DSM-5

“Geen nieuwe diagnoses Klassiek Autisme, PDD-NOS en Asperger meer”, kopt een artikel van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVa) na het verschijnen van de Nederlandse versie van de DSM-5.

Onder veel media-aandacht is op 17 mei 2013 het nieuwe handboek voor psychiatrie, de DSM-5 gelanceerd. Dit is hét handboek voor psychiaters en andere hulpverleners waarin staat welke diagnoses er zijn in de psychiatrie en welke criteria daarbij gehanteerd worden.

In de DSM-5 verandert er veel met betrekking tot het stellen van de de diagnose ‘autisme’. De diagnoses PDD-NOS, Asperger en Klassiek Autisme worden in de DSM-5 samengevoegd onder één noemer: Autisme Spectrum Stoornis (ASS).
De term spectrum geeft hierbij aan dat er diversiteit is in de manier waarop het autisme zich uit.
In de DSM-5 kan bij deze diagnose worden aangegeven of er sprake is van een ‘milde’ of ‘ernstige’ mate van ASS.
En daarmee kreeg ik afgelopen jaar voor het eerst mee te maken. Bij een 77-jarige man was de diagnose ASS gesteld. Hij noch zijn 75-jarige vrouw had ook maar enig idee wat daarmee bedoeld werd en ze waren ten einde raad. Niemand die hen ook maar iets had uitgelegd, laat staan dat er iemand was geweest die had uitgelegd wat dit voor hun leven betekende. De vrouw overwoog een echtscheiding, na een huwelijk van 51 jaar. Niet omdat zij niet meer van haar man hield, maar omdat de gestelde diagnose abracadabra voor haar was, zeker in combinatie met het zeer storende en bij tijd en wijlen zeer agressieve (acting-out) gedrag (naar haar alleen).

  • De DSM-4-TR werd de DSM-5

De criteria voor de nieuwe diagnose ASS zijn anders dan die voor de diverse vormen van autisme in de vorige editie van de DSM (de DSM-4-TR). De belangrijkste wijziging is dat er voortaan twee domeinen worden onderscheiden in plaats van drie.

De drie domeinen waren:
(1) beperkingen in de sociale interactie
(2) beperkingen in de communicatie
(3) stereotiepe patronen van gedrag

Deze zijn vervangen door deze twee domeinen:
(1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie;
(2) repetitief gedrag en specifieke interesses.

  • Een gevoelige snaar

De DSM-5 geldt voor alle nieuw te stellen psychiatrische diagnoses.
De Nederlandse Vereniging voor Autisme acht het echter van groot belang dat een diagnose méér is dan alleen een ‘label’ uit het handboek: een goede diagnose is ook (be)handelingsgericht. Dit houdt in dat de gz-psycholoog of psychiater in kaart brengt welke beperkingen en sterke kanten het autisme van iemand kenmerken en vervolgens concrete adviezen voor hulp op maat meegeeft. De NVa maakt zich er sterk voor dat ook dáár aandacht aan wordt besteed tijdens de scholing van psychiaters en gz-psychologen in het hanteren van het nieuwe handboek.

En daar mankeerde het aan bij dit echtpaar. Er was geen behandelingsplan opgesteld. De diagnose bleek te zijn gesteld door een stagiaire. En de eindverantwoordelijke had aan de diagnose ASS, de term PDD-NOS toegevoegd. Daarmee was het echtpaar naar huis gestuurd. De beperkingen in kennis van zaken én het gemis van een adequaat plan om het echtpaar een gelukkige toekomst samen te bezorgen, leidde tot grote kopzorgen bij de vrouw.

Het is van belang dat de DSM-5 niet als de allesomvattende ‘bijbel’ wordt gehanteerd. Het blijft van belang dat intermenselijke aspecten, tijdens het stellen van de diagnose, de basis vormen van het uitvoeren van de onderzoeken.

  • De NVa

De NVa ziet voor- en nadelen in de nieuwe diagnosestelling ASS voor haar achterban. De NVa vindt de term Autisme Spectrum Stoornis een verbetering, en dus een voordeel, ten opzichte van de vele verschillende vormen en benamingen van autisme in de vorige edities van het handboek. De nieuwe term geeft beter aan dat die verschillende vormen in de kern op elkaar lijken. Het onderscheid tussen ‘mild’ en ‘ernstig’ biedt bovendien naar haar mening meer mogelijkheden dan voorheen om individuele verschillen aan te geven in de ernst van de beperkingen die mensen met ASS ervaren.

‘Milde’ vormen?
De NVa maakt zich zorgen over wat psychiaters in de praktijk gaan verstaan onder ‘milde’ vormen van autisme en ook over hoe zorgverzekeraars hiermee omgaan. De NVa vraagt zich af in hoeverre mensen met een bestaande diagnose PDD-NOS of Asperger en een hoge intelligentie nog binnen de criteria zullen vallen en aanspraak op autismehulp kunnen maken? Of zullen mensen juist ten onrechte een ‘label’ gaan krijgen, zonder dat zij psychiatrische hulp nodig hebben?
Deze bezorgdheid onderstreept een mogelijk nadeel van de DSM-5.

Etiket
Een zorgpunt dat hiermee samenhangt is de actuele discussie over de mate waarin ‘etikettering’ zinvol is. Deze discussie kan leiden tot bagatellisering van de psychische/psychiatrische problematiek, of stigmatisering van mensen door een ‘etiket’.

Laat het weten
De toepassing van de DSM-5 zal in de praktijk de komende tijd nog steeds moeten uitwijzen wat de gevolgen van het gewijzigde handboek zijn voor de diagnosestelling. De NVa vraagt deskundigen de uitvoering van de DSM-5 nauwgezet te blijven volgen. Mocht u te maken krijgen met onduidelijkheden of onrechtmatigheden bij nieuwe diagnoses volgens de DSM-5, laat het de NVa weten via het mailadres meldpunt@autisme.nl (o.v.v. “DSM-5”).

  • Opmerking

Al ruim 9 jaar hanteer ik in mijn mediations en relatietherapiën de term ASS als indicator voor alle mensen met vormen van autisme die zich tot mij wenden voor ondersteuning en begeleiding.
Het spreekt voor zich dat ik het een vooruitgang vind dat ASS voortaan in het algemeen wordt gebruikt. Maar, dat vrijwaart een deskundige die de diagnose niet van het opstellen van een adequate uitleg en het opstellen van een individueelbehandelingsplan.

Met het echtpaar is het goed gekomen. Toen duidelijk werd dat de man inderdaad binnen het autistisch spectrum viel, kon een gedragstherapeutisch behandelplan worden opgezet en uitgevoerd. De man leerde zijn agressie onder controle te krijgen, zijn storende gedrag te beheersen, en de vrouw kreeg meer inzicht en begrijp in het functioneren en handelen van haar man (en hoe zij hiermee om kon gaan).

Kijk gerust even op http://www.concies.nl voor wat ik voor u kan betekenen.

Copyright©️oncies 2019

*

Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

Geplaatst in Alledaags, Autisme, Bemiddeling, conflict, Familiezaken, gezondheidszorg, Informatief, Mediation, onderwijs, politiek, privacy, publicaties, Relatiebemiddeling, scheiding, Spraakmakend, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De dubbele moraal van de Syriëgangers

In de Volkskrant online stond onlangs een interview met de moeder van een Syriëganger, moeder van haar twee kleinkinderen en woonachtig in Raqqa. Een vreselijk verhaal, maar ja….

Dit interview vormt weliswaar de basis van dit blog, maar waar het natuurlijk in de eerste plaats om gaat is de dubbele moraal van de mannen en vrouwen die ooit zijn afgereisd naar het kalifaat van IS, om daar zij aan zij te strijden tegen de rest van de wereld. En dat alles tegen een achtergrond van haat, dood en verderf tegen een ieder die niet meegaat in de levensovertuiging van hun religie.

En het zijn deze onmenselijk beestachtig moordende mensen welke nu een beroep doen op onze humane inborst.

*

  • Het verslag op basis van het interview

In Syrië is een kind van een Nederlandse Syriëganger overleden. Het gaat om Soumaya, een dochtertje van Angela B. die in 2014 als 19-jarige (vanuit Soesterberg) naar het kalifaat van IS in Syrië vertrok om zich daar bij de strijders aan te sluiten.

Op televisie zag de oma van Soumaya hoe de bommen neerdaalden op het laatste IS-bolwerk in Syrië. Daar waar haar dochter Angela B. met haar twee kinderen verbleef. Afgelopen week hoorde ze dat haar kleindochter Soumaya, drieënhalf jaar oud, was overleden. “Ik heb pas sinds de laatste twee weken echt het gevoel gehad dat ik een oma ben”, zegt de Portugees-Nederlandse. “Eindelijk had ik het idee dat ik iets kon betekenen voor mijn kleinkind, dat ik nooit heb vastgehouden en alleen van foto’s en video’s kende.”

En nu is dat kleinkind dood, als gevolg van een zware hoofdwond die het opliep bij bombardementen op het laatste IS-bolwerk Baghouz. Soumaya heette ze. Een peuter van drieënhalf jaar oud, bezweken aan een bomscherf die haar hersenen was binnengedrongen. Vorige week donderdagnacht overleed ze in het Al Hayat-ziekenhuis in de stad Al-Hasakah in het oosten van Syrië. Aan haar ziekenhuisbed stond de Syriëganger Angela (23), de moeder van Soumaya.

Aangedaan en bedeesd pratend zit de oma 24 uur later aan de eettafel in een appartement in een dorp in het midden van het land. Haar andere dochter Sophie is ook aangeschoven voor het gesprek. Op de tafel staat een foto van de laatste vakantie van de moeder met haar twee dochters. Vrolijk met zijn drieën in bikini aan het strand. De foto is genomen in de zomer van 2013, een jaar voordat Angela zonder afscheid te nemen naar Syrië vertrok.

Het contrast met de foto’s die oma afgelopen week kreeg te zien kan haast niet groter zijn. Op één foto –genomen in het Al Hayat-ziekenhuis– kijkt Soumaya, met een strak aangetrokken zuurstofmaskertje op, recht in de camera. De andere foto, die oma een klein etmaal terug binnenkreeg, toont Soumaya kort na haar overlijden. Gesloten oogleden met lange zwarte wimpertjes, op het kaalgeschoren hoofd is het kleine wondje te zien waar de bomscherf binnendrong.

Wekenlang had de moeder en oma niets vernomen van Angela, Soumaya en haar andere kleinkind, de 2-jarige Hamid. Ondertussen zag ze op televisie hoe een onophoudelijke bommenregen van Koerdische en Amerikaanse strijdgroepen neerviel op Baghouz, waar Angela en de kleinkinderen verbleven.

Dat was zenuwslopend. Elke dag verwachtte zij het bericht dat ze overleden waren. Totdat zij twee weken geleden telefoon kreeg. De stem van Angela. In paniek, wanhopig. Soumaya zou er slecht aan toe zijn. Tijdens een bombardement hadden ze in een tent onder de grond geschuild. Er was een grote inslag. Daaraan zijn de kinderen daar de afgelopen jaren wel gewend geraakt, maar dit was er een met veel rook en opwaaiend stof. Soumaya was nieuwsgierig geweest, zoals veel kinderen van 3 jaar, en wilde kijken, Angela had geprobeerd haar nog tegen te houden. Maar precies op dat moment vloog die bomscherf haar hoofd in.

Angela heeft haar dochter van het ziekenhuis meegekregen om te begraven in het Koerdische vluchtelingenkamp Al Hol, de plek die duizenden IS-vrouwen en hun kinderen hun voorlopig thuis moeten noemen. In dit overvolle  kamp is ook het kind begraven van de Nederlandse Syriëganger Yago R. uit Arnhem. Het drie weken oude jongetje overleed begin maart aan de gevolgen van een longontsteking.

Nu is het Soumaya, maar er zijn nog 65 andere kinderen die met hun moeders in de kampen van de Koerden zitten. Als er niets wordt gedaan gaan er nog meer dood. In Nederland staan hulpverleners van de Kinderbescherming al maanden klaar om de kinderen op te vangen. Ze wachten op groen licht van de regering. De oma heeft de laatste jaren intensief contact met ouders wier kinderen ook zijn uitgereisd. Zij hebben met bijna iedereen in Den Haag gesproken. Daar zeggen ze allemaal: ‘Goh, zijn jullie nu de ouders.’ Ze verbazen zich over hoe gewoon die ouders (oma’s en opa’s) zijn en zeggen dat ze met ons meevoelen. Maar ze doen niets. De ouders weten: het enige wat hun nu in beweging kan brengen is emotie over kinderen die er niets aan kunnen doen dat ze in zo’n verschrikkelijke situatie terecht zijn gekomen.

Angela was 11 toen ze vertelde dat ze moslim was geworden. Ze had op school Marokkaanse vriendinnen en vond de verbroedering in hun geloof mooi. Af en toe bezocht ze de moskee, varkensvlees wilde ze niet meer eten. Haar moeder dacht dat waait wel zou overwaaien. Maar toen ze 18 was, begonnen haar naasten zich wel zorgen te maken. Ze had tegenslagen. Het ging uit met haar vriendje, op school ging het slecht. Bij een ‘zustergroep’ van moslima’s vond ze steun en rust. Toen begon ze zich ook steeds meer te bedekken, totdat ze volledig gesluierd was.

“Ze keek ook naar filmpjes uit Syrië”, vertelt haar zus, die altijd erg tegen haar mooie, negen jaar oudere zus heeft opgekeken. “Beelden van kinderen onder ingestorte gebouwen. ‘Al je zonden zouden je worden vergeven als je zou gaan helpen in het kalifaat’, vertelde ze. Het leek haar ook fijn dat ze in een islamitische staat niet meer gek zou worden aangekeken op haar geloof.”

Toen steeds duidelijker werd dat Angela van plan was om naar het kalifaat af te reizen, heeft haar moeder haar nog gesmeekt om niet te gaan. Ook de plaatselijke politie heeft haar het idee uit het hoofd proberen te praten. In augustus 2014, toen haar moeder en haar zus Sophie voor een korte vakantie in België verbleven, zag Angela haar kans schoon en pakte haar koffers.

De eerstvolgende keer dat Angela van zich liet horen zat ze in Raqqa, destijds de onofficiële hoofdstad van IS. Daar werd ze opgewacht door de man die ze via internet had leren kennen: de knappe Fábio P., een Portugees-Angolese jongen die in Londen een veelbelovende voetbalcarrière had opgegeven om op te klimmen in de rangen van IS.

Fabio, die dezelfde voetbalopleiding doorliep als voetbalster Cristiano Ronaldo, wordt er onder meer van verdacht een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de mediatak van IS, Al-Furqan Media, waarvoor hij onthutsende executievideo’s zou hebben geproduceerd. Zoals de beruchte ‘verbrandingsvideo’ van een gevangengenomen Jordaanse piloot.

Terwijl Fábio de pr-terreur van IS vooruit hielp, liet Angela in september 2014 –een maand na haar vertrek– aan De Telegraaf weten dat het leven in het kalifaat haar uitstekend beviel. “We worden als prinsessen behandeld”, zei ze. “Ik kom nooit meer terug, al bieden ze mij een miljoen aan.” Ook in een gesprek dat Angela een half jaar later had met De Telegraaf, in april 2015, was ze onverminderd enthousiast over haar nieuwe bestaan. Ze zou er zelfs een ‘soort uitkering’ ontvangen van IS. “Het voordeel hier is natuurlijk dat we geen rekeningen, belastingen, verzekeringen, etc. hebben.”

Volgens haar moeder was Angela’s leven in het kalifaat veel minder rooskleurig dan ze het in de krant deed voorkomen. Ze verveelde zich omdat ze als vrouw de hele tijd binnenshuis moest blijven. Ook was ze ontevreden over het feit dat ze Fábio met drie andere echtgenotes moest delen. “Dat had hij er vantevoren even niet bij verteld”, aldus haar moeder.

Kort na haar aankomst in IS-gebied probeerde Angela alweer weg te komen, zo blijkt uit berichten –ingezien door de Volkskrant– die ze aan de moeder stuurde. Haar moeder: “Dat was in het begin van 2015. Angela was net vijf maanden zwanger van Soumaya. Ze had zelf het Nederlands consulaat in Istanbul ingelicht en gezegd dat ze naar Turkije zou vluchten. Ik werd vervolgens door een diplomaat gebeld. Of het klopte dat ik een dochter in Raqqa had. Zij stonden bij de grens klaar om haar op te vangen, maar ze kwam niet opdagen. Daarna kon ik een tijd geen contact krijgen met Angela.”

Moeder kijkt naar haar jongste dochter. “Ja Sophie, dit is naar voor jou om te horen. Maar ik kreeg dus van een andere ouder door dat Angela tijdens haar vluchtpoging was onderschept en flink was gestraft. Zo erg dat ze geen telefoon vast kon houden. Vanaf dat moment werd ze bewaakt, vertelde Angela. Als haar man weg was, controleerden andere vrouwen geregeld of ze nog thuis was.”

“Uiteindelijk is ze in haar leven in het kalifaat gaan berusten. Ze probeerde er het beste van te maken. Kookte veel, en was met de kindjes. Ze zei ook dat Fabio een goede man was en een goede vader.”

Angela vertelde haar moeder nooit over Raqqa, waar zij zat en waar IS-strijders Yezidi’s als slaaf hielden en mensen werden onthoofd. Volgens haar wilde ze haar zo veel als mogelijk beschermen, zolang ze daar zat. Zelfs toen ze in Baghouz zat vertelde ze haar moeder dat het goed ging, terwijl haar moeder via andere ouders hoorde dat mensen daar een gebrek aan alles hadden en uit honger zelfs gras aten. Angela zei tegen haar moeder dat ze genoeg te eten had. Maar haar moeder zag wel aan de foto’s dat de kinderen ondervoed waren.

Moeder denkt dat ze pas echt boos op Angela zal zijn als ze terug is. Nu overheersen vooral verdriet en wanhoop. “Als ouders van Syriëgangers stellen we ons onderling weleens de vraag wat we als eerste zouden doen als we onze kinderen terug zouden zien: geef je ze eerst een klap of een omhelzing? De meesten zeggen toch eerst een omhelzing te geven, en daarna een klap.”

Sophie vult aan: “Ik was de afgelopen jaren ook weleens boos. Maar dat wil ik eigenlijk niet. Stel je voor dat ze omkomt op een moment dat je nog erg boos op haar bent.”

Anderhalf jaar geleden werd Angela weduwe. Fábio raakte vermist, vermoedelijk kwam hij om bij een drone-bombardement. Onder het puin werd alleen nog zijn horloge en een rugtas teruggevonden. Moeder heeft Fabió’s familie in Portugal moeten bellen om hen op de hoogte te brengen van de vermissing van hun zoon. Daarna trouwde Angela met een andere Portugese IS’er, een vriend van Fabio. Met hem en haar twee jonge kinderen reisde ze door het almaar slinkende IS-kalifaat dat werd teruggebombardeerd tot een paar vierkante kilometer in de Syrische woestijn.

“Na het bombardement in Baghouz heeft Angela zich overgegeven aan de Koerden. Angela heeft hun gesmeekt om hulp voor Soumaya. Toen Soumaya verlammingsverschijnselen kreeg, zijn ze opgehaald door een ambulance. Angela mocht mee naar ziekenhuis, Hamid bleef achter in het kamp Al Hol. Angela dacht toen nog: ‘die wond is klein, ze halen de scherf eruit en dan gaat Soumaya weer mee terug naar Al Hol’. Maar in het ziekenhuis zeiden ze dat Soumaya langer moest blijven. Vorige week donderdag heeft Angela me de hele dag door geappt. Het ging niet goed met Soumaya, ze had heel veel pijn. De doktoren zeiden dat ze niet gingen opereren, als ze het al zou overleven zou ze ernstig gehandicapt zijn. Vijf minuten later appte ze dat Soumaya was overleden. Angela noemde Soumaya een zacht kind dat moest leven in een harde wereld”, aldus de moeder.

Het beeld dat om Angela hangt, is dat van een hardliner. Wat bezielt iemand om tot het laatst aan toe in het kalifaat te blijven? Haar moeder: “Ik zeg ook zeker niet dat ze zo de maatschappij in kan. Ze heeft vierenhalf jaar in dat gebied geleefd, ze zal zichzelf daar zijn kwijtgeraakt in het gedachtengoed van IS. Ze zal veel hulp nodig hebben om daar afstand van te nemen. Ze weet ook dat ze waarschijnlijk een paar jaar de gevangenis in zal moeten en daar heeft ze vrede mee. Eenmaal achter slot en grendel zal ook beoordeeld kunnen worden of ze gevaarlijk is.”

In de Tweede Kamer zet de PvdA zich in om kinderen van Syriëgangers, jonger dan 10 jaar, naar Nederland te gaan halen. De moeder: “Ik denk niet dat Angela hem nu laat gaan, zeker nu ze net haar andere kind heeft verloren. Het lijkt me ook heel erg slecht voor een kind van twee dat al getraumatiseerd is om na de dood van zijn vader en zusje ook nog bij zijn moeder weggerukt te worden.”

(De namen van Hamid en Sophie zijn op hun verzoek gefingeerd om hun privacy te beschermen).

*

Het is natuurlijk vreselijk wat de kinderen van Syriëgangers allemaal overkomt of kan overkomen. Vanuit humanitair oogpunt valt er ook best wat voor te zeggen om deze kinderen naar Nederland terug te halen. Maar er zit ook een andere kant aan dit verhaal. Vroeger kende Frankrijk het zogenaamde Vreemdelingenlegioen. Dit was een Franse strijdmacht met alleen maar buitenlandse soldaten. Als Nederlander pleegde je landverraad als je je aansloot bij deze troepenmacht.

*

En de vraag die nu rijst is de vraag waarin Syriëgangers verschillen met deze lieden? Bijdragen aan een gewapende strijd, waarbij barbaarse methoden niet worden geschuwd, is nog altijd landverraad. Legionairs werden de toegang tot Nederland ontzegd en hun paspoorten werden ingenomen. Hun staatsburgerschap werd hen ontnomen. Ook dat van hen die met hen waren meegereisd, of zij nu wel of niet actief hadden deelgenomen aan oorlogshandelingen.

Waar ligt de grens anno 2019? Moeten ‘we’ meegaan in de onmenselijke beestachtige moordlustige moraal die zij hadden toen zij zich aansloten bij IS of moeten ‘wij’ hen geloven op hun blauwe ogen van berouw, nadat zij er eerder niet in waren geslaagd hun missies te volbrengen? Waar zouden ze zijn geweest als IS niet was verdreven uit het kalifaat?

*

Copyright©️oncies 2019

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Kwart van de gerechtigden krijgt te weinig persoonsgebonden budget om een professionele zorgverlener te betalen

Mensen die thuis professionele zorg nodig hebben (extramurale) kopen met een persoonsgebonden budget (pgb) zelf hun zorg in. Maar het ter beschikking gestelde bedrag is vaak zo laag dat zorgverleners er niet voor willen werken. Zeker in deze tijd, waarin schaarste aan professionals, die ook nog eens als ZZP’er hun kansen verzilveren en hogere vergoedingen voor hun werk vragen dan dat zij uitbetaald krijgen in een dienstverband, groot is, is het voor de zorgvragers ontzettend moeilijk om een professional te vinden die beschikbaar is.

*

  • Het persoonsgebonden budget

Het persoonsgebonden budget mag alleen worden aangewend om professionele zorg in de thuissituatie mogelijk te maken. Dit wordt ook wel extramurale zorg genoemd. Maar hoe kom je aan bevoegd en bekwaam (wet-BIG kwalificaties) personeel?

Circa 25% van de mensen die een persoonsgebonden budget (pgb) beheert, kan met het bedrag te weinig zorg of hulp inkopen. De budgetten zijn soms zo laag dat het vrijwel onmogelijk is gekwalificeerd personeel te vinden. Dit komt onder meer door de groeiende personeelstekorten in de zorg. Volgens het ministerie van Volksgezondheid dreigt het huidige personeelstekort in de zorg de komende jaren op te lopen tot 125.000 fte. Geen nieuwtje, want dit tekort werd in de jaren 80 van de vorige eeuw al voorspeld. Het ad hoc beleid van de overheid en de privatisering hebben ertoe geleid dat er nu al ernstige tekorten zijn aan gekwalificeerd personeel. En dat heeft effect: verzorgenden kunnen bijvoorbeeld als zzp’er beter betaald werk vinden en kiezen er niet voor om bij mensen thuis te komen werken tegen een veel lagere vergoeding. 

Vooral mensen die bij hun gemeente een pgb aanvragen voor ‘maatschappelijke ondersteuning’ (WMO) stuiten op lage budgetten voor huishoudelijke hulp, begeleiding in het dagelijks leven, dagbesteding of de aanschaf van een rolstoel of scootmobiel. Mensen met een pgb betalen zelf de zorgverleners die ze in dienst nemen. De gemeente bepaalt echter het maximumtarief, per soort zorg. Als zorgverleners meer betaald willen krijgen moeten mensen dat zelf bijpassen. In een gemeente als Den Haag bijvoorbeeld, is het maximumbudget per vier weken voor intensieve dagbesteding €920. De kosten hiervoor zijn echter veel hoger. Op dit ogenblik hebben veel gemeenten de tarieven zodanig verlaagd dat het niet mogelijk is om zorg in te kopen. Er is wel budget maar een uurtarief waar niemand voor wil en kan werken. De hoogte van de tarieven is een terugkerend punt van zorg. Als de inzet van kwalitatief goede hulp onmogelijk is, komt dat niet ten goede van de zelfstandigheid. Extramurale zorg heeft immers tot doel om zorgvragers buiten zorginstellingen te houden en hen zo zelfstandig als maar mogelijk is te laten leven.

*

  • Professionele zorg vs mantelzorg

Een oplossing voor mensen die zorg nodig hebben is het inzetten van familie of vrienden om hulp te geven waar ze volgens de gemeente (die indiceert) recht op hebben. Zij kunnen dan een zorgcontract afsluiten (er dient een officiële arbeidsovereenkomst worden ondertekend) en krijgen het minumumloon uitbetaald via het pgb. Bij uitbetaling van het minimumloon dient er fiscaal aan afdrachten worden voldaan en dat vergeten de familieleden vaak. Per 1 mei 2019 kunnen mantelzorgers ook een zogenoemde ‘symbolisch lage vergoeding’ van €141 per maand krijgen. Dat is een fors lagere vergoeding dan het minimumloon. Gemeenten kunnen dan een pgb toewijzen óf de symbolisch lage vergoeding. Het is onduidelijk welke criteria ze daarvoor hanteren, waardoor er het risico ontstaat dat mantelzorgers, die heel veel doen en daarvoor via een pgb het minimumloon krijgen, straks vanwege financiële motieven van de gemeente slechts de symbolisch lage vergoeding krijgen. Het is daarom van beland dat, vóórdat deze regeling wordt ingevoerd, het duidelijk is wat de criteria zijn voor het toekennen van de symbolisch lage vergoeding. Mantelzorgers moeten weten wat er van hen verwacht wordt en wat zij op hun beurt mogen verwachten.

*

Voor alle duidelijkheid: het persoonsgebonden budget is bedoeld voor het inkopen van extramurale professionele zorg. Het inzetten van betaalde mantelzorgers is alleen toegestaan wanneer er een zorgcontract wordt opgesteld, welke meteen een arbeidsovereenkomst is. In die gevallen dient het minimumloon te worden betaald en is fiscale afdracht verplicht. Mantelzorg is feitelijk zorgverlening op basis van wederkerigheid en is daarmee gratis. Natuurlijk zal de gemeente een oogje dichtknijpen als er een kleine vergoeding wordt betaald, maar dan dient u te denken aan een bedrag van ten hoogste €100 per maand. Deze symbolische vergoeding wordt dus per 1 mei a.s. verhoogd naar €141 per maand. Ongeacht de mate van de tegenprestatie door de mantelzorger.

*

Copyright©️oncies 2019

*

Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

Geplaatst in Arbeidsovereenkomst, Arbeidsrecht, Arbeidsvoorwaarden, AWBZ, Bekwaam, Belastingdienst, Belastingfraude, Bevoegd, Chronisch zieken, Expertise, Familie, fiscaal, Fiscus, Fraude, gezondheidszorg, Informatief, Kwaliteit van leven, Kwaliteit van zorg, Oorlogspropaganda, Persoonsgebonden budget, Therapie, Thuiszorg, Toeslagen, Uncategorized, Uurtarief, Veiligheid, Verzekeringen, Vrijwilligerswerk, Wmo, Zorgwet | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

“Ooit” diende het invoeren van de marktwerking in de gezondheidszorg te leiden tot kostenbeheersing, nu blijkt dat….

….de marktwerking in de gezondheidszorg, volgens minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, zou zijn “doorgeslagen” en dat deze dient te worden ingeperkt, anders wordt goede zorg steeds moeilijker te organiseren en te betalen.

*

“De zorg heeft minder markt en meer samenwerking nodig. Anders houden we het niet vol”, zegt de minister. “Samenwerking gaat niet vanzelf, maar moet ingebakken zijn in de manier waarop we de zorg met elkaar organiseren.”

De CDA-bewindsman keert zich hiermee tegen het liberale principe van keuzevrijheid voor patiënten. Een woordvoerder van De Jonge meldt dat de minister zijn uitspraken namens het kabinet doet. De bewindsman zegt in het interview dat bij alle partijen het besef leeft dat de zorgkosten blijven stijgen en dat de personeelstekorten niet op te lossen zijn. Daarom zullen ze hun ideologische verschillen opzij zetten, stelt De Jonge.

*

Sinds 2006 kent Nederland een gereguleerde marktwerking in de zorg. Deze werd doorgevoerd tijdens het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. De minister is tot zijn inzichten gekomen op basis van gesprekken met en signalen uit het veld, aldus zijn woordvoerder. De Jonge voert momenteel gesprekken met alle partijen in de zorg om zijn ideeën te realiseren. Hij gaat de komende tijd verschillende concrete voorstellen naar de Kamer sturen.

De Jonge stelt voor nieuwe zorgaanbieders strenger te controleren. Hij wil in elke wijk een herkenbaar team van wijkverpleegkundigen, waarbij de zorg niet meer per uur wordt gefinancierd. Ook lobbyt de minister in Brussel voor soepelere Europese regels bij de inkoop van zorg.

Aldus een artikel op NU.nl.

*

Wat ondertussen duidelijk is geworden, is dat het beoogde doel, met het privatiseren en het invoeren van de marktwerking in 2006, volledig is mislukt. Daar waar de overheid dacht geld te verdienen, doordat zorgaanbieders concurrentie met elkaar aan zouden gaan, zijn de zorgaanbieders losgegaan op steeds hogere tarieven. Bovendien kregen de zorgverzekeraars de smmak te pakken van het winst maken op hun zorgproducten. Niet de zorgaanbieders, maar de zorgverzekeraars hebben tarieven bedongen die hen miljarden aan winsten opleverden.

De zorgaanbieders kunnen echter hun produkten niet voor de door de zorgverzekeraars bedongen tarieven leveren. Met als gevolg dat de centrale overheid jaarlijks voor miljarden mag bijspringen om ervoor te zorgen dat de zorg, waarop elke inwoner in Nederland aanspraak mag maken, nog kan worden geleverd.

En wat doet de minister nu? Hij zoekt de oplossing voor de groeiende kosten bij de centrale overheid bij de zorgaanbieders en niet bij de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars mogen hun miljarden aan winsten behouden, de zorgaanbieders moeten hun dienst- en zorgverlening nog verder uitwringen. Daar waar de minister de marktwerking op kostenbeheersing kan aanpakken, laat hij het liggen. Blijkbaar hebben de zorgverzekeraars een ijzersterke lobby of zijn zij in de afgelopen jaren de machthebbers en gezagsdragers geworden.

*

En daarmee zijn de zorgvragers, de patiënten en cliënten, weer terug bij af. Het probleem van de oplopende kosten wordt immers niet opgelost. Want, door de maatregelen die De Jonge nu gaat invoeren, komen er niet meer handen aan het bed. De verzorgenden en verpleegkundigen nemen massaal ontslag om al dan niet als duurdere ZZP-er terug te keren. Het beschikbare budget voor deze dienst wordt niet groter, dus kunnen er minder verzorgen en verpleegkundigen uit de budget worden betaald. En dat terwijl de overheid deze kas jaarlijks aanvult, omdat de zorgverzekeraars hiervoor geen geld beschikbaar stellen. Hoe goedkoper zij hun produkt zorg kunnen bedingen bij de zorgaanbieders, hoe groter hun winstmarges worden op de premies die zij hun zorgverzekerden berekenen. En de minister blijft dit systeem steunen door ervoor te kiezen de zorgaanbieders aan te pakken in plaats van de zorgverzekeraars.

*

Wil minster De Jonge effectief ingrijpen in de oplopende kosten voor de overheid, dan zal hij maatregelen moeten nemen richting de zorgverzekeraars. En dat kan en mag hij niet. De overheid heeft niet het vermogen om de gekozen marktwerking bij de ondernemers te bepalen. Hij mag deze ondernemers niet verbieden winsten te maken op de door hen aangeboden produkten. Deze ondernemers mogen nu eenmaal onderhandelen én bepalen voor welke prijs zij hun zorg wensen in te kopen bij de zorgaanbieders, zodat zij kunnen verdienen aan hun produkten. Dat is namelijk zoals het marktprincipe werkt.

De minister kan maar op één manier iets doen aan de oplopende kosten én het teruglopen van de personele bezetting: Erkennen dat het beoogde doel van de ommezwaai in 2006 is mislukt en de touwtjes weer zelf in handen nemen. Maar ja, dat is eigenlijk onmogelijk, want het ontbreekt de minister aan kracht en overtuiging om dit te kunnen doen. En daarmee is de zorgvrager straks opnieuw degene die het kind van de rekening is. De zorgvrager gaat straks nog meer premie betalen. Niet voor de zorg die hij nodig heeft, maar om de miljarden aan winsten bij de zorgverzekeraars in stand te houden.

Minister De Jonge, u kunt zoveel maatregelen nemen als u maar wilt. Maar de kosten verlagen, laat staan beheersen, kunt u alleen wanneer u het heft weer in handen neemt en de miljarden, die nu naar de aandeelhouders van de zorgverzekeraars gaan, aan de zorg zelf besteedt.

DECENTRALISEER EN NEEM DE FINANCIERING VAN DE ZORG UIT HANDEN VAN DE ZORGVERZEKERAARS OF VERPLICHT HEN OM EEN BEPAALD PERCENTAGE VAN DE OPBRENGSTEN UIT HUN ZORGPOLISSEN TE INVESTEREN IN DE ZORG EN HET ZORG MAG WORDEN GENOEMD (Uiteindelijk bepaalt de overheid ook wanneer een produkt bijvoorbeeld jam of confiture mag worden genoemd).

*

Copyright©️oncies 2019

*

Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De andropauze is de mannelijke variant van de menopauze, maar onvergelijkbaar!!!

In mijn werk als relatietherapeut kom ik regelmatig in aanraking met stellen waarin de seksuele relatie is veranderd. Vaak gaat het dan om het verschil in beleving en de lust. Zin hebben in seks verandert in de loop van de tijd. In de meeste gevallen gaat het niet omdat het een sleur is geworden, maar om de pure fysieke veranderingen die in de fysiologie van het eigen lichaam optreedt. Naarmate een mens, en dus ook een partner, ouder wordt, verandert het lichaam fysiologisch. Het wordt wat minder stevig en hier en daar gaat het wat hangen. Over het algemeen kijkt men dan in eerste instantie naar de vrouw, omdat hieraan bij vrouwen meer aandacht besteed wordt, maar ook bij de man voltrekt zich dit proces. En heeft dit proces ook effect op de penis en de libido? Zo ja, zijn er dan fysiologische effecten van het ouder worden op de penis?

*

  • De fysiologie

Naarmate een man ouder wordt produceert hij minder testosteron en meer oestrogeen. Bij mannen is testosteron het belangrijkste geslachtshormoon. Het beïnvloed het mannelijke functioneren in hoge mate. Vanaf het 30e levensjaar neemt de productie van testosteron af. Jaarlijks is dit zo’n 1 á 2%. Vanaf het 50e levensjaar daalt de hoeveelheid testosteron zelfs in een iets hoger tempo.

Deze daling in testosteron wordt soms wel de mannelijke menopauze of andropauze genoemd. Op fysiologisch vlak is deze periode in helemaal niets te vergelijken met de overgangsperiode van de vrouw. Bij de man is er namelijk geen sprake van een plotselinge daling in de hormoonproductie, maar van een hele geleidelijke vermindering. De hoeveelheid testosteron en de snelheid van de testosterondaling varieert trouwens sterk per man. Er zijn mannen van in de 70 die een testosteronspiegel hebben die gelijk is aan die van de gemiddelde man van bijvoorbeeld in de 30.

*

  • De veranderingen

De seksuele piek van de man ligt zo rond het 30e levensjaar. Daarna worden de veranderingen langzaam zichtbaar. Maar op welke gebieden zien we deze veranderingen?

Het uiterlijk van de penis

Aan het uiterlijk van de penis verandert er het één en ander. In eerste instantie verliest de eikel langzaamaan zijn paarsrode kleur. Dit is het gevolg van een verminderde bloedtoevoer. De verminderde bloedtoevoer zorgt er ook al voor dat de erectie minder krachtig wordt. Daarnaast neemt de hoeveelheid schaamhaar af. Door het dalen van de testosteronspiegel verliest de man langzaam zijn schaamhaar rondom de penis.

De grootte

In de loop der tijd verandert eveneens het formaat van de penis. De penis krimpt namelijk. De lengte én de dikte nemen geleidelijk aan af. Het krimpen is beperkt, maar wel een gegeven. Wanneer de penis van een 30-jarige man in erectie 15 centimeter lang is, dat is de gemiddelde lengte van de penis, dan krimpt deze gemiddeld met 1 tot 2 centimeter wanneer hij de 70-jarige leeftijd heeft behaald. Bij dit krimpen van de penis zijn doorgaans 2 mechanismes betrokken.

Eén daarvan is de langzame afzetting van vetstoffen (plaques) in de kleine slagaders in de penis, wat de bloedstroom naar het orgaan belemmert. Dit proces heet atherosclerose (hetzelfde proces dat bijdraagt tot verstoppingen in de kransslagaders).

Het andere proces heeft te maken met de geleidelijke opbouw van onelastisch bindweefsel binnen de elastische vezels die de zwellichamen omhullen. Erecties vinden plaats wanneer deze zwellichamen zich vullen met bloed. Door een combinatie van blokkades in de kleine slagaders in de penis en de verminderde rekbaarheid van de zwellichamen, krijgen mannen gemiddeld kleinere erecties. Ook de testikels veranderen van grootte. Rond het 40e levensjaar beginnen de testikels te krimpen. En man van ongeveer 30 jaar heeft een testikel met een gemiddelde doorsnee van zo’n 3 centimeter. Bij een man van 60 jaar is deze doorsnee gekrompen naar ongeveer 2 centimeter.

Kromtrekken

Bij de ziekte van Peyronie (induratio penis plastica) is sprake van kromtrekken als de penis in erectie komt. Dit is een aandoening die niet aangeboren is, maar die op latere leeftijd ontstaat, meestal na het 40e levensjaar.

Het kromtrekken van de penis door de ziekte van Peyronie komt bij ongeveer 9% van de mannen voor. Er bestaan verschillende theorieën over het ontstaan van de kromming. De meest geaccepteerde verklaring is dat er littekenweefsel ontstaat door veelvuldige microscopisch kleine verwondingen aan de wand van de zwellichamen. Deze worden, volgens deze theorie, veelal veroorzaakt door ruwe seks en het fysiek zwaar belasten van de penis. Daarbij dient men onder meer te denken aan het uitvoeren van minder natuurlijke standjes of het te ver doorkantelen van het bekken van de vrouw. In het laatste voorbeeld drukt het schaambeen van de vrouw hard tegen de schacht van de penis van de man. Voor de vrouw prettig, doordat zij de g-spot dan extra kan stimuleren. Voor de man vaak het begin van de ziekte van Peyronie, maar dat merkt hij pas veel later. De verkromming ontstaat doordat het weefsel beschadigt en er na verloop van tijd harde, verlittekende of verkalkte plekken ontstaan: plaque.

Zo’n kromming kan pijnlijke erecties tot gevolg hebben, en dat kan de gemeenschap weer bemoeilijken. Meestal verdwijnt deze aandoening na een paar jaar vanzelf weer, maar in sommige gevallen is een operatie nodig om de penis weer rechter te maken.

Afname van de prikkelgevoeligheid

Met de tijd wordt de penis minder gevoelig. Hierdoor kan het moeilijk worden om een erectie te krijgen en tot een orgasme te komen. Of dit ook leidt tot minder plezierige orgasmen, is onduidelijk. Daarnaast is het zo dat de werking van de penis verminderd kan worden door een verminderde bloeddoorstroming. Wanneer er niet genoeg bloed in de penis stroomt, wordt deze niet hard genoeg om in een langdurige erectie te blijven. Erectiepillen kunnen helpen de doorstroming te vergroten en gemakkelijker een erectie te krijgen. Ook een erectiepomp kan ervoor zorgen dat de penis hard wordt.

*

  • Het goede nieuws

Ondanks deze veranderingen van de penis benadrukken veel mannen met deze veranderingen prima te kunnen leven en ze geven aan met deze verminderde functie van de penis nog heel tevreden te zijn met hun seksleven. Uit een Engels onderzoek onder 35.000 mensen bleek zelfs dat de frequentie van seks boven het 50e levensjaar misschien wat afneemt, maar de kwaliteit alleen maar toeneemt.

*

Het is de week van de overgang, de menopauze, en dan staat de transitie bij vrouwen centraal. Veel aandacht voor dit onderwerp in de media. Maar, zoals dat bij mannen wel vaker gebeurt, mannen komen er minder voor uit dat zij lijden onder de andropauze. Daarom ook dit extra blog deze week.

*

Copyright©️oncies 2019

*

Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Het wordt niet altijd (h)erkend, en al zeker niet in een relatie: ADD

Omdat dit onderwerp weer erg actueel in mijn praktijk is, publiceer ik deze week het blog dat ik hierover vorig jaar al een keer heb gepubliceerd.

Zo werd mij vorig jaar gevraagd door een echtpaar gevraagd hen te helpen bij het oplossen van relatieproblemen. Een van de partners vertoonde ongewenst gedrag, dat al jaren leidde tot grote financiële problemen. Tijdens de gesprekken bleek dat degene die voor de problemen zorgde dit deed vanuit een soort van projectmatig denken. Naar mate de gesprekken vorderden, kwamen steeds meer kenmerken naar voren die mij deden denken aan ADHD, maar de hyperactiviteit en impulsiviteit ontbraken. Daarentegen werd steeds vaker gesproken over de dwangmatigheid van denken en handelen, gekoppeld aan aspecten die de bijzondere aandacht vroegen en bovenal kregen.

Niet alleen binnen een relatie kan ADD (Attention Deficit Disorder/een stoornis in het vermogen om ergens aandacht aan te blijven besteden) een flinke verstorende factor zijn. Ook in arbeidsomstandigheden kan ADD een rol spelen. Zoveel zelfs dat een werkgever tot ontslag overgaat.

Om te ontdekken of ADD in uw situatie een beïnvloedende rol zou kunnen spelen, zou u kunnen nagaan of de meest voorkomende kenmerken in uw situatie van toepassing zijn. Maar mocht u het zeker willen weten, dan dient u toch echt naar uw huisarts te gaan en de situatie aan hem/haar voor te leggen. Belangrijk is dan wel dat u volledig bereid bent om openheid van zaken te geven.

Wat is ADD?

ADD is een doorgaans aangeboren en erfelijke afwijking van kleine delen van de hersenen. Primair behoort ADD tot de drie meest bekende concentratiestoornissen/aandachtstekort-stoornis (ADD, ADHD en AD/HD). Dit kan ervoor zorgen dat u:

  • snel afgeleid bent,
  • aandachtsproblemen heeft of
  • dromerig lijkt.
  • Typische kenmerken bij ADD zijn:

    • Emotionele stemmingswisselingen
    • Chaotisch
    • Vergeetachtig
    • Trekt zich graag terug
    • Kan ergens volledig in opgaan
    • Grote passie bij interesse
    • Een groot voorstellingsvermogen
    • Gevoelig
    • Emotioneel
    • Betrokken
    • Veel creatief talent
    • Assertief maar onzeker over zichzelf
    • Humoristisch
    • Intelligent
    • Blijft op de achtergrond
    • Laat alles wachten tot het laatste moment
    • Altijd ver vooruit aan het denken
    • Staren (sterk gefocust op een specifiek punt)
    • Kijkt voor zich uit
    • Lijkt afwezig (in gedachten verzonken)
    • Probleemoplossend
    • TV of radio staat altijd aan
    • Concentratieproblemen
    • Snel afgeleid
    • Heeft moeite met het opbrengen van motivatie
    • Te veel gedachten
    • Filosofisch
    • Perfectionistisch in contrast met chaos
    • Zit vaak te dagdromen
    • Komt regelmatig (te) laat
    • Slecht in staat aanwijzingen op te volgen
    • Voelt zich regelmatig overspoelt
    • Moeilijkheden bij het afwerken van details
    • Dwaalt in gedachten af bij luisteren
    • Gaat opruimklusjes uit de weg
    • Visueel
    • Autodidactisch
    • Vaak een reken-, schrijf- of leesstoornis
    • Gevoelig voor verslaving (niet alleen drugs, maar ook bepaald gedrag zoals koopgedrag)
    • Heeft inzicht, is vaak beter in praktijk dan theorie
    • Kan zich goed in anderen verplaatsen, empathisch
    • Sociaal (toont grote betrokkenheid)
    • Kan logica waarderen
    • Weinig vrienden, maar sociaal betrokken


    Wat ziet de omgeving?

    Partners en werkgevers benoemen problemen op gebieden als:

    • Aandacht
    • Snel afgeleid zijn
    • Moeite hebben met het afmaken van dingen
    • Overgaan van de ene op de andere activiteit
    • Geen overzicht hebben over hoofd- en bijzaken
    • Slecht kunnen plannen, organiseren en kiezen
    • Slechts kort kunnen lezen
    • Alleen concentratie op kunnen brengen als het onderwerp als erg interessant wordt gezien
    • Moeite met luisteren, met het tot zich door laten dringen van informatie
    • Moeite met het invullen van formulieren, en de daarbij horende instructies kunnen begrijpen en onthouden
    • Vergeetachtig zijn
    • Vaak dingen kwijt zijn
    • Chaotisch zijn

    Deze kenmerken en problemen hoeven niet allemaal tegelijk aanwezig te zijn, maar komen wel vaak in verschillende soorten van combinaties voor.

    Van hyperactiviteit of impulsitiveit is geen sprake of het is slechts in beperkte mate aanwezig. ADD mag dan een subtype van ADHD worden genoemd, de meeste mensen met ADD voelen zich geen ADHD’er. Ze zijn rustig(er), bedachtzaam, vaak wat besluiteloos, verlegen, dromerig en komen soms moeilijk tot actie.

    De volgende kenmerken worden met ADHD in verband gebracht en komen bij ADD zelden expliciet voor:

    • Hyperactiviteit
    • Moeite met stilzitten
    • Steeds moeten lopen
    • Een gevoel van innerlijke rusteloosheid
    • Friemelen
    • Slecht kunnen ontspannen
    • Fanatiek sporten
    • Impulsiviteit
    • Woedeuitbarstingen
    • Impulsaankopen
    • Zeggen wat je denkt
    • Ongeduldig zijn
    • Gokken
    • Vreetbuien
    • Disfunctioneren

    Dat het leven minder succesvol verloopt dan u zou hopen of verwachten wanneer er geleden wordt onder veel van bovenstaande klachten is logisch. Toch wordt ADD als onderliggende oorzaak vaak niet herkend.

    Opvattingen over karakterzwakte, stress en psychologische verklaringen vertroebelen het beeld. Zo krijgt u, als iemand met ADD, waarschijnlijk vaak te horen:

    • U kunt u wel concentreren als u het maar interessant vindt;
    • Als het echt moet lukt het u wel;
    • Het lijkt net of u er niet helemaal bij bent;
    • Als u niet zoveel zou drinken zou u beter functioneren;
    • Als u nou een week of wat vrij had zou u uw zaken wel op orde krijgen.

    Volwassenen met ADD blijken vaak op een lager niveau te functioneren dan men zou verwachten. Men heeft bijvoorbeeld een schoolcarrière die niet strookt met de CITO toets. Heel kenmerkend is een neerwaartse spiraal. Er wordt begonnen op een opleiding, na één of twee keer blijven zitten wordt er uitgeweken naar een lager schooltype, als het leren echt niet gaat wordt de school verlaten zonder diploma. Ook typerend is dat de middelbare school nog redelijk wordt doorlopen. Het gezin heeft vaak regels en controle, een middelbare school met controle op aanwezigheid en studieondersteuning, dat alles helpt. Als er vervolgens naar HBO of Universiteit en er op kamers wordt gegaan en de structuur en controle valt weg, dan komen de symptomen vaker en duidelijker naar voren.

    Chaos in denken en handelen zonder externe compensatie zorgt dan vaak voor uitval. De eigen kamer is een zootje, de studiepunten worden niet gehaald.

    Op het werk ontstaan vaak problemen. Carrière maken betekent in bijna iedere organisatie dat er meer leidinggevende taken bijkomen. Langetermijndoelen moeten worden gesteld en gehaald. Een uitstekende verkoper is nog geen goede planner. Concentratieproblemen zijn bepaald niet ondersteunend bij het werken aan lange termijn doelen.

    Relaties komen onder druk te staan wanneer men veel vergeet, chaotisch en dromerig is. Een veel gehoorde klacht van partners is: “Het lijkt wel of ik er nog een kind bij heb”. Het uitbesteden van alle taken die planning en organisatie vereisen, put de partner uit.

    Vergeetachtigheid en onoplettendheid worden vaak beleefd als niet attent zijn of erger nog als onbetrouwbaarheid.
    Er wordt veel meer dan gemiddeld middelen gebruikt om zich te kalmeren of beter te kunnen concentreren. Alcohol helpt tijdelijk de innerlijke onrust te bestrijden. Bij langdurig en overmatig gebruik wordt men juist onrustiger, gaat de kwaliteit van de slaap achteruit en liggen somberheid en verslavingsproblemen op de loer. Roken, coke, speed, cafeïne kortom alle stimulerende middelen helpen in eerste instantie ook om de hersens beter bij elkaar te houden. THC (Tetrahydrocannabinol) bestrijdt aanvankelijk de innerlijke onrust en de slaapproblemen maar maakt nog chaotischer en vergeetachtiger.

    Problemen met het huishouden verdienen een aparte plaats in deze uitleg over disfunctioneren. Op het werk is er veelal nog een helpende structuur. De agenda moet gewoon gevolgd worden, de aanwezigheid is bepaald op vaste tijden, als men zelf geen overzicht heeft is er de baas, in een hogere functie misschien zelfs een eigen secretaresse. Zelf het huishouden doen betekent zelf plannen, regelen en uitvoeren. De eigen tijd moet worden ingedeeld en er moet worden afgestemd op gezinsleden. Nu juist deze vrijheden doen een appèl op vaardigheden waar volwassenen met ADD over het algemeen zwak in zijn.

    Oververmoeidheid en overspannenheid liggen als het ware op de loer.
    Veel volwassenen met ADD zijn in de loop van hun leven beschadigd geraakt door de vele mislukkingen. Dat dit slecht is voor het zelfvertrouwen spreekt voor zich. Ergens maar niet meer aan beginnen omdat het al zo vaak niet lukte iets af te maken, wordt veel gezien. Een zekere overgevoeligheid voor kritiek ontstaat ook gemakkelijk.


    Mogelijk heeft u wat aan deze informatie, omdat u de omschrijvingen herkend. Het is dan helemaal niet vreemd om daar nader onderzoek naar te doen.


    Copyright©oncies 2018/2019

    *

    Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

    Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

    Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

    Co-ouderschap dan delen we de kosten van het kind?

    Na het blog van enkele weken geleden is ook dit blog gewijd aan co-ouderschap. En dan met name over de gevolgen voor de kinderalimentatie, het delen van kinderkosten tussen de ouders. Deze informatie is bedoeld voor de professional, die zich beroepsmatig bezig houdt met kinderalimentatie.

    *

    – Uitgangsgedachte
    Bij co-ouderschap komt het vaak voor dat de ouders de kindgebonden kosten/lasten op een andere manier delen dan wanneer er geen sprake is van co-ouderschap. Soms gebeurt dat door gebruikmaking van een kinderrekening waaraan door de ouders in een bepaalde verhouding, bij mij naar rato, wordt bijgedragen. Als ik het heb over naar rato, dan bedoel ik daarmee dat de ouders op basis van de individuele draagkracht bijdragen, meestal gebruik ik dan het netto inkomen per maand. Soms gebeurt de bijdrage doordat de ene ouder bijvoorbeeld de kleren koopt en de andere ouder de sportkosten betaalt.
    Het Rapport alimentatienormen bevat hierover slechts beperkte instructies. Hoe het ook wordt geregeld, het gaat om alle kosten die voor de opvoeding en het levensonderhoud worden gemaakt. Bij mij worden vaak de kosten van kost en inwoning tegen elkaar weggestreept, omdat deze in alle redelijkheid vergelijkbaar zijn.

    *

    – Co-ouderschap in de praktijk
    De definitie: “Co-ouderschap is een niet wettelijke term die in de praktijk wordt gebruikt voor verschillende varianten van gedeelde zorg.”
    Om de omgangsregeling daadwerkelijk, fiscaal, te kunnen verantwoorden.

    U bent co-ouder in de volgende gevallen:

    • Uw kind woont ten minste 3 dagen per week bij u én ten minste 3 dagen per week bij uw ex.
    • Uw kind woont om en om 1 week bij u en 1 week bij uw ex.

    Of uw kind op uw adres of op het adres van uw ex ingeschreven staat, maakt daarbij niet uit.

    Ook hier is uitgangspunt dat de ouders naar rato van hun draagkracht in de kosten van een kind bijdragen. De zorg wordt in de berekening van de kindskosten verwerkt, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in ruime zorgregelingen of co-ouderschap. Bij andere afspraken over kostenverdeling kunnen de co-ouders over de onderhoudsplichtigen, in onderling overleg, een andere of geen kortingspercentage toepassen.
    Het is mogelijk dat de co-ouder bij wie het kind niet is ingeschreven voor een kind aanspraak kan maken op bepaalde heffingskortingen, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting, en dat hij voor het onderhoud dat hij voor een ander kind voldoet de persoonsgebonden aftrek wegens kinderalimentatie geniet. Hiermee dient bij de berekening van de draagkracht rekening te worden gehouden.

    ~ Regelingen en tegemoetkomingen

    Bij co-ouderschap horen de kinderen bij twee huishoudens. Ze hebben ook twee adressen. Welke ouder heeft dan recht op financiële tegemoetkomingen? De Belastingdienst gaat uit van de volgende normeringen naar de ouders (bron: Het NIBUD).

    1. Kinderbijslag

    De Sociale Verzekeringsbank (SVB) voert de kinderbijslag uit. Volgens de SVB hoort het kind bij co-ouderschap bij de huishoudens van beide ouders. Zij hebben dus allebei recht op de helft van de kinderbijslag. De SVB betaalt de kinderbijslag het liefst aan één ouder uit. U verdeelt dan zelf onderling het geld.

    2. Kindgebonden budget

    De Belastingdienst keert het kindgebonden budget uit. Het budget kan worden verdeeld over beide ouders. Dit kan alleen als er twee of meer kinderen zijn én als er sprake is van co-ouderschap. U krijgt dan dus allebei een deel van het budget.

    Kinderbijslag en kindgebonden budget bij co-ouderschap wordt via de Belastingdienst geregeld. De ouders bepalen samen welke ouder kinderbijslag krijgt of dat de Belastingdienst de kinderbijslag over beide ouders moeten verdelen. Ontvangen de ouders ook kindgebonden budget, dan kan de Belastingdienst het kindgebonden budget maar aan 1 persoon betalen. Kies dan als uders samen welke ouder het kindgebonden budget krijgt. Degene met het laagste inkomen krijgt meestal een hoger kindgebonden budget.

    3. Heffingskortingen

    De Belastingdienst betaalt de heffingskorting die u krijgt omdat u kinderen heeft en werkt. Het gaat om de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze heffingskorting wordt betaald aan het huishouden waar de kinderen meer dan zes maanden staan ingeschreven in het bevolkingsregister. Bij co-ouderschap kunnen beide ouders als ze allebei een baan hebben de inkomensafhankelijke combinatiekorting aanvragen.

    4. Huurtoeslag

    Beide ouders kunnen huurtoeslag aanvragen. Voor de huurtoeslag kan een kind maar bij één ouder zijn ingeschreven. De andere ouder mag het kind wel meetellen bij het huishouden als hij of zij een aanvraag indient voor huurtoeslag. De Belastingdienst vraagt dan om een verklaring co-ouderschap. Deze verklaring moet door beide ouders ondertekend zijn.

    5. Tips

    • Heeft u meerdere kinderen? Verdeel de kinderen ‘op papier’ over beide huishoudens. Zo hebben beide ouders meer kans om in aanmerking te komen voor sommige regelingen.
    • Heeft u één kind? Schrijf het kind dan in op het adres van de ouder met het laagste inkomen. Zo heeft u meer kans om aanspraak te maken op regelingen of een hoger bedrag. U kunt deze bedragen zelf onderling verrekenen.
    • In het Nibud e-book Geldwijzer Kinderen & Scholieren vindt u alle informatie over regelingen en bedragen over kosten van kinderen.

    *

    – Noot
    De beperkte omschrijving is een bewuste keus geweest: leden van de Expertgroep alimentatienormen geven aan dat het niet de bedoeling is dat de rechter zich met het huishoudboekje van partijen bemoeit. Ouders dienen dit in onderling overleg te regelen. Het NIBUD heeft voor de ouders allerlei berekeningen gemaakt met betrekking tot de opvoeings- en levensonderhoudkosten. De cijfers kunnen door de ouders worden gehateerd als leidraad (dat doen rechters ook wanneer er op hun een beroep wordt gedaan om een conflikt over deze bijdragen te beslechten). En komen ze daar niet uit, dan betaalt de hoofdverzorger alle kosten en betaalt de andere ouder hiervoor kinderalimentatie aan de hoofdverzorger.
    Voor een uitgebreide toelichting op het standpunt van de Expertgroep zie de “Toelichting voorstel richtlijn vereenvoudiging kinderalimentatie/co‐ouderschap – conceptnota november 2012”

    Voor dit standpunt is best iets te zeggen, maar dat is toch wel wat te gemakkelijk.

    • In de eerste plaats zouden aanwijzingen kunnen worden gegeven voor het in overleg samen betalen van de kosten.

    Mag uit de 35% zorgkorting bij co-ouderschap worden afgeleid dat de kindgebonden kosten 30% van de tabelkosten (zonder aftrek KGB) bedragen, vermeerderd met de kinderbijslag?

    Is hierin een deel van de kosten van de kinderopvang inbegrepen of moeten die daar volledig bij worden opgeteld?

    Hoe pas je het rekenschema dan toe in de praktijk?

  • Advocaten, mediators, FFP-ers, en ouders vinden nu ieder voor zich het wiel uit in mediations, maar daar zou in breder verband wat grondiger over nagedacht kunnen worden.
    • In de tweede plaats doet dit (soms) geen recht aan verantwoord ouderschap.
  • De betrokken alimentatieplichtige, meestal de vader, wordt buitenspel gezet. Tijdens het huwelijk betaalde hij de sport en het vervoer en repareerde hij samen met zijn kinderen hun fietsen, maar na de echtscheiding voelt hij zich gereduceerd tot pinautomaat. En hij moet dan ook nog eens met lede ogen aanzien dat de kinderalimentatie niet aan de kinderen ten goede komt.
  • Als er genoeg draagkracht is om aan de huwelijksgerelateerde behoefte van de kinderen te voldoen (en alleen dan!), waarom kan dan niet op verzoek van de “andere” ouder worden bepaald dat hij bepaalde kosten voor zijn rekening dient te nemen die dan in mindering worden gebracht op zijn kinderalimentatie? Daarmee wordt dan de zorgkorting opgehoogd. In een bijzonder geval (Hof Den Bosch 03-02-2011) is dit onder de oude richtlijn al eens bepaald, maar dat verdient navolging.
  • *

    Co-ouderschap vraagt om adequate begeleiding. Zoals ik al gezegd heb: ik hanteer de draagkracht naar rato. Deze is de normering voor de bijdragen van beide ouders. Door hen gezamenlijk overzichten te laten maken van de kosten, die tot dan toe werden gemaakt tijdens de huwelijkse periode, en het opvoeren van een post onvoorzien, kunnen de ouders tot een redelijke en billijke overeenkomst komen. Tevens worden afspraken gemaakt met betrekking tot de hierboven genoemde regelingen en tegemoetkomingen. Alles wordt vervolgens, per kind geduid, opgenomen in het ouderschapsplan.

    *

    Copyright©️oncies 2019

    *

    Concies’ Blogs is een produkt van CONCIES mediation / relatiebemiddeling / onderwijsdiensten

    Meer weten? Ga naar http://www.concies.nl

    Geplaatst in Alimentatie, Belangen, Bemiddeling, Co-ouderschap, conflict, echtscheiding, Familiezaken, Financieel advies, fiscaal, Informatief, Juridisch, kinderbelangen, Mediation, ouderschapsplan, publicaties, Rugzakje, scheiding, Spraakmakend, Standpunten, zorg | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen