Pas op rechter, een scheiding kan het denken van een twaalfjarige beïnvloeden

Als ik een scheidingsmediation doe, dan heb ik ook altijd een zogenaamd kindgesprek. Ik praat dan met de kinderen van de scheidende ouders. Niet over wat zij van de scheiding vinden, wel over hun toekomst. Hoe zien zij die voor zich en welke invloed willen zij daar zelf op hebben. Uiteindelijk gaat het om hun belangen en over hun toekomst wanneer ik met de ouders het ouderschapsplan opstel. Ik besteed aandacht aan het feit dat papa én mama, ook al zijn ze niet meer bij elkaar, altijd hun papa en mama zullen blijven en dat ze nooit voor één van hen hoeven te kiezen. Niet dat ik dit letterlijk zo met ze bespreek, maar we praten er wel over. Vervolgens laat ik de ouders, tijdens het opstellen van het (sinds maart 2009 verplichte) ouderschapsplan, daarmee rekening houden. Kinderen hebben, hoe jong ze ook mogen zijn, het recht om gehoord te worden of zelfs over hun eigen lot beslissen. En dat begint al op jonge leeftijd, zoals in onderstaand voorbeeld uit de digitale NRC.

*

De twaalfjarige jongen mag van het hof een chemokuur weigeren. Bij de beslissing heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat een scheiding het logisch nadenken van een kind negatief kan beïnvloeden

De vraag die het hof diende te beantwoorden luidde: Kan een ernstig ziek kind van 12 jaar zelfstandig besluiten of hij wil stoppen of door wil gaan met een behandeling die zijn leven kan redden? Het hof oordeelde in het najaar van 2017 dat een twaalfjarige jongen mag stoppen met de behandeling tegen een potentieel terminale ziekte. Zijn vader had een rechtszaak aangespannen, omdat de keuze van zijn zoon volgens hem is ingegeven door loyaliteit aan zijn moeder, bij wie hij woont. De ouders zijn gescheiden.

Als er gekeken wordt naar het strafrecht, dan worden twaalfjarigen eigenlijk sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Welk misdrijf ze ook plegen, meer dan één jaar jeugddetentie mag er door de rechter niet worden opgelegd. Een kind van twaalf weet niet helemaal wat het doet en daar houdt men in de strafvoering rekening mee. Het abstractievermogen van een twaalfjarige wordt daarmee nog niet helemaal serieus genomen. Een bizar gegeven en strijdig als ik refereer aan de ouders, van twee nog veel jongere kinderen, die beweerden dat hun kinderen zelf het besluit hadden genomen tot een geslachtsveranderende operatie en waarbij de rechter geen straf oplegde aan de ouders omdat de rechter tot de conclusie was gekomen dat deze kinderen zelf tot dit besluit waren gekomen.

Aan de andere kant zien we een tegenbeweging. Een rechter is sinds een aantal jaren bij een scheiding verplicht om kinderen vanaf twaalf jaar te horen, althans om dat aan te bieden. Hoewel veel kinderen daarvan afzien, worden ze in het scheidingsproces vanaf twaalf jaar juist wel als een gesprekspartner gezien die kennelijk al voldoende kan abstraheren om iets zinnigs over de op handen zijnde scheiding en de persoonlijke gevolgen daarvan te zeggen. Nu is het in de praktijk zo dat de rechter in de meeste gevallen de kinderen niet zelf ziet, maar dit uitbesteedt aan de Raad voor de Kinderbescherming, die dan op haar beurt vaak Bureau Jeugdzorg inschakelt. Een hele tour voor de kinderen die wel worden gezien. Om die reden spreek ik, als mediator, zelf met de kinderen en laat ik hen een brief aan de rechter schrijven over hun betrokkenheid in het scheidingsproces (als het om hun belangen en het ouderschapsplan gaat).

Ook voor ingrijpende medische behandelingen moet een kind vanaf twaalf jaar -in principe- toestemming geven. Twaalf jaar lijkt daarmee een soort kantelleeftijd te zijn. Het kind heeft op twaalfjarige leeftijd daarmee beschikkingsrecht over de integriteit van het eigen lichaam. En dat is op zich dan weer strijdig met het verbod (tot het kind de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar) op het laten plaatsen van pearcings en tattoeages. Eerder mag wel, maar dan uitsluitend met instemming van de ouder(s) van het kind.

*

Vanuit de (cognitieve) ontwikkelingspsychologie wordt er ook zo naar gekeken. Volgens Piaget (min of meer de Sigmund Freud van de ontwikkelingspsychologie) gaan kinderen rond hun twaalfde van de concreet-operationele fase naar de formeel-operationele fase. Dat wil in het kort zeggen dat kinderen vanaf ongeveer deze leeftijd op een hoger niveau kunnen hypothetiseren, dat ze abstracties aankunnen en logische conclusies kunnen trekken. Het is volgens Piaget de laatste grote ontwikkelingssprong die we op cognitief gebied maken. Kinderen leren al eerder omgaan met abstracties als ze leren rekenen en de betekenis leren kennen van een begrip als de dood. Een fase waarin de hersenen niet meer om een fysiek of concreet bewijs vragen. U staat er misschien niet meer bij stil, maar heeft u zich ooit de vraag gesteld: Wat moet ik doen wanneer ik iemand op straat tegenkom en deze persoon vraagt mij ‘Geef mij eens 3?’. En weet u wat het is om dood te zijn? Die laatste ontwikkelingssprong maakt dat men twaalfjarigen soms nog als een echt kind ziet, maar ook al een stuk serieuzer neemt dan iemand die jonger is. Het is ook niet voor niets dat voor de filmkeuring de leeftijd op onder meer de leeftijd van twaalf jaar is gesteld. Als het kind jonger is, neemt de fantasie gewoonweg nog te veel bezit van de beleving (iets ‘engs’ zien en daardoor ook vinden). Daarom alleen al vindt men dat het kind daar nog maar even niet naar moet kijken.

  • *
  • De vraag of een kind op twaalfjarige leeftijd over het eigen (eventuele) levenseinde kan beschikken, is dus niet zo eenvoudig te beantwoorden. De ene twaalfjarige is echt de andere niet en met name op deze kantelleeftijd is dat moeilijk in te schatten. En dus kan men daar geen juridische of psychologische ‘wet’ over opstellen en zullen gevallen steeds per individuele casus bekeken moeten worden. Ik noem het hier bewust ‘casus’, omdat de beoordelaars in elke nieuwe situatie op basis van wat zich in die situatie zich voordoet, dient te handelen en er geen eenheidsworst van maakt. De centrale vraag is dan hoe ver het kind in zijn ontwikkeling is, om daarna te kunnen bepalen of het wel overziet wat het zegt of wenst.

    *

    In deze casus gaat het om een jongen die geen verdere zorg wil. Hij vreest voor de bijwerkingen van de chemokuur die zijn overlevingskans groter zou maken. Hij is bang dat de kuur gevolgen heeft voor zijn kwaliteit van leven. De vraag is in deze casus hoe logisch doordacht dit door de jongen is afgevraagd. Door stressvolle gebeurtenissen ontwikkelen kinderen zich sneller en twaalfjarigen die weten dat ze eventueel in de laatste fase van hun leven zitten, kunnen in hun ontwikkeling dus sterk op hun leeftijdsgenoten vooruit lopen. Onlangs sprak ik nog met een moeder van een twaalfjarige die haar dochter steevast een zesentwintigjarige noemde vanwege de wijsheid dat het had ontwikkeld door de aanhoudende gevechten tussen haar ouders. Juist uit deze voorbeelden blijkt dat in dit soort situaties de ene twaalfjarige zeker de andere niet is. Goed dat er in deze casus een psychiater is geweest die de jongen heeft onderzocht en een oordeel heeft geveld over zijn handelings- en beslissingsbekwaamheid.

    Er is hier echter meer aan de hand. De ouders van deze jongen zijn namelijk gescheiden en staan in hun ideeën over hoe om te gaan met de ziekte van hun zoon tegenover elkaar. Zo’n scheidingssituatie kan bij het kind hypothetiseren, abstraheren en logisch nadenken ook behoorlijk negatief beïnvloeden. En dan heb je wellicht niet voldoende aan het oordeel van enkel een psychiater, hoe goed die verder ook is. Een psychiater is namelijk niet meteen een scheidingsdeskundige op het gebied van hechting, coalitievorming en loyaliteit. Een psychiater kan, wanneer zich psychische problemen voordoen, wel verbanden leggen ten aanzien van de invloed van deze aspecten op het ontstaan van de psychiatrische problemen. Een psychiater ziet vaak de gevolgen, maar zelden is een psychiater getuige van dit proces.

    In welk conflict zit deze jongen? Aan de ene kant is er een moeder die hem met alternatieve geneeswijzen wil behandelen, aan de andere kant de vader die een reguliere (conservatieve) behandeling voorstaat.

    De vraag is nu in hoeverre deze jongen nog vrijuit zijn standpunt in kan nemen. Niet alleen is in dit geval de vraag of zijn ontwikkeling wel ver genoeg is gevorderd, dat is de eerste vraag, maar ook aan welke relationele krachten hij door de scheiding bloot staat of heeft gestaan. Die kunnen namelijk (emotioneel) belastend zijn. Om een voorbeeld te geven: ik sprak enige tijd geleden een vrouw die vertelde dat er tijdens de scheidingsprocedure van haar ouders door alle professionals eigenlijk ‘te goed’ naar haar geluisterd was. Niemand had door dat ze als kind gewoon haar moeder papegaaide. Maar dat was gewoon het veiligst voor haar, omdat ze wist dat ze uiteindelijk weer met haar moeder mee naar huis moest. Ze zag op tegen de spanningen als ze die avond weer met diezelfde moeder aan tafel moest zitten als ze, volgens diezelfde moeder, te veel de kant van haar vader zou hebben gekozen. 

    Het gerechtshof heeft uiteindelijk besloten dat de lichamelijke integriteit van deze jongen vooropgesteld diende te worden en dat hij zelfbeschikkingsrecht heeft.

    *

    Het vermogen bij kinderen om kenbaar te maken hoe het over bepaalde zaken denkt, wordt in het algemeen onderschat. De mentale ontwikkeling bij kinderen is bezig met een inhaalslag ten opzichte van de fysieke ontwikkeling. Kinderen zien er steeds jonger ouder uit. Door de technologische ontwikkelingen én de ontwikkelingen in de samenleving worden kinderen steeds jonger wijzer. En als ze die niet vanuit zichzelf ontwikkelen, dan zijn daar genoeg hulpmiddelen voor beschikbaar (het internet bijvoorbeeld). Het enige wat eigenlijk nu nog telt is de deskundigheid bij degenen die een oordeel moeten vellen over kinderen in vergelijkbare situaties.

    *

    Copyright©️oncies 2019

    *

    Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatiebemiddeling | onderwijsdiensten.

    Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

    Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

    Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
    Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

    Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

    Google photo

    Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

    Verbinden met %s