik heb alle kennis verzameld en gekoppeld aan voorbeelden uit mijn praktijk.”

      • Hoe vertel je een kind dat een dierbare terminaal is of is overleden?

      “Zoals het is. Geef geen valse hoop. Dat beschadigt het vertrouwen en daar kunnen kinderen later veel last van krijgen. De meesten kunnen het aan, maar zo’n 20 procent van de kinderen houdt psychische klachten na een overlijden.” Geef geen valse hoop. Dat beschadigt het vertrouwen.

      • Dus we moeten het meer over de dood hebben?

      “Ja. Dat kan ook zijn als een vliegje dood in de vensterbank ligt. Uitleggen dat hij niet meer vliegt en niet meer gaat vliegen. Als dan een konijn of een kat overlijdt, kun je voortborduren op het verhaal van de vlieg. Als een dierbare doodgaat, heb je al een kader. Boekjes over de dood zijn er volop. Lees ze ook zonder dat er een sterfgeval in de omgeving is.”

      • Waarom durven we er niet over te praten?

      “Omdat het aan onze eigen emotie raakt: wij vinden de dood als volwassenen iets vervelends, iets waar we verdrietig van worden. We willen dat onze kinderen besparen, maar dat is niet wijs.”

      • Moet je er per se over praten?

      Drie kwartier aan tafel met je kind over de dood praten, is geen goed idee.
      “Nee. Is je kind geen prater: zoek een andere manier van communiceren. Heb het eens al wandelend of spelend over papa, laat je kind met een dierbare ‘bellen’ door een ‘hemeltelefoon’, maak een ‘dingen-die-ik-je-altijd-al-had-willen-vragendoos’. Drie kwartier aan tafel met je kind over de dood praten, is geen goed idee.”

      • Maar je moet er ook niet omheen draaien?

      “Nee. Dood is dood. Zeg niet dat papa slaapt. Want dan kan het goed zijn dat een kind niet meer durft te gaan slapen.”
      En: ‘Opa is nu een ster’?
      ,,Ook niet doen. Een kind kan dan denken: straks verander ik ook zomaar in een sterretje!?”

      • Is het goed om een kind een dode dierbare te laten zien?

      “Ja. Soms is iemand er slecht aan toe, maar dan nóg. Door mijn begeleiding van de nabestaanden van de MH17-ramp weet ik: elk vingerkootje is belangrijk om afscheid te kunnen nemen. Dus ook het zien van de hand van papa na een ernstig ongeluk kan genoeg zijn. Je kunt dat moment nooit meer overdoen en het risico bestaat dat een kind zich anders niet realiseert dat papa écht dood is.”

      • En mee naar de uitvaart?

      “Bij een dierbare gebeurt dat ook in verreweg de meeste gevallen. Maar als het verder weg is niet en dat is jammer. Als je kinderen eens meeneemt naar de uitvaart van een oude oom of tante, kunnen ze kennismaken met het ritueel zonder dat het zo emotioneel beladen is.”

      • Wat moet je doen met je eigen tranen?

      “Laten zien. Wegslikken lukt vaak niet en is ook niet handig: een kind kan dan de indruk krijgen dat zijn verdriet er niet mag zijn. Maar leg wel uit wat er gebeurt. Zeg: ‘mama mist papa en is even heel verdrietig. Maar dat wordt strakjes weer minder en ik praat daarover met iemand, dat helpt’. Anders krijgen kinderen het gevoel dat zij het voor hun ouder moeten oplossen.”

      • Ze voelen zich snel schuldig?

      “Dat kan. Soms denken ze dat ze niet lief genoeg geweest zijn voor hun overleden ouder. Of niet goed voor hem hebben gezorgd. Maak dat bespreekbaar. Bijvoorbeeld als een kind niet meer met zijn vriendjes buiten wil spelen, omdat hij dat in de laatste uren voor het overlijden van zijn vader deed.”

      • Moet je een kind ontzien na de dood van een dierbare?

      “Een beetje, maar laat de teugels niet vieren. Misschien mag hij even wat meer op de iPad spelen, maar stel grenzen. En zorg dat de school niet zegt: ‘jij hoeft even helemaal niets, hoor’. Structuur en doelen zijn belangrijk om door te gaan. Dat is zwaar te midden van alle verdriet, dus doe het niet allemaal alleen, betrek familie en vrienden erbij.”

      • Wanneer moet je aan de bel trekken?

      “Als je kind nóóit over papa wil praten, nóóit naar de begraafplaats wil, alleen maar neerslachtig is. Verdriet blijft er altijd, maar na een halfjaar zou het toch wel iets beter moeten gaan.”

      (Einde citaat)

      Het boek ‘Rouw bij kinderen en jongeren’, Uitgeverij Nieuwezijds, is verkrijgbaar voor €24,95 in de boekhandel.

      • De praktijk

      In mijn praktijk kom ik voorbeelden tegen van kinderen die een vader, moeder, broer(-tje), zus(-je), opa, oma, oom, tante, neef(-je), nicht(-je), vriend(-je) of vriendin(-netje) hebben verloren. Allemaal mensen die zij als dierbaar hebben ervaren en die vaak onverwacht uit hun leven zijn verdwenen. En dat is dan een groot verlies. Een verlies dat gedeeld wordt met andere familieleden en vrienden en vriendinnen. Een verlies dat dient te worden verwerkt en waar het de tijd voor dient te krijgen.

      Soms staan kinderen hier alleen voor. De omgeving heeft dan te lijden onder hetzelfde verlies (vaak betreft het dan de achterblijvende ouder) en komt door de rouwverwerking onvoldoende toe aan de begeleiding en ondersteuning die kinderen dan behoeven. Niet dat deze ouder faalt. Nee, deze ouder komt er eenvoudigweg niet aan toe. Maar het heeft wel impact op het rouwproces van de kinderen.

      Net als bij een scheiding van de ouders, verwerkt een kind de dood van een van beide dierbaren op een geheel eigen wijze. Is die dierbare een van de ouders of gezinsleden, dan heeft het kind in veel gevallen de neiging om de schuld van het wegvallen van de overleden ouder aan zichzelf te wijten. Aan het door het kind zelf ervaren en vertoonde negatieve gedrag. Die neiging wordt nog eens versterkt wanneer het kind zich in de ontwikkelingsfase van het magische denken bevindt. Dat is de fase waarin kinderen geloven dat zij de voortgang van de gebeurtenissen kunnen beïnvloeden door magisch te denken. In veel gevallen denken kinderen dan daadwerkelijk te kunnen toveren en daarmee het beloop van situaties te kunnen veranderen. Hun gedrag is daarop gebaseerd en wordt gebruikt om om te kunnen gaan met stressvolle of negatieve situaties. Zijn kinderen nog niet aan deze fase in hun leven toe, dan kan het voorkomen dat er regressie optreedt. Deze regressie kan leiden tot weer in bed plassen of kinderlijk gedrag dat niet meer tot de levensfase behoort waarin het kind zich op dat moment bevindt. Zijn de kinderen de magisch-denkenfase al gepasseerd, dan komt het voor dat kinderen een terugval hebben naar deze fase. Deze komt dan overeen met de fase in het rouwproces waarin ook volwassenen bedenken dat de situatie op enigerlei wijze beïnvloedbaar zou moeten zijn. Het is een nauurlijk proces. Niemand wil een dierbare verliezen en zal zich in het hoofd halen dat de realiteit misschien nog kan worden beïnvloed en teruggedraaid. Daarop zijn kinderen geen uitzondering.

      Naarmate de fase van acceptatie en berusting meer de overhand krijgt, kunnen kinderen zich meer en meer gaan manifesteren als ‘ouder’. Vanuit hun eigen waarden en normen zullen zij zich gaan ontwikkelen naar hun nieuwe ‘rol in het leven’. Een leven zonder de dierbare die zij zijn verloren. Een leven met hen die hen dierbaar zijn. En, afhankelijk van de houding, de rollen, die deze overgebleven dierbaren dan gaan innemen, zullen kinderen de mogelijke leegtes die vanwege het verlies zijn ontstaan, gaan invullen of zelfs overnemen. En dat kan een onevenredige emotionele en mentale belasting op het kind met zich meebrengen.
      In zulke situaties wordt mijn hulp nogal eens ingeroepen. Ik ga mij dan richten op het kind dat deze rol op zich heeft genomen en bespreek in eerste instantie de goede intenties van het kind. Maar ik geef ook aan dat het kind deze verantwoordelijkheden niet hoeft te dragen. Niet op zich hoeft te nemen. Maar, ik pak deze het kind niet af. Ik leer het kind dat het deze verantwoordelijkheden kan delen. Soms is dat met de andere kinderen in het gezin, soms met de achtergebleven ouder of met de hele familie (zeker bij rouwverwerking als gevolg van een scheiding bij de ouders). Het proces van delen van de verantwoordelijkheden is afhankelijk van de leeftijd van het kind, de manier waarop het invulling geeft aan het uiten van die verantwoordelijkheden én de overtuigingen die achter de motivatie van het kind liggen om zich zo te gedragen. Zelden is dit een proces dat snel verloopt. Altijd is dit een proces van bevrijding. Het kind wordt ontlast van een verantwoordelijkheden waarvoor het geen verantwoording hoeft te dragen. Het dient in te zien dat het daarvoor ouders of ouderen heeft, die dit van hen kunnen overnemen of waarmee het kan worden gedeeld.


      Maar, de keiharde realiteit wordt nooit ontkend. De realiteit van de dood of het wegvallen van een dierbare blijft overeind staan. Als een markering in het leven. Een moment in de levenslijn die, net als de vreugde bij een geboorte, onderdeel uitmaakt van de vele gebeurtenissen die zich nog zullen gaan voordoen in en om het bestaan van een mens. En op al die gebeurtenissen dienen kinderen te worden voorbereid.


      Copyright©oncies 2017

      Geplaatst in Afscheid, Agressie, Alcoholmisbruik, Alledaags, Angst, arbeidsconflict, Autisme, Balans, Bedplassen, Belangen, Bezorgdheid, Bindingsangst, Boosheid, Christendom, Co-ouderschap, Compensatie, Complexe echtscheiding, Complexe scheiding, conflict, Criminaliteit, Depressiviteit, dood | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

      Oma en Opa-plan, zinvol of onzinnig?

      In maart 2015 werd er door mij al aandacht aan besteed. Op 25 april 2016 kwam het CDA, bij monde van Mona Keijzer, met het Opa-oma-plan. Inmiddels zijn de Tweedekamerverkiezingen van 2017 gepasseerd en nog steeds ligt het plan van het CDA op de plank. Niet iets waar schot in zit.

      • Terug naar het blog van 5 maart 2015

      Afgelopen dinsdag en woensdag meende het CDA een prachtig plan te lanceren.

      Maar al snel bleek, dat er geen kamerbreed draagvlak voor was.

      


      • Overbodig?

      Ja. Hoe vervelend het ook lijkt, het plan is in mijn ogen overbodig en kostenverhogend. Er moet tijdens de gesprekken immers nóg een plan worden opgesteld. Voor het opstellen van zo’n extra plan is ook extra tijd nodig. Tijd die kosten met zich meebrengt. Daarnaast kun je je nog afvragen wat er dan allemaal in dat plan dient te worden opgenomen. Gaat het daarbij om de behoefte van de grootouders om een omgangsregeling met hun kleinkinderen? Of gaat het om de behoefte van de ouders om hun ouders buiten te sluiten? Of gaat het om de behoefte om erkenning? En om wie gaat het eigenlijk?


      • De oplossing

      Als MfN-Register-scheidingsmediator is bij mij de omgang tussen de kinderen en de wederzijdse oma’s en opa’s een vast onderwerp van gesprek tijdens de gesprekken over het ouderschapsplan. In het ouderschapsplan worden afspraken gemaakt tussen de ouders, waarin de belangen van het kind/de kinderen centraal staan. En in deze formulering ligt meteen de kern van de zaak. Net als bij de ouders, geldt voor de grootouders dat de belangen van de kinderen voorgaan op de behoefte van anderen. Want ook de oom’s en tante’s, neven en nichten zijn familie van de kinderen en kunnen behoefte hebben aan het in stand houden van het contact met het kind/de kinderen uit dit gezin. Maar is dit alles wel in het belang van het kind/deze kinderen? Daarmee zal zeker rekening dienen te worden gehouden. En daar ligt een belangrijk aspect van mijn taak bij het opstellen van het ouderschapsplan. Het bewaken van de belangen van het kind/de kinderen.

      Door uit te gaan van de belangen van de kinderen en hun rechten om contacten met de familie te mogen onderhouden, sterker nog, de ouders dienen die contacten in stand te houden en te stimuleren, komt dit in het ouderschapsplan aan de orde. Althans: als de ouders bij mij in mediation gaan. Daarmee is meteen aandacht besteed aan opa’s en oma’s. Zij maken immers onderdeel uit van het in te vullen ouderschapsplan.


      • Conclusie

      Het door het CDA gewenste Opa-en-Omaplan is volkomen overbodig. Het Ouderschapsplan voorziet hier al in. Het is de taak van advocaten en mediators om dit op adequate wijze onder de aandacht te brengen, tijdens de (echt-)scheidingsprocedure, bij de ouders én de kleinkinderen door dit op te nemen in de gesprekken waarin het over de invulling van het ouderschapsplan gaat.


      Copyright©oncies 2017

      Geplaatst in Afscheid, Agressie, Alimentatie, Alledaags, Angst, Anti-sociaal, Autisme, Bedreiging, Belangen, Bemiddeling, Bindingsangst, BJZ, Co-ouderschap, Compensatie, Competenties, Complexe echtscheiding, Complexe scheiding, conflict, convenant, echtscheiding, Eenoudergezin, Escalatie, Familieconflict, Familieleed, Familiezaken, Gedragsproblemen, Geloofsovertuiging, Geregistreerd partnerschap, Geweld, Geweldloos, Gezin, Huiselijk geweld, Huwelijk, Informatief, Integriteit, Intimidatie, Intimiteit, Jeugdbescherming, Jeugdzorg, Juridisch, kinderbelangen, Kinderen, Kindermisbruik, Kindgebonden budget, Kwaliteit van leven, Kwaliteit van zorg, lijfstraffen, Machtsmisbruik, Mantelzorg, Mediation, Onderhandelingen, onderwijs, Ontspanning, Ouderen, Ouders, ouderschapsplan, overheidsbeleid, Participatiesamenleving, politiek, Principieel onderhandelen, privacy, Puberteit, publicaties, Rechtsstaat, Relatiebemiddeling, Relatieproblemen, Relatietherapie, Repressie, Respect, Rouwen, Rugzakje, Samengesteld gezin, Scheiden, scheiding, Schrikbewind, Schulden, Seksueel misbruik, Sociale media, Spraakmakend, Standpunten, Thuis, Toekomst, Trouwen, Uncategorized, Vakantie, vechtscheiding, Verlatingsangst, Verslaving, vreemdgaan, Waarden en normen, Wanbeleid, Wanprestatie, Werkeloos | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

      Ik zou zo graag weer geloof en vertrouwen willen hebben in de politiek

      Het is verkiezingstijd en heel Nederland lijkt zich ermee te bemoeien. Je kunt de radio of de televisie niet meer aanzetten of het gaat er wel over. Dat komt niet in de laatste plaats door het polariserende beleid van Geert Wilders (PVV)  of de arrogante houding van tevredenheid over de afgelopen regeerperiode van Mark Rutte (VVD) en Lodewijk Asscher (PvdA). Of door de (ir-)rationele overtuigingen van Marianne Thieme (Partij voor de Dieren). Laat staan door de populistische houding van Tunahan Kuzu (DENK), Jan Roos (VoorNederland), Thierry Baudet (Forum voor Democratie), GeenPeil (Jan Dijkgraaf) of Sylvana Simons (Artikel1).   Ook niet door de felle strijd van Henk Krol (50plus) of het jongehonden gedrag van Jesse Klaver (GroenLinks). Nee, zelfs de stichtelijke en conservatieve gedachtegangen van Sybrand van Haersma-Buma (CDA), Gert-Jan Seegers (ChristenUnie) of Kees van der Staaij (SGP) zijn niet de oorzaken van de onrust tijdens deze verkiezingen. Zelfs het amitieuze haantjesgedrag van Alexander Pechtold (D66) of Emile Roemer (SP) niet.

      • Beloften en toezeggingen

      Nee, de onrust wordt veroorzaakt en in stand gehouden door de beloften en toezeggingen die worden gedaan. Er wordt met miljarden gestrooid alsof het niets is. Henk Krol gaat daarin het verst. Hij strooit met tientallen miljarden voor de ouderen, maar laat na verantwoording af te leggen voor de financiering ervan. Geert Wilders komt echt niet verder met te verkondigen wat hij niet wil. Beleid voor hoe hij hierin wel veranderingen zal aanbrengen blijven eenvoudigweg uit.

      En ondertussen verliest de politiek meer en meer oog voor de sociale aspecten van de samenleving. Daar waar de kwaliteit van ons volk zich altijd in gekenmerkt heeft. Polariseren, nepnieuws verspreiden, elkaar schofferen, vooraankondigen dat de plannen sleets zullen blijken te zijn ten behoeve van het sluiten van compromissen. Op voorhand worden de excuses al gemaakt. En bizar genoeg, er is geen partij te vinden die durf te staan voor de belangen van het electoraat, de stemmers, de Nederlandse bevolking. Gek hè, die groeiende onrust en toename van het aantal zwevende kiezers?

      • Aantrekkelijk pluche

      Meer geld naar de zorg, naar het onderwijs, naar veiligheid, naar…. Met miljarden en miljarden tegelijk. Het lijkt maar niet op te kunnen, want ja de crisis is voorbij en het gaat weer beter met Nederland. Ondertussen nalaten te vertellen dat dit vooral komt doordat het in het buitenland, bij onze handelspartners, in de eerste plaats beter gaat. Het goed-gaan in ons land is niet de verdienste van de politiek, maar die van de hardwerkende Nederlander en al die buitenlanders die ons daar hier in Nederland bij helpen. Maar geen enkele partij maakt het uitgeven van die beloifde en toegeegde miljarden hard, want ojee compromissen zijn belangrijker. Het is belangrijker om op het pluche te mogen zitten.


      • Vertegenwoordiging

      Wat zou de bevolking blij zijn met die ene partij die voor haar opkomt. Die de belangen van de bevolking niet alleen vertegenwoordigt tijdens de verkiezingscampagne, maar daaraan vasthoudt en desnoods daarvoor in de oppositie gaat. Wat zou Nederland doen als de PvdA weer de partij van de arbeider zou zijn? Wanneer deze de miljarden voor de zorg, het onderwijs, de veiligheid en de mobiliteit zou laten oormerken, zodat het op de plaatsen terecht komt waarvoor het is beloofd en toegezegd. Wat zou de SP kunnen winnen aan geloofwaardigheid wanneer het zich door dik en dun zou inzetten als het om het korten op de bonussen en achterlijk hoge beloningen en salarissen gaat. Hoe sterk zou het CDA zich kunnen opstellen wanneer zij daadwerkelijk zou vasthouden aan betere zorg en onderwijs.

      • Wat wordt hiermee bedoeld?

      Wat ik hiermee wil zeggen is dat alle politieke partijen eens zouden moeten gaan nadenken over wat zij de kiezers beloven en toezeggen. Dat zij zich dan aan hun beloften en toezeggingen dienen te houden. Dat zij hun beloften en toezeggingen gestalte dienen te geven in de volgende regeerperiode, desnoods vanuit de oppositie, in plaats van het te grabbel te gooien van die beloften en toezeggingen omdat dat er nu eenmaal bijhoort om tot compromissen te kunnen komen. Oftewel, omdat ze willen regeren en met hun reet op het warme pluche willen zitten. Het kan toch niet langer zo zijn dat gedane beloften en toezeggingen waardeloos blijken te zijn, omdat ze alleen maar zijn gedaan om mijn en uw stem te winnen.


      • Er valt veel te winnen

      Nee, wat zouden partijen winnen wanneer zij hun geloofwaardigheid zouden behouden. Wanneer zij daarvoor alles inzetten, dus ook oppositie voeren wanneer zij hun beloften en toezeggingen niet kunnen waarmaken in een kabinet. Ik zou zo’n partij weer gaan geloven én vertrouwen. Ik zou dan zien dat zij mijn stem terecht hebben gekregen en de volgende keer weer op die partij stemmen. Of ik zou voor de partij kiezen die mij heeft laten zien dat zij voor hun verkiezingsprogramma (met daarin aangegeven hoe zij dit zal gaan realiseren), hun beloften én hun toezeggingen is blijven staan!

      Begrijp me goed. Ik ben mij er zeer van bewust dat, voor het vormen van een nieuw kabinet, compromissen sluiten noodzakelijk is. Ik snap heus wel dat er water bij de wijn dient te worden gedaan, wil het land bestuurbaar worden. Maar dat zou geloofwaardiger worden wanneer de verkiezingsbeloften en -toezeggingen niet zo ongelooflijk zouden zijn opgepoetst. De geloofwaardigheid wordt teniet gedaan doordat de beloften en toezeggingen niet kunnen worden waargemaakt. Miljarden en nog eens miljarden kunnen niet worden uitgegeven wanneer ze er niet zijn. En het kan dan niet zo zijn dat deze worden gecompenseerd uit de salariszakjes van de hardwerkende bevolking. Het verhogen van de belastingen om de beloften en toezeggingen na te kunnen komen, zonder dat dit wordt verteld tijdens de verkiezingscampagnes, is volksverlakkerij. Een sigaar uit eigen doos.

      Geloofwaardigheid en vertrouwen win je door met realistische plannen te komen. Niet door alleen maar loze beloften en toezeggingen te doen. Wat hebben u en ik aan politieke partijen die van alles en nog wat beweren, maar geen beleid tonen waarmee ze hun beweringen waar kunnen maken.


      Ik zou hier geen stemadvies willen geven, maar wel een partij-advies. Neem je positie in als poltieke partij, hanteer daarin de politieke uitgangspunten van je partij en vertaal deze naar je electoraat, en boven al, HOUD JE DAAR DAN OOK AAN!


      Copyright©oncies 2017

      Geplaatst in A-sociaal, Alledaags, Anti-sociaal, Belangenbehartiging, Bezorgdheid, Boosheid | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

      SCHEIDEN dmv MEDIATION, het kan altijd, maarrrr…..

      “Ik bel u omdat ik een mediator zoek die echtscheidingen doet bij ingewikkelde mensen”, sprak de vrouw nadat ik haar had gevraagd waarvoor zij mij belde. “Dat doe ik inderdaad, althans echtscheidingen. Wat bedoelt u met ingewikkelde mensen?” Het was even stil aan de andere van de lijn. Toen vervolgde de vrouw: “Nou, mijn man is een narcist. Ja, of een autist. Hoe dan ook, hij is een ingewikkeld mens. Dat vinden mijn vier kinderen ook. Moeilijk, moeilijk. Ik ben er zo langzamerhand wel klaar mee.”  Opnieuw was het even stil. “Ik weet het zeker, want ik heb het allemaal opgezocht en het klopt allemaal bij hem.” Een bijzonder gesprek was begonnen.


      • Hoezo een bijzonder gesprek?

      Niet zozeer vanwege de door deze vrouw gesteld diagnoses. Het komt wel vaker voor dat vrouwelijke partners hun man een narcist of autist noemen, en mannelijke partners hun vrouw een borderliner of hysterisch karakter toeschrijven. En het is altijd de vraag of deze veronderstelling in werkelijkheid ook stand houdt. De feiten liggen vaak anders en veel genuanceerder.

      Het gesprek werd bijzonder door wat er daarna werd besproken. De vrouw vertelde dat het kennismakingsgesprek, dat ik altijd houd voordat de mediation start en waarin de mediationovereenkomst wordt ondertekend, nog niet kon plaatsvinden omdat haar man nog in het buitenland verbleef. “Hij zit al ruim drie weken in Beijing. Hij heeft een eigen bedrijf en daar een filiaal. Er gingen daar wat dingen fout en hij komt waarschijnlijk nog niet op korte termijn terug. Daarom kan ik nog geen afspraak met u maken.” Het was weer even stil aan de lijn. “Wanneer komt uw man weer terug?”, vroeg ik haar. “Dat kan nog wel vijf weken duren. Als hij terug komt dan vertel ik het hem.” Opnieuw een stilte. “Hoe bedoelt u?”, was mijn volgende vraag. “Nou, dan maak ik met u de afspraak voor het kennismakingsgesprek en vertel ik het hem….dat we gaan scheiden…..” En weer was het stil.

      Het komt wel vaker voor dat ik door iemand gebeld word vanwege een echtscheiding of een relatietherapie, dat is immers mijn werk. Vaak nemen mensen contact met mij op via mijn website (www.concies.nl) of na een advies van een van mijn (oud-)cliënten. En het is dan altijd van belang om te weten of beide partijen op de hoogte zijn van hetgeen waarover ik door een van hen word benaderd. Ook in dit geval is het van belang dat de voorgenomen scheiding al bij de man bekend is. Het kennismakingsgesprek is niet bedoeld om de scheidingsmelding te doen en ook niet om de partner met een dergelijke mededeling te overvallen.

      Het is mij onlangs nog overkomen dat ik een voicemail had gekregen van een vrouw met het verzoek haar terug te bellen. Alleen was het haar echtgenoot die toen opnam en nog nergens van afwist. Hij was niet alleen uitermate verrast, maar ook zeer verbolgen. Hij vond het schandalig dat ik zomaar belde, wat niet het geval was. Boos verbrak hij de verbinding. Drie uur later belde hij mij terug. Hij had ondertussen met zijn vrouw gesproken en ze gingen scheiden. “Maar niet bij u!” Dat was een gênante vertoning,  voor alle betrokkenen.


      • Beleid van mij

      Het feit dat de vrouw mij vertelde dat haar man nog van niets wist, is bepalend voor het vervolg van hoe ik een dergelijke situatie aanpak. Zo wilde de vrouw mij nog meer vertellen over haar beweegredenen om te gaan scheiden. Wat er allemaal was gebeurd in de afgelopen jaren. Het kostte mij geen moeite om haar duidelijk te maken dat zij mij hierover niet kon informeren, omdat dit ten koste zou kunnen gaan van mijn neutraliteit, onpartijdigheid én integriteit, wilde zij later nog gebruik kunnen maken van mijn diensten. Het bijzondere telefoongesprek, op een willekeurige zondagochtend, is pas het begin van een nieuw traject. “Laat ik met u afspreken dat u eerst uw man op de hoogte brengt van uw besluit. Het lijkt mij zaak dat uw man mij daarna uitnodigt voor het kennismakingsgesprek. Daarna praten we verder. In aanwezigheid van uw man mag en kunt u alles met mij, én hem, bespreken.”


      Het mag duidelijk zijn. U mag mij altijd benaderen voor een scheidingsmediation, of dat nu een scheiding in een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een samenlevingsovereenkomst of een gewone affectieve relatie betreft, maar ik ga pas met u en uw partner aan de slag wanneer beiden op de hoogte zijn van de reden en het doel van de mediation.


      Copyright©oncies 2017

      Geplaatst in Afscheid, Alimentatie, Alledaags, Apostillelanden, arbeidsbemiddeling, Arbeidsmediation, Asperger, ASS, Autisme, Belangen, Bemiddeling, Buurtbemiddeling, Co-ouderschap, Competenties, Complexe echtscheiding, Complexe scheiding, conflict, convenant, Dementie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

      Je krijgt een ‘boete’ als je je zieke ouders in huis neemt

      De regering en het parlement hebben hun mond vol over de ‘participatiesamenleving‘. Een van de speerpunten daarin is de mantelzorg. Die speerpunten hebben ze al jaren, overigens. En al jaren is het een maatregel die sterk ter discussie staat. Bovendien is de participatiesamenleving een prachtige term om als dekmantel te gebruiken voor forse bezuinigingen op de sociale voorzieningen, de sociale zekerheid. Mensen die zorg behoeven, en deze dan met name thuis nodig hebben, moeten ook langer thuis voor zichzelf gaan zorgen. De beste oplossing daarvoor is volgens de overheid mantelzorg. Dit verlaagt de kosten in de zorg en bevordert de sociale betrokkenheid. Echter: sinds februari 2014 is daar de mantelzorgboete bovenop gekomen.
      Een slimme zet om niet alleen heel veel geld te bezuinigen, het is tevens de nekslag voor de zo hoog geprezen participatiesamenleving. Waarom zou je nog aan mantelzorg doen, wanneer dit ten koste gaat van je inkomen? Het is dus niet vreemd dat 3 jaar later het aantal mensen dat mantelzorg verleent is gedecimeerd en veel zorgvragers met hun rug tegen de muur staan. Zo berichtte de Telegraaf deze week ook dat de emotionele en lichamelijke belasting van de mantelzorger zeer zwaar is.


      • Mantelzorg

      Er zijn heel aardige kinderen die vader of moeder in huis nemen als die zorg nodig heeft. Maar er zijn ook talloze kinderen die nog heel jong zijn, wanneer ze nog gewoon thuiswonen bij hun zieke ouders. Niet zelden zijn deze kinderen twaalf jaar of jonger. Deze kinderen doen iets wat we mantelzorg noemen. Mantelzorg kenmerkt zich doordat het is gebaseerd op wederkerigheid. Er wordt niet voor betaald en men bewijst elkaar (weder-)diensten. Het is dus niet-professionele zorg. De een (de ouder) kan iets niet en de ander (het kind) zorgt daar dan voor en omgekeerd. Men zorgt dus voor elkaar, maar dan zonder de benodigde kennis van zaken. Mantelzorg is lekenzorg, hoe goed deze ook is bedoeld. En deze goede bedoelingen worden door dezelfde overheid ook nog eens ondermijnd en uitgehold.

      Want daar heeft dit kabinet dus iets op gevonden: de vader of moeder, die bij zijn kinderen gaat wonen, raakt een groot deel van zijn of haar inkomen, de AOW, kwijt. Hij of zij heeft immers minder geld nodig omdat de kosten voor het dagelijks leven worden gedeeld met het gastgezin. In de volksmond heet deze regeling volgens De Volkskrant ‘de mantelzorgboete’.
      Volgens de krant komen sommige kinderen terug van het plan hun ouders (of een van hen) in huis te nemen vanwege deze boete.

      Staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) vindt de kostendelersnorm te rechtvaardigen en maakt ondertussen goede sier door zich op te werpen als belangenbehartiger en liefdadigheidsinstelling voor minder bedeelden (hun kinderen). ‘Mensen die samen in een huis wonen, hebben schaalvoordelen, omdat ze kosten kunnen delen. Ik vind dat dit voordeel in de uitkeringshoogte terug kan komen.’
      De betreffende families zeggen dat zij juist eerder duurder uit zijn, bijvoorbeeld omdat ze het huis moeten aanpassen en veel tijd kwijt zijn aan de mantelzorg. En wat te denken van de inkomstenderving en de hogere woonkosten (gas en electra)?


      • De kostendelersnorm

      De kostendelersnorm, een prachtig bedachte term overigens, houdt in dat in huishoudens, waarin meerdere mensen met een uitkering wonen, op hun uitkering worden gekort omdat zij de kosten van het levensonderhoud met elkaar kunnen delen. Kamerlid Klein (50PLUS) heeft de regering verzocht om, samen met de VNG, te onderzoeken hoe in geval van mantelzorg voor of door AOW-gerechtigden de kostendelersnorm niet toegepast hoeft te worden.


      • De slachtoffers

      AOW-gerechtigden worden het meest getroffen door de kostendelersnorm: soms gaan ze er zelfs meer dan 25% op achteruit. De AOW van zorgbehoevende ouderen die bij hun kinderen inwonen, wordt nog verder verlaagd, namelijk van 70 naar 50%. Mochten de kinderen een bijstandsuitkering hebben, dan zal deze ook worden verlaagd. Deze maatregel ontmoedigt dat kinderen bij hun hulpbehoevende ouders zullen intrekken, of omgekeerd, met alle gevolgen van dien. Dat staat ook haaks op het voorgenomen kabinetsbeleid – in het kader van de nieuwe WMO – om ouderen langer zelfstandig te laten wonen en mantelzorg te verstevigen. Bovendien zorgt de maatregel ervoor dat de geloofwaardigheid van de overheid verloren gaat. Hoe serieus dien je deze nog te nemen ten aanzien van hun stokpaardje: de participatiemaatschappij? De lasten van de reguliere zorgverlening zullen verder stijgen, want de zorg die door de mantelzorger niet meer wordt verleend zal daarnaartoe worden overgeheveld.


      • Een noodkreet

      In de Metro verscheen al eens een noodkreet aan mevrouw Klijnsma, de staatssecretaris van Sociale Zaken: “Uw wapenfeit: de mantelzorgboete. Vanaf 2014 jaar kort u hulpbehoevende ouderen elke maand 300 euro op hun AOW als zij bij een kind inwonen. Een bezuiniging, erkent u, maar een rechtvaardige, want mensen die samen onder één dak leven, kunnen kosten delen. Daarom krijgt een gepensioneerd echtpaar ook minder AOW dan twee gepensioneerden die apart wonen. Hetzelfde geldt voor mensen in de bijstand die een voordeur delen. Eigenlijk zegt u: “Die korting van 300 euro is normaal en heeft niets met mantelzorg van doen. Als je gaat samenwonen, is een korting op je uitkering de consequentie.”

      Wat een vreemd argument. Waar voordeurdelers uit vrije wil onder één dak leven, hebben mantelzorgers geen keuze. Ze móeten hun hulpbehoevende vader of moeder wel in huis nemen. Ga maar na: terwijl de vergrijzing toeneemt, sluit het kabinet, waar u deel van uitmaakt, achthonderd verzorgingshuizen. Versobering van de ouderenzorg heet dat dan. ‘Bejaarden moeten maar langer zelfstandig blijven wonen’. Prima, maar bezuinig dan niet ook nog eens de thuiszorg kapot. Toch gedaan.


      Dus bedacht uw baas Rutte de participatiesamenleving: laat iedereen zijn eigen ouders maar verzorgen. Uit naastenliefde natuurlijk, want dat is de goedkoopste oplossing. Mevrouw Klijnsma, niet om het één of ander, maar faciliteer dat dan! Maar nee hoor. U komt met een boete van 300 euro voor bejaarden die niet langer zelfstandig kunnen wonen. Wat een vreemd ontmoedigingsbeleid.”


      Mijn kanttekeningen:

      1. Bij de overheid snijdt het mes naar twee kanten. Maar dan wel naar twee eigen kanten.
      2. Enerzijds vindt een kostenbesparing plaats op de uitkeringen en anderzijds vindt een kostenbesparing plaats op het budget van de gezondheidszorg.
      3. Het niet meer uitbetalen vanwege de schaalvoordelen, is een flink financieel voordeel voor de overheid. Korting, of het nu strafkorting is of niet, bespaart cumulatief in de toekomst vanwege de toename in de (verplichte) mantelzorg.
      4. Daarnaast snijdt de overheid al in de beschikbare budgetten van de, bij de gemeenten ondergebrachte, thuiszorg. En het is de thuiszorg die ontlast wenst te worden en waardoor mantelzorg verplicht is.

      Met andere woorden: De participatiesamenleving is volksverlakkerij.


      Copyright©oncies 2017

      Geplaatst in Alledaags, Belangen, Bemiddeling, conflict | Tags: , , , | Een reactie plaatsen