Zolang het overheidsbeleid niet wordt aangepast zullen jongeren in psychische nood zich van het leven beroven

Al maanden heb ik een kritisch blog in concept staan over psychische (psychiatrische/psychologische) hulpverlening voor jongeren in Nederland. Hoe deze, nadat deze in 2015 is overgeheveld van de centrale overheid naar de lokale overheden, in de nieuwe Jeugdwet op verschillende onderdelen van de jeugdzorg, die daarvoor onder de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vielen, waaronder ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering, faalt. Hoe sindsdien met name de jeugdzorg daar ernstig onder te lijden heeft. Met de casus uit de tekst van dit blog open ik voordat ik het trieste verhaal over Jade (geschreven door Roos Schlikker) aan u voorleg.

De casus uit het blog dat in concept klaarstond:

In De Volkskrant-online trof ik op 27 februari 2020 onderstaand artikel aan. De zoveelste nagel aan de doodskist van het falende overheidsbeleid, met betrekking tot de jeugdzorg in het algemeen en jongeren met psychische problemen in het bijzonder, en de fatale gevolgen daarvan voor de betrokken jongeren en hun familie.

[BEGIN CITAAT]

Geen begeleider zag dat Kiemtie de hoop verloor. In een gesloten jeugdzorginstelling maakte de 14-jarige Kiemtie een einde aan haar leven. De inspectie oordeelde hard over de hulpverlening. In haar verhaal, dat haar moeder wil vertellen, komen veel problemen in de jeugdzorg samen.

Hallo allemaal,

Ik haat jeugdzorg en al deze kutmensen, deze overheid. Geen instelling mag meer geld aan mij verdienen. Ik hou van je mama, en van me twee lievelingsbegeleiders E. en Y.

Groet, Kiki.

Op een velletje papier krabbelde Kiemtie – zoals Kiki eigenlijk heette – deze afscheidsboodschap. Ze was 14 jaar oud toen ze op 15 januari 2019 in de gesloten jeugdzorglocatie Midgaard in Den Haag een einde maakte aan haar leven. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) publiceerde eind vorig jaar een vernietigend rapport over de hulpverlening aan Kiemtie: ‘Pijnlijk komt naar voren dat langdurige jeugdhulp voor sommige jeugdigen niet tot een positieve uitkomst leidt. Dit ondanks alle goede bedoelingen en inspanningen van professionals.’

In Kiemties leven ging bijna alles mis wat mis kon gaan. Pogingen om haar te helpen pakten averechts uit. Kiemtie wordt al op jonge leeftijd uit huis geplaatst. Ze komt onder de voogdij van de stichting Leger des Heils jeugdbescherming en reclassering. Die heeft, oordeelt de Inspectie, ‘onvoldoende gezorgd voor continuïteit in het leven van de jeugdige’. In haar korte leven woont het meisje op vijftien plekken, waarvan negen in de laatste drieënhalf jaar. Het is een komen en gaan van voogden en vervangende voogden. ‘Er is te weinig stilgestaan bij de vraag wat dit betekende voor de jongere’, schrijft de Inspectie. ‘Wie behalve haar familie kende haar? Wie had een vertrouwensband met haar?’ Bij de overdracht tussen de hulpverleners ging veel informatie verloren. Mede daardoor is Kiemtie meermalen de valse hoop gegeven dat ze weer bij haar moeder zou kunnen wonen – haar grootste wens. Bovendien is onvoldoende gekeken of er andere mogelijkheden waren dan plaatsing in de gesloten jeugdzorg.

In het verhaal van Kiemtie komen verscheidene knelpunten samen in de zorg aan kwetsbare jongeren, waarop structureel kritiek is. Zoals: een lange reeks verhuizingen, veel verschillende hulpverleners en een te repressief klimaat in de gesloten jeugdzorg. In Midgaard, waar ze sinds maart 2018 verblijft, onderzoeken de hulpverleners niet waarom ze zich opstandig gedraagt. In plaats daarvan wordt ze geregeld onder dwang in een afzonderingsruimte opgesloten. De Inspectie beklemtoont al langer dat de gesloten jeugdzorg moet stoppen met het gedwongen separeren van jongeren. ‘Overplaatsingen kunnen jongeren het gevoel geven dat niemand ze wil’, schrijft de Inspectie.

Deze casus toont volgens de Inspectie aan dat de zorg voor kwetsbare jongeren moet verbeteren. De Inspectie roept de jeugdzorg op jongeren alleen in het uiterste geval over te plaatsen. En zorg te dragen voor een blijvende vertrouwenspersoon.

(….)

[EINDE CITAAT]

Het artikel gaat nog veel verder. Zo vraagt de moeder van Kiemtie zich af of het rapport van de Inspectie tot de gewenste veranderingen zal leiden. Ze vraagt zich af hoeveel kinderen nog moeten sterven eer het tot de overheid doordringt dat het vijf voor twaalf is. Dat was in februari 2020. Inmiddels zijn we een half jaar verder, heeft de coronacrisis heel Nederland lamgelegd en heeft er meerdere keren een alarmbel geklonken. En nog steeds is er niets gedaan. En dus kan Roos Schlikker haar trieste verhaal optekenen over Jade.

“Jade wordt niet meegeteld in RIVM-cijfers. Ze werd 17”, schrijft Roos Schlikker in haar column in het Parool van zondag 5 juli jl. ze gaat verder met haar verslag en vertelt: Het leek alsof ze bevroren was. Haar vader herkende het beeld, hij had het vaak gezien. Bij Jade die goed zingen kon. Jade die van winkelen hield. Jade, het meisje met de blauwe ogen. Dit kind dat eruitzag als zoveel zingende, winkelende, mooie meisjes kon plotseling blokkeren. Geen beweging meer. Geen toenadering. Geen contact.

Dat deed ze al sinds ze klein was. Jade kon goed leren. Maar als Jade het koud had en haar ouders zeiden dat ze een trui moest pakken, raakte ze in de war. Naar boven lopen. Kastdeur open. Trui uitzoeken. Kastdeur dicht. Trui aan. Ze overzag het niet. Dus werd ze razend. En bevroor. “Jade was een heel slim meisje. Maar ze begreep niets van de wereld,” zegt haar stiefmoeder die mede voor Jade zorgde sinds ze één was.

Op haar vijftiende kreeg Jade een diagnose: autisme. En: niet gedefinieerde gedragsproblematiek. Wat dat inhield, zouden specialisten nog onderzoeken. Het is nooit gebeurd.

Jades leven werd er een van wachtlijsten. Wachten op het Ouder- en Kindteam, op systeemtherapie, op speciaal onderwijs. Thuis was de situatie onhoudbaar. “Je moet nog even je tanden poetsen.” Zo’n opmerking kon Jade in tollende paniek brengen. Waarna ze zes uur als een opgerold aapje op de badkamervloer lag. Hulpverlening bood geen ruggensteun. “Deze casus is eigenlijk te zwaar voor ons,” zei de psychiater. De instelling waar Jade ging wonen gaf aan: wij zijn niet de beste plek om haar te begeleiden. Waar Jade wel heen kon, wist niemand.

Soms schemerde een gewone enthousiaste tiener door in Jades gedrag. Ze hield nog steeds van zingen, van winkelen. En Jade was gaan schilderen. Pas later vonden ze haar tekenblok. ‘I feel so fucking unimportant,’ schreef ze bij haar schetsen.

Maar in januari dit jaar kreeg Jade medicijnen. Die sloegen aan. De droefheid verdween, de lethargie. Jade lachte. En toen kwam corona. Jade mocht niet meer wandelen met haar ouders, haar voogd mocht haar niet bezoeken. “Ik word opgesloten!” Uit woedende onmacht stopte ze met haar pillen. Niemand zag erop toe dat ze ze nam.

Op een dag belde ze: “Pap, je moet me halen, anders snijd ik mijn polsen door.” Hij racete naar de instelling. In een kamertje zaten vier hulpverleners om over Jade te praten. Niemand was bij het meisje. Tot hij zelf naar haar kamertje ging.

Het leek alsof ze bevroren was. Haar vader herkende het beeld. Pas na enkele tellen zag hij de riem om haar nek. Later verklaarden hulpverleners dat ze hadden gehoord dat er meubels werden verschoven. Ze raakten niet gealarmeerd.

Jade wordt niet meegeteld in de RIVM-cijfers. Maar ook Jade is slachtoffer van corona. Net toen ze eindelijk tot leven kwam, werd datzelfde leven bevroren.

“We zijn niet wraakzuchtig of rancuneus,” benadrukken haar ouders. “Maar we willen zo graag vertellen wat er is gebeurd. Wie Jade was. En hoe het anders had gemoeten.”

Een dag nadat haar vader haar had gevonden, overleed Jade. Zeventien jaar oud.

De inspectie die het incident onderzoekt heeft besloten de ouders niet te horen.

Twee tienermeisjes hebben zich dit jaar zelf van hun leven beroofd. Niet omdat ze gepest werden op school, maar omdat ze zich in de steek gelaten voelden door hen waarvan zij juist hulp verwachtten. Doordat ze zich alleen op de wereld voelden, omdat in de Jeugdzorg andere prioriteiten werden gesteld. Het kind waarmee werd gesold, dat van het ene naar het andere adres werd gezeuld zonder dat er werd stilgestaan bij wat dit voor het kind (nota bene) kón betekenen. Het andere kind, waaraan alle zorgverlening werd onttrokken, terwijl massa’s andere zorgverleners, in grote gezondheidsbedreigende omstandigheden, wel gewoon hun werk moesten blijven doen. Nee, de zorg bekommerde zich niet over de essentiële levensbedreigende leefomstandigheden van deze twee kinderen.

En valt dit Jeugdzorg te verwijten? Jeugdzorg zou hierop graag ontkennend antwoorden. Het zou de schuld graag verschuiven naar de lokale overheden en de wet- en regelgeving op dit gebied. Valt het dan deze lokale overheden te verwijten? De gemeenten zouden hierop met nadruk negatief antwoorden. Het zou de schuld maar wat graag verschuiven richting de Jeugdzorg en de centrale overheid. Valt het dan de centrale overheid te verwijten? ‘Den Haag’ zou maar wat graag de schuld verschuiven naar de slachtoffers. De kinderen en hun ouders, naasten. Waarom hebben die niet nadrukkelijker aan de bel getrokken? En daarnaast, de ministers en staatssecretarissen hebben momenteel wel wat anders én dringenders aan hun hoofden. Net als de gemeenten die zich sterk aan het maken zijn voor hun financiën, welke een deuk hebben opgelopen. Niet door de uitgaven aan jeugdzorg, maar aan eerder begrootte projecten en corona. Oftewel: Niemand voelt zich verantwoordelijk voor wat er gaande is in de Jeugdzorg. Kiemtie en Jade zijn slechts twee voorbeelden die de media hebben gehaald. Zij zijn echter meer dan slechts de exponenten van het falende beleid van de centrale overheid. Daar wordt al, sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015, aan de bel getrokken. De ALARMBEL. Maar deze werd én wordt niet gehoord. Kiemtie en Jade zijn slechts twee casussen van kinderen die op jonge leeftijd zijn overleden aan zelfdoding. Ze vormen niets meer dan twee ‘scores’ in de data van de statistiek over zelfdoding in Nederland. En de statistiek geeft aan dat het aantal zelfdodingen onder jongeren de laatste jaren is gestegen van ‘gemiddeld’ 50 per jaar naar meer dan 80 per jaar. Een toename van ruim 60%. Tja….

En net als vóór hun overlijden: Wie bekommert zich om deze kinderen? Er is wel wat belangrijkers te doen. Voor ‘corona’ was dit de financiering van de jeugdzorg. Uit welk potje moest de zorgverlening worden betaald en hoe houden we deze zo goedkoop mogelijk. En nu, nu de gevolgen van corona op de economie centraal is komen te staan, nu is er nog steeds geen tijd om deze vergeten groep adequaat te helpen. Er zullen nog vele Kiemties en Jades volgen, aangevuld met Milans en Noahs, want er verandert niets. Ook niet bij de Nederlanders. Die maken zich zorgen om hun eigen hachie of om de standbeelden die representatief zijn voor ander leed.

Inmiddels hoor ik geluiden uit de psychiatrie over hoe weinig patiënten gebruik konden en mochten maken van de voor hun zo nodige zorg, opvang en begeleiding. En hoe deze ‘vergeten’ groep nu massaal probeert alsnog hun zorg te krijgen, terwijl de zorgmedewerkers met lede ogen moeten toezien hoe deze mensen niet meer geholpen kunnen worden vanwege de periode dat zij van die zorg verstoken waren tijdens ‘corona’.

Copyright©️oncies 2020

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

Over CONCIES | mediation | relatietherapie

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn innerlijke roots, mijn 'natuurlijk zijn’, naar het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en die geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij van belang is. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR > ARBEIDSMEDIATOR Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS Naast als mediator ben ik werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl
Dit bericht werd geplaatst in Kees van Lunsen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s