Twee metaforen kenmerkten de panel-/forumdiscussie op de Nieuwjaarsbijeenkomst van de NMv

Ik (als voormalig BIG-geregistreerde) was aanwezig op de nieuwjaarsbijeenkomst van de Nederlandse Mediators vereniging (NMv).

Al jaren kampt mediation met een imagoprobleem. Een van de beïnvloedende factoren is de diversiteit in registers en keurmerken. En over dit onderwerp wilde de NMv, als organisator van de nieuwjaarsbijeenkomst, een forumdiscussie houden. Voor de inleiding en de leiding over deze forumdiscussie had de vereniging Hanneke Groenteman gevraagd. Hanneke startte vol vertrouwen door te vertellen hoe ingewikkeld zij mediation wel niet was gaan vinden tijdens de voorbereidingen die zij had getroffen om haar taak naar behoren te kunnen volbrengen. Zij vertelde dat haar broer haar enthousiast had weten te maken over mediation. En daarmee was de meest positieve inbreng voor de bijeenkomst gepasseerd.

In dit blog wil ik u, aan de hand van twee metaforen, verslag doen van de redenen waarom ik mijn riem diende aan trekken tot het laatste gaatje, want mijn broek dreigde, na Hanneke’s inleiding, bij voortduren af te zakken.

*

Metafoor 1:

Als liefhebber heb ik tegenwoordig een leuke hobby in de muziek. Ik ben jurylid/deskundige bij talentenjachten (onder meer bij (muziek-)programma’s van SBS, RTL en Sat3) en ik ben getrouwd met een natuurtalent op de piano (zij speelde op 4,5-jarige leeftijd zonder les piano en ging op haar negende al naar het conservatorium). Muziek maakt dus deel uit van mijn leven.

De eerste metafoor die ik ga gebruiken komt daarom ook uit de muziek. Als knulletje van een jaar of acht sloop ik regelmatig de kerk in, waar ik vaak als misdienaar acte de présence diende te geven, om daar stiekem via een wenteltrap naar het koor te klimmen. Daar ging ik dan achter het kerkorgel zitten. Een heus pijporgel met een hele reeks registers. U kent ze vast wel, die orgels waarbij de organist registers opentrekt of juist weer sluit om verschillende combinaties van groepen pijpen te kunnen bespelen. Registers die toonsoorten met elkaar laten harmoniëren, althans als hij de juiste opent of sluit. Worden de verkeerde registers opengetrokken dan ontstaat er dissonatie. Ik wist waar de sleutel lag om het orgel aan te zetten en ik genoot van het geluid dat ik vervolgens door de kerk kon laten galmen. Ik probeerde alle registers uit, in tal van combinaties. Ik werd nooit betrapt, maar ik ben ervan overtuigd dat de koster én de pastoor mij allang in de gaten hadden en mij lekker mijn gang lieten gaan.

In de muziek wordt met dissonatie het “geluid van klanken die niet harmonieus samenklinken” geduid. En het is deze metafoor die ik als eerste wens te gebruiken.

In de nieuwjaarsbijeenkomst van de NMv heeft deze metafoor betrekking op de inbreng in de eerste ronde, de voorstelronde en eerste verkenning door Hanneke Groenteman, over registers en keurmerken. Deze introducties hebben zich laten kenmerken doordat de verschillende bijdragen in zeer uiteenlopende toonsoorten/klanken zijn geventileerd. Zo zijn Frederique van Zomeren (NMv), Jan van Zwieten (MfN/SKM), Robert Tettelaar (ADR), Manon Schonewille (ACB en IMI) en Nico Wiggers (onafhankelijk register in oprichting) aan het woord geweest. In de eerste plaats, blijkbaar, om hun (soms persoonlijke) toko te verkopen. Tijdens het betogen groeit het ongenoegen onder hun gehoor, want het wordt pijnlijk duidelijk dat de politieke wil ontbreekt om tot elkaar te komen en de harmonie te vinden in de onderlinge registers (en keurmerken), waardoor de dissonantie blijft voortduren. Een schaamteloze vertoning, waarin eigen (zakelijke) belangen strijdig zijn met hetgeen waarvoor de panelleden van het forum zijn uitgenodigd. Hoewel wordt vastgesteld dat het samengaan van de verschillende registers goed zou zijn voor het imago van mediation en het feitelijk samenvoegen van de databestanden door een deskundige ICT-er in een recordtijd zou kunnen worden gerealiseerd, blijkt het animo hiertoe afwezig te zijn. Eigen toko/business first, dat in de daaropvolgende discussie ervoor zorgt dat ook de sfeer naar een absoluut dieptepunt zakt.

*

Metafoor 2:

De tweede metafoor komt uit de medische wetenschap. En mogelijk is deze metafoor wel het grootste probleem in de Nederlandse mediationwereld: Bloed. Als docent in onder meer anatomie/fysiologie en pathologie heb ik heel wat studenten geleerd wat er zo bijzonder is aan het bloed in ons lichaam. Want zonder de circulatie is er geen leven. Bloed is in het menselijk lichaam een vloeistof die niet mag en kan ontbreken. Het zorgt er onder meer voor dat zuurstof en brandstof naar alle lichaamscellen worden getransporteerd. Met het hart als pompinstallatie en de hersenen als centraal besturingssysteem (het hart heeft ook een autonoom besturingssysteem), zorgt het bloed ervoor dat de mens kan leven. Dat klinkt eenvoudig, maar is zeer complex. En het bloed maakt het zichzelf ook nog eens een stuk complexer door ervoor te zorgen dat er verschillende bloedgroepen zijn, die zich daarnaast ook nog eens laten onderscheiden door de aan- of afwezigheid van een Rhesusfactor. En toch werkt bloed prima als hiermee rekening wordt gehouden tijdens transfusies. Veel mensen hebben hierover weleens gehoord, maar wat dit nu feitelijk voor hun leven betekent ontgaat het grootste deel. Voor hen is het heel eenvoudig: Bloed is bloed.

Als het gaat om de verdeeldheid in de Nederlandse mediationwereld, dan zou je kunnen stellen dat de Mediators federatie Nederland (MfN) een koepelorganisatie is, waaraan verschillende beroepsorganisaties zijn verbonden. De MfN zou hierin de algemene term kunnen dragen zoals dat bij de metafoor bloed is bedoeld. Bloed dat juist vanuit de verbondenheid een aantal overkoepelende zaken met elkaar verbindt. Primair betreft het hier de kwaliteitsbewaking en de normering die bepaalt wanneer een beroepsbeoefenaar bevoegd en bekwaam is om het vak van mediator uit te mogen oefenen. Dat de MfN is samengesteld door verschillende bloedgroepen met elkaar te laten samenwerken, kan de daadkracht van deze organisatie alleen maar versterken.

De metafoor bloed is dan de overkoepelende term voor verschillende bloedgroepen. En de bloedgroepen in de Nederlandse mediationwereld zijn de verschillende specialismen (de bloedgroepen in combinatie met Rhesusfactoren). Zoals daar zijn: de onafhankelijke mediators (mediator-mediators), de advocaat-mediators, de psycholoog-mediators, de mediators-in-het-strafrecht, de bouwkundig-mediators, en ga zo maar door, met hun registers als Rhesusfactoren. Echter, tot welke bloedgroep de mediators ook behoren, het zijn en blijven mediators. En net als bij bloedgroepen ontstaan er problemen op het moment dat er Rhesusfactoren met elkaar worden gecombineerd. Die kunnen met elkaar botsen en dat leidt dan weer tot verklontering in het bloed. En dat is schadelijk voor de functie die het bloed heeft.

Het maakt dus niets uit tot welke bloedgroep een mediator behoort, ook al bijten die elkaar soms omdat ze zich niet altijd laten mengen. De verschillende bloedgroepen kunnen prima onder de paraplu van het bloed hangen. Het zijn echter de Rhesusfactoren die ervoor zorgen dat het bloed uiteindelijk niet kan stromen.

En laat dat nu net het bloed zijn dat stroomt in de aderen van de professionele mediators. In het hart en het hoofd van hen die er hun vak van hebben gemaakt. Die met volle overtuiging en gedrevenheid elke dag weer met mensen aan tafel schuiven om hen bij te staan in het oplossen van hun kwesties. Dat bloed wordt door de MfN tot stilstand gebracht. De MfN staat het immers toe dat de registers niet kunnen samenwerken door het mogelijk te maken dat men elkaar kan uitsluiten of afweren.

Het ontbreekt de MfN aan daadkracht en overtuiging om met andere Rhesusfactoren om te gaan. Het ontbreekt de MfN aan muzikaal gehoor. Wat zou het een vooruitgang betekenen wanneer de MfN in staat zou zijn om de registers op elkaar af te stemmen, waardoor het bloed weer kan vloeien en het geluid van mediation in Nederland als aangename muziek wordt gehoord. Want dat er iets dient te worden gedaan aan het voortbestaan van de mediator is wel duidelijk. Mediators hebben zuurstof en brandstof nodig om te kunnen leven. En om aan zuurstof en brandstof te kunnen komen, is er muziek nodig. Een prachtige hymne die oorstrelend is voor elke Nederlander die in een situatie verkeert waarin mediation zou kunnen bijdragen tot een betere toekomst. C’est le ton qui fait la musique.

*

Helaas blijkt dat noch de MfN, noch enige andere partij aan tafel, de daadwerkelijke bereidheid heeft om uit de impasse te komen. En dat terwijl de ingrediënten daarvoor aanwezig zijn (muziek en bloed).

Aanvaard de verschillende registers en breng ze samen onder één paraplu. Voorkom dat de Rhesusfactoren tot verklontering in de samenwerking leidt. Zorg er met elkaar voor dat de muziek te horen is en dat het bloed blijft stromen. Daarvoor zijn we met z’n allen verantwoordelijk.

Zoals Hanneke Groenteman zo treffend afrondde: “Ga met elkaar om tafel, onder begeleiding van een mediator, en kom er samen uit.”

Of geef het uit handen, zoals dat bij de B.I.G. is geregeld. De centrale overheid heeft de wet-B.I.G. opgesteld en bepaald wie in het register kunnen en mogen worden opgenomen. De overheid heeft bij wet bepaald wie bevoegd en bekwaam is tot het uitvoeren van medische handelingen (opleidingseisen: deskundigheden en vaardigheden). En voor de belangenbehartiging zijn vakbonden opgericht.

Hoe het ook zij, het wordt de hoogste tijd dat er wordt gehandeld. Er is al genoeg geluld, want dit probleem wordt al jaren door verschillende mediators onder de aandacht gebracht en is, ook na de nieuwjaarsbijeenkomst van de NMv, geen stap verder gekomen.

*

Copyright©️oncies 2019

*

N.B. Opvallend: Een der presentatoren uit het panel wilde zijn aandeel in het geheel van de middag nuanceren. Dat wil zeggen: naast het inhoudelijk herhalen van de presentatie ook aangeven dat het vooral niet aan dit register ligt dat er een wanstaltig geluid wordt geproduceerd in mediationland.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

ASIEL- & VLUCHTELINGENBELEID: Stimuleren of ontmoedigen?

Wanneer we de politici in de media moeten geloven, dan wordt Nederland nog steeds overspoeld door vluchtelingen/asielzoekers. Een verzamelterm voor mensen die hun huis en haard hebben moeten verlaten om aan hun omgeving te ontvluchten. Mensen die voor hun levens dienen te vrezen, vanwege het geweld om hen heen of hun levensovertuiging. Het is opnieuw het onderwerp van de dag, maar nu via de ruggen van kinderen die daarbij betrokken zijn. Het is immers opnieuw verkiezingstijd….

Er zijn ook vluchtelingen die helemaal niet mee worden geconfronteerd met levensbedreigende omstandigheden of geweld en van de gelegenheid gebruik maken om elders (onder meer hier in Nederland) hun geluk te beproeven. De vraag die steeds luider wordt gesteld is of door Nederland deze stroom beter dient te worden gecontroleerd of te worden gestopt. De politiek doet daarin geen stellingname (met uitzondering van de PVV). Wel is er weer een herhaalde discussie op gang gekomen over de verruiming van het kinderpardon. Een andere kijk op de totale problematiek?

En er zijn columnisten die daarop inspringen, zoals in dit voorbeeld: https://www.metronieuws.nl/Columnisten/2019/01/asieladvocaten-zijn-nsbers

*

Wat gemist wordt is eenduidig beleid. Zoals dat wel in meer zaken wordt gemist. De Rijksoverheid kenmerkt zich door het nalaten van afspraken maken over wie wel of niet een vluchteling is met een asielstatus. Door eenduidigheid te creëren over wie tot deze groep behoort, kan er onderscheid worden gemaakt in wie wel of niet aanspraak kan maken op verblijf, dus opvang, in Nederland, en dus dient te worden toegelaten.

Maar dat is niet het enige waarin de rijksoverheid beleid kan maken. Want, welk beleid is er daarna van toepassing? Hoe zit het met de toekomst van deze asielzoekers? Daarbij dient te worden gedacht aan de volgende aandachtspunten:

  • De toekenning van de asielstatus
  • De duur van de asielstatus
  • De economische onafhankelijkheid tijdens de asieltatus
  • De toepassing van sociale voorzieningen in geval van een asielstatus
  • Het terugkeerbeleid in de toekomst
  • *
  • En dan is iemand erkend asielzoeker

    Al decennia lang is de duur van de asielstatus een probleem. De procedures nemen jaren in beslag. Krijgen asielzoekers de verblijfsstatus waarin het verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd wordt? Het is mogelijk om langdurig te blijven procederen. Soms zo lang dat er aanspraak kan worden gemaakt op humanitaire gronden om niet te worden uitgezet, zoals bij Mauro, Lili en Howick. En de oorzaak van deze langdurige procedures ligt in de ondoorzichtigheid van de criteria.

    De wetgeving op dit gebied dient daarom te worden gewijzigd. Zoals wetgeving op het gebied van de gezondheidszorg en werk kan worden veranderd, gemodernaliseerd, zo kan dat ook met de asielwetgeving.

    Het is mogelijk om wetswijzigingen aan te brengen zoals:

    1. De asielzoeker dient zijn identiteit te kunnen aantonen om als zodanig te kunnen worden aangemerkt.
    2. De asielzoeker blijft deze status behouden voor een periode van maximaal 5 jaar.
    3. De asielzoeker dient verplicht de arbeid aan te nemen die hem/haar wordt aangeboden.
    4. Sociale voorzieningen worden beperkt tot op bijstandsniveau. Inclusief alle daarop van toepassing zijnde regelgeving.
    5. Kinderbijslag wordt uitsluitend toegekend en uitgekeerd op basis van de daadwerkelijke fysieke aanwezigheid van kinderen in Nederland.
    6. De asielzoeker is verplicht naar het land terug te keren wanneer:
    • De persoonlijke identiteit niet kan worden vastgesteld door middel van wettelijk erkende identiteitsdocumenten;
    • De termijn van 5 jaar is verstreken en er geen verblijf voor onbepaalde tijd is toegekend, en ongeacht de ontwikkelingen op persoonlijk gebied (als de geboorte van kinderen);
    • De status van asielzoeker niet langer van toepassing is, omdat de oorspronkelijke omstandigheden in het land van herkomst tussentijds veranderen. Ongeacht de duur van het verblijf en de maatschappelijke en/of economische status van de asielzoeker;
    • Er sprake is van grensoverschrijdend gedrag, geweldpleging en/of een misdrijf (waarbij de Nederlandse wetgeving, en de maatschappelijke én culturele waarden en normen maatgevend zijn).

    De asielzoeker dient, aan het einde van zijn asielstatus, of zoveel als mogelijk eerder, altijd naar het land van herkomst terug te keren. Deze regel is tevens van toepassing op eventuele partners en kinderen, al dan niet geboren tijdens het verblijf in Nederland.

    De verblijfsstatus voor asielzoekers wordt uitsluitend van toepassing wanneer het land van herkomst in de tussenliggende tijd (5 jaar) is overgenomen door een vreemde mogendheid.

    *

    Het lijken harde regels, maar elke asielzoeker weet dan waaraan hij/zij begint wanneer hij/zij asiel aanvraagt in Nederland. Ook eventuele (Nederlandse) partners zijn op de hoogte van dit beleid en weten waaraan zij beginnen wanneer zij een relatie met een asielzoeker aangaan en kinderen krijgen.

    Door de verplichte identiteitsbepaling kan worden vastgesteld of iemand daadwerkelijk afkomstig is uit een gebied waarin hij/zij voor zijn/haar leven dient te vrezen. En dat er geen sprake is van persoonlijk economisch belang. De asielstatus is vervolgens gegarandeerd voor maximaal 5 jaar. Iemand vraagt immers asiel aan vanwege de gevaren die hij/zij loopt in het land van herkomst. Wijzigen de omstandigheden in het land van herkomst, dan is de asielstatus niet langer van toepassing en dan dient de asielzoeker direct terug te keren naar het land van herkomst (vandaar de identiteitscontrole), ongeacht zijn/haar ondertussen opgebouwde maatschappelijke of economische status in Nederland.

    De kans dat de situatie, na 5 jaar, nog hetzelfde is als de oorspronkelijke situatie ten tijde van het vluchten is zeer klein. Er bestaat dan geen grond meer om de asielstatus te handhaven en terugkeer naar het land van herkomst is onherroepelijk.

    Het grootste probleem zal de status van partners en (klein-)kinderen van de asielzoeker zijn. Hoe meedogenloos het ook mag klinken, het schept wel duidelijkheid wanneer er geen onderscheid wordt gemaakt en dat al deze mensen mee dienen te keren naar het land van herkomst.

    *

    Het wordt dus tijd dat er iets wordt gedaan aan de huidige situatie. Vluchtelingen en asielzoekers worden toegelaten zonder dat zij zich kunnen identificeren. En dat terwijl zij wel allerlei andere zaken hebben geregeld om te kunnen vluchten. Het is bekend dat identiteitsbewijzen moedwillig worden vernietigd. Het verschil tussen hen die dienen te vrezen voor hun leven en hen die om economische redenen de oversteek maken is daardoor niet vast te stellen. Maar ook het haast eindeloos kunnen procederen dient aangepakt te worden.

    *

    Copyright©oncies 2018/2019

    N.B. En dan komt vandaag (25 januari 2019) in het nieuws dat de gemeente Amsterdam illegalen gratis onderdak gaat bieden en hen een speciale citypas gaan geven waarmee deze illegalen allerlei (vooral financiële) voordeeltjes krijgen. Het levenscomfort van de illegalen wordt hiermee opgewaardeerd naar een niveau dat beduidend hoger ligt dan dat van de gemiddelde Amsterdammer.

    Tja, dat krijg je zolang er geen eenduidig vluchtelingen- en asielbeleid is, dat ook werkelijk wordt uitgevoerd.

    Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

    Nico Keuning heeft geen idee waarover hij het heeft.

    In een artikel dat online is te lezen via deze link: https://www.volkskrant.nl/cs-b16ce7d2, schrijft Nico Keuning over het inkorten van de studieduur van opleidingen in het HBO. Hij onderbouwt dit met praktische argumenten, gebaseerd op het curriculum van HBO-studies. Het geld dat met het inkorten van de studieduur wordt bespaard, zou dan kunnen worden geïnvesteerd in het basisonderwijs. Daarnaast zouden studenten aan het HBO een minder grote studieschuld opbouwen. Beste Nico, het is allemaal goed bedoeld, denk ik, maar je hebt een paar essentiële aspecten over het hoofd gezien.

    *

    Het eerste punt, en misschien wel het meest essentiële, is dat met het inkorten van de studieduur ook het aantal studieplaatsen afneemt. Er ontstaat krapte in het HBO voor studenten die een HBO-opleiding wensen te volgen. Het aantal plaatsen in de collegezalen, de reguliere leslokalen, en het aantal plaatsen dat beschikbaar is voor het uitvoeren van assignements, wordt immers evenredig kleiner met de afnemen van het aantal beschikbare docenten. Voor de goede orde: De financiering van een beroepsopleiding, en daarmee ook het aantal docenten (FTE’s) dat aan die opleiding is verbonden, is nog altijd gekoppeld aan het aantal studenten. Dus….afname van instroom….en afname van de financiering van het onderwijs! En met minder geld is er minder beschikbaar van het gevraagde produkt: onderwijs.

    *

    Het tweede punt waarover niet lijkt te zijn nagedacht is de thesis- en stagebegeleiding. HBO’s, en andere onderwijsinstellingen, worden jaarlijks afgerekend op hun uitstroom. Dit houdt in dat de overheid de financiering van de instellingen niet alleen meer koppelt aan het aantal studenten dat daadwerkelijk aan het leerproces deelneemt, maar ook afhankelijk heeft gemaakt van het aantal dat feitelijk de eindstreep heeft gehaald.

    Studenten die in hun afstudeerjaar zitten, hebben begeleiding en ondersteuning nodig. Zowel tijdens hun stage als tijdens het schrijven van hun thesis. Afschaffen van beide studietrajecten komt overeen met het verwijderen van het bewijs van bekwaamheid en deskundigheid. In sommige beroepsopleidingen zijn deze bewijzen zelfs voorwaardelijk voor de bevoegdheid om het beroep te mogen uitoefenen. Beroepsopleidingen draaien om deze twee spillen: Hoe bekwaam (vaardig) is de afgestudeerde beroepsbeoefenaar? En hoe deskundig is deze? Waarbij de toekomstige werkgever maar al te graag inzichten heeft in beide aspecten, opdat zij bevoegd personeel in dienst kunnen nemen (in de zorg bijvoorbeeld).

    Voor studenten is het voldoen van de eindstage, op de eindtermen van de gevolgde opleiding al een hele opgave. Laat staan dat deze als ‘nieuweling’ meteen in staat is om een relevant, adequaat en valide onderzoek uit te voeren en daarvan verslag te doen. Thesisbegeleiders hebben hier hun handen aan vol. Afschaffen zou tot een lastenverlichting van de begeleiders kunnen leiden. Voor de student leidt dit tot een regelrechte afbreuk van hun bekwaamheid en deskundigheid en dus hun kansen op de arbeidsmarkt.

    *

    Het derde aspect waarover niet lijkt te zijn nagedacht is: Wat gebeurt er met het geld dat vrijkomt uit het HBO in het basisonderwijs. De geschiedenis heeft toch wel uitgewezen dat geld, en of dat nu extra is of niet, dat bedoeld is om tot verlichting van de werkdruk, zoals dat ook is gebeurd in de zorg en bij de politie (meer handen aan het bed én meer blauw op straat), te komen, niet heeft geleid tot hetgeen waarvoor het is bestemd.

    In eerdere blogs over dit onderwerp heb ik bij herhaling geduid op de noodzaak om extra gelden te oormerken, zodat dit budget ook daadwerkelijk wordt aangewend waarvoor het is bedoeld. Herzieningen in deze richting, en dus het oormerken van de geldstromen die naar het, in dit geval, onderwijs gaan, zal meer opleveren dan het schrappen van studiejaren of studieactiviteiten.

    Met geld alleen is men er echter nog niet. Als ik zie hoeveel de draaglast in het onderwijs is toegenomen, niet alleen doordat de lesgroepen in omvang zijn toegenomen, doordat de bureaucratie bezit heeft genomen van de werktijd van het onderwijzend personeel, waartegenover een financiële compensatie van -20% (als extreem voorbeeld) staat, dan zal de instroom van gekwalificeerd en deskundige personeel nog verder stokken. Al was het maar doordat ook het HBO-onderwijs voor de toekomstige docenten inhoudelijk met zo’n 25% wordt gekort.

    *

    Het onderwijs financieel innoveren of structureel renoveren is noodzakelijk. Daarover is iedereen het ondertussen wel eens. Maar het idee van Nico Keuning ontbeert een echte oplossing: Laat het geld niet in de bodemloze put (de zakken van de vele managers en megalomane gebouwen) verdwijnen, maar zorg ervoor dat het daar wordt gebruikt waarvoor het is bedoeld. Dan wordt het beroep van leerkracht zijn in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs én het wetenschappelijk onderwijs ooit weer aantrekkelijk om voor te kiezen en staan er weer mensen voor de klas die met hart en ziel zich inzetten voor de toekomst van hen die het willen maken op de arbeidsmarkt.

    *

    Copyright©️oncies 2019

    *

    N.B. Ik heb 25 jaar in het onderwijs (en dan met name in het gezondheidszorgonderwijs) gewerkt. Ik heb meegewerkt aan innovatieproject en implementatieprojecten. En ik ben betrokken geweest bij het ontwikkelen daarvan. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe er met het geld in het algemeen en met extra centen in het onderwijs, maar ook in de zorg, werd omgegaan.

    Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

    Wederzijdse ouder-kindverstoting (2)

    In mijn vorige blog heb ik een casus beschreven waarin ik een vader aan het woord liet over zijn innerlijke gevecht met zichzelf. Ik heb met deze man en daarna met zijn zoon gesproken.

    *

    Centraal in beide gesprekken stond het gedrag van de vader en zijn zoon. Daarbij heb ik gebruik gemaakt van een aantal psychologische modellen. Het model dat uiteindelijk tot een opening leidde tussen de vader en de zoon, onttrok ik aan de Transactionele Analyse. Met name de 3 basisposities (Ouder-Volwassene-Kind) leidde ertoe hoe beide mannen nauwelijks in staat waren om vanuit de volwassen-basispositie met elkaar om te gaan. Zowel verbaal als non-verbaal communiceerden zij vanuit hun ouder- en kindpositie. Bij beiden overheerste de angst voor miscommunicatie, gebaseerd op ervaringen in het verleden.

    Het viel mij op hoe gemakkelijk de mannen meegingen in mijn benadering en hoe herkenbaar hun gedrag naar elkaar voor hen was. Door aandacht te besteden aan het alternatief, namelijk met elkaar omgaan vanuit de volwassen-basisposities, konden zij daarna met elkaar in gesprek gaan.

    Naast de Transactionele Analyse benaderde ik hun onderlinge problematiek vanuit een systemisch perspectief. Ik legde hen de verschillende triades uit en wat daarvan de consequenties waren voor hun onderlinge relatie/verhoudingen.

    *

    Het vader-zoongesprek bleek, achteraf gezien, een emotioneel gesprek te zijn geweest. Beide mannen vertelden elkaar over hun gevoelens en welke factoren uit het verleden tot dan toe van invloed waren geweest op hun onderlinge omgang en relatie. Opvallend was het resultaat uit het inzicht dat ik beide mannen had gegeven over het uitspreken van verwijten.

    • Door de mannen uit te leggen dat achter elk verwijt een wens schuilt, hadden zij beiden naar elkaar uitgesproken welke manieren van omgang en communicatie zij wensten.
    • Door de uitleg over de triades vertelden de mannen elkaar hoe zij, ieder vanuit hun eigen perspectief, in een spagaat zaten als het ging om hun loyaliteit ten aanzien van elkaar. En daarin speelde de ex-partner een belangrijke rol.
    • Door aandacht te besteden aan het formuleren van verwachtingen, konden de mannen hun wensen koppelen aan hun eigen verwachtingen, zowel naar de ander als naar zichzelf.
    • Door aandacht te besteden aan het adequaat uiten van emoties, waren beide mannen in staat om te gaan met hun eigen emoties en die van de ander. Emoties mógen, wat gevoeld wordt kan niet worden genegeerd of gebagatelliseerd. Aandacht besteden aan het gevoel van de ander opende voor hen de deuren naar hun verbondenheid en onderlinge betrokkenheid.

    Het gesprek, waarbij ik niet aanwezig was, heeft ruim 2,5 uur geduurd. Vader en zoon hebben zich verzoend en meldden mij een week later dat zij enorme verschillen hadden ervaren in hun communicatie.

    *

    Het valt niet mee om te (h)erkennen dat verstoting vaak het resultaat is van wederzijdse verstoting. Wanneer een kind de ouder verstoot, dan leidt dit nogal eens tot tegenverstoting zonder dat de ouder dit van zichzelf in de gaten heeft. Het omgekeerde is niet anders. Teleurstelling, verdriet, boosheid, onmacht en onbegrip leiden dan tot ongewenst en versterkend gedrag dat de verstoting het gevoel van rechtvaardiging geeft. Het inzicht dat de eigen waarden en normen, de opvattingen over wat goed en fout is, en het openstaan voor deze aspecten bij de ander, geeft uiteindelijk ruimte om te communiceren.

    Moeilijk, en zeker te doen wanneer men zich hierin laat coachen. Deze mannen stonden hiervoor open….

    *

    Copyright©️oncies 2019

    Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

    Wederzijdse ouder-kindverstoting (1)

    “Ik durf eigenlijk niets tegen hem te zeggen. Puur uit angst dat ook hij zich van mij afkeert en nooit meer bij mij komt”, sprak de vader die tegenover mij op de bank had plaatsgenomen. “Mijn dochter komt al bijna tien jaar niet meer bij mij en ik loop al die jaren al op eieren als het om mijn zoon gaat.”

    *

    De man vertelt mij zijn verhaal voor de tweede keer. Hoe zijn dochter boos op hem was geworden, omdat hij haar er op had aangesproken dat zij geen partij was in een kwestie tussen hem en haar moeder, en zijn huis was uitgelopen en nooit meer was teruggekomen. Hij had haar buiten het conflict met zijn ex willen houden, maar haar moeder had dit niet gedaan en hem als een monster afgeschilderd. Zijn ex had die dag zelfs de politie op zijn dak gestuurd, nadat hij, tevergeefs, bij haar had aangebeld om de situatie met zijn dochter uit te praten. Ze had niet opengedaan en hij had geroepen dat praten de enige oplossing was om ervoor te zorgen dat hun kinderen niet langer het slachtoffer mochten zijn van hun conflict. Hij had zijn ex gesmeekt het gesprek met hem aan te gaan en zij had zijn smeekbede aangegrepen om haar dochter angst tegen hem in te boezemen, door haar voor te houden dat hij hen beiden iets aan wilde doen. Ze had de politie gebeld en hem van huiselijk geweld beschuldigd, terwijl hij alleen maar had aangebeld en door de deur had geroepen dat ze er beter aan zouden doen door met elkaar te praten. En was het wel een conflict geweest? Hij had het zich zo vaak afgevraagd. Zijn ex wilde van hem scheiden, maar ze was boos geworden toen hij daar, nadat hij haar herhaaldelijk had weten te overtuigen dat hij dat niet wenste en haar graag gelukkig wilde maken, uiteindelijk mee had ingestemd. Tijdens de echtscheiding had zij de mediator tot wanhoop gedreven en deze had haar nadrukkelijk toegesproken: “Mevrouw, u kunt niet overal ‘nee’ tegen blijven zeggen als u zelf wenst te scheiden. U maakt het onmogelijk om tot enige vorm van overeenstemming te komen. Als uw partner ‘ja’ zegt, zegt u ‘nee’. Komt hij u daarin tegemoet, dan verandert u uw opstelling. Hoe komt dat?” Ze had vervolgens meegewerkt aan de scheiding, maar was boos op hem geworden toen hij, twee maanden nadat de scheiding was ingeschreven bij de burgerlijke stand, de echtelijke woning had verlaten, juist omdat ze waren gescheiden. Daarna was het onderlinge contact alleen maar slechter geworden. Ze had haar kinderen verteld hoe slecht hun vader was. Hoe hij de schuld was van de situatie waarin zij verkeerden. Dat hij de enige man in haar leven zou zijn en dat hij haar en hen in de steek had gelaten. Zij had haar kinderen verteld dat hij de schuld had van alle ellende waarin zij nu verkeerden.

    En toen was daar die ruzie gekomen met zijn dochter. Een ruzie die voortkwam uit een meningsverschil tussen zijn ex en hem over een reis van zijn ex naar het buitenland. Ze wilde met hen naar een land waarvoor een negatief reisadvies (niveau 6) werd afgegeven door het ministerie van buitenlandse zaken. Hij had van zijn ex het verzoek gekregen de papieren te onderteken, zodat de kinderen bij haar in haar paspoort konden worden bijgeschreven. Hij had haar gevraagd waar zij dan naartoe wilde reizen en zij had hem die informatie geweigerd. Ze wilde, toen meteen al uitkwam waar ze naartoe wilde, hem niet informeren over voorzorgsmaatregelen voor het geval het mis zou gaan in het betreffende ‘vakantieland’. Wat zijn ex wel had gedaan, was haar kinderen wijs gemaakt dat hun vader hen hun vakantie niet gunde. En toen had hij tegen zijn dochter gezegd, toen deze hem dat voor zijn voeten had geworpen, dat dit onjuist was en een kwestie was tussen hem en haar moeder. Dat zij geen partij was in dit (steeds verder oplopende) conflict. Wat niet het eerste conflict tussen hem en haar moeder was. Eerder had de moeder al geprobeerd om de kinderen thuis te houden en hen niet meer bij hun vader te laten verblijven.

    Maar goed, sindsdien liep de man op eieren voor wat betreft zijn zoon. In tegenstelling tot zijn dochter bleef die bij hem komen, ook nu hij al ruim in de twintig is. “Ik durf de confrontatie niet met hem aan te gaan. Confrontatie in de zin van aanspreken op zijn gedrag. Iets wat elke ouder, als opvoeder zou doen, laat ik na. Dat heeft natuurlijk te maken met hoe dat is afgelopen met zijn zus, maar het is niet goed. Hij sluit mij buiten zijn leven. Van het najaar hoorde ik zijn studievrienden aan hem vragen, ze zaten achter mij in een zaal en reageerden op mij toen ik wat tegen mijn zoon zei, of ik zijn stiefvader was. En dat deed pijn. Ik heb hem er nooit naar durven vragen, maar ik heb mij wel afgevraagd wat hij zijn vrienden over mij heeft verteld. We praten eigenlijk zelden over dingen die ertoe doen. Het enige onderwerp waarop hij wel reageert is zijn studie. Voor de rest vertelt hij mij nooit wat en als ik ergens naar informeer, ik durf het woord vragen niet eens te gebruiken, dan geeft hij niet thuis. Probeer ik een gesprek met hem aan te gaan, dan ketst hij dit af en negeert hij mij verder. En ik durf dan niet door te gaan. Puur uit angst dat hij zijn spullen pakt en vertrekt. Net als zijn zus tien jaar geleden.”

    “Ik merk dat ik er verdriet van heb. Dat het mij pijn doet. Hij heeft een vrouw leren kennen, maar hij wil mij er niets over vertellen. Het is toeval dat ik hierover te weten kwam. Dat heeft hij mij ook ‘subtiel’ laten weten. Hij heeft tegen mij gezegd dat, als hij zijn eerste afspraakje niet had gehad terwijl hij bij mij was, ik er nooit over had geweten. En nu wil hij er verder niets over vertellen. Het enige wat ik weet is dat hij vaker is gaan daten. Ik ben bang dat ik mijn zoon straks ook kwijtraak. Als hij mij vertelt dat ik nooit over het meisje had geweten als hij niet toevallig die dag bij mij had verbleven, wat had ik dan nog meer niet geweten?”

    *

    Ik heb al eerder geschreven over kind- en ouderverstoting. En in deze casus gaat het hier weer over. Want, welke vraag kan hierover worden gesteld? Zou het zo kunnen zijn dat hiervan sprake is, ondanks het feit dat deze vader en zijn zoon elkaar elke twee weken zien? Zou er sprake kunnen zijn van verstoting vanwege het ontbreken van een intieme ouder-kindrelatie? Het ontbreken van de mentale intimiteit? En verstoot de vader zijn zoon door de intiemere gesprekken uit de weg te gaan of verstoot de zoon zijn vader door hem buiten te sluiten over alles wat hem bezig houdt buiten zijn studie?

    Ik kom daar graag op terug in een volgend blog. Het voorstel van de vader om te kijken of mediation tot iets gewenst zou kunnen leiden, werd door de zoon afgewezen.

    *

    Copyright©️oncies 2019

    Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

    Darmkanker, je kunt er maar beter op tijd bij zijn!

    Naar aanleiding van de eerdere publicatie van dit blog heeft het RIVM contact met mij opgenomen. Dit heeft ertoe geleid dat ik u nog nauwkeuriger kan informeren over het bevolkingsonderzoek dat sinds 2014 over Nederland wordt uitgerold. Een extra reden om het blog nogmaals te publiceren.

    Op 10 januari 2015 werd onderstaand persbericht gepubliceerd:

    Darmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker. Ieder jaar krijgen ruim 15.000 tot 20.000 mensen te horen dat ze darmkanker hebben. Daarmee is darmkanker de tweede meest voorkomende vorm van kanker waaraan mensen overlijden in Nederland. Echter darmkanker is ook één van de best behandelbare vormen van kanker, maar wel wanneer deze ziekte in een vroeg stadium wordt geconstateerd. Daarom is het van levensbelang om alert te zijn op de klachten en symptomen en tijdig aan de bel te trekken bij uw huisarts.

    • Wat is darmkanker? 

    Dikke darmkanker ontstaat vaak uit een poliep in de darmwand. Een poliep is een zwelling aan de binnenzijde van de darm en is een goedaardige tumor die uiteindelijk kwaadaardig wordt. En dat is dan darmkanker. Dat proces verloopt vaak erg langzaam. Het duurt gemiddeld 10 jaar voordat een poliep darmkanker wordt. Darmkanker kan in alle delen van de darm ontstaan. Echter 75% ontstaat in de laatste delen van de dikke darm.

    • Symptomen die op  darmkanker wijzen

    De klachten die u kunt hebben hangen af van de plek waar de tumor zich bevindt en dat verschilt van persoon tot persoon. Een blijvende en aanhoudend wisselende veranderingen in uw stoelgang (bijvoorbeeld verstopping of even een verstopping en daarna diarree die vaak erg sterk ruikt). De verschijnselen die vaker optreden zijn:

    1. Bloed en/of slijm bij de ontlasting
    2. Krampen in de buik
    3. Loze aandrang of het gevoel hebben dat de darm niet helemaal is geleegd.

    Bovenstaande klachten kunnen wijzen op een tumor aan het eind van de darm.
    Bij een tumor aan het begin van de dikke darm of aan de dunne darm kunt u van de volgende symptomen last hebben:

    1. Constante vermoeidheid
    2. Duizeligheid door bloedarmoede
    3. Wekenlange vage klachten in je buik hebben
    4. Een gevoelige plek in de buik hebben wanneer je er op drukt

    Deze klachten kunnen wijzen op darmkanker, maar kunnen ook zeer goed een andere oorzaak hebben. Echter wanneer u bloed in uw ontlasting ziet, maak dan meteen een afspraak bij uw huisarts en neem het zekere voor het onzekere en laat uw huisarts u onderzoeken wat de oorzaak is van uw klachten


    • Risicofactoren darmkanker 

    Er zijn beïnvloedbare- en niet beïnvloedbare factoren voor darmkanker. De beïnvloedbare risicofactoren komen hier nu aan de orde, opdat u weet hoe u preventief te werk kunnen gaan en het risico op darmkanker kunt verlagen.

    1. Overgewicht 

    Het is aangetoond dat mensen die overgewicht hebben een groter risico lopen op darmkanker. Het is daarom van  belang om te zorgen voor een gezond lichaamsgewicht. Eet gezond, vezelrijk en gevarieerd. Van veel voedingsmiddelen is het nog niet duidelijk of ze het risico op darmkanker verlagen of verhogen. Er zijn wel onderzoeken die een relatie hebben aangetoond tussen het eten van rood vlees en een verhoogd risico op darmkanker.

    2. Roken en alcohol

    Darmkanker komt vaker voor bij mensen die roken dan bij niet-rokers. En overmatig alcohol gebruik lijkt ook de kans op darmkanker te vergroten. Dus niet roken en drink met mate.

    3. Onvoldoende of weinig lichaamsbeweging 

    Regelmatig sporten en dagelijks voldoende bewegen spelen een grote rol in één van de maatregelen waarmee u invloed kunt uitoefenen en het risico kunt verkleinen op het krijgen van kanker zo dit laag als mogelijk te houden. Zorg voor een half uur lichaamsbeweging per dag.

    • Bevolkingsonderzoek darmkanker in Nederland

    Sinds januari 2014 is er een landelijk (preventief) bevolkingsonderzoek (screeningsonderzoek) naar darmkanker. Voor dit onderzoek wordt iedereen tussen de 55 en 75 jaar om de twee jaar opgeroepen om hun ontlasting in te leveren om zo in een vroegtijdig stadium darmkanker te kunnen herkennen. Dit onderzoek is nog in de fase van het uitrollen over heel Nederland. Hierdoor duurt het nog tot 2019 voordat het onderzoek volledig uitvoerbaar is.
    Vertrouwt u echter uw persoonlijke situatie niet en heeft u het gevoel, al dan niet op basis van bovenstaande symptomen of klachten, dat u darmkanker zou kunnen hebben, vraag uw huisarts om een onderzoek. Daartoe hoeft de huisarts het protocol van het RIVM niet te onderbreken, omdat dit onderzoek losstaat van zijn onderzoeksmogelijkheden.

    Wilt u weten of en wanneer u in aanmerking komt voor het landelijk darmkankeronderzoek, ga dan naar de website van het RIVM: http://www.bevolkingsonderzoekdarmkanker.nl. Daar kunt u het uitnodigingsschema vinden. Voorkomen is uiteindelijk nog altijd beter dan genezen.


    Bronnen
    : Kanker.nl, Maag/Lever/Darm stichting Nederland, Dokter.nl, stopdarmkanker.be en het RIVM.


    Copyright©oncies 2019

    Geplaatst in Aanvullende verzekering, Alcoholmisbruik, Alcoholproblemen, Alledaags, Angst, AWBZ, Bedreiging, Belangen, Bemiddeling, Bezorgdheid, Carcinoom, Chronisch zieken, Competenties, Darmkanker, Depressiviteit, Euthanasie, Familieleed, Gedragsproblemen, Gezin, gezondheidszorg, Informatief, Informatieplicht, Inspanningsverplichting, Integriteit, Ketenbepaling, Kwaliteit van leven, Kwaliteit van zorg, Lichamelijk lijden, Mantelzorg, Mediation, Medisch handelen, onderwijs, Ouderen, Ouderenzorg, overheidsbeleid, Participatiesamenleving, politiek, Principieel onderhandelen, publicaties, Relatieproblemen, Respect, Rouwen, Rouwproces, Spraakmakend, Standpunten, Therapie, Thuiszorg, Toekomst, Uncategorized, Verzekeringen, Vochttekort, Waarden en normen, Wanbeleid, Wanprestatie, Wmo, WWZ, Zekerheid, zorg, Zorgplicht, Zorgverzekeraar, zorgverzekering, Zorgwet | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

    De andropauze is de mannelijke variant van de menopauze, maar onvergelijkbaar

    In mijn werk als relatietherapeut kom ik regelmatig in aanraking met stellen waarin de seksuele relatie is veranderd. Vaak gaat het dan om het verschil in beleving en de lust. Zin hebben in seks verandert in de loop van de tijd. In de meeste gevallen gaat het niet omdat het een sleur is geworden, maar om de pure fysieke veranderingen die in de fysiologie van het eigen lichaam optreedt. Naarmate een mens, en dus ook een partner, ouder wordt, verandert het lichaam fysiologisch. Het wordt wat minder stevig en hier en daar gaat het wat hangen. Over het algemeen kijkt men dan in eerste instantie naar de vrouw, omdat hieraan bij vrouwen meer aandacht besteed wordt, maar ook bij de man voltrekt zich dit proces. En heeft dit proces ook effect op de penis en de libido? Zo ja, zijn er dan fysiologische effecten van het ouder worden op de penis?

    *

    • De fysiologie

    Naarmate een man ouder wordt produceert hij minder testosteron en meer oestrogeen. Bij mannen is testosteron het belangrijkste geslachtshormoon. Het beïnvloed het mannelijke functioneren in hoge mate. Vanaf het 30e levensjaar neemt de productie van testosteron af. Jaarlijks is dit zo’n 1 á 2%. Vanaf het 50e levensjaar daalt de hoeveelheid testosteron zelfs in een iets hoger tempo.

    Deze daling in testosteron wordt soms wel de mannelijke menopauze of andropauze genoemd. Op fysiologisch vlak is deze periode in helemaal niets te vergelijken met de overgangsperiode van de vrouw. Bij de man is er namelijk geen sprake van een plotselinge daling in de hormoonproductie, maar van een hele geleidelijke vermindering. De hoeveelheid testosteron en de snelheid van de testosterondaling varieert trouwens sterk per man. Er zijn mannen van in de 70 die een testosteronspiegel hebben die gelijk is aan die van de gemiddelde man van bijvoorbeeld in de 30.

    *

    • De veranderingen

    De seksuele piek van de man ligt zo rond het 30e levensjaar. Daarna worden de veranderingen langzaam zichtbaar. Maar op welke gebieden zien we deze veranderingen?

    Het uiterlijk van de penis

    Aan het uiterlijk van de penis verandert er het één en ander. In eerste instantie verliest de eikel langzaamaan zijn paarsrode kleur. Dit is het gevolg van een verminderde bloedtoevoer. De verminderde bloedtoevoer zorgt er ook al voor dat de erectie minder krachtig wordt. Daarnaast neemt de hoeveelheid schaamhaar af. Door het dalen van de testosteronspiegel verliest de man langzaam zijn schaamhaar rondom de penis.

    De grootte

    In de loop der tijd verandert eveneens het formaat van de penis. De penis krimpt namelijk. De lengte én de dikte nemen geleidelijk aan af. Het krimpen is beperkt, maar wel een gegeven. Wanneer de penis van een 30-jarige man in erectie 15 centimeter lang is, dat is de gemiddelde lengte van de penis, dan krimpt deze gemiddeld met 1 tot 2 centimeter wanneer hij de 70-jarige leeftijd heeft behaald. Bij dit krimpen van de penis zijn doorgaans 2 mechanismes betrokken.

    Eén daarvan is de langzame afzetting van vetstoffen (plaques) in de kleine slagaders in de penis, wat de bloedstroom naar het orgaan belemmert. Dit proces heet atherosclerose (hetzelfde proces dat bijdraagt tot verstoppingen in de kransslagaders).

    Het andere proces heeft te maken met de geleidelijke opbouw van onelastisch bindweefsel binnen de elastische vezels die de zwellichamen omhullen. Erecties vinden plaats wanneer deze zwellichamen zich vullen met bloed. Door een combinatie van blokkades in de kleine slagaders in de penis en de verminderde rekbaarheid van de zwellichamen, krijgen mannen gemiddeld kleinere erecties. Ook de testikels veranderen van grootte. Rond het 40 jaar beginnen de testikels te krimpen. En man van ongeveer 30 jaar heeft een testikel met een gemiddelde doorsnee van zo’n 3 centimeter. Bij een man van 60 jaar is deze doorsnee gekrompen naar ongeveer 2 centimeter.

    Kromtrekken

    Bij de ziekte van Peyronie (induratio penis plastica) is sprake van kromtrekken als de penis in erectie komt. Dit is een aandoening die niet aangeboren is, maar die op latere leeftijd ontstaat, meestal na het 40e levensjaar.

    Het kromtrekken van de penis door de ziekte van Peyronie komt bij ongeveer 9% van de mannen voor. Er bestaan verschillende theorieën over het ontstaan van de kromming. De meest geaccepteerde verklaring is dat er littekenweefsel ontstaat door veelvuldige microscopisch kleine verwondingen aan de wand van de zwellichamen. Deze worden, volgens deze theorie, veelal veroorzaakt door ruwe seks en het fysiek zwaar belasten van de penis. Daarbij dient men onder meer te denken aan het uitvoeren van minder natuurlijke standjes of het te ver doorkantelen van het bekken van de vrouw. In het laatste voorbeeld drukt het schaambeen van de vrouw hard tegen de schacht van de penis van de man. Voor de vrouw prettig, doordat zij de g-spot dan extra kan stimuleren. Voor de man vaak het begin van de ziekte van Peyronie, maar dat merkt hij pas veel later. De verkromming ontstaat doordat het weefsel beschadigt en er na verloop van tijd harde, verlittekende of verkalkte plekken ontstaan: plaque.

    Zo’n kromming kan pijnlijke erecties tot gevolg hebben, en dat kan de gemeenschap weer bemoeilijken. Meestal verdwijnt deze aandoening na een paar jaar vanzelf weer, maar in sommige gevallen is een operatie nodig om de penis weer rechter te maken.

    Afname van de prikkelgevoeligheid

    Met de tijd wordt de penis minder gevoelig. Hierdoor kan het moeilijk worden om een erectie te krijgen en tot een orgasme te komen. Of dit ook leidt tot minder plezierige orgasmen, is onduidelijk. Daarnaast is het zo dat de werking van de penis verminderd kan worden door een verminderde bloeddoorstroming. Wanneer er niet genoeg bloed in de penis stroomt, wordt deze niet hard genoeg om in een langdurige erectie te blijven. Erectiepillen kunnen helpen de doorstroming te vergroten en gemakkelijker een erectie te krijgen. Ook een erectiepomp kan ervoor zorgen dat de penis hard wordt.

    Het goede nieuws

    Ondanks deze veranderingen van de penis benadrukken vele mannen met deze veranderingen prima kunnen leven en dat ze aangeven met deze verminderde functie van de penis nog heel tevreden zijn met hun seksleven. Uit een Engels onderzoek onder 35.000 mensen bleek zelfs dat de frequentie van seks boven het 50stelevensjaar misschien wat afneemt, maar de kwaliteit alleen maar toeneemt.

    Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen