HOOGSENSITIVITEIT: Je wordt al snel in een niet-passend vakje binnen de psychiatrie geplaatst

Hoogsensitiviteit is een term die veel mensen gretig omarmen. Maar bestaat het eigenlijk wel? Ik bén een hoogsensitief mens. Ik kan dingen voelen die andere mensen niet kunnen voelen. En als ik hierover vertel, dan word ik voor gek verklaard. Ik heb het geluk dat mijn vrouw het dagelijks met mij meemaakt en zij snapt er niets van. Maar ja, ik voel haar pijn, ik voel haar lichamelijke sensaties. Ik voel de pijn in mijn voet als haar dochter, mijn bonusdochter, 150 kilometer verderop in een spijker trapt.

Ellen de Bruin schreef op 3 oktober jl. een artikel over hoogsensitiviteit (HSP). En wat blijkt: Het is nog weinig onderzocht, wat weten we van hoogsensitiviteit?

In het onderstaande citaat is de cursief weergegeven tekst de tekst van Ellen de Bruin. De aanvullende teksten zijn van mij.

Zij schrijft: Sommige mensen zijn gevoeliger dan anderen, en dan zijn er ook nog mensen die nóg gevoeliger zijn, bij wie de buitenwereld extra hard binnenkomt. Mensen die snel schrikken van hard geluid en fel licht, of die sociale situaties eng vinden en grote mensenmassa’s al helemaal, maar die ook extra genieten van de schoonheid in alles wat ze zien, horen, proeven: hoogsensitieve personen.

Ik schrik nergens van, maar geniet wel van alles wat bij mij binnenkomt. Ook de ongemakken. Mijn zintuigen kunnen mij nooit uitputten, want ik heb in de loop der jaren ook geleerd hoe ik dit ‘kan uitzetten’.

Hoogsensitiviteit is een term die veel mensen momenteel gretig omarmen, voor zichzelf of hun kinderen. Er verschijnen bijna maandelijks nieuwe zelfhulpboeken over. Die vertellen de verhalen van hoogsensitieve personen en geven tips over leven, liefde en werk. Bijvoorbeeld hoe je meer ‘bij jezelf kunt blijven’, jezelf kunt beschermen tegen te veel ‘prikkels’, je kunt voorbereiden op sociale bijeenkomsten of je intuïtie kunt leren gebruiken.

Hoogsensitiviteit wordt ook vaak op dezelfde stapel gegooid als hoogbegaafd. Twee trendy fenomenen. Men wil graag bij deze groepen horen om zich te kunnen onderscheiden van de rest. Maar ‘roepen dat jij of je kind hoogsensitief of hoogbegaafd is’ wil nog niet zeggen dat je dat ook bent. Toen het bij mij werd vastgesteld, na een meerdaags onderzoek, werd ik in eerste instantie als ‘gek’ bestempeld.

Mensen die zichzelf hoogsensitief noemen, raken relatief makkelijk moe, gestrest en angstig, maar de zelfhulpboeken benadrukken liever de positieve kant. „Het bijzondere vermogen van hoogsensitieve mensen om subtiliteiten waar te nemen, subtiele signalen op te vangen en intens te ervaren zijn zeer waardevolle instrumenten om tot je beschikking te hebben in je leven”, schrijft Carolina Bont bijvoorbeeld in Hoogsensitiviteit als kracht (2005), waarvan in augustus de grondig herziene 26ste druk verscheen. En in Hooggevoeligheid als kracht (2013) schrijft Marian van den Beuken: „Voor hooggevoelige mensen is het iedere keer een ontdekking dat ze anders in elkaar zitten dan anderen. […] „Dat ze niet een lelijk eendje zijn, maar een prachtige zwaan.”

Hoogsensitieve mensen ervaren niets van deze ‘bijzondere gave’. Ik ben zoals ik mijn hele leven al ben. Voor mij is dat even normaal als dat ik een piemel heb. Ik voel echt niet dat dat ding dag-in-dag-uit tussen mijn benen hangt. Net zomin als dat ik het als bijzonder ervaar dat mijn huidskleur anders is dan die van Afrikanen of Chinezen. Ik ontdek dus nooit dat ik anders in elkaar zit. Waarvhalen deze auteurs hun onzin vandaan.

Opvallend is dat de zelfhulpboeken steevast geschreven zijn door mensen die zelf hoogsensitief zeggen te zijn. Voor mensen die zelf niet heel gevoelig zijn, maakt dat het nog makkelijker om hoogsensitiviteit belachelijk te maken als iets zieligs, narcistisch. En dat komt dan vast weer extra hard aan bij degenen die zichzelf hoogsensitief noemen. Maar bestáát hoogsensitiviteit eigenlijk wel, en wat is het dan precies?

Het is in elk geval geen psychiatrische aandoening; het staat niet in de psychiatrische handboeken. „Het is een persoonlijkheidskenmerk”, zegt Judith Homberg, hoogleraar neurowetenschappen aan de Radboud Universiteit. „Sommige mensen zijn gevoeliger voor allerlei stimuli uit hun omgeving, verwerken die dieper en hebben er sterkere emotionele reacties bij. Dat stelt hen in staat om meer details uit hun omgeving op te nemen en er met meer empathie op te reageren.” Is dat allemaal wetenschappelijk aangetoond? Homberg aarzelt. „Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen”, zegt ze.

Dat blijkt ook uit het overzichtsartikel dat Homberg eerder dit jaar met collega’s samen publiceerde. Daarin hebben ze het bestaande onderzoek naar ‘sensory processing sensitivity’ (de wetenschappelijke term voor hoogsensitiviteit) op een rijtje gezet en beschrijven ze vooral ook wat er nog gedaan moet worden. In populaire boeken lees je vaak dat de hersenen van hoogsensitieve personen anders functioneren, zegt Homberg. „Maar er zijn in totaal maar vijf studies met hersenscans gedaan, met relatief weinig proefpersonen, en dat wordt dan gepresenteerd als: zo zit het, hoor!”

In een van die onderzoeken werden bijvoorbeeld de hersenen van achttien studenten gescand terwijl ze het verschil zochten tussen twee zwart-witfoto’s waarvan er een gemanipuleerd was. Naarmate studenten hoger scoorden op een vragenlijst voor hoogsensitiviteit, deden ze er langer over om subtiele verschillen te benoemen en hadden ze daarbij meer activiteit in hersengebieden die met visuele informatieverwerking te maken hebben. De interpretatie is dan dat hoogsensitieve mensen trager reageren doordat ze informatie dieper verwerken, aldus Homberg. Al waren de antwoorden van de hoogsensitieve mensen niet vaker correct.

„Het concept is oorspronkelijk gebaseerd op interviews met mensen die zelf dachten dat ze hoogsensitief waren”, vertelt Homberg. Dat was ruim twintig jaar geleden. Toen sprak de Amerikaanse psycholoog en psychotherapeut Elaine Aron, die zichzelf ook hoogsensitief noemt, uitgebreid met 39 volwassenen (18-66 jaar) die hadden gereageerd op een oproep voor „zeer gevoelige mensen” die ofwel „heel introvert” waren, ofwel snel overweldigd door bijvoorbeeld lawaai of „beeldend of shockerend vermaak”.

Samen met haar man, psycholoog Arthur Aron, destilleerde Elaine Aron uit die interviews de kenmerken van het nieuwe concept hoogsensitiviteit die het belangrijkste leken. En op basis daarvan publiceerden de Arons in 1997 een vragenlijst, de Highly Sensitive Person Scale, met 27 vragen, zoals: „raak je gemakkelijk overweldigd door zintuiglijke input?”, „heb je een rijk, complex innerlijk leven?”, „raak je diep geroerd door kunst of muziek?” en „schrik je snel?”. Deze vragenlijst wordt nog steeds in onderzoek gebruikt. En er wordt vaak gezegd dat je op basis ervan kunt concluderen dat ongeveer 20 procent van de mensen hoogsensitief is. Maar daar is niet echt goed bewijs voor.

Ik durf zelfs te beweren dat deze vragenlijst verre van valide is. Iedereen is wel een prikkelbaarder dan normaal. Onder mensen die een diagnose met zich meedragen uit de DSM-5 is hooggevoeligheid voor dergelijke prikkels gemeengoed. Een beetje gebruiker van geestverruimende middelen scoort ook hoog op deze vragenlijst. En ben je dan meteen hoogsensitief?

In haar boek ‘The Highly Sensitive Person: How to Thrive When the World Overwhelms You’ (1999) – het allereerste zelfhulpboek over hoogsensitiviteit, wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht – geeft Elaine Aron drie redenen voor die 20 procent, die alledrie niet heel sterk wetenschappelijk onderbouwd zijn. In een telefonische enquête die ze onder 300 willekeurige mensen hield, noemde 20 procent zichzelf extreem of heel gevoelig. In een onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Jerome Kagan reageerde 20 procent van de baby’s sterk op prikkels – maar onbekend is hoeveel daarvan zichzelf als volwassenen nog als hoogsensitief zagen. Tot slot schrijft Aron (zonder verdere onderbouwing) dat het evolutionair voordelig is in een hogere diersoort als 15 tot 20 procent goed oplet of er gevaar dreigt, of zorg nodig is, of er iets nieuws te eten is. „En nu zegt iedereen de twintig procent na”, zegt Homberg. „Maar hard bewijs is er niet.”

Misschien is wel bijna een derde van de mensen extra gevoelig, én bijna een derde juist nogal ongevoelig. Die driedeling rolde uit een statistisch model na onderzoek onder ruim duizend Amerikaanse psychologiestudenten. De auteurs noemen de hooggevoeligen orchideeën (die groeien heel goed in goede omstandigheden en heel slecht in slechte omstandigheden), de middengroep tulpen (een vrij algemene bloem) en de relatief ongevoeligen paardebloemen (want die groeien overal). Maar ook die driedeling moet nog in ander onderzoek bevestigd worden.

Als al eerder aangegeven: Iedereen is weleens wat gevoeliger voor prikkels. Net als dat iedereen wel autistische trekjes heeft.

Wie er precies hoogsensitief is en wat dat betekent is dus nog niet goed wetenschappelijk onderzocht. Moeten we die term dan maar afschaffen of voorlopig negeren? Nee, zegt Homberg. „Het is wel belangrijk om er onderzoek naar te doen.” Ze kent iemand die ten onrechte een autisme-diagnose en medicijnen kreeg, en vervolgens maatschappelijk in de problemen raakte, terwijl hij waarschijnlijk ‘alleen maar’ hoogsensitief was. „Mensen willen het graag omschrijven als kracht, maar het is gewoon een eigenschap die goed óf slecht kan uitpakken. Er zijn mensen die er echt last van hebben. Daarom is het belangrijk dat ook psychiaters, psychologen en huisartsen er kennis van krijgen, om mensen de juiste hulp te kunnen bieden.”

Niet afschaffen, zegt ook Dirk De Wachter, psychiater en hoogleraar aan de KU Leuven. Hij heeft wel meegemaakt dat patiënten zelf tegen hem zeiden dat ze hoogsensitief waren. „Het is waar dat het concept niet heel goed afgebakend is, maar als mensen zich erin herkennen, kan dat heel steunend zijn. Sommige mensen staan niet zo gemakkelijk in het leven, en voor een deel van hen is hoogsensitiviteit een term om dat te definiëren, een term die houvast biedt.” Daarbij helpt, zegt hij, dat het geen psychiatrische diagnose is. „Termen als borderline of depressie hebben een stigmatiserende bijklank. Maar hoogsensitiviteit heeft een gunstige klank, het heeft met empathie te maken. Ik zie mensen daar een stukje in thuiskomen en elkaar ontmoeten. Soms hebben mensen meer aan lotgenotencontact dan aan mijn ondersteunende praatjes, zeg ik heel eerlijk.”

Hoe typerend, want wat suggereert deze psychiater hier: “Daar waar andere mensen, die niet zo gemakkelijk in het leven staan, nog zijn te diagnostiseren, zoals bijvoorbeeld bij borderline (een verouderde term overigens) of depressie, is dat bij hoogsensitieve mensen, die blijkbaar in zijn ogen ook niet gemakkelijk in het leven staan, niet mogelijk vanwege ontbreken van een diagnostische tool. Maar ja, sensitieve mensen kunnen, net als andere psychiatrische patiënten bij een lotgenotencontact terecht. Beste meneer DeWachter, hoe komt u erbij dat hoogsensitieve mensen een lot ondergaan?

Dat lotgenotencontact vinden mensen voor een deel in zelfhulpboeken van ervaringsdeskundigen. En dat is niet alleen bij hoogsensitiviteit zo, zegt De Wachter. „Er verschijnen heel veel boeken waarin mensen verhalen over hun eigen depressie, hun psychose, hun zoektocht in de psychiatrie beschrijven. We kunnen zelfs spreken van een nieuwe psychiatrische golf waarbij ervaringsdeskundigen steeds vaker worden ingeschakeld in de hulpverlening om mee te denken over de behandeling. Dat vind ik positief en bijna revolutionair. Hoogsensitiviteit is geen diagnose, maar ik denk wel dat het op deze golf meesurft.”

En waarom is hoogsensitiviteit juist nu zo populair, terwijl het begrip al twintig jaar bestaat? „Openhartig spreken over de eigen diepste gevoelens is echt iets van deze tijd”, zegt De Wachter. „En met de nieuwe media verspreidt zo’n fenomeen zich ook snel.” Bovendien, zegt Judith Homberg, lijken mensen tegenwoordig heel veel te moeten. „Misschien willen sommige mensen zich afzetten tegen een maatschappij waarin ze te weinig tijd hebben om echt mens te zijn.”

Ik ben zo langzamerhand benieuwd naar uw reacties, naar reacties van de lezers van dit blog. Deelt u de mening en uitspraken van deze twee ‘deskundigen’ of denkt u er anders over. Last het mij weten.

Zijn de beide hoogleraren zelf eigenlijk hoogsensitief? „Sommige mensen in mijn omgeving zeggen van wel”, zegt Homberg, „maar volgens mij is het niet zo zwart-wit.” De Wachter gelooft niet dat hij hoogsensitief is: „Ik hoop dat ik een gevoelig mens ben, maar hoogsensitiviteit zou voor een psychiater heel moeilijk zijn. Ik moet me niet verliezen in het leed van de medemens, ik moet dat afgrenzen.”

Tot slot: Zoals u hebt kunnen lezen ben ik, ook officieel gediagnostiseerd, hoogsensitief. Daarmee ben ik nog niet hoogprikkelbaar, want dat is echt wat anders. En mogelijk hebt u zelf ervaring met dit fenomeen. Mocht u van uzelf denken dat u hoogsensitief bent, dan wil dat nog niet zeggen dat dit ook daadwerkelijk het geval is. En, om nog maar een farce weg te halen, het kan niet worden aangeleerd, zoals een oude bekende van mij ooit probeerde. Dus mocht u iemand treffen die beweert dat u dit kunt leren, dan weet u nu dat dit onmogelijk is.

Ik zie uw reactie graag tegemoet.

Copyright©️oncies 2019

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatiebemiddeling | onderwijsdiensten.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s