Nadat ouders zijn gescheiden dienen zij, in het belang van hun kinderen, bij elkaar in de buurt te blijven wonen

Als mediator ben ik, tijdens scheidingsmediations, betrokken bij het opstellen van de ouderschapsplannen (verplicht sinds 2009 als er kinderen zijn voortgekomen uit de relatie of wanneer er sprake is geweest van een huwelijk of geregistreerd partnerschap). Een onderdeel van het ouderschapsplan is het bepalen waar, en dan vooral hoever van elkaar, de ouders gaan wonen na de scheiding. Dit is vaak een gevoelig onderwerp, omdat de ouders zich dan gaan realiseren dat ze niet meteen mijlenver van elkaar kunnen gaan wonen. De belangen van de kinderen, om beide ouders gemakkelijk te kunnen bezoeken bijvoorbeeld, zijn bepalend en maatgevend. Het CBS heeft onderzoek gedaan naar hoever ouders, na een scheiding, gemiddeld van elkaar gaan wonen.

Het CBS schrijft hier het volgende over:

Na een scheiding blijven ouders meestal bij elkaar in de buurt wonen. Van de stellen met een of meer kinderen die in 2014 uit elkaar gingen, woonde drie kwart in 2018 minder dan tien kilometer bij elkaar vandaan. Ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd, en ouders met een hoog inkomen blijven vaker bij elkaar in de buurt wonen. Zodra ouders een nieuwe partner vinden wordt de afstand doorgaans groter. Dat meldt het CBS op basis van een onderzoek over de periode 2014-2018.

Voor dit onderzoek zijn ouders (van verschillend geslacht) die in 2014 uit elkaar gingen, en een of meer thuiswonende minderjarige kinderen hadden, uit het bevolkingsregister geselecteerd. Dat waren ruim 29 duizend paren. De afstand tussen de woonadressen van de gescheiden ouders is in vogelvlucht gemeten op 1 januari 2015 (vlak na de scheiding), en op 1 januari 2018 (drie jaar na scheiding).

Afstand na drie jaar wat groter

Vlak na de scheiding woonde 21 procent van de ouderparen tien kilometer of verder uit elkaar. Bij een kleine minderheid (5 procent) was de afstand meer dan vijftig kilometer. In de jaren na een scheiding verhuizen mensen relatief veel. Tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2018 veranderde de onderlinge afstand van bijna twee derde van de gescheiden ouders. In de meeste gevallen gingen zij verder uit elkaar wonen. Op 1 januari 2018 woonde 26 procent van de paren tien kilometer of meer uit elkaar. Het aandeel dat op minder dan 2 kilometer afstand woonde, was in drie jaar gedaald van 43 naar 39 procent.

Met schoolgaande kinderen dichter bij elkaar

Ouders met één gezamenlijk kind gaan doorgaans verder bij elkaar vandaan wonen dan ouders met meer dan één kind. Daarnaast speelt de leeftijd van de kinderen ten tijde van de scheiding een rol. Ouders van wie het jongste (of enige) kind jonger dan 4 jaar is wonen na de scheiding het verst uit elkaar. Als het jongste (of enige) kind in de basisschoolleeftijd is (4 tot 12 jaar) blijven ouders het dichtst bij elkaar in de buurt wonen. Uit eerder onderzoek bleek dat ouders van kinderen in de basisschoolleeftijd na de scheiding relatief vaak kiezen voor co-ouderschap.

Ouders die vlak na scheiding in 2014 binnen 2 km van elkaar wonen

Hoe lager het inkomen, hoe verder ouders na de scheiding van elkaar wonen. Van de paren met een gezamenlijk inkomen dat tot de hoogste 20 procent behoort, bleef ruim de helft binnen twee kilometer van elkaar wonen. Bij de laagste inkomens was dat ruim een derde. Naast de hoogte van het inkomen speelt ook de inkomensverhouding tussen de partners een rol: tweeverdieners bleven vaker bij elkaar in buurt wonen dan eenverdieners.
Ouders op het platteland wonen na de scheiding doorgaans verder uit elkaar dan ouders in een stedelijke omgeving. Van de ouderparen die uit elkaar gingen in een (zeer) sterk stedelijke gemeente woonde 19 procent vlak na de scheiding tien kilometer of meer van elkaar. Bij ouderparen die zijn gescheiden in een niet-stedelijke woongemeente was dit 27 procent.

Nieuwe partner vergroot de afstand

Ruim drie jaar na de scheiding woonde bijna een kwart van de gescheiden ouders met een nieuwe partner samen. Wanneer vaders en moeders gaan samenwonen met een nieuwe partner wordt de afstand met de ex-partner doorgaans groter. Als beide exen met een nieuwe partner zijn gaan samenwonen, woont ruim 40 procent meer dan tien kilometer uit elkaar. Als geen van beiden opnieuw is gaan samenwonen, is dat 22 procent.

Bronnen

Relevante links

Waar het CBS niet naar heeft gekeken is welke invloed de woonsituatie, na de scheiding, heeft op de onderlinge afstand tussen de beide ouders. Ook in 2018, en nog veel meer in 2020, is de invloed van de beschikbaarheid van een huurwoning medebepalend voor die afstand. Daarnaast verandert de afstand minder snel wanneer de beide ouders dan gaan beschikken over een koopwoning. En, eveneens niet in het onderzoek meegenomen, is dat de stedelijke omgeving nogal verschilt per stad. In de ene stad is de infrastructuur zodanig dat zelfs een relatief korte afstand zodanig is dat het kind of de kinderen lang dienen te reizen of onderweg veel situaties tegen kunnen komen die als onveilig voor het kind of de kinderen worden gezien. Tot slot speelt de bereidheid van de ouders een rol om voor vervoer te zorgen. Allemaal punten van aandacht (er zijn er nog veel meer hoor) wanneer dit onderdeel van het ouderschap bij mij aan de orde is tijdens de scheidingsmediation en welke niet door het CBS zijn meegenomen in hun onderzoek, maar wel in het belang zijn van het kind of de kinderen.

Copyright©️oncies 2020

Concies’ Blogs is een produktie onder redactie van CONCIES mediation | relatietherapie | onderwijsdiensten.

Hulp nodig? Kijk op http://www.concies.nl of ik iets voor u kan betekenen.

Over CONCIES | mediation | relatietherapie

Toen ik de overstap maakte van het onderwijs (MBO/HBO/Master) naar mediation, keerde ik terug naar mijn innerlijke roots, mijn 'natuurlijk zijn’, naar het werk dat bij mij hoort. Ik ben een mens die mediation van nature in zich heeft en die geen gebruik maakt van aangeleerde trucjes of gedragingen. En als ik terugkijk op mijn leven, dan heb ik ook altijd wel die rol vervuld. Natuurlijk kan ook ik goed ruzie maken. En ook daarbij ben ik altijd op zoek naar een oplossing die voor de ander en mij van belang is. Vanuit mijn psychologie- (HBO) en psychiatrie-achtergrond (werkervaring en langdurig les geven), ben ik breed inzetbaar en deskundig op het gebied van de DSM-5 (o.a. autisme, ADHD, ADD, PDD-NOS, persoonlijkheidsstoornissen). Ik heb de Master Mediation afgerond en ben in de volgende werkvelden van mediation werkzaam/gespecialiseerd: > FAMILIEMEDIATOR > ARBEIDSMEDIATOR Kortom, u kunt mij benaderen voor de volgende mediations: - FAMILIE/SCHEIDING - ARBEIDGERELATEERDE ZAKEN - GEZONDHEIDGERELATEERDE ZAKEN - JEUGDZORG - ONDERWIJS Naast als mediator ben ik werkzaam als relatietherapeut. Als relatietherapeut help ik stellen hun relatie te herstellen of helder te krijgen hoe de toekomst van hun relatie er uit ziet. Daarbij maak ik gebruik van onder meer Transactionele Analyse, systeemtherapie, gedragstherapie en mijn deskundigheid op het gebied van de DSM-5, de anatomie/fysiologie, pathologie, psychiatrie, psychologie en sociologie. Ik heb er niet voor niets jarenlang les in gegeven. Met enige regelmaat draag ik, als deskundige op het gebied van mediation en relatietherapie, bij aan radioprogramma's van BNR-nieuwsradio en (sinds 2016) RTVNH. Erg leuk om te doen. Goede voorlichting kan nooit kwaad. Nieuwsgierig naar meer informatie? Ga dan naar mijn website: www.concies.nl
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s