Borderline, oftewel ERPS, wat betekent dat voor iemands leven?

De afgelopen 5-6 jaar heb ik een toenemend aantal stellen geholpen waarbij een van de partners kenmerken vertoonde van Borderline-gedrag. Dat varieerde van het geluk bij iemand anders zoeken, omdat de eigen partner niet kon voorzien in de behoefte aan aandacht, waarbij het overigens niet om een seksueel uitstapje ging, tot zelfbeschadiging en psychotisch gedrag of heftige stemmingswisselingen. In een paar casussen vertelde de partner met de Borderline-verschijnselen zelfs dat deze walgde van de partner waarmee een huwelijkse relatie was aangegaan.

*

Enkele oude definities, die nog veelvuldig worden gehanteerd bij de diagnose:

De DSM-IV (301.83) definieerde de borderline-persoonlijkheidsstoornis als een aanhoudend patroon van instabiele interpersoonlijke relaties, een instabiel zelfbeeld, instabiele emoties en een sterke impulsiviteit. De stoornis uit zich in de vroege volwassenheid in verschillende situaties. Bovendien werd aangegeven dat de stoornis even vaak bij mannen als bij vrouwen voorkomt.

In de ICD-10 (F60.3) wordt de emotioneel instabiele persoonlijkheidsstoornis vermeld die in twee typen is ingedeeld:

  • Impulsief type (F60.30) – emotionele instabiliteit, slechte impulsbeheersing, emotionele uitbarstingen.
  • Borderlinetype (F60.31) – emotionele instabiliteit, negatief zelfbeeld, gevoelens van leegte, instabiele relaties, verlatingsangst, zelfdestructief gedrag.

*

In dit blog laat ik u niet alleen kennismaken met de theorie over ERPS, ik neem u ook mee in mijn ervaringen met ERPS. Ik maak daarbij gebruik van de casussen waarmee ik in mijn praktijk te maken heb. Daarbij tracht ik de privacy van mijn cliënten te waarborgen door hen heel abstract te beschrijven. Dit kan soms tot wat ingewikkelde omschrijvingen leiden. Daarvoor mijn excuses vooraf.

*

Borderline is een achterhaald etiket op het voorhoofd van mensen die last hebben van een stoornis in het reguleren van emoties. Hoe adequaat om te kunnen gaan met emoties, die een belangrijk onderdeel vormen in het drift-leven (en het daarbij behorende gedrag) van de mens, is voor hen een probleem.

Iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis ervaart veel instabiliteit in zijn of haar leven. Abrupte veranderingen in gevoelens, stemmingen, relaties, zelfbeeld en gedrag zijn kenmerkend voor deze psychische/psychiatrische aandoening.
Een leven waarin alles van een leien dakje gaat, is eerder uitzondering dan regel. Iedereen krijgt te maken met tegenslagen: zakken voor een examen of afgewezen worden voor een baan. Ook heeft elk mens weleens een fikse ruzie met een familielid, vriend(-in) of collega. Maar bij sommige mensen zijn veranderingen, mislukkingen en heftige conflicten eerder regel dan uitzondering. Ze beginnen impulsief en vol enthousiasme aan een nieuwe opleiding. Of ze vertellen dolgelukkig over hun nieuwe grote liefde. Vaak is de situatie een paar maanden later helemaal veranderd. Ze zijn gestopt met de opleiding omdat die niets opleverde, de nieuwe liefde bleek bij nader inzien niets voor hen. Er zijn mensen die dit vaak overkomt en die steeds opnieuw vastlopen in hun leven. Zij hebben mogelijk een borderline-persoonlijkheidsstoornis, meestal kortweg borderline genoemd, oftewel van ERPS (emotie-regulering-persoonlijkheidsstoornis) zoals Borderline tegenwoordig wordt genoemd (een afkorting die ik vanaf nu in dit blog blijf gebruiken).

Kenmerken in de casuïstieken was (bij mij) dat verreweg de meeste mensen, die hieronder leden, een heel laag zelfbeeld hadden en weinig vertrouwen in de toekomst. Ik zou zelfs kunnen spreken van ERPS in combinatie met een angststoornis. De basis voor de angstgevoelens lag bij hen in het feit dat zij zich onzichtbaar voelden in een wereld waarover zij de controle regelmatig verloren. En dit verliezen van de controle riep heftige angstgevoelens op. Deze angstgevoelens leidden dan weer tot dissociatieve verschijnselen. En daarmee belandden zij vaak in een vicieuze cirkel. Het niet kunnen verklaren hoe het komt dat de controle over het eigen handelen is verdwenen en het vreselijk vinden dat daar soms destructief gedrag uit voort kwam voor de relatie, maakte het noodzakelijk om hulp in te roepen.

In Nederland hebben ongeveer 185.000 mensen ERPS, oftewel Borderline. Misschien zijn het er meer, omdat veel mensen met deze aandoening behandeld worden voor bijkomende klachten zoals bijvoorbeeld angst of depressie. De kenmerken van borderline worden dan vaak niet herkend. De classificatie ERPS (borderline-persoonlijkheidsstoornis) wordt vooral, voor zo’n 75%, toegekend aan vrouwen.

Daar waar vrouwen vaak roepen dat zij getrouwd zijn, of een relatie hebben, met een man met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, spreken mannen vaak over hun vrouwen met Borderline. Het bijzondere hieraan: Ze hebben bijna nooit ook maar enig idee waarover zij het hebben. En dat terwijl zij, zowel naar hun vrouw als naar hun man toe, toch boute uitspraken doen over de persoonlijkheidsstructuur van hun partner.

De beperkingen als gevolg van de aandoening zijn op jongvolwassen leeftijd het grootst en nemen daarna geleidelijk af. De neiging tot het hebben van heftige emoties, impulsiviteit en intensiteit in relaties blijft vaak het hele leven aanwezig; maar mensen die in therapie gaan vertonen al in de loop van het eerste jaar van hun behandeling verbetering. Op de leeftijd van 30 tot 50 jaar bereikt de meerderheid van de mensen met Borderline grotere stabiliteit in hun relaties en in het werk.

Dat neemt niet weg dat ERPS niet op een latere leeftijd kan voorkomen. Dat heeft de praktijk inmiddels uitgewezen. Wanneer ERPS pas herkend wordt wanneer de leeftijd boven de 40 jaar ligt, dan zijn de verschijnselen vaak veel heftiger en is de behoefte aan aandacht (vanwege verlatingsangst) vaak onevenredig groter.

*

Wat zijn dan de kenmerken van ERPS (Borderline)?

ERPS kenmerkt zich door instabiliteit en veel abrupte veranderingen in gevoelens, stemmingen, relaties, zelfbeeld en gedrag. Mensen met ERPS kunnen last hebben van meerdere van de volgende klachten:

  • Impulsiviteit
  • Stemmingswisselingen
  • Zwart-wit denken
  • Extreme verlatingsangst
  • Opzettelijke zelfbeschadiging (automutilatie)
  • Identiteitsproblemen
  • Dissociatieve verschijnselen
  • Psychotische verschijnselen
  • Moeilijk te herkennen

Impulsiviteit: Iemand met ERPS kan zich halsoverkop in een nieuwe relatie storten of na het lezen van een interessante vacature plotseling van baan veranderen. Zonder goed na te denken over de gevolgen van zo’n beslissing. Bij die impulsiviteit hoort ook geen maat kunnen houden. Dat kan tot uiting komen in smijten met geld, zich te buiten gaan aan alcohol of drugs, eetstoornissen en snel wisselende seksuele contacten. Ook woede-uitbarstingen kunnen erbij horen.

Zo reisde een cliënt honderden kilometers om te kunnen praten met iemand waarmee via het internet (geen Tinder of zoiets) een contact was ontstaan. Een andere cliënt reisde in één nacht, tussen twee werkdagen in, bijna duizend kilometer om een natuurverschijnsel mee te kunnen maken. En weer een andere cliënt ging een liefdesrelatie aan met een (getrouwde) collega, waarbij het vooral om het krijgen van aandacht ging. Zowel van de eigen partner als van de nieuwe partner, en beiden negatief.

Stemmingswisselingen: De stemming kan gemakkelijk omslaan van somberheid en angst in gespannen opwinding of andersom. Iemand met ERPS lijkt ‘overgevoelig’ te reageren op gebeurtenissen en uitspraken. Een ogenschijnlijk onschuldige opmerking kan tot een woede-uitbarsting leiden. Korte tijd later gevolgd door een vrolijke bui, alsof er niets is gebeurd.

Zo werd ik door een cliënt gebeld, omdat deze cliënt de hele dag moest huilen maar geen idee had waarom. Een andere cliënt belde mij, omdat zij, naar eigen zeggen ongewenst maar niet tegen haar zin, seks had gehad met de partner van een goede bekende. De cliënt had eigenlijk geen zin in seks, maar liet zich meeslepen in het gebeuren waarin anderen op dat moment seksueel getinte handelingen uitvoerden. Weer een andere cliënt kon moeilijk verklaren hoe het kwam dat er sprake was van onverklaarbare internetaankopen.

Zwart-witdenken: Bij ERPS wordt de wereld opgedeeld in uitersten: zwart en wit, goed en slecht, mooi en lelijk, alles of niets. Er bestaan geen grijstinten. Iemand is of fantastisch leuk of onuitstaanbaar. De mening over één en dezelfde persoon kan in korte tijd helemaal omslaan.

Ik heb dit in het begin al aangegeven. In enkele casussen walgde of verafschuwde degene met ERPS de levenspartner, om deze in een later stadium tot de enige echte en op handen gedragen partner te bestempelen. Heel verwarrend voor deze partners, overigens. Hetgeen in één situatie zelfs tot een reboundrelatie (zie mijn blog over wraakzuchtig wippen) met de verguisde ex van deze partner leidde.

Extreme verlatingsangst: Mensen met ERPS hebben een grote behoefte aan intieme relaties, maar zijn daar tegelijkertijd bang voor. Ze zijn extreem bang om in de steek gelaten te worden. Ze stellen mensen daarom voortdurend op de proef. Zo testen ze als het ware of en wanneer iemand hen in de steek laat. Op zich neutrale uitspraken of acties leggen ze al snel uit als een persoonlijke afwijzing. Mensen met ERPS leggen vaak makkelijk contacten. Maar hun verwachtingen zijn zo hooggespannen dat niemand eraan kan voldoen. Alleen zijn vinden ze vaak erg moeilijk. Het kan hen in grote paniek brengen. Ze eisen daarom iemands aandacht en liefde volledig op. Hun relaties zijn vaak heftig, maar kort.

In een van de casussen, die ik als referentie gebruik om voorbeelden uit te halen, was er een partner die honderden kilometers reisde om het gevoel van intimiteit te voeden. Dat wil zeggen, deze partner ging bij iemand op bezoek om er te zijn. Daarbij voelde het als prettig aan, omdat de eigen partner onvoldoende tijd vrijmaakte voor aandacht en genegenheid.

Een andere partner bleef bij een vriendin overnachten na een feestje, omdat er te veel alcohol zou zijn genuttigd. En dat terwijl de afstand naar huis was te lopen. In die nacht was er seksueel verkeer. Dit werd de dag erna breeduit bekend gemaakt aan de eigen partner, waarbij het verwijt van tekortgedaan voelen werd gebruikt. Althans, aanvankelijk. Later werd het seksuele contact omschreven als verkrachting, echter zonder dat dit leidde tot een aangifte.

Opzettelijke zelfbeschadiging (automutilatie): Veel mensen met ERPS krassen zichzelf met scherpe voorwerpen of branden zich met een sigaret. Ook gedachten over of pogingen tot zelfdoding komen veel voor.

In alle casussen werden hierover uitspraken gedaan. Vooral krassen werd vaak genoemd, omdat dit een combinatie van zelfkastijding (het zichzelf bestraffen vanwege ‘slecht gedrag’) en het ervaren van ‘nog gevoel hebben’ was.

Identiteitsproblemen: Mensen met ERPS hebben meestal weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld. Ze zijn buitengewoon gevoelig voor opmerkingen die ze als kritiek ervaren. Ze twijfelen constant over wat ze zullen aanpakken en wat ze met hun leven willen.

Soms worden extreem hoge levensdoelen gesteld. Zo hoog, dat ze onbereikbaar zijn. Het niet kunnen behalen van deze levensdoelen wordt ervaren als een persoonlijk falen. Vooral de opmerkingen hierover van de partner leidt tot heftige reacties en gevoelens van afwijzing.

Dissociatieve verschijnselen: Mensen met ERPS kunnen momenten van vervreemding hebben. Dat is een gevoel van ‘er niet echt te zijn’ of een sterk en beangstigend gevoel van innerlijke leegte. Soms weten ze even echt niet wat ze gedaan hebben of hoe ze ergens zijn gekomen.

Variërend van het niet weten hoe het is gekomen dat iemand een reis heeft gemaakt tot het vervreemden van de eigen kinderen, zijn voorbeelden.

Psychotische verschijnselen: Soms krijgen mensen met ERPS last van psychotische verschijnselen, zoals in de war of achterdochtig zijn en stemmen horen. Deze verschijnselen kunnen enkele uren of dagen duren.

Psychotische en rand-psychotische ervaringen kwamen in alle casussen voor.

Moeilijk te herkennen: Mensen met ERPS zijn vaak spontaan en kunnen gemakkelijk contacten leggen. Daardoor kunnen ze heel succesvol, aantrekkelijk en sociaal overkomen. Onderliggende angsten blijven zo verborgen. De stoornis gaat vaak gepaard met andere psychische problemen, zoals depressie, angststoornissen, posttraumatische stress of drugs- of alcoholverslaving. Daardoor wordt de diagnose ERPS niet snel gesteld. Daar komt bij dat de ene persoon met ERPS erg expressief en impulsief is, de ander juist extreem introvert en depressief.

*

De stoornis komt meestal geleidelijk tot uiting tussen het zeventiende en vijfentwintigste jaar. In die periode gaan mensen een zelfstandig leven opbouwen, met allerlei nieuwe contacten. Mensen met ERPS (Borderline) hebben grote moeite met het opbouwen van stabiele relaties. Maar heftige emoties en snelle veranderingen horen ook bij de leeftijdsfase. Dit maakt dat ERPS niet gemakkelijk te herkennen is.

In mijn praktijk ben ik ook ouderen (40+) met ERPS tegen gekomen.

Er zijn theorieën waarin wordt gesteld dat ERPS wordt veroorzaakt door een combinatie van biologische, psychische en sociale factoren.

Biologische factoren: De belangrijkste biologische factor is aanleg. Impulsief gedrag, heftige emoties en stemmingswisselingen kunnen in aanleg aanwezig zijn. Er zijn echter nog geen harde wetenschappelijke bewijzen dat deze aanleg een verband zou hebben met erfelijkheid, ook al komt ERPS regelmatig in een familielijn voor. De aanleg heeft te maken met de verwerking van (emotioneel geladen) prikkels in de hersenen.

Psychische en sociale factoren: Psychische en sociale factoren spelen eveneens een belangrijke rol bij borderline, met name ingrijpende ervaringen en gevoelens van grote onveiligheid in de kindertijd. Om die reden hebben mensen met deze stoornis vaak moeite anderen te vertrouwen. Het gevoel van onveiligheid kan een duidelijk aanwijsbare oorzaak hebben, zoals lichamelijke verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik of een scheiding van de ouders. Maar het kan ook minder duidelijk zijn waar het onveilige gevoel vandaan komt, bijvoorbeeld wanneer er sprake was van emotionele verwaarlozing of wanneer een gebeurtenis of persoon onbewust als onveilig ervaren is.

In alle casussen, waarmee ik in de loop der jaren te maken heb gehad, was er sprake van seksueel misbruik. Variërend van incest tot misbruik door familie en bekenden van de ouders. Zogenaamde ooms en tantes die hun handen niet van hen af konden houden. In één casus was er zelfs sprake geweest van stelselmatige verkrachting. In een andere van aanhoudende seksuele intimidatie, waarbij het slachtoffertje, toen het op zes-jarige leeftijd begon, de ernst van het misbruik niet inzag en het tot op hoge leeftijd verdedigde met de woorden: “Ik vond de aandacht die ik kreeg wel fijn. Die kreeg ik thuis niet.”

*

Iemand met ERPS heeft meestal het meeste baat bij een ambulante of poliklinische behandeling. Een tijdelijke opname in een psychiatrisch ziekenhuis is eerst dan noodzakelijk wanneer de spanningen te hoog oplopen, de persoon zichzelf ernstig verwondt, gevaarlijk gedrag vertoont of de neiging heeft tot zelfdoding. Hiertoe wordt besloten in samenspraak met de patiënt, de huisarts, de behandelaar en vaak ook de familie.

Een opname kan immers worden ervaren als een volgende afwijzing door de omgeving. Het ziekteinzicht is klein. Dit verandert vaak tijdens de behandeling.

*

Vertrouwensrelatie: De behandeling richt zich allereerst op het opbouwen van een stabiele vertrouwensrelatie tussen patiënt en behandelaar. Voldoende tijd nemen en geduld hebben zijn hiervoor van groot belang. Want ook in het contact met de behandelaar houdt de patiënt last van angst voor verlating en voor hechting, zwart-wit oordelen en te hoge verwachtingen. Duidelijke afspraken over bereikbaarheid van de behandelaar, de frequentie en duur van behandeling en over beoogde doelen zijn dan ook belangrijk.

Dat blijkt keer op keer. Patiënten met ERPS zoeken vaak al langer naar vastigheid onder hun voeten. Naar een ‘relatie’ waarbij zij het gevoel hebben dat zij daarop kunnen steunen en vertrouwen. Tussentijds contact, contact tussen twee behandelsessies, is in het begin van de behandeling, bijna voorwaardelijk voor het opbouwen van de vertrouwensband. De ‘wetenschap’ dat er iemand is waarbij de ERPS-patiënt niet bang hoeft te zijn dat deze hen in de steek zal laten, is van doorslaggevend belang in het succes van de behandeling.

Volgende fase: In de volgende fase van de behandeling staan inzicht geven in de stoornis, acceptatie en het creëren van evenwicht en stabiliteit centraal. De relatie met de therapeut vormt de basis waarop de patiënt kan werken aan andere relaties, het denken in uitersten en de angst om alleen te zijn. Ook verschillende vormen van gedragstherapie, individueel of in groepsverband, kunnen zinvol zijn. Gezins- of relatietherapie kan het contact met de omgeving verbeteren. Psychomotorische therapie of VERS training (Vaardigheidstraining Emotie-Regulatie-Stoornis) kan ertoe bijdragen goed om te gaan met spanningen en woede.

Ook zijn gespecialiseerde psychologische behandelingen ontwikkeld die positieve resultaten laten zien. Een van die behandelingen is schematherapie. Schematherapie helpt de patiënt de oorsprong van gedragspatronen te doorgronden en te veranderen. De invloed van ervaringen uit de jeugd op de huidige (gedrags-)patronen en dagelijkse leven wordt onderzocht. De patiënt leert zichzelf zodanig veranderen dat deze zich beter gaat voelen, beter voor zichzelf kan zorgen en beter voor zichzelf op kan komen. De patiënt leert voelen wat de behoeften zijn en leert hier op een gezondere manier voor op te komen. Hierdoor verandert niet alleen het (ongewenste) gedrag, maar veranderen ook gedachten en gevoelens.

Medicijnen: Bij de behandeling van ERPS zijn medicijnen een belangrijk hulpmiddel. Ze verminderen een aantal ERPS-verschijnselen. Kalmerende medicijnen worden het meest voorgeschreven. Ook worden regelmatig antipsychotica voorgeschreven. Deze verminderen de impulsiviteit, de heftige emoties, zoals angst en depressiviteit en de psychotische verschijnselen zoals verwardheid en stemmen horen. Antidepressiva kunnen helpen bij langdurige somberheid en grote impulsiviteit. In veel situaties wordt medicatie voorgeschreven die de angststoornissen onderdrukken. Soms worden medicijnen voorgeschreven om de stemmingswisselingen te verminderen, bijvoorbeeld lithium of carbamazepine.

*

Nog even de verschijnselen (die vaak voorkomen bij jongeren) met een emotieregulatieprobleem op een rijtje:

  • sombere buien
  • stemmingswisselingen
  • boze buien
  • drugs- en alcoholmisbruik
  • verlies van motivatie voor school
  • sociaal isolement
  • onaangepast gedrag
  • ruzie thuis en met vrienden.

Mensen met een ERPS hebben last verschijnselen als:

  • leeg gevoel
  • zwart-wit denken (alles of niets)
  • stemmingswisselingen
  • impulsiviteit
  • moeite met het aangaan en onderhouden van relaties
  • slecht alleen kunnen zijn
  • zelfmoordgedachten
  • automutilatie (zichzelf beschadigen door bijvoorbeeld te krassen of te snijden)
  • negatief over zichzelf denken.

*

Al met al komt er veel kijken bij mensen die last hebben van ERPS. Niet zelden manifesteert de stoornis zich in een gevoel van eenzaamheid en ‘het overal alleen voor staan’. Het partnerschap in een relatie wordt niet ervaren. En niet zelden werkt die partner daar -onbewust- actief aan mee. Om die redenen wordt de behandeling van ERPS vaak in combinatie met relatietherapie gegeven. Binnen de relatietherapie worden soms aspecten van gezinstherapie toegepast. Niet zelden in de vorm van cognitieve gedragstherapie. En dan is het bordje van de ERPS-patiënt behoorlijk gevuld. De kunst is dan om het behapbaar te houden en dus is die vertrouwensband van elementair belang. Een volgende teleurstelling kan immers fataal zijn voor het zelfbeeld.

*

Copyright©️oncies 2019

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatiebemiddeling | onderwijsdiensten.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

Over CONCIES | mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn roots, mijn persoonlijke ‘zijn’, in het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij het beste is. Tijdens mijn werk als mediator ben ik, als vanzelf, steeds vaker ook relatietherapieën gaan doen. Dat doe ik de laatste jaren zelfs meer dan mediation (gemiddeld 35 per jaar). En alle mensen, nou ja alle, laat ik zeggen: ruim 99,5% van mijn cliënten is enthousiast en 97,5% is zeer tevreden over mijn werk voor hen. En daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben een MfN-Registermediator, was een rechtbankmediator, en werkte op basis van toevoeging (vaak op verzoek van het Juridisch Loket). Maar de baten dekten niet langer de kosten. Tja, en ook mijn brood smaakt beter met een laagje boter en beleg. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Bovendien heb ik post-HBO neurologie gestudeerd. Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR (MfN) > ARBEIDSMEDIATOR (MfN) Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS - EXPAT Naast als mediator ben ik ook werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl Mijn levensmotto: Wat niet gezegd wordt, bestaat niet.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s