Johan Cobussen (1883-1973)

Soms sta je zomaar even stil bij het leven van een bijzonder mens. Zomaar, omdat deze persoon al bijna een halve eeuw uit je leven is verdwenen. In dit geval bij het leven van een man die zeer bepalend is geweest voor- en in mijn leven, mijn bloedeigen grootvader. De vader van mijn moeder. De man waarbij ik in huis woonde tot mijn 6e. De man waarmee ik op mijn 7e mijn slaapkamer deelde (in een piepklein rijtjeswoninkje aan de W. Kerstenweg in Renkum). De man die ik altijd tegemoet liep als hij bij ons op bezoek kwam en vanuit het bejaardenhuis ‘Het Beekdal’ in Heelsum kwam gelopen. De man die op zijn sterfbed alleen nog een teken van leven gaf op het horen van mijn laatste groet aan hem. Over zijn invloed op mijn leven gaat dit speciale blog vandaag, zijn sterfdag in 1973.

Joop Cobussen, zoals hij door iedereen genoemd werd, was twee keer getrouwd, kreeg een groot aantal (13 als ik mij niet vergis) kinderen en was een ondernemende man. Hij had een huis aan de Hogekampseweg en voerde daarin een kleine winkeltje, terwijl hij ondertussen ook, op zijn Solexje, de omgeving afging om verzekeringspolissen te slijten. Hij kocht, vlak na de tweede wereldoorlog, een draaimolen. Zette die voor het huis in de tuin en vroeg mijn oma ‘wat ze er van vond en of ze met hem meeging, het kermisleven in’. Waarop mijn oma de haast legendarische woorden sprak: “Die molen er uit of jij er uit.” Mijn opa koos voor het eerst en was zijn winkeltje in ondergoed en bedlinnen begonnen.

Hij zorgde ervoor dat een van zijn dochters niet het schandaal van het dorp werd door haar aan de man te helpen. Ze zou manloos moeder (van mij) zijn geworden als hij zich niet had ingespannen om een man (niet mijn biologische vader dus, dat was een getrouwde man uit het dorp) naast haar te krijgen. Nog voordat ik geboren werd waren ze getrouwd.

Naast ‘ons gezin’ woonde ook een jongere broer van mijn moeder in hetzelfde huis. Dat soort situaties konden eind jaren vijftig van de vorige eeuw nog. Hoe dan ook, ik liet mij elke ochtend op mijn billen van de trap zakken om bij mijn grootouders aan te schuiven voor een beschuitje met jam. Dan praatten mijn opa en ik over hoe wij samen de wereld zouden verbeteren en wel even alle problemen zouden oplossen. Hij bedacht dan de meest idiote dingen en mijn oma sprak hem dan streng en bestraffend toe. Zij vond dat hij niet dit soort onzin mocht uitspreken, waarop hij het alleen maar erger maakte en mij, met een vette knipoog, het volgende ‘wereldprobleem’ voorlegde.

Mijn oma overleed in 1964 en wij verhuisden kort daarna naar de W. Kerstenweg. Ik bracht hem elke avond, in een pannetje, een warme maaltijd. Ik reed dan op mijn fietsje naar hem. Daarbij ben ik zelfs een keer gevallen, uitgegleden in de sneeuw. Ik heb toen zijn eten, dat op straat was beland, teruggeschept in het pannetje. Hij heeft er nooit iets over gezegd of over verteld aan mijn moeder. Die hoorde het, dagen later, van mij. Niet lang daarna kwam mijn opa bij ons wonen. Omdat er maar weinig ruimte in huis was, werd er een bed voor hem bij mij in de slaapkamer gezet. Ik ben een kort-slaper, dus was ik altijd nog wakker als mijn grootvader naar bed ging. Hij deed altijd heel zachtjes, maar zodra hij in bed lag, fluisterde hij altijd: “Slaap je al, kidje?” En natuurlijk sliep ik dan nog niet. Steevast begon hij dan altijd dezelfde soort vragen aan mij te stellen. “Kidje, zou jij wel een auto willen zijn?” En mijn antwoord was steeds weer dat ik dat niet wist. Hét signaal voor mijn opa om dan met de meest onzinnige argumenten te komen waarom hij dan geen auto, of wat dan ook, wilde zijn. We hadden dan de grootste lol en mijn moeder moest er dan meerdere keren aan te pas komen om ons stil te krijgen. Alsof ze een stel kinderen toesprak klonk het dan door de muur: “SLAPEN JULLIE!” En elke ochtend werd mijn opa dan berispend toegesproken dat hij mij weer wakker had liggen houden.

Mijn opa was de slechtste oppas die ouders zich maar konden wensen. Voor mij was hij de beste. Want zodra mijn ouders de deur uit waren, kroop ik mijn bed uit en dan gingen we samen televisie kijken. Dan gingen de lampen uit en zaten we samen in ‘onze bioscoop’. Dat ging altijd goed, zelfs als mijn ouders onverwacht vroeger thuis kwamen. Dan zette hij snel de televisie uit en deed net alsof hij mij ‘net toevallig op dat moment weer terug naar bed bracht, omdat ik even naar de wc moest’.

Uiteindelijk ging hij in Het Beekdal in Heelsum wonen, waar hij zich -uiteindelijk ook als oudste bewoner- als een ware Casanova tegenover ‘al die jonge vrouwen’ gedroeg en als rokkenjager bekend stond. Maar wij namen geen afscheid. Zo vaak we maar konden zochten wij elkaar op. Kwam mijn opa niet naar ons huis, dan ging ik wel naar hem toe. Dan ging het dressoir open en werd de rol beschuit gepakt en een pot jam en aten we samen ‘ons’ beschuitje. Als hij naar ons kwam, liep ik hem altijd tegemoet. Dan liepen we samen op en hadden we onze traditionele gesprekken. Ging hij weer terug naar Het Beekdal, dan mocht ik hem wegbrengen, “maar niet verder dan het einde van de Groeneweg”, waar we ons natuurlijk niet aan hielden. Ik liep dan toch mee tot aan de ingang van het terrein rondom Het Beekdal en rende daarna terug naar huis, zodat -althans dat dacht ik als ventje van amper 7-8 jaar- het net leek alsof ik mij netjes aan de afspraak had gehouden. Dit hebben we jarenlang volgehouden.

Het was voor mij dan ook de grootste ramp toen ons gezin in 1967 naar Delfzijl verhuisde. Weggaan uit Renkum vond ik niet erg, maar weggaan van mijn opa des te meer. En we hadden niet de (financiële) middelen om, met enige regelmaat, bij hem op bezoek te gaan en daardoor heb ik hem in de zes jaren die volgden nog maar een paar keer gezien. Kwam hij een weekje bij ons logeren, dan was ik in staat om te spijbelen van school om met hem rond te hangen, buiten het zicht van mijn moeder natuurlijk.

Op 18 september 1973 , vandaag 47 jaar geleden, overleed mijn grootvader na een kort ziekbed. Vele jaren later dan dat hij zelf, voorafgaand aan zijn volgende verjaardag op de uitnodigingen aan zijn kinderen had aangegeven. Hij schreef dan altijd dat hij ‘mogelijk zijn volgende verjaardag niet meer zou halen’. En met jaren-later bedoel ik al gauw een jaar of vijfentwintig. Op dezelfde uitnodiging stond dan vermeld: “En vergeet de …. niet”, waarmee hij zijn zo geliefde sigaren bedoelde. Mijn grootvader had een kleine hersenbloeding gehad, mogelijk een TIA, en was tegen zijn zin overgebracht naar het ziekenhuis. Hij was hier zo boos over geweest, dat hij het leven opgaf.

Ik herinner nog hoe mijn ouders hals over kop vertrokken, omdat ze gebeld waren over zijn snel verslechterende gezondheidstoestand. Wij, de kinderen, mochten niet mee. Het aan het bed zitten van iemand die stervende was was niet gezond voor kinderen. Aan het einde van de avond waren ze weer teruggereden naar Delfzijl, ‘omdat het geen zin had gehad om bij hem te blijven, omdat hij niet meer bij bewustzijn was’. Bij het afscheid nemen had mijn moeder hem ‘de groetjes van Kidje’ in zijn oor gefluisterd. Een korte kreun was zijn reactie geweest. De volgende ochtend werden zij ingelicht dat hij in de nacht was overleden. En om eerlijk te zijn, ik heb nooit begrepen hoe zij hem die avond hadden kunnen verlaten en hem in zijn eentje hebben laten sterven.

Zijn uitvaart werd een feestje. Althans voor mij en een paar van mijn neven. We haalden herinneringen aan hem op en ik vertelde honderduit over onze ochtenden, middagen, avonden en nachten. Hoe wij hadden gelachen en vooral hoe hij mij had laten lachen.

En als ik dit nu opschrijf, dan zie ik hoeveel ik van hem heb meegekregen. zijn onzinnige humor -tot soms grote ergernis van mijn zoon-. Ik kan ‘urenlang’ de meest onzinnige dingen uitkramen en doen, waardoor ik de clown ben in droevige dagen. Zijn positieve instelling naar het leven, én zijn gevoel voor de medemens, want dat had hij. Voor hem was ieder mens, al dan niet in zijn diepste wezen, een goed mens. “Mensen worden niet slecht geboren, mensen worden slecht gemaakt”, zie hij altijd. Een opvatting die soms op het randje van naïviteit balanceert, maar waar ik mij maar wat graag aan vasthoudt. Het maakt het voor mij mogelijk mijn werk te doen. Ik geloof in mensen en zie overal de positieve kanten of mogelijkheden van in. Wat heb je aan negativiteit? En, en dat vind ik misschien nog het spannendste ook, ik hoop ooit een opa te worden zoals hij voor mij is geweest. Een baken in een roerig jong leven. De steun en toeverlaat waarop ook mijn kinderen hebben kunnen rekenen en waarop mijn kleinkinderen te zijner tijd moeten kunnen terugvallen.

O ja, ook ik scheer mijn kop kaal. Net als hij dat altijd deed. Ik ben dat ooit -onbewust- gaan doen en het komt nu naar boven, nu ik aan hem zit te denken.

Dankjewel ouwe….je hebt een echte Cobussen van mij gemaakt.

Copyright©️oncies 2020

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

Over CONCIES | mediation | relatietherapie

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn innerlijke roots, mijn 'natuurlijk zijn’, naar het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en die geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij van belang is. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR > ARBEIDSMEDIATOR Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS Naast als mediator ben ik werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl
Dit bericht werd geplaatst in Kees van Lunsen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s