Valkuil of toch bij voorbaat een vechtscheiding?

Aan het begin van mijn mediator-carrière werd mij eens gevraagd om een echtscheidingsmediation te doen.
Ik had daarover telefonisch contact met de vrouwelijke partner van een getrouwd stel, zonder kinderen. Deze vertelde dat zij en haar man, van Noordafrikaanse afkomst, van elkaar wensten te scheiden. De man stelde zich volgens haar behoorlijk passief op en had haar het mandaat gegeven om een mediator uit te zoeken en in te schakelen. Zij verklaarde zo snel als mogelijk aan de slag te willen gaan. Zij vertelde verder dat zij mij had benaderd om te voorkomen dat het tussen haar en haar man verkeerd zou gaan. Haar Nederlandse culturele achtergrond botste vaak met zijn Noordafrikaanse. Mediation leek haar en haar man daarom de meest uitverkoren weg om de scheiding te realiseren.

Naar aanleiding van dit gesprek volgde een kennismakingsgesprek. Ik bevestigde de afspraak hiervoor op het e-mailadres van de man, wat volgens de vrouw het gezamenlijke email-account was, ongeveer een week vooraf.
Bij aankomst werd ik welkom geheten door de man en de vrouw. Nadat we aan tafel waren gaan zitten, controleerde ik of beide partijen op de hoogte waren van het doel van het kennismakingsgesprek.
De vrouw knikte instemmend. De man ook, maar ik nam een korte hapering in zijn reactie waar. Op deze reactie ging ik wat dieper in. Het bleek dat de man toch wel was overvallen door de e-mail. Hij wist dat zijn vrouw wilde scheiden, zij had hem dit in de afgelopen maanden al vaker aangezegd, maar was toch wat overdonderd door het bericht via de mail. De vrouw verklaarde dat de man sneller op de mail had kunnen kijken dan dat zij hem had kunnen informeren over de afspraak.

Dit voorbeeld is een van de valkuilen waarin mediators kunnen vallen.
Tot nu toe heb ik altijd een bevestiging van de andere partner gevraagd over zijn/haar bereidheid tot mediation, maar deze keer niet. Ik had mij laten inpakken door de wijze waarop de vrouw over de passiviteit van de man had gesproken en de wederzijdse bereidheid om er samen uit te komen.

Tijdens het kennismakingsgesprek werd langzaam duidelijk dat partijen op gespannen voet met elkaar leefden en dat met name de vrouw vreesde voor een vechtscheiding. De man hield zich stil. Gaf alleen reacties wanneer hem iets rechtstreeks werd gevraagd, en gedroeg zich zeer afwezig en afhoudend. Zijn boosheid was duidelijk in zijn gedrag zichtbaar, maar speelde geen rol, volgens hem, toen ik hierop een gevoelsreflectie gaf. De boze blikken naar zijn vrouw spraken echter een andere (non-verbale) taal. Hij vertelde niet zo snel boos te zijn, behalve als hij met onverwachte dingen te maken had die hem raakten. Zijn gedrag was passief-agressief. Hij wenste daar niet verder op in te gaan. Zijn etnische afkomst en levensovertuigingen stonden hem dat niet toe. Bovendien kon de taalbarrière een rol spelen, aldus de goed Nederlands sprekende man. Veel barrières volgden.
Aan het einde van het gesprek gaf de vrouw te kennen wel verder te willen in de mediation. De man gaf aan zijn vrouw te volgen in haar keuze. Een eigen besluit bleef uit, waarop er werd besloten dat zij die avond nog even met elkaar zouden overleggen…..

Mijn voicemail werd de dag erna ingesproken: men koos liever voor een advocaat….een vechtscheiding in potentie?
Ik denk van wel, en wel om de volgende redenen:

  1. De vrouw had niet rechtstreeks gecommuniceerd met de man over haar besluit om van hem te gaan scheiden.
  2. De man verklaarde onaangenaam te zijn verrast en dat hij daar niet tegen kon.
  3. De man verklaarde kwaad te zijn door de onverwachte aankondiging van de definitieve scheiding.
  4. Passieve agressie kan een voorteken zijn van actieve agressie in een later stadium.
  5. De man wilde niet scheiden, maar werd voor het blok gezet.
  6. De man chanteerde het scheidingsproces en communiceerde negatieve signalen naar zijn vrouw en deed nagenoeg niet mee aan het gesprek.
  7. De vrouw sprak vaak over het goed uit elkaar willen gaan, maar ook over dat zij wenste dat het niet fout zou gaan en dat het een vechtscheiding dreigde te worden. Daarbij veelvuldig duidend op het gedrag dat de man liet zien.
  8. Bij herhaling viel het woord vechtscheiding…..de grote angst bij de vrouw. De man reageerde lauw als daarop dieper werd ingegaan, waarop de vrouw steeds weer inbond.
  9. Beide partijen waren het eens om met mij de mediation in te gaan, maar dit werd niet omgezet in een mediationovereenkomst, maar in een “We moeten er zo nog maar even over praten. (…) We hebben volgende week nog een gesprek met een mediator. (…) We laten je morgen weten of we mediation door laten gaan. (…) Goed, we maken alvast een vervolgafspraak voor volgende week donderdag om 20.00 uur.”

Met deze negen punten is niet gezegd dat deze altijd signalen zijn dat een mediationproces niet op gang kan worden gebracht of dat zij leiden tot een vechtscheiding. Het is de taak van de mediator, in deze casus dus mijn taak, om er alles aan te doen een verjuridisering en/of een vechtscheiding te voorkomen. Het blijft echter altijd de keuze van de cliënten of zij wel of niet wensen in te gaan op het aanbod van de mediator of dat zij voor een andere route, doorgaans bij advocaten, wensen te gaan.

Deze casus is uitgelopen op een vechtscheiding, niet in de laatste plaats doordat de man ervoor koos een eigen advocaat te willen. Daarbij gaf hij de voorkeur aan een advocaat-met-het-mes-tussen-de-tanden, waarmee ik een advocaat duid die voor het gevecht gaat. De scheiding heeft partijen uiteindelijk veel tijd en geld gekost.

Zelf heb ik ervan geleerd en heeft zich daarna nooit meer zo’n situatie zich voorgedaan (wel dat ik door één van de partners werd benaderd, waarvan de andere partner niet op de hoogte was). Door de contactpersoon te vragen om de andere partner contact met mij op te nemen, kon ik dat eenvoudig voorkomen. Belde de andere partner en bleek deze niet op de hoogte te zijn, dan ging ik daar uiteraard niet verder op in (vertelde dus niets) en adviseerde partijen een andere mediator te zoeken.

Copyright©️oncies 2018

Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
Dit bericht werd geplaatst in Alledaags, Informatief, Juridisch, Mediation, Spraakmakend, Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s