Kwaliteit van zorg, wie is er nog zo gek om hiervoor te zorgen?

In 2014 schreef ik de tekst van dit blog al. Ruim 2,5 jaar later is er niets veranderd. Met het oog op de verkiezingen worden weer tal van beloftes gedaan en bakken met geld in het vooruitzicht gesteld. Maar pak ik de tekst uit 2014 erbij, dan kunt u nu al nagaan dat het na de verkiezingen, over ongeveer een maand, niets van al die toezeggingen terecht zal komen. Mijn blog van toen:

Al maanden wordt er gesteggeld over de veranderingen in de zorg. Maar is dat wel zo?


– Veranderingen:
In 1975 ben ik in de gezondheidszorg gaan werken en vanaf dat moment heb ik niets anders meegemaakt dan….veranderingen.
Dus de veranderingen die nu worden doorgevoerd zijn niets anders dan een volgende in het continuüm dat ik al veertig jaar aan mij voorbij heb zien trekken.


  • Kwaliteit van zorg

In 1996 werd de Kwaliteitswet Zorginstellingen van kracht. Een wet die nog steeds van toepassing is en op basis waarvan zorginstellingen hun bestaansrecht ontlenen, inclusief de financiering.
Wanneer er dan wantoestanden plaatsvinden, zoals die deze week werden verwoord door Joop van Rijn en Ben Oude Nijhuis, dan dient de inspecteur voor de gezondheidszorg op te treden en deze -publiekelijke- klacht te onderzoeken.

Een samenvatting van de wetgeving
Om u te informeren waarover het gaat wanneer er over kwaliteit van zorg wordt gesproken, heb ik een samenvatting van de uitgangspunten van deze wet hier opgenomen.
(Bron: DTSG)
“Deze wet verplicht zorginstellingen een kwaliteitsbeleid te voeren, dat gericht is op het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van de zorg. De verzorging en de verpleging in zorginstellingen moeten voldoen aan de behoeften van de cliënten. Om te zorgen dat daar op een goede manier aan gewerkt wordt, is de Kwaliteitswet Zorginstellingen vastgesteld.
Volgens de Kwaliteitswet moeten zorginstellingen verantwoorde zorg bieden. Dat betekent dat de zorg voldoet aan de behoeften van de cliënten, en doeltreffend en doelmatig wordt toegepast. Om die verantwoorde zorg te kunnen bieden, zijn voldoende middelen nodig en moet het werk goed georganiseerd worden. Om ervoor te zorgen dat de zorginstellingen ook werkelijk aan kwaliteit werken, moeten ze een zogenaamd kwaliteitssysteem opzetten.
Dit is een methode die wordt gebruikt om de kwaliteit te bewaken, te beheersen en te verbeteren. De activiteiten die in dit kader worden ontplooid moeten op hun beurt ook weer goed op elkaar zijn afgestemd.

– Welke zorginstellingen vallen onder de Kwaliteitswet?
In principe moeten alle instellingen in de zorgsector aan de Kwaliteitswet zorginstellingen voldoen, ongeacht de financieringswijze. Ook commerciële zorginstellingen, groepspraktijken van samenwerkende fysiotherapeuten, centra waar mondhygiënisten en diëtisten werken, apotheken en enkele diensten van de GGD’s vallen onder de wet.
Alleen solistisch werkende beroepsbeoefenaren, zoals een huisarts met een assistente, vallen niet onder de reikwijdte van de wet. Om er voor te zorgen dat zij aan soortgelijke kwaliteitseisen voldoen, bevat een speciaal artikel in de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (de Wet BIG) voor hen bijna dezelfde regels. De enige uitzondering is dat zij geen kwaliteitsjaarverslag hoeven op te stellen.

– Kwaliteitseisen
De Kwaliteitswet stelt globale eisen en laat de invulling daarvan over aan de zorginstelling zelf. De vier belangrijkste eisen zijn:

– Verantwoorde zorg
Instellingen moeten verantwoorde zorg leveren. Dat wil zeggen, zorg van een goed niveau en in ieder geval doeltreffend, doelmatig, patiëntgericht en afgestemd op de reële behoefte van de patiënt.
De overheid laat verdere uitwerking van het begrip ‘verantwoorde zorg’ over aan de zorginstellingen, de verzekeraars en de organisaties van patiënten / consumenten. Mede op aandringen van die partijen zelf. Het gaat erom elke keer opnieuw de juiste verhouding tussen de aspecten doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht te vinden. Zo kan een hulpverlener, terwijl hij technisch tot meer in staat is, op uitdrukkelijke wens van de patiënt voor een bepaalde behandeling kiezen. Ook schaffen instellingen uit het hoogte punt van doelmatigheid soms samen met andere instellingen in de regio dure apparatuur aan.
Daar komt bij dat zorginstellingen buitengewoon van aard verschillen. Een verzorgingshuis bijvoorbeeld wil het bedrijf voor de bewoners zo aangenaam mogelijk maken. En een apotheek wil haar klanten op een juiste, veilige wijze van geneesmiddelen voorzien. Elke instelling heeft haar eigen doelstellingen en dat vraagt om eigen kwaliteitseisen. Bij de uitwerking van die eisen kunnen de instellingen bijvoorbeeld bestaande standaarden en protocollen als uitgangspunt nemen. Zij hebben deze vaak samen met de koepelorganisatie ontwikkeld. Daarnaast kan samenwerking met verzekeraars en organisaties van patiënten / consumenten bijdragen aan een doelmatiger en klantvriendelijker zorgverlening.

– Bewust beleid
De Kwaliteitswet benadrukt dat verantwoorde zorg tot stand komt op basis van bewust beleid. Dat betekent: er doelbewust aan werken. De wet geeft aan welke aspecten een instelling in ieder geval bij haar kwaliteitsbeleid moet betrekken:
Duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheid
Het moet duidelijk zijn welke medewerkers welke taken uitvoeren en wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Uiteraard is daarbij goede communicatie tussen de medewerkers, tussen de verschillende afdelingen en tussen directie en medewerkers noodzakelijk. Duidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden, een goede communicatie en daardoor vertrouwen in elkaars werk en expertise leveren een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de zorgverlening.

– Kwaliteit van personeel en materieel
Om verantwoorde zorg te kunnen leveren moet een instelling beschikken over voldoende en capabel personeel én het juiste materieel. Dat betekent onder meer dat de hulpverleners een goede opleiding hebben en zich regelmatig laten bijscholen. Daarnaast stelt de zelfstandiger en mondiger houding van de patiënt en consument belangrijke eisen aan de communicatieve vaardigheden van hulpverleners.

– Geestelijke verzorging
In instelling waar mensen langer dan vierentwintig uur verblijven, is geestelijke verzorging beschikbaar die aansluit bij de levensovertuiging van de patiënt en consument. Uiteraard hoeft niet iedere zorginstelling haar eigen dominee of priester aan te stellen. Zij kan ook afspraken maken met geestelijk verzorgers in de regio.
Om al deze aspecten bij het kwaliteitsbeleid te betrekken, kunnen instellingen zeer uiteenlopende activiteiten ontwikkelen. Ze zijn onder te verdelen in vier categorieën:

Activiteiten gericht op het creëren van een noodzakelijke basis: Voorbeelden zijn opleiding en bijscholing, de aanschaf van nieuwe apparatuur en onderhoud van het gebouw.

Activiteiten gericht op het behouden en verbeteren van de zorg zelf: Deze activiteiten omvatten onder andere het formuleren ven richtlijnen, standaarden en protocollen, het maken van een kwaliteitshandboek en het opstellen van een duidelijke klachtenregeling.

Activiteiten gericht op evaluatie van de zorgverlening: Denk aan een enquête onder patiënten of intercollegiale toetsing.

Externe beoordeling: Een instelling kan zich laten beoordelen door een onafhankelijke commissie van deskundigen [visitatie]. Uiteindelijk kan zij zelfs proberen om een kwaliteitscertificaat van een onafhankelijke instantie te verkrijgen.
Kwaliteitssysteem
Een instelling moet de kwaliteit van zorg systematisch moet bewaken, beheersen en zo mogelijk verbeteren. Dat kan zij het beste doen door een kwaliteitssysteem te ontwikkelen. In een dergelijk systeem zijn alle kwaliteitsactiviteiten op elkaar afgestemd. Door regelmatig gegevens over deze activiteiten en de kwaliteit van de zorgverlening te registeren krijgt zij inzicht in de resultaten van het gevoerde kwaliteitsbeleid. Eventuele problemen kunnen aanleiding zijn om het beleid aan te passen.

– Kwaliteitsjaarverslag
Instellingen zijn verplicht om jaarlijks een kwaliteitsverslag te publiceren. Het verslag is ten eerste bedoeld voor de eigen organisatie. Door op te schrijven wat de instelling aan kwaliteitsbeleid heeft gedaan en wat de resultaten zijn, krijgt de leiding een goed beeld van de sterke en zwakke kanten in de organisatie. Met die informatie kan zij toekomstig kwaliteitsbeleid ontwikkelen. En het personeel kan zien wat voor resultaten hun inspanningen om de kwaliteit te verbeteren hebben opgeleverd. De informatie kan ook nuttig zijn voor externe organisaties zoals het regionaal patiënten/consumentenplatform, de verzekeraars en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In het kwaliteitsjaarverslag moet een instelling in elk geval aandacht besteden aan:
de kwaliteit van de verleende zorg
het gevoerde kwaliteitsbeleid
Ook moet de instelling in het verslag aangeven hoe zij patiënten en consumenten en hun belangorganisaties heeft betrokken bij haar kwaliteitsbeleid. De vorm van het verslag is verder vrij. Instellingen kunnen bijvoorbeeld een apart kwaliteitsjaarverslag opstellen, maar ook een hoofdstuk inruimen in het algemene jaarverslag. Vanaf 1997 moeten zij het verslag vóór 1 juni niet alleen de Minister van Volksgezondheid en de regionale Inspectie voor de Gezondheidszorg toezenden, maar ook aan het regionale patiënten/consumentenplatform.

– Toezicht en handhaving
Hoewel de instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de zorg blijft onafhankelijk toezicht op de naleving van de Kwaliteitswet noodzakelijk. Dat is de taak van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het toezicht richt zich vooral op het kwaliteitsbeleid van zorginstellingen. Zo zal de inspectie toezien op de aanwezigheid en werking van een kwaliteitssysteem. Bij de beoordeling van een dergelijk systeem zullen naast de wettelijke regels ook de standaarden en protocollen die de instellingen en hun organisaties zelf hebben een belangrijke rol spelen.
De kwaliteitswet heeft de Inspectie meer bevoegdheden gegeven om de kwaliteit van zorg te handhaven. Ten eerste kan een inspecteur een instelling een bevel geven. Dat is een dwingende opdracht om bepaalde maatregelen te nemen. Dat kan alleen als er direct gevaar voor de gezondheid van de patiënten of consumenten is. In het uiterste geval kan de inspecteur zelfs het bevel geven de zorgverlening tijdelijk te staken. Verder heeft de inspecteur de bevoegdheid om in instellingen poolshoogte te nemen. Hij mag hun gegevens inzien, zonodig kopiëren of tijdelijk meenemen. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de bevoegdheid om een zorginstelling een schriftelijke aanwijzing te geven. In die aanwijzing staat op welke punten de zorgverlening niet voldoet en binnen welke termijn de instelling maatregelen moet nemen.
Wanneer een instelling een bevel van de inspecteur of een aanwijzing van de minister niet opvolgt, kan de minister haar een dwangsom opleggen of zelfs bestuursdwang toepassen.

– Tenslotte
Een zorginstelling moet de ruimte hebben om een eigen kwaliteitsbeleid te ontwikkelen dat is afgestemd op de behoeften van haar cliënten. De Kwaliteitswet zorginstellingen biedt die ruimte en stelt daarom geen gedetailleerde kwaliteitseisen. Centraal in de wet staat dat instellingen verantwoorde zorg leveren op basis van bewust kwaliteitsbeleid. Dat kan op vele verschillende manieren en in vele verschillende vorm.
Het is aan de zorginstellingen om samen met organisaties van patiënten/consumenten en verzekeraars de eisen in de wet verder uit te werken, zodat de kwaliteit van zorg ook in de toekomst gewaarborgd is. De overheid is daarvoor eindverantwoordelijk, maar wel op afstand.”

Het moge duidelijk zijn dat de gewraakte zorginstelling niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de overheid op afstand monitort of zegt te monitoren.
Patiënten/consumenten worden niet gehoord, laat staan betrokken, bij het waarborgen van de kwaliteit van zorg.

Deze casus staat niet op zichzelf, maar is illustratief voor wat er in Nederland gaande is.
De afkalvering van het zorgstelsel is al tientallen jaren geleden ingezet, tegen beter weten in.
Tal van studies hebben al uitgewezen dat het noodzakelijke budget voor kwaliteit van zorg een steeds groter deel zal uitmaken van wat de overheid in zijn begrotingen dient op te nemen. Er komen nu eenmaal meer mensen die zorg behoeven. En er zijn steeds meer mensen nodig die deze zorg kunnen verlenen, professioneel.
Hoe kan je nog beweren dat kwaliteit van zorg bestaat, wanneer je die zorg uitbesteed aan amateurs en leken?
Hoe kan je, met droge ogen, beweren dat de professionals ondeskundigen zijn? Hoe durf je dat te zeggen, behalve als je hebt kunnen vaststellen dat je eigen moeder onder erbarmelijke omstandigheden haar laatste dagen slijt en je ondertussen doorgaat met het afbreken van het zorgstelsel en je niets doet aan een adequate besteding van de beschikbaar gestelde budgetten en de zelfverrijking van managers en zorgverzekeraars?

In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw ging de gezondheidszorg nog wel eens de straat op. Werden er nog wel eens stiptheidsacties gevoerd. Anno 2014 is zelfs het geloof in enig nut ter verbetering van hun werk en arbeidsomstandigheden, en de kwaliteit van zorg, vervlogen illusies. Het is een kwestie van het hoofd boven water zien te houden tijdens het werk. Te vermoeid zijn om, buiten werktijd om, nog druk te zetten en je ideologische principes kracht bij te zetten.
Het zijn deze -uitgebluste- professionals die eerder moeten vechten voor hun hachie dan dat zij zich nog meer kunnen inzetten dan voor de volle 125% die zij altijd hebben gegeven, en die door staatssecretaris Van Rijn worden weggezet als een stelletje ondeskundigen….
Het is al bijzonder dat zij nog aan het werk zijn. Steeds meer professionals verlaten de zorg vrijwillig. Enerzijds om gedwongen ontslag te voorkomen, anderzijds om verlost te zijn van de enorme werklast.
Tja, en dan is er straks helemaal geen professional over en zullen alle Jopen, Bennen, Martijnen, Vlinders, Marietjes, Trusen en Esmeeën hun geliefden zelf moeten gaan verzorgen. Lichamelijk onmachtig en geestelijk uitputtend.

Beste minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn,
Word alstublieft weer eerst mens, voordat u beslissingen neemt waarvan u nog niet heeft onderzocht wat dit betekent voor het verlenen van kwaliteit van zorg. Voordat u er goed en wel erg in hebt zit u met een overstromende incontinentiebroek aan urine langs uw benen te plassen. En wie is er dan nog die er voor u kwaliteit van leven kan bieden?

N.B. Ik stap er zelf wel uit. Misschien iets te vroeg, maar dat risico neem ik graag.

Copyright©oncies 2014

Aldus mijn blog toen…. En wat ziet u nu? Er is niets veranderd. De gezondheidszorg heeft nieuwe wetgeving gekregen, maar de problemen zijn er niet minder door geworden. Sterker nog, ze zijn alleen maar groter geworden. Verpleegkundigen en verzorgenden zijn, voor het eerst in jaren -en ik heb de neiging om te zeggen ‘deze eeuw, dit millenium’-, in actie gekomen met de selfie-actie: VERTROUW OP ONS. Ze hebben geen andere keuze, want van uw overheid én de politieke partijen kunt u niet op aan. Hun beloftes zijn verkiezingspraatjes, niets meer niets minder. HOEZO GEEN VERTROUWEN MEER IN DE POLITIEK? Nog even en er is geen zorg meer. Het personeelstekort is daar grotendeels debet aan, vanwege het gebrek aan motivatie om het vak in te treden. Dat is de werkelijke boosdoener: WANT WIE WIL ER NOG IN DIT VAKGEBIED WERKEN?


Copyright©oncies 2017

Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
Dit bericht werd geplaatst in Aanvullende verzekering, Alcoholproblemen, Alledaags, Alzheimer, Angst, Anti-sociaal, Arbeidsomstandigheden, Arbeidsrisico's, Arbowet, ASS, Autisme, Bedplassen, Belangen, Belangenbehartiging, Bezorgdheid, BJZ, Carcinoom, Chronisch zieken, Collegialiteit, Competenties, conflict, Darmkanker, Dementie, Depressiviteit, Diagnose, Discriminatie, DSM-5, Eenzaamheid, Euthanasie, Expertise, Familieleed, Feestdagen, Flexwerkers, Gedragsproblemen, Geestelijk lijden, gemeentebeleid, Geweld, Gezin, gezondheidszorg, HBO, Huiselijk geweld, Hulpmiddelen, Huntington, Informatief, Inkomensafhankelijk toeslag, Integriteit, Intimidatie, Intimiteit, Jeugdzorg, Kanker, Ketenbepaling, kinderbelangen, Kinderen, Kindgebonden budget, Kwaliteit van leven, Kwaliteit van zorg, Lichamelijk lijden, maatwerk, Mantelzorg, MBO, Medisch handelen, ministerie, Narcisme, Obsessief gedrag, onderwijs, Ontslag, Ontspanning, Oorlogsgeweld, Oorsuizen, Opleiden, Ouderenzorg, Overgang, overheidsbeleid, Overlijden, Pandemie, Participatiesamenleving, Persoonlijkheidsstoornis, Persoonsgebonden budget, politiek, Principieel onderhandelen, Propaganda, Puberteit, Raad van State, Reanimatie, Relatiebemiddeling, Relatieproblemen, Relatietherapie, Repressie, Respect, ROC, Rouwproces, Rugzakje, Seksueel misbruik, Slaapritme, Sociaal lijden, Sociale media, Spraakmakend, Standpunten, Sterven, stress, Therapie, Thuiszorg, Tinnitus, Toekomst, Toeslagen, Trainingen, Uitdroging, Uitkeringen, Uncategorized, Universiteit, Verslaving, Verzekeringen, Vochttekort, Voortplanting, Vrijwilligerswerk, Vrouwenrechten, Waarden en normen, Wanbeleid, Wanprestatie, Wet Bescherming Persoonsgegevens, WGBO, WHO, Wmo, zorg, Zorgplicht, Zorgverzekeraar, zorgverzekering, Zorgverzekeringswet, Zorgwet, Zwangerschap en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s