Toeslagen 2017: Kinderopvang, het Kindgebonden budget en andere toeslagen

Uw kinderen gaan naar de kinderopvang en u denkt in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag, dan weet u bij voorbaat al dat de kinderopvangtoeslag een bijdrage is in de kosten van die kinderopvang. Lees in dit blog hoe het werkt en wat de voorwaarden zijn.
Om kinderopvangtoeslag te krijgen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Wanneer u kinderopvangtoeslag voor 2017 wilt aanvragen, dan dient u dat binnen 3 maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat te doen.

Om kinderopvangtoeslag te krijgen, moeten u en uw eventuele toeslagpartner aan de voorwaarden voldoen.
U kunt kinderopvangtoeslag krijgen als u en uw toeslagpartner aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. U werkt, volgt een traject naar werk , een opleiding of een inburgeringscursus.
  2. U hebt met het kindercentrum of gastouderbureau een contract afgesloten.
  3. U betaalt de kosten voor kinderopvang.
  4. U hebt de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning.
  5. U krijgt kinderbijslag of een pleegouderbijdrage, of u onderhoudt het kind in belangrijke mate.
  6. Uw kind gaat naar een geregistreerde kinderopvang.
  7. Uw kind staat ingeschreven op uw woonadres.
  8. Uw kind zit nog niet op het voortgezet onderwijs.


      ~ Andere situaties –

      Hebt u te maken met een van de volgende situaties:

      • U bent co-ouder

      U bent co-ouder als uw kinderen:

      1. ten minste 3 dagen per week bij u wonen;
      2. ten minste 3 dagen per week bij uw ex-partner wonen;
      3. op uw woonadres of op het woonadres van uw ex-partner staan ingeschreven.

      • Wie krijgt de kinderopvangtoeslag?

      Co-ouders kunnen allebei kinderopvangtoeslag krijgen. Ieder voor het eigen deel van de kosten. Als co-ouders kunt u samen kinderopvangtoeslag krijgen voor maximaal 230 uur per kind per maand.
      ~ Staat de kinderopvangtoeslag op naam van uw ex-partner, dan kunt u voor uw deel van de kosten kinderopvangtoeslag aanvragen.
      ~ Staat de toeslag op uw naam, geef dan uw deel van de opvanguren aan de belastingdienst door. Ook wanneer eventuele andere veranderingen plaatsvinden, bijvoorbeeld als uw kind naar een andere opvang gaat.

      • Wie krijgt dan het kindgebonden budget?

      De ouder die de kinderbijslag ontvangt, krijgt ook het kindgebonden budget. Hebt u meer kinderen, dan kunt u allebei kindgebonden budget krijgen. Dat regelt u zo:

      1. Zorg ervoor dat bij iedere ouder ten minste 1 kind staat ingeschreven.
      2. Vraag allebei kinderbijslag aan bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Hoe u dat doet, leest u op http://www.svb.nl.
      3. De SVB geeft het aan de belastingdienst door als u allebei kinderbijslag krijgt. Daarna betaalt de belastingdienst het kindgebonden aan beide ouders uit.

      • Bij wie tellen kinderen mee voor de huurtoeslag?

      ~ Bij co-ouderschap kunnen ouders hun kinderen meetellen als medebewoner voor de huurtoeslag. Dat kan een hogere huurtoeslag geven.
      ~ U en uw ex-partner willen een kind mee laten tellen als medebewoner en staat dit kind niet bij u ingeschreven, maar bij uw ex-partner. Of juist wel bij u, maar niet bij uw ex-partner. Stuur de belastingdienst dan een brief. Zet in de brief dat u co-ouders bent. Beide ouders moeten de brief ondertekenen.
      Stuur deze brief naar:

      Belastingdienst/Toeslagen

      Postbus 4510

      6401 JA Heerlen


      • U heeft kinderopvang nodig om sociale of medische redenen

      U heeft om sociale of medische redenen (bijzondere) kinderopvang nodig en u krijgt geen kinderopvangtoeslag omdat u niet aan de voorwaarden voldoet, dan kunt u mogelijk van de gemeente waarin u woonachtig bent een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang krijgen. Gemeenten hebben hier een speciaal budget voor. De gemeente hanteert hier eigen voorwaarden voor. U kunt deze voorwaarden opvragen bij uw gemeente.

      • Uw toeslagpartner is een familielid

      U kunt kinderopvangtoeslag krijgen als u werkt, of een traject naar werk, een opleiding of een inburgeringscursus volgt. Deze voorwaarde geldt voor u en uw toeslagpartner. 

      U hebt een toeslagpartner omdat een van u een inwonend kind jonger dan 18 jaar heeft en voldoet uw toeslagpartner niet aan de voorwaarde, dan kunt u in de volgende situaties toch kinderopvangtoeslag krijgen:

      1. Uw toeslagpartner is uw (groot)ouder.
      2. Uw toeslagpartner is uw kind van 27 jaar of ouder.
      3. Uw toeslagpartner is uw broer of zus.
      4. Uw toeslagpartner is een (groot)ouder, meerderjarig (klein)kind, broer of zus van uw overleden of ex-echtgenoot.
      5. Uw toeslagpartner moet wel aan alle andere voorwaarden voldoen. Ook telt het toetsingsinkomen van deze toeslagpartner mee bij de berekening van de kinderopvangtoeslag.  

      Is uw toeslagpartner een familielid en vraagt u kinderopvangtoeslag aan, bel dan met de BelastingTelefoon, u kunt hiervoor “Mijn toeslagen” niet gebruiken.

      • U woont in het buitenland

      Woont u met uw gezin in een ander EU-land, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland en gaat uw kind daar naar de opvang, dan kunt u misschien kinderopvangtoeslag krijgen. U moet aan dezelfde voorwaarden voldoen als wanneer u in Nederland zou wonen. In sommige situaties zijn er aanvullende regels.

      – U heeft een toeslagpartner

      U kunt alleen kinderopvangtoeslag krijgen als u en uw toeslagpartner werken, een opleiding volgen, een traject naar werk of een inburgeringscursus bij een gecertificeerde instelling volgt. U moet dat in Nederland doen. Uw toeslagpartner mag dat in Nederland doen, maar ook in een ander EU-land, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland.
      Werkt uw toeslagpartner niet, dan zijn er de volgende aanvullende regels:

      1. Uw toeslagpartner is jonger dan 18 en volgt hij een opleiding in het buitenland, dan moet hij een uitkering ontvangen die vergelijkbaar is met de Nederlandse bijstand.
      2. Volgt uw toeslagpartner een traject naar werk en ontvangt hij een uitkering in het buitenland, dan mag dat een uitkering en voorziening zijn die vergelijkbaar is met een Nederlandse uitkering en voorziening.
      3. Degene die in Nederland werkt, moet de kinderopvangtoeslag aanvragen. Of degene die in Nederland een traject naar werk, een studie of een inburgeringscursus volgt bij een gecertificeerde instelling.

      • Uw kind gaat naar een buitenlandse kinderopvang

      Gaat uw kind naar een buitenlandse kinderopvang, dan moet het kindercentrum, het gastouderbureau of de gastouder geregistreerd staan. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de belastingdienst.

      – Burgerservicenummer

      Wilt u kinderopvangtoeslag aanvragen vanuit het buitenland, dan dienen uw toeslagpartner en uw kind(eren) ook een burgerservicenummer (BSN) te hebben. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de belastingdienst.

      – Buitenlandse gezinsbijslagen tellen mee

      Bij de berekening van de kinderopvangtoeslag kijkt de belastingdienst naar de gezinsbijslagen die u in Nederland én in het buitenland krijgt. Krijgt u in beide landen gezinsbijslagen als kinderopvangtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget of buitenlandse varianten daarvan, dan krijgt u in totaal per kind nooit meer dan het hoogste bedrag aan gezinsbijslagen waarop u recht hebt volgens de regels van Nederland of het buitenland. Of de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de gezinsbijslagen u volledig uitbetaalt, is afhankelijk van uw persoonlijke situatie.

      – Uitbetaling

      Als u in het buitenland woont en in Nederland werkt, berekent de belastingdienst hoeveel kinderopvangtoeslag u krijgt. Meestal betaalt de belastingdienst de kinderopvangtoeslag uit, maar in een aantal gevallen betaalt de SVB uit. De SVB houdt dan rekening met de eventuele andere gezinsbijslagen die u krijgt, zoals kinderbijslag. Ook als na afloop van het jaar blijkt dat u te veel of te weinig kinderopvangtoeslag hebt ontvangen, dan zorgt de SVB ervoor dat dit verrekend wordt. Meer informatie vindt u op http://www.svb.nl/kinderbijslag.


      • U werkt in het buitenland

      Wanneer u in Nederland woont en u werkt in een EU-land, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland, dan gelden voor u en uw toeslagpartner dezelfde voorwaarden als voor personen die in Nederland werken. Er is echter een verschil. Gaat uw kind namelijk naar een buitenlandse kinderopvang, dan moet het kindercentrum, het gastouderbureau of de gastouder zijn opgenomen in het register buitenlandse kinderopvang. Lees meer hierover bij Registratie buitenlandse kinderopvang op de website van de belastingdienst.

      – Buitenlandse gezinsbijslagen tellen mee

      Bij de berekening van de kinderopvangtoeslag kijkt de belastingdienst naar de gezinsbijslagen die u in Nederland én in het buitenland krijgt. Krijgt u in beide landen gezinsbijslagen als kinderopvangtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget of buitenlandse varianten daarvan, dan krijgt u in totaal per kind nooit meer dan het hoogste bedrag aan gezinsbijslagen waarop u recht hebt volgens de regels van Nederland of het buitenland. Of de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de gezinsbijslagen volledig uitbetaalt, is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Lees meer hierover op http://www.svb.nl/kinderbijslag.

      – Uitbetaling

      Als u in Nederland woont en in het buitenland werkt, berekent de belastingdienst hoeveel kinderopvangtoeslag u krijgt. Meestal betaalt de belastingdienst de kinderopvangtoeslag uit, maar in een aantal gevallen doet de SVB dat. De SVB houdt dan rekening met de eventuele andere gezinsbijslagen die u krijgt, zoals kinderbijslag. Ook als na afloop van het jaar blijkt dat u te veel of te weinig kinderopvangtoeslag hebt ontvangen, zorgt de SVB ervoor dat dit verrekend wordt. Lees meer hierover op http://www.svb.nl/kinderbijslag.


      • U heeft een adoptie- of pleegkind

      Heeft u een pleeg- of adoptiekind, dan kunt u ook kinderopvangtoeslag krijgen. Wanneer u jonger bent  dan 18 jaar, dan kun je ook kinderopvangtoeslag krijgen.


      • Hoeveel kinderopvangtoeslag kunt u krijgen?

      Dit hangt af van de hoogte van uw inkomen, het aantal kinderen en de soort opvang. U kunt per kind voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. Er geldt ook een maximumuurtarief.
      Lees meer over ‘Welk deel van de opvangkosten u krijgt vergoed’ op de website van de belastingdienst.


      • Uw kinderopvangtoeslag aanvragen

      Uw kinderopvangtoeslag voor 2016 vraagt u aan met “Mijn toeslagen”. U moet de toeslag aanvragen binnen 3 maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat. Wacht niet te lang met aanvragen, anders loopt u toeslag mis. Lees meer over ‘U wilt een toeslag aanvragen voor 2017’ op de website van de belastingdienst.


      • Wijzigingen doorgeven

      Krijgt u kinderopvangtoeslag en verandert er iets in uw situatie? Als bijvoorbeeld uw inkomen wijzigt of het aantal opvanguren, dan heeft dat gevolgen voor uw toeslag. U moet veranderingen in uw situatie binnen 4 weken aan de belastingdienst doorgeven. Lees meer over ‘Ik wil een wijziging doorgeven voor 2017’ op de website van de belastingdienst.


      • Tot slot

      De belastingdienst betaalt de toeslag op uw eigen rekening. U kunt de kinderopvangtoeslag ook laten uitbetalen aan de kinderopvang.

      Om kinderopvangtoeslag te krijgen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Wilt u kinderopvangtoeslag voor 2017 aanvragen, dat moet u doen binnen 3 maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat.
      U kunt alleen kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht voor 2012, 2013, 2014 of 2016 aanvragen als u uitstel hebt voor de aangifte inkomstenbelasting  voor het betreffende belastingjaar. Informatie over de regelingen en voorwaarden vindt u op de website van de belastingdienst.


      Copyright©oncies 2016/2017


      Bronvermelding: Voor het schrijven van dit blog heb ik uitgebreid gebruik gemaakt van de gegevens hierover van de overheid, i.c. de belastingdienst.

      Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

      Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
      Dit bericht werd geplaatst in Alimentatie, Alledaags, Belastingdienst, Belastingfraude, Bemiddeling, Co-ouderschap, Compensatie, Complexe echtscheiding, Complexe scheiding, convenant, Dementie, Discriminatie, echtscheiding, Eenoudergezin, Familieconflict, Familiezaken, Financieel advies, gemeentebeleid, Gezin, Huurtoeslag, Informatief, Inspanningsverplichting, Ketenbepaling, kinderbelangen, Kindgebonden budget, maatwerk, Mantelzorg, Mediation, Rechtsstaat, Relatieproblemen, Rugzakje, Samengesteld gezin, Scheiden, scheiding, Sociaal Juridische Dienstverlening, Spraakmakend, Thuiszorg, Toeslagen, Uitkeringen, Uncategorized, UWV, vechtscheiding, Verzekeringen, Vluchtelingen, Vrouwenrechten, Waarden en normen, Wajong, Werkeloos, zorg, Zorgverzekeraar, zorgverzekering, Zorgwet en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

      2 reacties op Toeslagen 2017: Kinderopvang, het Kindgebonden budget en andere toeslagen

      1. Terdis zegt:

        Hallo Concies,

        Wat wellicht een leuke aanvulling is op uw geschreven blog, is het feit dat men niet zomaar 230 uur per maand vergoed krijgt. Wanneer iemand bijvoorbeeld een toeslagpartner heeft die 32 uur per week werkt en de ander werkt 40 uur in de week, wordt er slechts gekeken naar de persoon die 32 uur werkt. Om te bepalen hoeveel uur kinderopvangtoeslag er per maand aangevraagd mag worden, moeten het aantal gewerkte uren per week x 140% worden gedaan en vervolgens vermenigvuldigen met 52 weken (precies 1 jaar). Vervolgens delen door 12 om zo het aantal uren per maand te berekenen. Deze uitkomst bepaalt het aantal uren. In dit geval dus:
        32 x 140% = 44,8
        44,8 x 52 weken = 2329,6
        2329,6 / 12 maanden = 194,13 en is afgerond 195 uur per maand voor de dagopvang.

        Voor buitenschoolse opvang moet het aantal gewerkte uren worden vermenigvuldigd met 70%.

        Bovenstaande is natuurlijk vreemd ten aanzien van bijvoorbeeld een verplichte inburgeringscursus, want er worden weinig cursussen aangeboden waarbij iemand fulltime op school zit om deze cursus te voltooien. Uiteraard is hier de nuance dat het veel thuisstudie is.

        Meer informatie heb ik ook verzameld op https://terdis.nl/kindertoeslag/hoe_werkt_kindertoeslag/

        • Beste Terdis,
          Ik kies er, bij het schrijven van informatieve blog, bewust voor om dit soort berekeningen niet toe te voegen aan mijn tekst.
          Voor berekeningen kunnen lezers beter naar de website van de Belastingdienst gaan of iemand anders inschakelen.
          Het is voor veel lezers al ingewikkeld genoeg om te begrijpen welke criteria er van toepassing zijn. Vandaar mijn keuze om er een tekst van te maken waar men iets aan heeft. Voor het aanvragen van subsidies dient men uiteindelijk toch de formulieren in te vullen.

          Maar, dank voor de aanvulling. Altijd welkom.

      Geef een reactie

      Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

      WordPress.com logo

      Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

      Google photo

      Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

      Twitter-afbeelding

      Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

      Facebook foto

      Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

      Verbinden met %s