Co-ouderschap dan delen we de kosten van het kind?

Na het blog van enkele weken geleden is ook dit blog gewijd aan co-ouderschap. En dan met name over de gevolgen voor de kinderalimentatie, het delen van kinderkosten tussen de ouders. Deze informatie is bedoeld voor de professional, die zich beroepsmatig bezig houdt met kinderalimentatie.

*

– Uitgangsgedachte
Bij co-ouderschap komt het vaak voor dat de ouders de kindgebonden kosten/lasten op een andere manier delen dan wanneer er geen sprake is van co-ouderschap. Soms gebeurt dat door gebruikmaking van een kinderrekening waaraan door de ouders in een bepaalde verhouding, bij mij naar rato, wordt bijgedragen. Als ik het heb over naar rato, dan bedoel ik daarmee dat de ouders op basis van de individuele draagkracht bijdragen, meestal gebruik ik dan het netto inkomen per maand. Soms gebeurt de bijdrage doordat de ene ouder bijvoorbeeld de kleren koopt en de andere ouder de sportkosten betaalt.
Het Rapport alimentatienormen bevat hierover slechts beperkte instructies. Hoe het ook wordt geregeld, het gaat om alle kosten die voor de opvoeding en het levensonderhoud worden gemaakt. Bij mij worden vaak de kosten van kost en inwoning tegen elkaar weggestreept, omdat deze in alle redelijkheid vergelijkbaar zijn.

*

– Co-ouderschap in de praktijk
De definitie: “Co-ouderschap is een niet wettelijke term die in de praktijk wordt gebruikt voor verschillende varianten van gedeelde zorg.”
Om de omgangsregeling daadwerkelijk, fiscaal, te kunnen verantwoorden.

U bent co-ouder in de volgende gevallen:

  • Uw kind woont ten minste 3 dagen per week bij u én ten minste 3 dagen per week bij uw ex.
  • Uw kind woont om en om 1 week bij u en 1 week bij uw ex.

Of uw kind op uw adres of op het adres van uw ex ingeschreven staat, maakt daarbij niet uit.

Ook hier is uitgangspunt dat de ouders naar rato van hun draagkracht in de kosten van een kind bijdragen. De zorg wordt in de berekening van de kindskosten verwerkt, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in ruime zorgregelingen of co-ouderschap. Bij andere afspraken over kostenverdeling kunnen de co-ouders over de onderhoudsplichtigen, in onderling overleg, een andere of geen kortingspercentage toepassen.
Het is mogelijk dat de co-ouder bij wie het kind niet is ingeschreven voor een kind aanspraak kan maken op bepaalde heffingskortingen, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting, en dat hij voor het onderhoud dat hij voor een ander kind voldoet de persoonsgebonden aftrek wegens kinderalimentatie geniet. Hiermee dient bij de berekening van de draagkracht rekening te worden gehouden.

~ Regelingen en tegemoetkomingen

Bij co-ouderschap horen de kinderen bij twee huishoudens. Ze hebben ook twee adressen. Welke ouder heeft dan recht op financiële tegemoetkomingen? De Belastingdienst gaat uit van de volgende normeringen naar de ouders (bron: Het NIBUD).

1. Kinderbijslag

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) voert de kinderbijslag uit. Volgens de SVB hoort het kind bij co-ouderschap bij de huishoudens van beide ouders. Zij hebben dus allebei recht op de helft van de kinderbijslag. De SVB betaalt de kinderbijslag het liefst aan één ouder uit. U verdeelt dan zelf onderling het geld.

2. Kindgebonden budget

De Belastingdienst keert het kindgebonden budget uit. Het budget kan worden verdeeld over beide ouders. Dit kan alleen als er twee of meer kinderen zijn én als er sprake is van co-ouderschap. U krijgt dan dus allebei een deel van het budget.

Kinderbijslag en kindgebonden budget bij co-ouderschap wordt via de Belastingdienst geregeld. De ouders bepalen samen welke ouder kinderbijslag krijgt of dat de Belastingdienst de kinderbijslag over beide ouders moeten verdelen. Ontvangen de ouders ook kindgebonden budget, dan kan de Belastingdienst het kindgebonden budget maar aan 1 persoon betalen. Kies dan als uders samen welke ouder het kindgebonden budget krijgt. Degene met het laagste inkomen krijgt meestal een hoger kindgebonden budget.

3. Heffingskortingen

De Belastingdienst betaalt de heffingskorting die u krijgt omdat u kinderen heeft en werkt. Het gaat om de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze heffingskorting wordt betaald aan het huishouden waar de kinderen meer dan zes maanden staan ingeschreven in het bevolkingsregister. Bij co-ouderschap kunnen beide ouders als ze allebei een baan hebben de inkomensafhankelijke combinatiekorting aanvragen.

4. Huurtoeslag

Beide ouders kunnen huurtoeslag aanvragen. Voor de huurtoeslag kan een kind maar bij één ouder zijn ingeschreven. De andere ouder mag het kind wel meetellen bij het huishouden als hij of zij een aanvraag indient voor huurtoeslag. De Belastingdienst vraagt dan om een verklaring co-ouderschap. Deze verklaring moet door beide ouders ondertekend zijn.

5. Tips

  • Heeft u meerdere kinderen? Verdeel de kinderen ‘op papier’ over beide huishoudens. Zo hebben beide ouders meer kans om in aanmerking te komen voor sommige regelingen.
  • Heeft u één kind? Schrijf het kind dan in op het adres van de ouder met het laagste inkomen. Zo heeft u meer kans om aanspraak te maken op regelingen of een hoger bedrag. U kunt deze bedragen zelf onderling verrekenen.
  • In het Nibud e-book Geldwijzer Kinderen & Scholieren vindt u alle informatie over regelingen en bedragen over kosten van kinderen.

*

– Noot
De beperkte omschrijving is een bewuste keus geweest: leden van de Expertgroep alimentatienormen geven aan dat het niet de bedoeling is dat de rechter zich met het huishoudboekje van partijen bemoeit. Ouders dienen dit in onderling overleg te regelen. Het NIBUD heeft voor de ouders allerlei berekeningen gemaakt met betrekking tot de opvoeings- en levensonderhoudkosten. De cijfers kunnen door de ouders worden gehateerd als leidraad (dat doen rechters ook wanneer er op hun een beroep wordt gedaan om een conflikt over deze bijdragen te beslechten). En komen ze daar niet uit, dan betaalt de hoofdverzorger alle kosten en betaalt de andere ouder hiervoor kinderalimentatie aan de hoofdverzorger.
Voor een uitgebreide toelichting op het standpunt van de Expertgroep zie de “Toelichting voorstel richtlijn vereenvoudiging kinderalimentatie/co‐ouderschap – conceptnota november 2012”

Voor dit standpunt is best iets te zeggen, maar dat is toch wel wat te gemakkelijk.

  • In de eerste plaats zouden aanwijzingen kunnen worden gegeven voor het in overleg samen betalen van de kosten.

Mag uit de 35% zorgkorting bij co-ouderschap worden afgeleid dat de kindgebonden kosten 30% van de tabelkosten (zonder aftrek KGB) bedragen, vermeerderd met de kinderbijslag?

Is hierin een deel van de kosten van de kinderopvang inbegrepen of moeten die daar volledig bij worden opgeteld?

Hoe pas je het rekenschema dan toe in de praktijk?

  • Advocaten, mediators, FFP-ers, en ouders vinden nu ieder voor zich het wiel uit in mediations, maar daar zou in breder verband wat grondiger over nagedacht kunnen worden.
    • In de tweede plaats doet dit (soms) geen recht aan verantwoord ouderschap.
  • De betrokken alimentatieplichtige, meestal de vader, wordt buitenspel gezet. Tijdens het huwelijk betaalde hij de sport en het vervoer en repareerde hij samen met zijn kinderen hun fietsen, maar na de echtscheiding voelt hij zich gereduceerd tot pinautomaat. En hij moet dan ook nog eens met lede ogen aanzien dat de kinderalimentatie niet aan de kinderen ten goede komt.
  • Als er genoeg draagkracht is om aan de huwelijksgerelateerde behoefte van de kinderen te voldoen (en alleen dan!), waarom kan dan niet op verzoek van de “andere” ouder worden bepaald dat hij bepaalde kosten voor zijn rekening dient te nemen die dan in mindering worden gebracht op zijn kinderalimentatie? Daarmee wordt dan de zorgkorting opgehoogd. In een bijzonder geval (Hof Den Bosch 03-02-2011) is dit onder de oude richtlijn al eens bepaald, maar dat verdient navolging.
  • *

    Co-ouderschap vraagt om adequate begeleiding. Zoals ik al gezegd heb: ik hanteer de draagkracht naar rato. Deze is de normering voor de bijdragen van beide ouders. Door hen gezamenlijk overzichten te laten maken van de kosten, die tot dan toe werden gemaakt tijdens de huwelijkse periode, en het opvoeren van een post onvoorzien, kunnen de ouders tot een redelijke en billijke overeenkomst komen. Tevens worden afspraken gemaakt met betrekking tot de hierboven genoemde regelingen en tegemoetkomingen. Alles wordt vervolgens, per kind geduid, opgenomen in het ouderschapsplan.

    *

    Copyright©️oncies 2019

    *

    Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

    Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

    Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

    Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
    Dit bericht werd geplaatst in Alimentatie, Belangen, Bemiddeling, Co-ouderschap, conflict, echtscheiding, Familiezaken, Financieel advies, fiscaal, Informatief, Juridisch, kinderbelangen, Mediation, ouderschapsplan, publicaties, Rugzakje, scheiding, Spraakmakend, Standpunten, zorg en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

    Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

    Google photo

    Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

    Verbinden met %s