Het wetsvoorstel BIG-II zorgt voor beweging in de wereld van de verpleegkundigen

Het beroep verpleegkundige gaat binnenkort opnieuw onder de loep na felle protesten. De beroepsvereniging van verpleegkundigen, de zorgwerkgevers en de vakbonden gaan een verwoede poging doen de huidige opstand onder verpleegkundig personeel te tackelen. Vaak ervaren verplegers zijn recent de barricades opgeklommen, omdat ze vrezen dat nieuwe afspraken in zorgland funest zullen zijn voor de waarde van hun diploma, hun beroepseer én hun toekomstige takenpakket.

*

Toch wel heel bijzonder dat in bovenstaand citaat (AD.nl) wordt gesproken over ‘tackelen’ van de in opstand gekomen verpleegkundigen. Zeker wanneer er van een ‘beroepsvereniging’ mag worden verwacht dat zij zich verdiept in de motiverende factoren die ertoe hebben geleid dat deze verpleegkundigen zich roeren. En dat deze ‘beroepsvereniging’ op grond van haar bevindingen vervolgens de belangen van deze verpleegkundigen gaat behartigen. En dat is m.i. wat anders dan tackelen. Want dan haal je deze verpleegkundigen juist onderuit.

Op 10 september a.s. zitten alle deze partijen voor het eerst weer om tafel. De beroepsgroep is namelijk in rep en roer over een wetsvoorstel waarin naast het beroep van verpleegkundige (mbo-niveau) een zogeheten regieverpleegkundige (hbo-niveau) wordt ingevoerd bij het zorgregister. Het belangrijkste verschil is dat de regieverpleegkundige straks volledig zelfstandig een zorgdiagnose mag stellen. Een ‘gewone’ verpleegkundige moet de standaardprocedures volgen. Zelfs als die heel ervaren is.

Als voormalig opleider van verpleegkundigen op MBO- en HBO-niveau klinkt dit mij niet nieuw in de oren. Als u dan bedenkt dat ik al meer dan tien jaar uit die functie ben en mij al meer dan 20 jaar niet meer heb gebogen over dit dode paard, dan kunt u wel nagaan dat het eigenlijk veel te lang heeft geduurd voordat deze knoop is doorgehakt. Zoveel te lang zelfs, dat er in de gesprekken van- en na 10 september a.s. ook dient te worden gekeken naar een compensatie-/overgangsregeling.

Volgens boze verpleegkundigen staat het plan haaks op waar zorg om draait. ,,Het gaat erom dat wordt ingezien dat álle verpleegkundigen een unieke rol vervullen”, schrijven actievoerders. Anderen schetsen de verziekte situatie dat ze straks geen enkele verpleegkundige beslissing meer mogen nemen terwijl een ‘jong verplegertje’ dat net op de arbeidsmarkt komt wél de touwtjes in handen krijgt.

Bovenstaande is een geluid dat al bijna een halve eeuw is te horen. Sinds het invoeren van een HBO-versie van de opleiding tot verpleegkundige zijn deze klanken een bekend fenomeen. Met name het onderscheid tussen de ‘praktijk-opgeleide’ en de ‘vooral theoretisch opgeleide’ verpleegkundigen heeft eraan bijgedragen dat het zo lang heeft geduurd voordat er iemand zijn nek durfde uit te steken om het onderscheid tussen de MBO-opgeleide en de HBO-opgeleide verpleegkundige nader te duiden. Het argument “We doen toch allemaal hetzelfde werk” wordt nu expliciet onderuit gehaald en de differentiatie met betrekking tot het opleidingsniveau wordt zichtbaar gemaakt.

De sector schreeuwt echter al decennia om een betere verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de 187.000 geregistreerde verpleegkundigen met verschillende opleidingsniveaus, omdat de zorg die zij verlenen steeds gecompliceerder wordt. Dus moeten mensen daarop goed aanspreekbaar zijn via hun functie. Begin juni kwam hierover een deal naar buiten, inclusief overgangsregeling.

Toen brak de pleuris uit, want in die inmiddels beruchte regeling voor de komende jaren staat dat mensen met een verouderde verpleegkundige hbo-opleiding een landelijke toets moeten doen om te bewijzen dat hun kennis nog van deze tijd is. En mbo-verpleegkundigen of mensen met een intern behaald diploma (de al decennia afgeschafte inservice-opleiding) moeten een vervolgopleiding of scholingsprogramma volgen.

En daar zit vooral het knelpunt. Hoe goed bedoeld verpleegkundigen ook aan het werk zijn, het gros gaat na zijn of haar dienst weer naar huis en doet verder niets aan na- of bijscholing. Menig welwillende medewerker die een (klinische-) les heeft voorbereid en geeft, staat vaak voor Jan met de korte achternaam klaar om deze te geven. De opkomst (lees: bereidwilligheid) onder verpleegkundigen is ver onder niveau als het gaat om het op peil/niveau houden van de deskundigheid en vaardigheden. In dat kader dienen de gesprekken vanaf 10 september a.s. zich ook te richten op de voorwaarden om in de verschillende registers ingeschreven te blijven, bijvoorbeeld door de eis van Permanente Educatie (de zogenaamde PE-punten) in te stellen.

Beroepsvereniging V&VN heeft inmiddels het boetekleed over dat akkoord aangetrokken richting de woedende achterban. De club schrijft op haar website: ,,Verpleegkundigen leggen de lat hoog voor hun beroepsvereniging als het om transparantie en inspraak gaat. En terecht. Helaas voelden en voelen veel verpleegkundigen zich niet goed door ons vertegenwoordigd of gehoord. Dat gaan we beter doen.”

De heisa onder verpleegkundig personeel over hun toekomstige functie en takenpakket is deels onterecht. Minister Bruins heeft al aangegeven voor een variant te willen kiezen waarbij veruit de meeste verpleegkundigen gelijk het felbegeerde stempel van ‘regieverpleegkundige’ krijgen. 

In deze variant – opgesteld door een adviescommissie – kunnen mensen met een mbo-opleiding of intern diploma zich wél direct laten registreren als regieverpleegkundige. Vijf jaar later wordt dan pas beoordeeld of ze genoeg extra toetsing, scholing en ervaring hebben doorstaan.

Als iemand tegen die tijd nog niet voldoet, komt diegene in het zorgregister te boek te staan als gewone ‘verpleegkundige’. Hierover schreef de minister begin juni al aan de Tweede Kamer: ,,Ik ben voornemens dit scenario als basis te gebruiken voor de verdere uitwerking van het wetsvoorstel BIG-II.”

Een loze belofte wanneer dit betekent dat deze groepen na vijf jaar alsnog niet in het register mogen staan. De oplossing is veel eenvoudiger en kan snel worden ingevoerd. Meteen de schifting maken. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. En neem gerust van mij aan: Er zijn tienduizenden ‘gewone’ verpleegkundigen die heel competent zijn om deze stinkende wond adequaat te behandelen. En dan heeft minister Bruins het nakijken.

Ook is nog totaal niet bekend hoe de scholing eruit gaat zien die bepaalde groepen verpleegkundigen moeten gaan volgen en welke vrijstellingen verpleegkundigen met bepaalde expertises krijgen. 

De vraag blijft bestaan hoe een regeling waarover alle partijen het roerend eens waren, tot zoveel onrust kon leiden bij de beroepsgroep. Er is zeker getracht verpleegkundigen mee te nemen in de afwegingen. Afgelopen maanden lagen volgens ingewijden zelfs complete communicatieplannen klaar met uitleg, maar desondanks schetsten talloze verpleegkundigen in de media horrorscenario‘s.

Typisch een gevalletje: Zo gaan dit soort veranderingsprocessen in beroepsculturen waarin men graag vasthoudt aan het oude vertrouwde en waarin de bereidheid ontbreekt om te kijken naar wat de implementering aan goeds met zich meebrengt voor de beroepsgroep of de organisatie waarin deze veranderingen worden doorgevoerd. Uit eigen ervaring weet ik nog hoe een geweldig plan bijna drie jaar op de plank bleef liggen, omdat men het niet durfde in te voeren vanwege mogelijke weerstanden. Inmiddels heeft de hele sector de organisatievorm die zo moeizaam in deze organisatie leek te moeten worden ingevoerd, omarmd. Veranderingen leiden vaak tot koudwatervrees.

De beroepsvereniging legt de schuld hiervan deels neer bij de zorgwerkgevers. ,,Het bleef te stil uit de hoek van de werkgevers. Daardoor blijft er onrust en onduidelijkheid over heel wezenlijke vragen.”

Dit is wel heel gemakkelijk het eigen straatje schoonvegen. Heel simpel: Sinds wanneer zijn de werkgevers, tegenover welke de beroepsvereniging de belangen behartigt van haar leden, verantwoordelijk voor de taak die deze beroepsvereniging heeft tegenover haar leden? Een euvel dat zich bij meer beroepsverenigingen voordoet en dat op zich ook niet zo vreemd is. De vertegenwoordigers zijn vaak mensen die onvoldoende gekwalificeerd zijn voor dit werk, maar wel met goede bedoelingen hun taak ‘zo goed en zo kwaad als mogelijk’ proberen uit te voeren. En aan dat ‘proberen’ hebben de leden feitelijk niets.

Maar V&VN steekt de hand ook in eigen boezem. De club gaat daarom komende maand niet alleen op het eigen hoofdkantoor om tafel voor een nieuwe deal met de werkgevers, de vakbonden en het ministerie. Vanaf volgende week trekt V&VN ook door het land om de leden te spreken. ,,Voor een regeling en een wet die recht doen aan kennis, ervaring, opleiding en ambitie van verpleegkundigen.”

Leuk geformuleerd, maar ten aanzien van ‘wat’ steekt de V&VN dan de hand in eigen boezem?

Wat misschien nog wel meer opvalt is de toon die de columnist aanslaat tegen de V&VN. Voor de tweede keer in dit artikel noemt hij de V&VN een club, daar waar het om een beroepsvereniging, een vakbond, voor gekwalificeerde en bevoegde beroepsbeoefenaars gaat. Ik vraag mij af of deze toon ook zou worden aangeslagen wanneer hij over de KNMG of de Orde van Advocaten gaat. Hoe dan ook: Het duidt de mate waarin de V&VN voor een serieuze partij wordt gezien.

In oktober komt er ook een ledenraadpleging.

WAUW….

*

Toen in ‘mediationland’ het mediationregister (met de formele titel Registermediator) werd ingevoerd en een grote groep zeer ervaren en deskundige mediators buiten de boot dreigden te vallen, heb ik ervoor gepleit dat, onder strikte voorwaarden en uiteraard getoetst aan de hand van een aantal objectieve criteria, deze mediators door middel van een overgangsregeling in dit register zouden worden opgenomen, en dat alle nieuwkomers dienden te voldoen aan de nieuw ingesteld voorwaarden om registermediator te kunnen worden. Een dergelijke constructie zou ook kunnen worden toegepast bij deze beroepsgroep. Stel bijvoorbeeld de registerverpleegkundige (in plaats van de regieverpleegkundige) in als aparte beroepsgroep, naast de gewone verpleegkundige (mogelijk met de titel: Aspirant-registerverpleegkundige) en formuleer voor beide groepen de criteria waaraan zij dienen te voldoen om aanspraak te kunnen maken op een van deze (beschermde) titels. Met de titel Registerverpleegkundige wordt het verschil in competenties meer expliciet in plaats van het verschil in uitvoerende taken en verantwoordelijkheden. Met de titel Aspirant-Registerverpleegkundigen worden MBO-verpleegkundigen gestimuleerd om zich verder te bekwamen in hun vak. Een prikkel waaraan niet elke MBO-verpleegkundige zal wensen te voldoen, waardoor een natuurlijk differentiatieproces ontstaat. Maar wees coulant naar de huidige (MBO- En huis-opgeleide) professionals.

*

Copyright©️oncies 2019

*

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatiebemiddeling | onderwijsdiensten.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s